Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.2-6.15

VERORDENING (EU) 2017/2229 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot wijziging van bijlage I bij Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten voor lood, kwik, melamine en decoquinaat

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (1), en met name artikel 8, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2002/32/EG verbiedt het gebruik van producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren en waarvan het gehalte aan ongewenste stoffen de in bijlage I bij die richtlijn vastgestelde maximumgehalten overschrijdt.

(2)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft een wetenschappelijk advies uitgebracht over de veiligheid en de doeltreffendheid van koper(I)oxide als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten (2). Uit het advies blijkt dat de gehalten aan lood in koper(I)oxide in bepaalde gevallen de huidige EU-maximumgehalten voor lood overschrijden, maar dat de aangetroffen gehalten geen veiligheidsrisico opleveren omdat de dieren door het gebruik van dat toevoegingsmiddel minder aan lood zouden worden blootgesteld dan wanneer andere met het Unierecht conforme koperverbindingen werden gebruikt. Volgens de verstrekte gegevens is het maximumgehalte voor lood in toevoegingsmiddelen voor diervoeding behorende tot de functionele groep „Verbindingen van sporenelementen” door toepassing van goede productiepraktijken voor koper(I)oxide niet constant haalbaar. Het maximumgehalte voor lood in koper(I)oxide dient te worden aangepast.

(3)

Veel neven- en bijproducten van de levensmiddelenindustrie die als voeder voor gezelschapsdieren bestemd zijn, worden voornamelijk verkregen uit tonijn. De huidige maximumgehalten aan kwik voor die neven- en bijproducten liggen onder het maximumgehalte aan kwik dat van toepassing is op tonijn voor menselijke consumptie, waardoor er een ontoereikend aanbod ontstaat aan dergelijke neven- en bijproducten die voldoen aan het maximumgehalte aan kwik voor gebruik in voeder voor gezelschapsdieren. Derhalve dient het maximumgehalte voor kwik in vis, andere waterdieren en daarvan afgeleide producten die bestemd zijn voor de productie van mengvoeders voor honden, katten, siervissen en pelsdieren te worden aangepast, met behoud van een hoog niveau van bescherming van de diergezondheid.

(4)

De EFSA heeft een wetenschappelijk advies uitgebracht over de veiligheid en de doeltreffendheid van guanidinoazijnzuur (GAA) voor mestkippen, fokkippen en hanen, en varkens (3). Volgens de specificatie bevat het toevoegingsmiddel guanidinoazijnzuur melamine als onzuiverheid tot 20 mg/kg. De EFSA heeft geconcludeerd dat de bijdrage van GAA aan het melaminegehalte in diervoeding geen reden tot bezorgdheid is. Het maximumgehalte voor melamine in diervoeding is vastgesteld in Richtlijn 2002/32/EG. Er is voor GAA nog geen maximumgehalte aan melamine vastgesteld. Derhalve dient een maximumgehalte voor melamine in GAA te worden vastgesteld.

(5)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 291/2014 van de Commissie (4) is de wachttijd voor decoquinaat van drie tot nul dagen verkort. Bijgevolg moet de bepaling inzake de niet te voorkomen versleping van decoquinaat naar eindvoeders voor mestkippen worden geschrapt.

(6)

Richtlijn 2002/32/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Richtlijn 2002/32/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10.

(2) FEEDAP-panel van de EFSA (EFSA Panel on Additives and Products or Substances used in Animal Feed), 2016. Scientific opinion on the safety and efficacy of copper (I) oxide as feed additive for all animal species. EFSA Journal 2016;14(6):4509, 19 blz. doi:10.2903/j.efsa.2016.4509 http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.2903/j.efsa.2016.4509/epdf

(3) FEEDAP-panel van de EFSA (EFSA Panel on Additives and Products or Substances used in Animal Feed), 2016. Scientific opinion on the safety and efficacy of guanidinoacetic acid for chickens for fattening, breeder hens and roosters, and pigs. EFSA Journal 2016;14(2):4394, 39 blz. doi:10.2903/j.efsa.2016.4394 http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.2903/j.efsa.2016.4394/epdf

(4) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 291/2014 van de Commissie van 21 maart 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1289/2004 wat betreft de wachttijd en maximumresidugehalten van het toevoegingsmiddel decoquinaat (PB L 87 van 22.3.2014, blz. 87).


BIJLAGE

Bijlage I bij Richtlijn 2002/32/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Punt 4 van afdeling I, „Lood”, wordt vervangen door:

Ongewenste stoffen

Producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren

Maximumgehalte in mg/kg (ppm) van diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

„4.

Lood (12)

Voedermiddelen

met uitzondering van:

10

groenvoeder (3);

30

fosfaten en koolzure algenkalk;

15

calciumcarbonaat; koolzure magnesiavoederkalk (calciummagnesiumcarbonaat) (10);

20

gist.

5

Toevoegingsmiddelen voor diervoeding, behorende tot de functionele groep „Verbindingen van sporenelementen”

met uitzondering van:

100

zinkoxide;

400

mangaan(II)oxide, ijzer(II)carbonaat, koper(II)carbonaat, koper(I)oxide.

200

Toevoegingsmiddelen voor diervoeding, behorende tot de functionele groepen „Bindmiddelen” en „Antiklontermiddelen”

met uitzondering van:

30

clinoptiloliet van vulkanische oorsprong; natroliet-fonoliet.

60

Voormengsels (6)

200

Aanvullende diervoeders

met uitzondering van:

10

minerale diervoeders;

15

formuleringen met langdurige afgifte voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel en een concentratie sporenelementen die meer dan honderd keer hoger is dan het vastgestelde maximumgehalte voor volledige diervoeders.

60

Volledige diervoeders

5”

2)

Punt 5 van afdeling I, „Kwik”, wordt vervangen door:

Ongewenste stoffen

Producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren

Maximumgehalte in mg/kg (ppm) van diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

„5.

Kwik (4)

Voedermiddelen

met uitzondering van:

0,1

vis, andere waterdieren en daarvan afgeleide producten die bestemd zijn voor de productie van mengvoeders voor voedselproducerende dieren;

0,5

tonijn (Thunnus spp., Euthynnus spp., Katsuwonus pelamis) en daarvan afgeleide producten die bestemd zijn voor de productie van mengvoeders voor honden, katten, siervissen en pelsdieren;

1,0 (13)

vis, andere waterdieren en daarvan afgeleide producten, anders dan tonijn en daarvan afgeleide producten, die bestemd zijn voor de productie van mengvoeders voor honden, katten, siervissen en pelsdieren;

0,5 (13)

calciumcarbonaat; koolzure magnesiavoederkalk (calciummagnesiumcarbonaat) (10).

0,3

Mengvoeders

met uitzondering van:

0,1

minerale diervoeders;

0,2

mengvoeders voor vis;

0,2

mengvoeders voor honden, katten, siervissen en pelsdieren.

0,3”

3)

Eindnoot 13 bij afdeling I, „Anorganische verontreinigende stoffen en stikstofverbindingen”, wordt vervangen door:

„(13)

Het maximumgehalte geldt op basis van vers gewicht.”.

4)

Punt 7 van afdeling I, „Melamine”, wordt vervangen door:

Ongewenste stoffen

Producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren

Maximumgehalte in mg/kg (ppm) van diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

„7.

Melamine (9)

Diervoeders

met uitzondering van:

2,5

blikvoeder voor gezelschapsdieren;

2,5 (11)

de volgende toevoegingsmiddelen voor diervoeding:

 

guanidinoazijnzuur (GAA);

20

ureum;

biureet.

—”

5)

Punt 1 van afdeling VII, „Decoquinaat”, wordt vervangen door:

Coccidiostatica

Producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren (1)

Maximumgehalte in mg/kg (ppm) van diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

„1.

Decoquinaat

Voedermiddelen

0,4

Mengvoeders voor:

 

legpluimvee en opfokleghennen (> 16 weken);

0,4

andere diersoorten.

1,2

Voormengsels voor gebruik in diervoeders waarin het gebruik van decoquinaat niet toegestaan is

(2)”


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving