Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.2-9.5

VERORDENING (EU) Nr. 939/2010 VAN DE COMMISSIE

van 20 oktober 2010

tot wijziging van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 767/2009 betreffende toegestane toleranties voor de etikettering van de samenstelling van voedermiddelen of mengvoeders bedoeld in artikel 11, lid 5

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (1), en met name artikel 27, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 767/2009 stelt een reeks EU-voorschriften vast betreffende de voorwaarden voor het in de handel brengen van voedermiddelen en mengvoeders. Bijlage IV bij die verordening bevat toegestane toleranties voor de etikettering van de samenstelling van voedermiddelen en mengvoeders.

(2)

Statistische controlegegevens van de bevoegde autoriteiten in de lidstaten over afwijkingen bij voedermonsters hebben uitgewezen dat de parameters van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 767/2009 ingrijpend moeten worden gewijzigd om recht te doen aan de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen op het gebied van de bemonsterings- en analysemethoden. De Commissie heeft thans de evaluatie van die gegevens afgerond en derhalve dienen de opzet en de parameters van bijlage IV te worden gewijzigd.

(3)

Bij de gewijzigde toleranties voor het vochtgehalte moet rekening worden gehouden met bepaalde voedermiddelen met een vochtgehalte van meer dan 50 %, aangezien op grond van de artikelen 15 en 16 van Verordening (EG) nr. 767/2009 nieuwe etiketteringsvoorschriften voor deze voedermiddelen zijn geïntroduceerd.

(4)

Daar de methoden ter bepaling van de energie- en eiwitwaarde op het niveau van de Unie ontbreken, moet de lidstaten worden toegestaan hun nationale toleranties voor deze parameters te behouden.

(5)

Wat betreft de onlangs geïntroduceerde toleranties voor toevoegingsmiddelen in diervoeders moet worden verduidelijkt dat deze slechts van toepassing zijn op technische afwijkingen omdat de analysetolerantie reeds bepaald wordt in overeenstemming met de officiële detectiemethoden voor het desbetreffende toevoegingsmiddel. De toleranties dienen te gelden voor de opgegeven waarden in de lijst van toevoegingsmiddelen in diervoeders en de lijst van analytische bestanddelen.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid en het Europees Parlement noch de Raad hebben zich daartegen verzet,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 767/2009 wordt vervangen overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing vanaf 1 september 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 oktober 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 229 van 1.9.2009, blz. 1.


BIJLAGE

Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 767/2009 wordt vervangen door:

„BIJLAGE IV

Toegestane toleranties voor de etikettering van de samenstelling van voedermiddelen of mengvoeders als bedoeld in artikel 11, lid 5

Deel A:     Toleranties voor de in de bijlagen I, V, VI en VII opgenomen analytische bestanddelen

1)

De in dit deel vastgestelde toleranties omvatten technische en analyseafwijkingen. Zodra op het niveau van de Unie analytische toleranties voor meetonzekerheden en procedurevarianten zijn vastgesteld, moeten de in punt 2 vastgelegde waarden dienovereenkomstig worden aangepast, zodat zij slechts de technische toleranties betreffen.

2)

Wanneer geconstateerd wordt dat de samenstelling van een voedermiddel of een mengvoeder afwijkt van de op het etiket aangegeven waarde van de in de bijlagen I, V, VI en VII opgenomen analytische bestanddelen, zijn de volgende toleranties van toepassing:

a)

voor ruw vet, ruw eiwit en ruwe as:

i)

± 3 % van de totale massa of het totale volume voor opgegeven gehalten van 24 % of meer;

ii)

± 12,5 % van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van 8 % tot 24 %;

iii)

± 1 % van de totale massa of het totale volume voor opgegeven gehalten van minder dan 8 %;

b)

voor ruwe celstof, suiker en zetmeel:

i)

± 3,5 % van de totale massa of het totale volume voor opgegeven gehalten van 20 % of meer;

ii)

± 17,5 % van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van 10 % tot 20 %;

iii)

± 1,7 % van de totale massa of het totale volume voor opgegeven gehalten van minder dan 10 %;

c)

voor calcium, in zoutzuur onoplosbare as, totaal fosfor, natrium, kalium en magnesium:

i)

± 1 % van de totale massa of het totale volume voor opgegeven gehalten van 5 % of meer;

ii)

± 20 % van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van 1 % tot 5 %;

iii)

± 0,2 % van de totale massa of het totale volume voor opgegeven gehalten van minder dan 1 %;

d)

voor vocht:

i)

± 8 % van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van 12,5 % of meer;

ii)

± 1 % van de totale massa of het totale volume voor opgegeven gehalten van 5 % tot 12,5 %;

iii)

± 20 % van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van 2 % tot 5 %;

iv)

± 0,4 % van de totale massa of het totale volume voor opgegeven gehalten van minder dan 2 %;

e)

ten aanzien van de energie- en eiwitwaarde, zijn wanneer er geen tolerantie is vastgelegd overeenkomstig een EU-methode of een officiële nationale methode in de lidstaat waar het diervoeder in de handel wordt gebracht, de volgende toleranties van toepassing: voor de energiewaarde 5 % en voor de eiwitwaarde 10 %.

3)

In afwijking van punt 2, onder a), met betrekking tot ruw vet en ruw eiwit in voeders voor gezelschapsdieren, is wanneer het opgegeven gehalte minder bedraagt dan 16 %, de toegestane afwijking ± 2 % van de totale massa of het totale volume.

4)

In afwijking van punt 2 mag de afwijking naar boven van het opgegeven gehalte voor ruw vet, suiker, zetmeel, calcium, natrium, kalium, magnesium en de energie- en eiwitwaarde maximaal gelijk zijn aan tweemaal de in de punten 2 en 3 vermelde tolerantie.

5)

In afwijking van punt 2 gelden de toleranties voor in zoutzuur onoplosbare as en vocht alleen naar boven en geldt er geen ondergrens.

Deel B:     Toleranties voor toevoegingsmiddelen die geëtiketteerd zijn overeenkomstig de bijlagen I, V, VI en VII

1)

De in dit deel vastgestelde toleranties omvatten alleen technische afwijkingen. Deze zijn van toepassing op toevoegingsmiddelen in de lijst van toevoegingsmiddelen en in de lijst van analytische bestanddelen.

Voor als analytische bestanddelen vermelde toevoegingsmiddelen zijn de toleranties van toepassing op de totale hoeveelheid die op de etikettering is vermeld als de gegarandeerde hoeveelheid aan het einde van de minimumhoudbaarheid van het diervoeder.

Wanneer wordt geconstateerd dat het gehalte van een toevoegingsmiddel in een voedermiddel of mengvoeder onder het opgegeven gehalte ligt, zijn de volgende toleranties van toepassing (1):

a)

10 % indien het opgegeven gehalte 1 000 eenheden of meer bedraagt;

b)

100 eenheden voor opgegeven gehalten van 500 tot 1 000 eenheden;

c)

20 % van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van 1 eenheid tot 500 eenheden;

d)

0,2 eenheid voor opgegeven gehalten van 0,5 eenheid tot 1 eenheid;

e)

40 % van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van minder dan 0,5 eenheid.

2)

Wanneer een minimum- en/of maximumgehalte van een toevoegingsmiddel in diervoeder in het desbetreffende vergunningsbesluit voor dat toevoegingsmiddel is vastgesteld, zijn de technische toleranties overeenkomstig punt 1 slechts boven een minimumgehalte en onder een maximumgehalte van toepassing, naargelang van het geval.

3)

Zolang het vastgestelde maximumgehalte van een toevoegingsmiddel als bedoeld in punt 2 niet wordt overschreden, mag de afwijking naar boven van het opgegeven gehalte het drievoudige van de in punt 1 vermelde tolerantie bedragen. Indien voor de tot de groep van de micro-organismen behorende toevoegingsmiddelen in het desbetreffende vergunningsbesluit voor dat toevoegingsmiddel een maximumgehalte is vastgesteld, vormt het maximumgehalte echter de maximale toegestane waarde.”


(1)  In dit punt betekent 1 eenheid 1 mg, 1 000 IE, 1×109 KVE of 100 enzymactiviteitseenheden van het desbetreffende toevoegingsmiddel per kg diervoeder, naargelang van het geval.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving