Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.2-9.7

VERORDENING (EU) 2017/2279 VAN DE COMMISSIE

van 11 december 2017

tot wijziging van de bijlagen II, IV, VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (1), en met name artikel 20, lid 2, en artikel 27, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om betekenisvolle etikettering mogelijk te maken, zijn in sommige Unietalen specifieke uitdrukkingen voor voeders voor gezelschapsdieren toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen in de sector voor voeder voor gezelschapsdieren in twee lidstaten wijzen erop dat specifieke uitdrukkingen voor voeder voor gezelschapsdieren in de taal van die lidstaten eveneens volstaan.

(2)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 767/2009 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

De toleranties voor analytische bestanddelen en toevoegingsmiddelen in voedermiddelen en mengvoeders moeten worden herzien in het licht van de technologische vooruitgang op het gebied van analysen en de ervaringen met goede laboratoriumpraktijken. Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 767/2009 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

Bij een toenemend aantal vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeders overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad (2) zijn maximumgehalten vastgesteld voor toevoegingsmiddelen in mengvoeders en voedermiddelen waarvoor eerder geen grenswaarden waren vastgesteld, en in andere vergunningen is het concept van een aanbevolen maximumgehalte van een toevoegingsmiddel in volledige diervoeders geïntroduceerd. Bovendien kan de productietechnologie van diervoeders leiden tot een vermindering van de toevoegde hoeveelheid toevoegingsmiddelen die ook van nature in het eindproduct aanwezig kunnen zijn, zoals vitaminen. Dit kan in de praktijk leiden tot onduidelijkheden, als de exploitant de toegevoegde hoeveelheid op het etiket vermeldt, maar de controleautoriteit alleen de hoeveelheid in het eindproduct kan analyseren en verifiëren. Om deze ontwikkelingen in aanmerking te nemen en evenwichtige, geschikte en betekenisvolle etikettering van voedermiddelen en mengvoeders te waarborgen, moeten de bijlagen VI en VII bij Verordening (EG) nr. 767/2009 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

Door technologische ontwikkeling kunnen steeds meer levensmiddelen die niet langer bestemd zijn voor menselijke consumptie als diervoeders worden gebruikt. In Verordening (EU) nr. 68/2013 van de Commissie (3) zijn dergelijke „voormalige voedingsmiddelen” opgenomen als voedermiddelen. Aangezien de kwaliteit van dergelijke voormalige voedingsmiddelen evenwel niet altijd aan de voorschriften voor diervoerders voldoet, moet op de etikettering van die voormalige voedingsmiddelen worden vermeld dat het gebruik ervan als diervoerders alleen is toegestaan na verwerking. Bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 767/2009 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de bijlagen vereisen, moeten overgangsmaatregelen worden vastgesteld om een soepele verandering van de etikettering mogelijk maken, zodat onnodige verstoring van het handelsverkeer en administratieve lasten voor de exploitanten worden voorkomen.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen II, IV, VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 767/2009 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

1. Voedermiddelen en mengvoeders die vóór 1 januari 2019 zijn geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 1 januari 2018 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, indien zij zijn bestemd voor voedselproducerende dieren.

2. Voedermiddelen en mengvoeders die vóór 1 januari 2020 zijn geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 1 januari 2018 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, indien zij zijn bestemd voor niet-voedselproducerende dieren.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 december 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 229 van 1.9.2009, blz. 1.

(2) Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29).

(3) Verordening (EU) nr. 68/2013 van de Commissie van 16 januari 2013 betreffende de catalogus van voedermiddelen (PB L 29 van 30.1.2013, blz. 1).


BIJLAGE

1)

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

In punt 3 wordt punt b) vervangen door:

„b)

bij de benaming van voeders voor gezelschapsdieren zijn de volgende begrippen toegestaan: in het Bulgaars „хранаfg”; in het Spaans „alimento”; in het Tsjechisch kan de benaming „kompletní krmná směs” worden vervangen door „kompletní krmivo” en kan „doplňková krmná směs” worden vervangen door „doplňkové krmivo”; in het Engels „pet food”; in het Italiaans „alimento”; in het Hongaars „állateledel”; in het Nederlands „samengesteld voeder”; in het Pools „karma”; in het Sloveens „hrana za hišne živali”; in het Fins „lemmikkieläinten ruoka”; in het Ests „lemmikloomatoit”; in het Kroatisch „hrana za kućne ljubimce”.”.

2)

Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

Deel A wordt vervangen door:

„Deel A: Toleranties voor de in de bijlagen I, V, VI en VII opgenomen analytische bestanddelen

 

1)

De in dit deel vastgestelde toleranties omvatten technische en analyseafwijkingen. Zodra op het niveau van de Unie analytische toleranties voor meetonzekerheden en procedurevarianten zijn vastgesteld, moeten de in punt 2 vastgelegde waarden dienovereenkomstig worden aangepast, zodat zij slechts de technische toleranties betreffen.

 

2)

Wanneer geconstateerd wordt dat de samenstelling van een voedermiddel of een mengvoeder afwijkt van de op het etiket aangegeven waarde van de in de bijlagen I, V, VI en VII opgenomen analytische bestanddelen, zijn de volgende toleranties van toepassing:

Bestanddeel

Opgegeven gehalte van het bestanddeel

Tolerantie (1)

 

[%]

Onder de waarde op het etiket

Boven de waarde op het etiket

ruw vet

< 8

1

2

8-24

12,5 %

25 %

> 24

3

6

ruw vet, diervoeders voor niet-voedselproducerende dieren

< 16

2

4

16-24

12,5 %

25 %

> 24

3

6

ruw eiwit

< 8

1

1

8-24

12,5 %

12,5 %

> 24

3

3

ruw eiwit, diervoeders voor niet-voedselproducerende dieren

< 16

2

2

16-24

12,5 %

12,5 %

> 24

3

3

ruwe as

< 8

2

1

8-32

25 %

12,5 %

> 32

8

4

ruwe celstof

< 10

1,75

1,75

10-20

17,5 %

17,5 %

> 20

3,5

3,5

suiker

< 10

1,75

3,5

10-20

17,5 %

35 %

> 20

3,5

7

zetmeel

< 10

3,5

3,5

10-20

35 %

35 %

> 20

7

7

calcium

< 1

0,3

0,6

1-5

30 %

60 %

> 5

1,5

3

magnesium

< 1

0,3

0,6

1-5

30 %

60 %

> 5

1,5

3

natrium

< 1

0,3

0,6

1-5

30 %

60 %

> 5

1,5

3

totaal fosfor

< 1

0,3

0,3

1-5

30 %

30 %

> 5

1,5

1,5

in zoutzuur onoplosbare as

< 1

geen grenswaarden vastgesteld

0,3

1-< 5

30 %

> 5

1,5

kalium

< 1

0,2

0,4

1-5

20 %

40 %

> 5

1

2

vocht

< 2

geen grenswaarden vastgesteld

0,4

2-< 5

20 %

5-12,5

1

> 12,5

8 %

energiewaarde (2)

 

5 %

10 %

eiwitwaarde (2)

 

10 %

20 %

3)

Bijlage VI wordt vervangen door:

BIJLAGE VI

Etiketteringsgegevens voor voedermiddelen en mengvoeder voor voedselproducerende dieren

Hoofdstuk I: Verplichte en vrijwillige etikettering van toevoegingsmiddelen als bedoeld in artikel 15, onder f), en artikel 22, lid 1

 

1.

De volgende toevoegingsmiddelen worden vermeld met hun specifieke benaming, identificatienummer, toegevoegde hoeveelheid, en de naam van de desbetreffende functionele groep als vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 of de categorie als bedoeld in artikel 6, lid 1, van die verordening:

a)

toevoegingsmiddelen waarvoor een maximumgehalte is vastgesteld voor ten minste één voedselproducerend dier;

b)

toevoegingsmiddelen die behoren tot de categorieën „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en „coccidiostatica en histomonostatica”;

c)

toevoegingsmiddelen waarvoor de bij de wetgevingshandeling ter verlening van een vergunning voor het toevoegingsmiddel vastgestelde aanbevolen maximumgehalten zijn overschreden.

De etiketteringsgegevens worden vermeld overeenkomstig de wetgevingshandeling waarbij een vergunning wordt verleend voor het desbetreffende toevoegingsmiddel.

De in punt 1 bedoelde toegevoegde hoeveelheid wordt uitgedrukt als de hoeveelheid toevoegingsmiddel, behalve indien in de wetgevingshandeling waarbij een vergunning wordt verleend voor het desbetreffende toevoegingsmiddel een stof is vermeld in de kolom „minimum-/maximumgehalte”. In dat geval wordt de toegevoegde hoeveelheid uitgedrukt als de hoeveelheid van die stof.

 

2.

Voor toevoegingsmiddelen die behoren tot de functionele groep „vitaminen, provitaminen en chemisch duidelijk omschreven stoffen met een soortgelijke werking” en die overeenkomstig punt 1 moeten worden vermeld, mag de totale hoeveelheid die tijdens de volledige houdbaarheidsduur is gegarandeerd, op de etikettering worden vermeld onder het opschrift „Analytische bestanddelen” in plaats van een vermelding van de toegevoegde hoeveelheid onder het opschrift „Toevoegingsmiddelen”.

 

3.

De benaming van de functionele groep zoals bedoeld in de punten 1, 4 en 6 kan worden vervangen door de volgende afkorting, indien die afkorting niet is vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003;

Functionele groep

Benaming en omschrijving

Afgekorte benaming

1h

Stoffen ter bestrijding van radionuclidecontaminatie: stoffen die de absorptie van radionucliden tegengaan of de afscheiding ervan bevorderen

Radionuclidebestrijders

1 m

Stoffen ter vermindering van de verontreiniging van diervoeding met mycotoxinen: stoffen die de absorptie van mycotoxinen tegengaan of verminderen, de afscheiding ervan bevorderen of de werking ervan wijzigen

Mycotoxineverminderaars

1n

Hygiënebevorderingsmiddelen: stoffen of, indien van toepassing, micro-organismen die een gunstig effect hebben op de diervoederhygiëne door specifieke bacteriële besmettingen terug te dringen

Hygiëneverbeteraars

2b

Aromatische stoffen: stoffen die de diervoeders waaraan zij zijn toegevoegd geuriger of smakelijker maken

Smaakstoffen

3a

Vitaminen, provitaminen en in chemische termen gedefinieerde stoffen met een gelijkaardige werking

Vitaminen

3b

Verbindingen van sporenelementen

Sporenelementen

3c

Aminozuren, de zouten en de analogen daarvan

Aminozuren

3d

Ureum en zijn derivaten

Ureum

4c

Stoffen die een gunstig effect hebben op het milieu

Milieuverbeteraars

 

4.

Toevoegingsmiddelen die in woord of beeld of als grafische voorstelling op de etikettering worden benadrukt, moeten overeenkomstig punt 1 of punt 2 worden vermeld, naargelang het geval.

 

5.

De voor de etikettering verantwoordelijke persoon deelt de afnemer op zijn verzoek de namen, het identificatienummer en de functionele groep mee van de toevoegingsmiddelen die niet in de punten 1, 2 en 4 vermeld zijn. Deze bepaling is niet van toepassing op aromatische stoffen.

 

6.

Niet in de punten 1, 2 en 4 vermelde toevoegingsmiddelen kunnen facultatief worden vermeld met ten minste de naam ervan of, bij aromatische stoffen, de functionele groep ervan.

 

7.

Onverminderd punt 6 wordt de toegevoegde hoeveelheid van een facultatief op het etiket vermeld sensorisch of nutritioneel toevoegingsmiddel aangegeven overeenkomstig punt 1 of punt 2, naargelang het geval.

 

8.

Als een toevoegingsmiddel tot meer dan één functionele groep behoort, wordt de functionele groep of categorie vermeld die past bij de voornaamste functie ervan in het desbetreffende diervoeder.

 

9.

De etiketteringsgegevens met betrekking tot het juiste gebruik van voedermiddelen en mengvoeders die zijn vastgesteld in de wetgevingshandeling waarbij een vergunning wordt verleend voor het desbetreffende toevoegingsmiddel, moeten worden vermeld.

Hoofdstuk II: Etikettering van analytische bestanddelen als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder f), en artikel 22, lid 1

 

1.

De analytische bestanddelen van mengvoeder voor voedselproducerende dieren worden als volgt geëtiketteerd, onder het opschrift „Analytische bestanddelen” (3):

Mengvoeders

Doelsoorten

Analytische bestanddelen en gehalten

Volledige diervoeders

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Varkens en pluimvee

Varkens en pluimvee

Ruw eiwit

Ruwe celstof

Ruw vet

Ruwe as

Calcium

Natrium

Fosfor

Lysine

Methionine

Aanvullende diervoeders — Mineraalvoeders

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Varkens en pluimvee

Varkens en pluimvee

Herkauwers

Calcium

Natrium

Fosfor

Lysine

Methionine

Magnesium

Aanvullende diervoeders — Andere

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Varkens en pluimvee

Varkens en pluimvee

Herkauwers

Ruw eiwit

Ruwe celstof

Ruw vet

Ruwe as

Calcium ≥ 5 %

Natrium

Fosfor ≥ 2 %

Lysine

Methionine

Magnesium ≥ 0,5 %

 

2.

De stoffen die onder dit opschrift worden aangeven en eveneens sensorische of nutritionele toevoegingsmiddelen zijn, moeten worden vermeld met hun totale hoeveelheid.

 

3.

Indien de energie- en/of eiwitwaarde worden vermeld, gebeurt dit overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 882/2004.

”.

4)

Bijlage VII wordt vervangen door:

BIJLAGE VII

Etiketteringsgegevens voor voedermiddelen en mengvoeder voor niet-voedselproducerende dieren

Hoofdstuk I: Verplichte en vrijwillige etikettering van toevoegingsmiddelen als bedoeld in artikel 15, onder f), en artikel 22, lid 1

 

1.

De volgende toevoegingsmiddelen worden vermeld met hun specifieke benaming en/of identificatienummer, toegevoegde hoeveelheid, en de naam van de desbetreffende functionele groep als vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 of de categorie als bedoeld in artikel 6, lid 1, van die verordening:

a)

toevoegingsmiddelen waarvoor een maximumgehalte is vastgesteld voor ten minste één niet-voedselproducerend dier;

b)

toevoegingsmiddelen die behoren tot de categorieën „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en „coccidiostatica en histomonostatica”;

c)

toevoegingsmiddelen waarvoor de bij de wetgevingshandeling ter verlening van een vergunning voor het toevoegingsmiddel vastgestelde aanbevolen maximumgehalten zijn overschreden.

De etiketteringsgegevens worden vermeld overeenkomstig de wetgevingshandeling waarbij een vergunning wordt verleend voor het desbetreffende toevoegingsmiddel.

De in punt 1 bedoelde toegevoegde hoeveelheid wordt uitgedrukt als de hoeveelheid toevoegingsmiddel, behalve indien in de wetgevingshandeling waarbij een vergunning wordt verleend voor het desbetreffende toevoegingsmiddel een stof is vermeld in de kolom „minimum-/maximumgehalte”. In dat geval wordt de toegevoegde hoeveelheid uitgedrukt als de hoeveelheid van die stof.

 

2.

Voor toevoegingsmiddelen die behoren tot de functionele groep „vitaminen, provitaminen en chemisch duidelijk omschreven stoffen met een soortgelijke werking” en die overeenkomstig punt 1 moeten worden vermeld, mag de totale hoeveelheid die tijdens de volledige houdbaarheidsduur is gegarandeerd, op de etikettering worden vermeld onder het opschrift „Analytische bestanddelen” in plaats van een vermelding van de toegevoegde hoeveelheid onder het opschrift „Toevoegingsmiddelen”.

 

3.

De benaming van de functionele groep zoals bedoeld in de punten 1, 5 en 7 kan worden vervangen door de afkorting volgens de tabel in bijlage VI, punt 3, indien die afkorting niet is vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

 

4.

Toevoegingsmiddelen die in woord of beeld of als grafische voorstelling op de etikettering worden benadrukt, moeten overeenkomstig punt 1 of punt 2 worden vermeld, al naargelang het geval.

 

5.

In afwijking van punt 1 moet voor toevoegingsmiddelen van de functionele groepen „conserveermiddelen”, „antioxidanten”, „kleurstoffen” en „aromatische stoffen” alleen de desbetreffende functionele groep worden vermeld. In dit geval wordt de in de punten 1 en 2 bedoelde informatie door de voor de etikettering verantwoordelijke persoon desgevraagd aan de afnemer verstrekt.

 

6.

De voor de etikettering verantwoordelijke persoon deelt de afnemer op zijn verzoek de namen, het identificatienummer en de functionele groep mee van de toevoegingsmiddelen die niet in de punten 1, 2 en 4 vermeld zijn. Deze bepaling is niet van toepassing op aromatische stoffen.

 

7.

Niet in de punten 1, 2 en 4 vermelde toevoegingsmiddelen kunnen facultatief worden vermeld met ten minste de naam ervan of, bij aromatische stoffen, de functionele groep ervan.

 

8.

De toegevoegde hoeveelheid van een facultatief op het etiket vermeld sensorisch of nutritioneel toevoegingsmiddel wordt overeenkomstig punt 1 of punt 2 aangegeven, naargelang het geval.

 

9.

Als een toevoegingsmiddel tot meer dan één functionele groep behoort, wordt de functionele groep of categorie vermeld die past bij de voornaamste functie ervan in het desbetreffende diervoeder.

 

10.

De etiketteringsgegevens met betrekking tot het juiste gebruik van voedermiddelen en mengvoeders die zijn vastgesteld in de wetgevingshandeling waarbij een vergunning wordt verleend voor het desbetreffende toevoegingsmiddel, moeten worden vermeld.

Hoofdstuk II: Etikettering van analytische bestanddelen als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder f), en artikel 22, lid 1

 

1.

De analytische bestanddelen van mengvoeder voor niet-voedselproducerende dieren worden vermeld onder het opschrift „Analytische bestanddelen” (4) en als volgt geëtiketteerd:

Mengvoeders

Doelsoorten

Analytische bestanddelen

Volledige diervoeders

Honden, katten en pelsdieren

Honden, katten en pelsdieren

Honden, katten en pelsdieren

Honden, katten en pelsdieren

Ruw eiwit

Ruwe celstof

Ruw vet

Ruwe as

Aanvullende diervoeders — Mineraalvoeders

Alle soorten

Alle soorten

Alle soorten

Calcium

Natrium

Fosfor

Aanvullende diervoeders — Andere

Honden, katten en pelsdieren

Honden, katten en pelsdieren

Honden, katten en pelsdieren

Honden, katten en pelsdieren

Ruw eiwit

Ruwe celstof

Ruw vet

Ruwe as

 

2.

De stoffen die onder dit opschrift worden aangeven en eveneens sensorische of nutritionele toevoegingsmiddelen zijn, moeten worden vermeld met hun totale hoeveelheid.

 

3.

Indien de energie- en/of eiwitwaarde worden vermeld, gebeurt dit overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 882/2004.

”.

5)

Bijlage VIII wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 1 wordt vervangen door:

„1.

Verontreinigd diervoeder wordt geëtiketteerd als „diervoeder met een te hoog gehalte aan … (benaming van de ongewenste stof(fen) overeenkomstig bijlage I bij Richtlijn 2002/32/EG), uitsluitend na ontgifting in goedgekeurde inrichtingen te gebruiken als diervoederf”. De goedkeuring van deze inrichtingen berust op artikel 10, lid 2 of lid 3, van Verordening (EG) nr. 183/2005.”;

b)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„3.

Onverminderd de punten 1 en 2 wordt op het etiket van voormalige voedingsmiddelen die moeten worden verwerkt voordat zij als diervoeders kunnen worden gebruikt, het volgende vermeld: „voormalig voedingsmiddel, alleen te gebruiken als voedermiddel na … (benaming van het geschikte proces overeenkomstig deel B van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 68/2013)”.”.


(1) De toleranties worden ofwel als absolute procentuele waarde vermeld (die waarde moet worden afgetrokken van/opgeteld bij de opgegeven waarde), ofwel als relatieve waarde met „%” vermeld na de waarde (dit percentage moet op het opgegeven gehalte worden toegepast om de aanvaardbare afwijking te berekenen).

(2) De toleranties zijn toepasselijk wanneer er geen tolerantie is vastgesteld volgens een EU-methode of een officiële nationale methode in de lidstaat waarin het voeder in de handel wordt gebracht, of volgens een door het Europees Comité voor Normalisatie goedgekeurde methode (https://standards.cen.eu/dyn/www/f?p=204:32:0::::FSP_ORG_ID,FSP_LANG_ID:6308,25&cs=1C252307F473504B6354F4EE56B99E235).”.

(3) In het Duits kan de benaming „analytische Bestandteile” worden vervangen door „Inhaltsstoffe”, In het Zweeds kan de benaming „Analytiska beståndsdelar” worden vervangen door „Analyserat innehåll”.

(4) In het Duits kan de benaming „analytische Bestandteile” worden vervangen door „Inhaltsstoffe”, In het Zweeds kan de benaming „Analytiska beståndsdelar” worden vervangen door „Analyserat innehåll”.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving