Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.2-6.10-1

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 11 september 2014

tot wijziging van de bijlage bij Aanbeveling 2013/711/EU inzake de reductie van de aanwezigheid van dioxinen, furanen en pcb's in levensmiddelen en diervoeders

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/663/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om een proactieve aanpak ter vermindering van in levensmiddelen aanwezige dioxinen en dioxineachtige pcb's te stimuleren, zijn in Aanbeveling 2013/711/EU van de Commissie (1) actiedrempels voor dioxinen en dioxineachtige pcb's vastgesteld.

(2)

Het is wenselijk de actiedrempel voor dioxineachtige pcb's in als voedingssupplement gebruikte klei te laten overeenstemmen met de in Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) vastgestelde actiedrempel voor dezelfde als diervoeder gebruikte klei, en de actiedrempel voor dioxinen en dioxineachtige pcb's in voor menselijke consumptie bestemde granen te laten overeenstemmen met de actiedrempel voor als diervoeder gebruikte granen.

(3)

Er is gebleken dat oliehoudende zaden dioxinen en dioxineachtige pcb's bevatten. Voor oliehoudende zaden die bestemd zijn om als diervoeder te worden gebruikt, is een actiedrempel vastgesteld, maar dit is niet gebeurd voor oliehoudende zaden die bestemd zijn voor menselijke consumptie. Het is dan ook aangewezen actiedrempels vast te stellen voor dioxinen en dioxineachtige pcb's in oliehoudende zaden die bestemd zijn voor menselijke consumptie.

(4)

Voor gedroogde vruchten en groenten (gedroogde kruiden inbegrepen) is het wenselijk om gebruik te maken van specifieke concentratiefactoren voor het drogen, zoals bedoeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie (3).

(5)

Aanbeveling 2013/711/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

De bijlage bij Aanbeveling 2013/711/EU van de Commissie wordt vervangen door de bijlage bij deze aanbeveling.

Gedaan te Brussel, 11 september 2014.

Voor de Commissie

Tonio BORG

Lid van de Commissie


(1)  Aanbeveling 2013/711/EU van de Commissie van 3 december 2013 inzake de reductie van de aanwezigheid van dioxinen, furanen en pcb's in levensmiddelen en diervoeders (PB L 323 van 4.12.2013, blz. 37).

(2)  Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10).

(3)  Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).


BIJLAGE

„BIJLAGE

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

a)   „dioxinen + furanen (WHO-TEQ)”: de som van polychloordibenzo-para-dioxinen (pcdd's) en polychloordibenzofuranen (pcdf's), uitgedrukt als toxiciteitsequivalenten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), met behulp van de toxiciteitsequivalentiefactoren van de WHO (WHO-TEF's);

b)   „dioxineachtige pcb's (WHO-TEQ)”: de som van polychloorbifenylen (pcb's), uitgedrukt als toxiciteitsequivalenten van de WHO met behulp van de WHO-TEF's;

c)   „WHO-TEF's”: de toxiciteitsequivalentiefactoren van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de beoordeling van de risico's voor de mens, gebaseerd op de conclusies van de vergadering van deskundigen van het International Programme on Chemical Safety van de WHO van juni 2005 in Genève (Martin van den Berg e.a., The 2005 World Health Organization Re-evaluation of Human and Mammalian Toxic Equivalency Factors for Dioxins and Dioxin-like Compounds. Toxicological Sciences 93(2), 223-241 (2006)).

Levensmiddelen

Actiedrempel voor dioxinen + furanen (WHO-TEQ) (1)

Actiedrempel voor dioxineachtige pcb's (WHO-TEQ) (1)

Vlees en vleesproducten (met uitzondering van eetbaar slachtafval) (2) van de volgende dieren:

 

 

runderen en schapen

pluimvee

varkens

Gemengde vetten

1,75 pg/g vet (3)

1,25 pg/g vet (3)

0,75 pg/g vet (3)

1,00 pg/g vet (3)

1,75 pg/g vet (3)

0,75 pg/g vet (3)

0,50 pg/g vet (3)

0,75 pg/g vet (3)

Spiervlees van gekweekte vis en producten van gekweekte vis

1,50 pg/g vers gewicht

2,50 pg/g vers gewicht

Rauwe melk (2) en zuivelproducten (2), inclusief botervet

1,75 pg/g vet (3)

2,00 pg/g vet (3)

Kippeneieren en eiproducten (2)

1,75 pg/g vet (3)

1,75 pg/g vet (3)

Klei als voedingssupplement

0,50 pg/g vers gewicht

0,50 pg/g vers gewicht

Granen en oliehoudende zaden

0,50 pg/g vers gewicht

0,35 pg/g vers gewicht

Fruit en groenten (verse kruiden inbegrepen) (4)

0,30 pg/g vers gewicht

0,10 pg/g vers gewicht


(1)  Bovengrensconcentraties: bij de berekening van bovengrensconcentraties moet worden aangenomen dat de onder de bepaalbaarheidsgrens liggende waarden van de verschillende congeneren gelijk zijn aan de bepaalbaarheidsgrens.

(2)  In deze categorie opgenomen levensmiddelen zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).

(3)  De actiedrempels zijn niet van toepassing op levensmiddelen die minder dan 2 % vet bevatten.

(4)  Voor gedroogde vruchten en gedroogde groenten (gedroogde kruiden inbegrepen) is artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1881/2006 van toepassing. Voor gedroogde kruiden moet als gevolg van het drogen een concentratiefactor 7 in aanmerking worden genomen.”


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving