Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.2-15.3

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 322/2014 VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2014

tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name artikel 53, lid 1, onder b), ii),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 voorziet in de mogelijkheid van passende EU-noodmaatregelen voor uit een derde land ingevoerde levensmiddelen en diervoeders om de volksgezondheid, de diergezondheid of het milieu te beschermen, wanneer het risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met de door de afzonderlijke lidstaten getroffen maatregelen.

(2)

Na het ongeval in de kerncentrale van Fukushima op 11 maart 2011 werd de Commissie ervan in kennis gesteld dat het radionuclidegehalte in bepaalde levensmiddelen van oorsprong uit Japan de in Japan geldende actiedrempels voor levensmiddelen overschreed. Een dergelijke besmetting kan een bedreiging voor de gezondheid van mens en dier in de Unie vormen en daarom is Uitvoeringsverordening (EU) nr. 297/2011 van de Commissie (2) vastgesteld. Die verordening werd vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) nr. 961/2011 van de Commissie (3), die vervolgens werd vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) nr. 284/2012 van de Commissie (4). Deze laatste werd vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) nr. 996/2012 van de Commissie (5).

(3)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 996/2012 is gewijzigd om rekening te houden met de ontwikkeling van de situatie. Aangezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 996/2012 slechts van toepassing is tot en met 31 maart 2014 en om rekening te houden met de verdere ontwikkeling van de situatie is het dienstig om een nieuwe verordening vast te stellen.

(4)

De bestaande maatregelen werden herzien op basis van de meer dan 85 000 gegevens over de aanwezigheid van radioactiviteit in andere diervoeders en levensmiddelen dan rundvlees en van de meer dan 232 000 gegevens over de aanwezigheid van radioactiviteit in rundvlees die door de Japanse autoriteiten werden verstrekt in verband met het derde groeiseizoen na de ramp.

(5)

Aangezien niet-conforme of significante niveaus van radioactiviteit blijven voorkomen in diervoeders en levensmiddelen die afkomstig zijn uit de prefectuur Fukishima, is het aangewezen de bestaande eis van bemonstering en analyse vóór uitvoer naar de Unie te handhaven voor alle diervoeders en levensmiddelen die afkomstig zijn uit deze prefectuur. De algemene vrijstellingen, zoals voor alcoholhoudende dranken en persoonlijke zendingen, zouden echter ook voor deze diervoeders en levensmiddelen van kracht dienen te blijven.

(6)

Uit de door de Japanse autoriteiten verstrekte gegevens blijkt dat het niet langer noodzakelijk is om met het oog op de vaststelling van radioactiviteit vóór uitvoer naar de Unie de bemonstering en analyse te eisen van diervoeders en levensmiddelen die afkomstig zijn uit de prefecturen Tokyo en Kanagawa. Gelet op de gevallen van niet-naleving bij bepaalde eetbare wilde planten van oorsprong uit de prefecturen Akita, Yamagata en Nagano, is het anderzijds passend om bemonstering en analyse van die eetbare wilde planten van oorsprong uit die prefecturen te verlangen.

(7)

Wat de prefecturen Gunma, Ibaraki, Tochigi, Miyagi, Saitama, Iwate en Chiba betreft, is momenteel bepaald dat paddenstoelen, thee, visserijproducten, bepaalde eetbare wilde planten, bepaalde groenten, bepaalde soorten fruit, rijst, sojabonen en de verwerkte en afgeleide producten daarvan vóór uitvoer naar de Unie moeten worden bemonsterd en geanalyseerd. Dezelfde eisen gelden voor samengestelde levensmiddelen die meer dan 50 % van die producten bevatten. De gegevens over de aanwezigheid van radioactiviteit voor het derde groeiseizoen wijzen erop dat voor een groot deel van die diervoeders en levensmiddelen niet langer hoeft te worden geëist dat zij vóór uitvoer naar de Unie worden bemonsterd en geanalyseerd.

(8)

De gegevens over de aanwezigheid van radioactiviteit voor het derde groeiseizoen wijzen erop dat de eis dat paddenstoelen uit Shizuoka, Yamanashi, Nagano, Niigata en Aomori vóór uitvoer naar de Unie worden bemonsterd en geanalyseerd, moet worden gehandhaafd.

(9)

Om de toepassing van deze verordening te vergemakkelijken, moeten de bepalingen van deze verordening aldus worden geformuleerd dat prefecturen van welke dezelfde levensmiddelen en diervoeders vóór uitvoer naar de Unie moeten worden bemonsterd en geanalyseerd, worden gegroepeerd.

(10)

Thee van het derde groeiseizoen is niet met radioactiviteit besmet bevonden. Het is dan ook niet langer nodig te eisen dat thee, afkomstig uit andere prefecturen dan Fukushima, vóór uitvoer naar de Unie wordt bemonsterd en geanalyseerd. In de prefectuur Fukushima worden slechts kleine hoeveelheden thee geproduceerd die bestemd zijn voor lokale consumptie en niet voor de uitvoer. In het zeer onwaarschijnlijke geval dat thee uit Fukushima naar de Unie wordt uitgevoerd, hebben de Japanse autoriteiten garanties verstrekt dat de betrokken zendingen zullen worden bemonsterd en geanalyseerd en vergezeld zullen gaan van een verklaring waaruit blijkt dat de zending is bemonsterd en geanalyseerd en dat is vastgesteld dat zij de geldende maximumgehalten respecteert. Zendingen van thee van oorsprong uit andere prefecturen dan Fukushima moeten in beginsel vergezeld gaan van een verklaring dat de thee van oorsprong is uit een andere prefectuur dan Fukushima. Aangezien thee uit die prefecturen regelmatig naar de Unie wordt uitgevoerd, vormt dit een zware administratieve last. Gelet op het feit dat thee in het derde groeiseizoen na het ongeval niet besmet is bevonden, dat het onwaarschijnlijk is dat thee uit Fukushima wordt uitgevoerd en dat de Japanse autoriteiten garanties hebben verstrekt, is het met het oog op de verlichting van de administratieve lasten passend voor thee van oorsprong uit andere prefecturen dan Fukushima niet langer een verklaring van oorsprong te eisen.

(11)

Uit de controle bij invoer blijkt dat de speciale voorwaarden waarin de EU-wetgeving voorziet, door de Japanse autoriteiten correct worden toegepast en dat niet-naleving al meer dan twee jaar niet is voorgekomen. Bijgevolg kan de frequentie van de controles bij invoer verder worden verminderd.

(12)

Het is aangewezen opnieuw een herziening van de bepalingen te verrichten, zodra de resultaten van de bemonstering en analyse met het oog op de vaststelling van radioactiviteit in diervoeders en levensmiddelen van het vierde groeiseizoen na de ramp beschikbaar zullen zijn, namelijk tegen 31 maart 2015.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op diervoeders en levensmiddelen in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (Euratom) nr. 3954/87 (6) (hierna „de producten” genoemd), van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan, met uitzondering van:

a)

producten die Japan vóór 28 maart 2011 hebben verlaten;

b)

producten die vóór 11 maart 2011 zijn geoogst en/of verwerkt;

c)

alcoholhoudende dranken van de GN-codes 2203 tot en met 2208;

d)

persoonlijke zendingen van diervoeders en levensmiddelen van dierlijke oorsprong die worden bestreken door artikel 2 van Verordening (EG) nr. 206/2009 van de Commissie (7);

e)

persoonlijke zendingen van diervoeders en levensmiddelen andere dan van dierlijke oorsprong die niet-commercieel zijn en bestemd zijn voor een natuurlijk persoon, uitsluitend voor persoonlijke consumptie of gebruik. Bij twijfel ligt de bewijslast bij de ontvanger van de zending.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)   „in de Japanse wetgeving vastgestelde overgangsmaatregelen”: de op 24 februari 2012 door de Japanse overheid vastgestelde overgangsmaatregelen met betrekking tot de maximale niveaus voor het totaal van cesium-134 en cesium-137, zoals opgenomen in bijlage III;

b)   „zending”: een hoeveelheid diervoeders of levensmiddelen onder het toepassingsgebied van deze verordening of van dezelfde klasse of omschrijving, die onder hetzelfde document of dezelfde documenten vallen, met hetzelfde vervoermiddel worden vervoerd en uit dezelfde prefectuur of prefecturen in Japan afkomstig zijn, binnen de beperkingen die zijn vastgesteld bij de verklaring als bedoeld in artikel 5.

Artikel 3

Invoer in de Unie

Producten mogen slechts in de Unie worden ingevoerd indien zij in overeenstemming zijn met deze verordening.

Artikel 4

Maximale niveaus van cesium-134 en cesium-137

1.   Producten, met uitzondering van de in bijlage III genoemde, dienen te voldoen aan het maximale niveau voor het totaal van cesium-134 en cesium-137 als vastgesteld in bijlage II.

2.   De producten die worden genoemd in bijlage III, dienen te voldoen aan het maximale niveau voor radioactief cesium als vastgesteld in bedoelde bijlage.

Artikel 5

Verklaring

1.   Elke zending producten, met uitzondering van thee van de GN-codes 09022101 20 en 2202 90 10, van oorsprong uit andere prefecturen dan Fukushima, gaat vergezeld van een geldige verklaring, opgesteld en ondertekend overeenkomstig artikel 6.

2.   De in lid 1 bedoelde verklaring:

a)

bevestigt officieel dat de producten in overeenstemming zijn met de geldende wetgeving in Japan, en

b)

geeft aan of de producten al dan niet onder de overgangsmaatregelen vallen waarin de Japanse wetgeving voorziet.

3.   De in lid 1 bedoelde verklaring bevestigt voorts dat:

a)

het betrokken product vóór 11 maart 2011 is geoogst en/of verwerkt, of

b)

het product, ander dan paddenstoelen, koshiabura, bamboescheuten, araliascheuten of adelaarsvaren van oorsprong uit de prefecturen Akita, Yamagata of Nagano, en ander dan paddenstoelen van oorsprong uit de prefecturen Yamanashi, Shizuoka, Niigata of Aomori, van oorsprong is uit en verzonden is vanuit een andere prefectuur dan Fukushima, Gunma, Ibaraki, Tochigi, Miyagi, Saitama, Chiba of Iwate, of

c)

het product van oorsprong is uit en verzonden is vanuit Gunma, Ibaraki, Tochigi, Miyagi, Saitama, Chiba of Iwate, maar niet voorkomt in bijlage IV bij deze verordening, of

d)

het product verzonden is vanuit de prefecturen Fukushima, Gunma, Ibaraki, Tochigi, Miyagi, Saitama, Chiba, Iwate, Akita, Yamagata, Nagano, Yamanashi, Shizuoka, Niigata of Aomori, maar niet uit een van deze prefecturen van oorsprong is en tijdens de doorvoer niet aan radioactiviteit werd blootgesteld, of

e)

wanneer het product paddenstoelen, koshiabura, bamboescheuten, araliascheuten of adelaarsvaren van oorsprong uit de prefecturen Akita, Yamagata of Nagano betreft of paddenstoelen van oorsprong uit de prefecturen Yamanashi, Shizuoka, Niigata of Aomori of een afgeleid product daarvan of een samengesteld diervoeder of levensmiddel dat meer dan 50 % van dergelijke producten bevat, het vergezeld gaat van een analyserapport met de resultaten van de bemonstering en analyse, of

f)

wanneer het product, opgenomen in bijlage IV bij deze verordening, van oorsprong is uit de prefecturen Fukushima, Gunma, Ibaraki, Tochigi, Miyagi, Saitama, Chiba of Iwate, of een daarvan afgeleid product is of een samengesteld diervoeder of levensmiddel dat meer dan 50 % van dergelijke producten bevat, het vergezeld gaat van een analyserapport met de resultaten van de bemonstering en analyse. De lijst van producten in bijlage IV laat de vereisten van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (8) onverlet, of

g)

wanneer de oorsprong van het product of van de ingrediënten ervan voor meer dan 50 % onbekend is, het vergezeld gaat van een analyserapport met de resultaten van de bemonstering en analyse.

4.   Producten die zijn gevangen of geoogst in de kustwateren van de in lid 3, onder f), vermelde prefecturen dienen voorzien te zijn van de aldaar bedoelde verklaring, ongeacht waar deze producten aan land zijn gebracht.

Artikel 6

Opstelling en ondertekening van de verklaring

1.   De in artikel 5 bedoelde verklaring wordt opgesteld overeenkomstig het model in bijlage I.

2.   Voor de in artikel 5, lid 3, onder a) tot en met d), bedoelde producten dient de verklaring door een gemachtigd vertegenwoordiger van de bevoegde Japanse autoriteit of onder het gezag en toezicht van de bevoegde Japanse autoriteit door een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger van een door de bevoegde Japanse autoriteit gemachtigde instantie te worden ondertekend.

3.   Voor de in artikel 5, lid 3, onder e) tot en met g), bedoelde producten wordt de verklaring ondertekend door een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger van de bevoegde Japanse autoriteit en gaat zij vergezeld van een analyseverslag dat de resultaten van de bemonstering en de analyse bevat.

Artikel 7

Identificatie

Elke zending van producten wordt gekenmerkt met een code die wordt vermeld in de in artikel 5, lid 1, bedoelde verklaring, in het in artikel 6, lid 3, bedoelde analyserapport, in het gezondheidscertificaat en in elk handelsdocument dat de zending vergezelt.

Artikel 8

Grensinspectieposten en aangewezen punt van binnenkomst

Zendingen van producten, met uitzondering van die welke vallen onder het toepassingsgebied van Richtlijn 97/78/EG van de Raad (9), die in de Unie moeten worden binnengebracht via een grensinspectiepost, worden in de Unie binnengebracht via een aangewezen punt van binnenkomst in de zin van artikel 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie (10) (hierna het „aangewezen punt van binnenkomst” genoemd).

Artikel 9

Kennisgeving vooraf

1.   Levensmiddelen- en diervoederbedrijven of hun vertegenwoordigers stellen de bevoegde autoriteiten in de grensinspectiepost of het aangewezen punt van binnenkomst steeds ten minste twee werkdagen voor de fysieke aankomst van een zending van producten, behalve thee van oorsprong uit andere prefecturen dan Fukushima, in kennis van die aankomst.

2.   Met het oog op voorafgaande kennisgeving vullen zij deel I van het in artikel 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 669/2009 bedoelde gemeenschappelijke document van binnenkomst (GDB) in en zenden dat document ten minste twee werkdagen voor de fysieke aankomst van de zending naar de bevoegde autoriteit op het aangewezen punt van binnenkomst of de grensinspectiepost.

Voor het invullen van het GDB in het kader van deze verordening houden exploitanten van levensmiddelenbedrijven rekening met de richtsnoeren voor het gebruik van het GDB, vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 669/2009.

Artikel 10

Officiële controles

1.   De bevoegde autoriteiten in de grensinspectiepost of het aangewezen punt van binnenkomst verrichten:

a)

documentencontroles op alle zendingen van producten die vergezeld moeten gaan van de in artikel 5 bedoelde verklaring;

b)

steekproefsgewijze identiteits- en fysieke controles, met inbegrip van een laboratoriumanalyse, op de aanwezigheid van cesium-134 en cesium-137. Het analyseresultaat moet binnen ten hoogste vijf werkdagen beschikbaar zijn.

2.   Indien uit de resultaten van de analyse blijkt dat de in de verklaring gegeven garanties onjuist zijn, wordt de verklaring als ongeldig beschouwd en is de zending van diervoeders en levensmiddelen niet in overeenstemming met deze verordening.

Artikel 11

Kosten

Alle kosten in verband met de in artikel 10 bedoelde officiële controles en eventuele maatregelen in het geval van niet-naleving komen ten laste van de exploitanten van de diervoeder- of levensmiddelenbedrijven.

Artikel 12

In het vrije verkeer brengen

Het in het vrije verkeer brengen van zendingen is afhankelijk van de overlegging (fysiek of met elektronische middelen) door de exploitant van het diervoeder- of levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger aan de douaneautoriteiten van een GDB dat door de bevoegde autoriteit naar behoren is ingevuld zodra alle officiële controles zijn uitgevoerd. De douaneautoriteiten staan het in het vrije verkeer brengen van de zending pas toe als in vak II.14 van het GDB is vermeld dat de bevoegde autoriteit een positief besluit heeft genomen en in vak II.21 een handtekening is geplaatst.

Artikel 13

Niet-conforme producten

Producten die niet in overeenstemming zijn met deze verordening worden niet in de handel gebracht. Deze producten worden veilig verwijderd of naar Japan teruggestuurd.

Artikel 14

Verslagen

De lidstaten stellen de Commissie via het systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders (RASFF) om de drie maanden in kennis van alle verkregen analyseresultaten. Dat verslag wordt ingediend in de maand die volgt op het betrokken kwartaal.

Artikel 15

Herziening

Deze verordening wordt herzien vóór 31 maart 2015.

Artikel 16

Overgangsmaatregelen

In afwijking van artikel 3 mogen producten onder de volgende voorwaarden in de Unie worden ingevoerd:

a)

zij voldoen aan Uitvoeringsverordening (EU) nr. 996/2012, en

b)

zij hebben Japan vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening verlaten of zij hebben Japan na de inwerkingtreding van deze verordening maar vóór 1 mei 2014 verlaten en zij gaan vergezeld van een verklaring overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 996/2012 die werd afgegeven vóór 1 april 2014.

Artikel 17

Inwerkingtreding en toepassingsdatum

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 april 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 297/2011 van de Commissie van 25 maart 2011 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima (PB L 80 van 26.3.2011, blz. 5).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 961/2011 van de Commissie van 27 september 2011 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 297/2011 (PB L 252 van 28.9.2011, blz. 10).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 284/2012 van de Commissie van 29 maart 2012 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 961/2011 (PB L 92 van 30.3.2012, blz. 16).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 996/2012 van de Commissie van vrijdag 26 oktober 2012 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 284/2012 (PB L 299 van 27.10.2012, blz. 31).

(6)  Verordening (Euratom) nr. 3954/87 van de Raad van 22 december 1987 tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar (PB L 371 van 30.12.1987, blz. 11).

(7)  Verordening (EG) nr. 206/2009 van de Commissie van 5 maart 2009 betreffende het binnenbrengen in de Gemeenschap van persoonlijke zendingen producten van dierlijke oorsprong en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 136/2004 (PB L 77 van 24.3.2009, blz. 1).

(8)  Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1).

(9)  Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9).

(10)  Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 2006/504/EG (PB L 194 van 25.7.2009, blz. 11).


BIJLAGE I

Verklaring inzake de invoer in de Unie van

Image

Image


BIJLAGE II

Maximale niveaus voor levensmiddelen  (1) (Bq/kg) zoals vastgesteld in de Japanse wetgeving

 

Levensmiddelen voor zuigelingen en peuters

Melk en dranken op basis van melk

Andere levensmiddelen, met uitzondering van – mineraalwater en soortgelijke dranken — thee bereid uit ongefermenteerde bladeren

Mineraalwater en soortgelijke dranken en thee bereid uit ongefermenteerde bladeren

Totaal cesium-134 en cesium-137

50 (2)

50 (2)

100 (2)

10 (2)

 

Maximale niveaus voor diervoeders  (3) (Bq/kg) zoals vastgesteld in de Japanse wetgeving

 

Voor runderen en paarden bestemde diervoeders

Diervoeders bestemd voor varkens

Diervoeders bestemd voor pluimvee

Diervoeders bestemd voor vissen (4)

Totaal cesium-134 en cesium-137

100 (5)

80 (5)

160 (5)

40 (5)


(1)  Voor gedroogde producten die bestemd zijn voor consumptie in gereconstitueerde staat, geldt het maximale niveau voor het gereconstitueerde gebruiksklare product.

Voor gedroogde paddenstoelen geldt een reconstitutiefactor 5.

Voor thee geldt het maximale niveau voor het uit theebladeren bereide aftreksel. De verwerkingsfactor voor gedroogde thee is 50; bijgevolg biedt een maximaal niveau van 500 Bq/kg voor gedroogde theebladeren de garantie dat het niveau in de bereide thee het maximale niveau van 10 Bq/kg niet overschrijdt.

(2)  Om te zorgen voor consistentie met de huidige in Japan toegepaste maximale niveaus, vervangen deze waarden voorlopig de in Verordening (Euratom) nr. 3954/87 van de Raad vastgestelde niveaus.

(3)  Maximaal niveau voor diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

(4)  Met uitzondering van voer voor siervissen.

(5)  Om te zorgen voor consistentie met de huidige in Japan toegepaste maximale niveaus, vervangt deze waarde voorlopig het in Verordening (Euratom) nr. 770/90 van de Commissie van 29 maart 1990 tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar vastgestelde niveau (PB L 83 van 30.3.1990, blz. 78).


BIJLAGE III

In de Japanse wetgeving vastgestelde overgangsmaatregelen die voor deze verordening van toepassing zijn

a)

Melk en zuivelproducten, mineraalwater en soortgelijke dranken die vóór 31 maart 2012 zijn geproduceerd en/of verwerkt, mogen niet meer dan 200 Bq/kg radioactief cesium bevatten.

Andere levensmiddelen die vóór 31 maart 2012 zijn geproduceerd en/of verwerkt, mogen niet meer dan 500 Bq/kg radioactief cesium bevatten, met uitzondering van:

producten op basis van rijst,

sojabonen en producten op basis van sojabonen.

b)

Producten op basis van rijst die vóór 30 september 2012 zijn geproduceerd en/of verwerkt, mogen niet meer dan 500 Bq/kg radioactief cesium bevatten.

c)

Sojabonen die vóór 31 december 2012 zijn geoogst en in de handel gebracht, mogen niet meer dan 500 Bq/kg radioactief cesium bevatten.

d)

Producten op basis van sojabonen die vóór 31 december 2012 zijn geproduceerd en/of verwerkt, mogen niet meer dan 500 Bq/kg radioactief cesium bevatten.


BIJLAGE IV

Diervoeders en levensmiddelen waarvoor een bemonstering en analyse op de aanwezigheid van cesium-134 en cesium-137 vóór uitvoer naar de Unie is vereist

a)

Producten van oorsprong uit de prefectuur Fukushima:

alle producten, rekening houdend met de in artikel 1 van deze verordening genoemde vrijstellingen.

b)

Producten van oorsprong uit de prefecturen Akita, Yamagata of Nagano:

paddenstoelen en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 51, 0709 59, 0710 80 61, 0710 80 69, 0711 51 00, 0711 59, 0712 31, 0712 32, 0712 33, 0712 39, 2003 10, 2003 90 en 2005 99 80,

scheuten van Aralia sp. en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90 en 0712 90;

bamboescheuten (Phyllostacys pubescens) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90, 0712 90, 2004 90 en 2005 91,

adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90 en 0712 90,

koshiabura (scheut van Eleuterococcus sciadophylloides) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90 en 0712 90.

c)

Producten van oorsprong uit de prefecturen Yamanashi, Shizuoka, Niigata of Aomori:

paddenstoelen en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 51, 0709 59, 0710 80 61, 0710 80 69, 0711 51 00, 0711 59, 0712 31, 0712 32, 0712 33, 0712 39, 2003 10, 2003 90 en 2005 99 80.

d)

Producten van oorsprong uit de prefecturen Gunma, Ibaraki, Tochigi, Miyagi, Saitama, Chiba of Iwate:

paddenstoelen en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 51, 0709 59, 0710 80 61, 0710 80 69, 0711 51 00, 0711 59, 0712 31, 0712 32, 0712 33, 0712 39, 2003 10, 2003 90 en 2005 99 80,

vis en visserijproducten van de GN-codes 0302, 0303, 0304, 0305, 0306, 0307, 0308, 1504 10, 1504 20, 1604 en 1605 met uitzondering van jakobsschelpen van de GN-codes 0307 21, 0307 29 en 1605 52 00,

rijst en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 1006, 1102 90 50, 1103 19 50, 1103 20 50, 1104 19 91, 1104 19 99, 1104 29 17, 1104 29 30, 1104 29 59, 1104 29 89, 1104 30 90, 1901, 1904 10 30, 1904 20 95, 1904 90 10 en 1905 90,

sojabonen en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 1201 90, 1208 10, 1507,

scheuten van Aralia sp. en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90 en 0712 90,

bamboescheuten (Phyllostacys pubescens) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90, 0712 90, 2004 90 en 2005 91,

adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90 en 0712 90,

Japanse koningsvaren (Osmunda japonica) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90 en 0712 90,

koshiabura (scheut van Eleuterococcus sciadophylloides) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90 en 0712 90,

struisvaren (Matteuccia struthioptheris) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90 en 0712 90,

uwabamisou (Elatostoma umbellatum var. majus) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 99, 0710 80, 0711 90 en 0712 90,

boekweit en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 1008 10 00, 1102 90 90, 1103 19 90, 1103 20 90, 1104 19 99, 1104 29 17, 1104 29 30, 1104 29 59, 1104 29 89, 1104 30 90, 1901, 1904 10 90, 1904 20 99, 1904 90 80 en 1905 90.

e)

Samengestelde producten die meer dan 50 % van de in deze bijlage onder a) tot en met d), bedoelde producten bevatten.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving