Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.2-14

VERORDENING (EU) Nr. 258/2010 VAN DE COMMISSIE

van 25 maart 2010

tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van guarpitmeel van oorsprong of verzonden uit India wegens de risico's van verontreiniging met pentachloorfenol en dioxinen, en tot intrekking van Beschikking 2008/352/EG

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name op artikel 53, lid 1, onder b) ii),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 53, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 voorziet in de mogelijkheid passende noodmaatregelen te nemen voor uit een derde land ingevoerde levensmiddelen en diervoeders om de volksgezondheid, de diergezondheid of het milieu te beschermen, wanneer het risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met de door de afzonderlijke lidstaten getroffen maatregelen.

(2)

In juli 2007 zijn in de EU in sommige partijen guarpitmeel van oorsprong of verzonden uit India hoge gehalten pentachloorfenol (PCP) en dioxinen aangetroffen. Een dergelijke verontreiniging vormt een bedreiging voor de volksgezondheid in de Europese Unie als geen maatregelen worden genomen om de aanwezigheid van pentachloorfenol en dioxinen in guarpitmeel te vermijden.

(3)

Als reactie op het aantreffen van deze hoge gehalten PCP en dioxinen heeft het Voedsel- en Veterinair Bureau van de Europese Commissie (VVB) in oktober 2007 een urgent inspectiebezoek aan India gebracht. Het bezoek had tot doel informatie over de mogelijke bron van verontreiniging te verzamelen en de controlemaatregelen te beoordelen die de Indiase autoriteiten hadden genomen om te vermijden dat deze verontreiniging zich opnieuw zou voordoen. Het inspectieteam concludeerde dat er onvoldoende gegevens waren over de oorzaak van de verontreiniging en uit het door de Indiase autoriteiten uitgevoerde onderzoek konden geen conclusies worden getrokken. Gezien de beschikbaarheid van natriumpentachloorfenolaat en het gebruik ervan in de guarpitmeelindustrie en gezien het feit dat het gaat om een bedrijfstak die grotendeels op zelfregulering is gebaseerd, waren de controlemaatregelen ontoereikend om ervoor te zorgen dat deze verontreiniging zich niet opnieuw voordoet.

(4)

Daarom bepaalt Beschikking 2008/352/EG van de Commissie van 29 april 2008 tot vaststelling van speciale voorwaarden voor guarpitmeel van oorsprong of verzonden uit India wegens de risico's van verontreiniging van dit product met pentachloorfenol en dioxinen (2) dat elke zending guarpitmeel en mengvoeders en samengestelde levensmiddelen die ten minste 10 % guarpitmeel van oorsprong of verzonden uit India bevat, vergezeld moet gaan van een origineel analyseverslag dat is goedgekeurd door een vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit uit het land waar het laboratorium is gevestigd, om aan te tonen dat het product niet meer dan 0,01 mg PCP/kg bevat. De bevoegde autoriteiten in de lidstaten moeten zendingen van deze producten bemonsteren en analyseren met een frequentie van 5 % om te verifiëren dat het gehalte van 0,01 mg PCP/kg niet wordt overschreden. Het communautaire referentielaboratorium voor dioxinen en pcb's in diervoeders en levensmiddelen heeft een studie uitgevoerd naar de correlatie tussen PCP en dioxinen in verontreinigd guarpitmeel uit India. Uit deze studie kan worden geconcludeerd dat guarpitmeel met een PCP-gehalte van minder dan 0,01 mg/kg geen onaanvaardbare dioxinegehalten bevat.

(5)

In oktober 2009 had bij wijze van follow-up een inspectiebezoek van het VVB plaats om de controlemaatregelen te beoordelen die de Indiase autoriteiten hebben genomen om de verontreiniging van guarpitmeel met PCP en dioxinen te voorkomen en aan de aanbevelingen van het inspectiebezoek in oktober 2007 gehoor te geven.

(6)

Tijdens dat inspectiebezoek werden verschillende ernstige tekortkomingen vastgesteld. De status van PCP voor industrieel gebruik in India is niet duidelijk en tijdens het inspectiebezoek werden geen bewijsstukken voorgelegd waaruit bleek dat maatregelen waren genomen om de productie of verkoop van PCP te stoppen. Het exporterende privébedrijf neemt monsters zonder enig officieel toezicht. Door het laboratorium vastgestelde non-conformiteiten bij ongeveer 2,5 % van de geanalyseerde monsters worden aan het exportbedrijf gemeld maar niet aan de bevoegde autoriteit. Aangezien de bevoegde autoriteit niet op de hoogte was van deze tekortkomingen, werden geen maatregelen ten aanzien van de niet-conforme partijen genomen.

(7)

Uit de bevindingen blijkt dat de verontreiniging van guarpitmeel met PCP en/of dioxinen niet als een geïsoleerd voorval kan worden beschouwd en dat alleen dankzij de doeltreffende analyse door het erkende privélaboratorium is voorkomen dat het verontreinigde product verder naar de Europese Unie werd uitgevoerd. Aangezien het controlesysteem niet is verbeterd, moeten extra maatregelen worden genomen om mogelijke risico's te verminderen.

(8)

Aangezien niet kan worden uitgesloten dat guarpitmeel van oorsprong uit India via een ander derde land naar de EU wordt uitgevoerd, moet steekproefsgewijs controle worden uitgeoefend op de aanwezigheid van PCP in guarpitmeel dat uit andere landen dan India wordt verzonden.

(9)

Daarom moet Beschikking 2008/352/EG dienovereenkomstig worden gewijzigd. Gezien de aard van de wijzigingsbepalingen – die rechtstreeks toepasselijk zijn en verbindend in al hun onderdelen – moet die beschikking echter door een verordening worden vervangen.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op:

a)

guarpitmeel van GN-code 1302 32 90, van oorsprong of verzonden uit India en bestemd voor dierlijke of menselijke consumptie;

b)

diervoeders en levensmiddelen die ten minste 10 % guarpitmeel van oorsprong of verzonden uit India bevatten.

Artikel 2

Certificering

1.   Elke zending van de in artikel 1 vermelde producten die voor invoer wordt aangeboden, gaat vergezeld van:

a)

een gezondheidscertificaat zoals in de bijlage, waarin wordt bevestigd dat het ingevoerde product niet meer dan 0,01 mg pentachloorfenol (PCP) per kg bevat; en

b)

een analyseverslag dat is afgegeven door een overeenkomstig EN ISO/IEC 17025 voor de analyse van PCP in levensmiddelen en diervoeders geaccrediteerd laboratorium, waarin de resultaten van de bemonstering en de analyse voor het opsporen van PCP, de meetonzekerheid van het analyseresultaat, evenals de detectielimiet en de bepaalbaarheidsgrens van de analysemethode worden vermeld.

2.   Het certificaat dat van een analyseverslag vergezeld gaat, wordt ondertekend door een gemachtigd vertegenwoordiger van het Indiase ministerie van Handel en Industrie en de geldigheidsduur van het certificaat bedraagt hoogstens vier maanden vanaf de datum van afgifte.

3.   De in lid 1, onder b), vermelde analyse wordt uitgevoerd op een monster dat de bevoegde Indiase autoriteiten van de zending hebben genomen overeenkomstig Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie van 11 juli 2002 houdende vaststelling van communautaire bemonsteringsmethoden voor de officiële controle op residuen van bestrijdingsmiddelen in en op producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong en tot intrekking van Richtlijn 79/700/EEG (3). De extractie vóór de analyse wordt verricht met een zuur oplosmiddel. De analyse wordt uitgevoerd overeenkomstig de gewijzigde versie van de QuEChERS-methode, die wordt beschreven op de website van de communautaire referentielaboratoria voor residuen van bestrijdingsmiddelen (4), of volgens een even betrouwbare methode.

Artikel 3

Identificatie

Elke zending van de in artikel 1 vermelde producten wordt geïdentificeerd door middel van een code die wordt vermeld op het gezondheidscertificaat, in het analyseverslag met de resultaten van de bemonstering en de analyse, en op de bij de zending gevoegde handelsdocumenten. Elke afzonderlijke zak of andere verpakkingsvorm van de zending wordt met die code geïdentificeerd.

Artikel 4

Voorafgaande melding

De exploitanten van diervoeder- en levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers melden de verwachte datum en tijd van aankomst van alle zendingen van de in artikel 1 vermelde producten op voorhand aan het in artikel 5, lid 4, vermelde controlepunt.

Artikel 5

Officiële controles

1.   De bevoegde autoriteiten in de lidstaten verrichten documenten-, overeenstemmings- en materiële controles, met inbegrip van laboratoriumanalyses, van de zendingen van de in artikel 1 vermelde producten.

2.   Minstens 5 % van de zendingen wordt onderworpen aan overeenstemmings- en materiële controles, met inbegrip van bemonstering en analyse om de aanwezigheid van PCP te controleren.

3.   De zendingen blijven hoogstens 15 werkdagen onder officieel toezicht totdat de resultaten van de laboratoriumanalyse beschikbaar zijn.

4.   De in lid 1 vermelde controles worden uitgevoerd op door de lidstaten specifiek voor dat doel aangewezen controlepunten.

5.   De lidstaten maken de lijst van controlepunten beschikbaar voor het publiek en delen de lijst mee aan de Commissie.

6.   De bevoegde autoriteiten in de lidstaten verrichten ook steekproefsgewijs materiële controles, met inbegrip van bemonstering en analyse om de aanwezigheid van PCP te controleren in guarpitmeel dat uit andere landen dan India wordt verzonden.

Artikel 6

Splitsing van zendingen

Zendingen worden niet gesplitst voordat alle officiële controles zijn uitgevoerd. Als een zending wordt gesplitst, gaat elk deel van de gesplitste zending totdat het in het vrije verkeer wordt gebracht, vergezeld van een gewaarmerkte kopie van het in artikel 2, lid 1, onder a), vermelde gezondheidscertificaat.

Artikel 7

Kosten

Alle kosten die voortvloeien uit de in artikel 5, lid 1, vermelde officiële controles — inclusief bemonstering, analyse, opslag en maatregelen als gevolg van de niet-naleving van voorschriften — komen ten laste van de exploitant van het diervoeder- en levensmiddelenbedrijf.

Artikel 8

In het vrije verkeer brengen

Zendingen worden alleen in het vrije verkeer gebracht als de exploitant van het diervoeder- en levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger bewijsstukken aan de douaneautoriteiten voorlegt dat:

a)

de in artikel 5, lid 1, vermelde officiële controles zijn uitgevoerd en

b)

de materiële controles — wanneer die controles nodig waren — positieve resultaten hebben opgeleverd.

Artikel 9

Niet-conforme producten

Producten die — rekening houdend met de uitgebreide meetonzekerheid en na de overeenkomstig artikel 5 uitgevoerde controles — meer dan 0,01 mg PCP per kg blijken te bevatten, worden niet in de diervoeder- en levensmiddelenketen gebracht. De niet-conforme producten worden veilig verwijderd overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (5).

Artikel 10

Verslagen

De lidstaten stellen de Commissie via het systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders (RASFF) in kennis van alle zendingen die meer dan 0,01 mg PCP per kg blijken te bevatten, rekening houdend met de uitgebreide meetonzekerheid.

De lidstaten dienen elke drie maanden een verslag bij de Commissie in over alle analyseresultaten van de in artikel 5, lid 1, vermelde controles. Die verslagen worden ingediend in de maand die volgt op het betrokken kwartaal.

Artikel 11

Intrekkingen

Beschikking 2008/352/EG van de Commissie wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken beschikking gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 12

Overgangsbepalingen

In afwijking van artikel 2, lid 1, staan de lidstaten de invoer van zendingen van de in artikel 1 vermelde producten toe wanneer die het land van oorsprong vóór 1 april 2010 hebben verlaten en vergezeld gaan van een analyseverslag zoals bedoeld in Beschikking 2008/352/EG.

Artikel 13

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 maart 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)  PB L 117 van 1.5.2008, blz. 42.

(3)  PB L 187 van 16.7.2002, blz. 30.

(4)  http://www.crl-pesticides.eu/library/docs/srm/QuechersForGuarGum.pdf

(5)  PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1.


BIJLAGE

Image


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving