Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.7-1.12

VERORDENING (EU) 2019/1091 VAN DE COMMISSIE

van 26 juni 2019

tot wijziging van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften voor de uitvoer van producten die verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers en niet-herkauwers bevatten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (1), en met name artikel 23, eerste alinea, en artikel 23 bis, onder m),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 999/2001 zijn de bepalingen vastgesteld voor de preventie, bestrijding en uitroeiing van overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE's) bij dieren. Zij is van toepassing op de productie en het in de handel brengen van levende dieren en producten van dierlijke oorsprong, en in een aantal specifieke gevallen op de uitvoer daarvan.

(2)

Het verbod op de uitvoer naar derde landen van van herkauwers afkomstige verwerkte dierlijke eiwitten en van producten die dergelijke verwerkte dierlijke eiwitten bevatten, dus met inbegrip van biologische meststoffen en bodemverbeteraars, is aanvankelijk bij Verordening (EG) nr. 1234/2003 van de Commissie (2) ingevoerd om te voorkomen dat boviene spongiforme encefalopathieën (BSE) via mogelijk besmettelijke verwerkte dierlijke eiwitten naar derde landen worden overgedragen en om het risico tegen te gaan dat zij de Unie opnieuw binnenkomen.

(3)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft de kwantitatieve risicobeoordeling van het BSE-risico van verwerkte dierlijke eiwitten in juni 2018 geactualiseerd (3). De EFSA concludeerde dat de totale BSE-infectiviteit van verwerkte dierlijke eiwitten in 2018 vier keer lager was dan de in 2011 geschatte BSE-infectiviteit.

(4)

Naar aanleiding van het advies van de EFSA inzake verwerkte dierlijke eiwitten is het passend om biologische meststoffen en bodemverbeteraars die van herkauwers afkomstige verwerkte dierlijke eiwitten bevatten in de in bijlage IV, hoofdstuk V, deel E, punt 2, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 vastgestelde afwijking op te nemen indien zij geen categorie 1-materiaal en daarvan afgeleide producten of categorie 2-materiaal en daarvan afgeleide producten, met uitzondering van verwerkte mest, bevatten.

(5)

Bijlage IV, hoofdstuk V, deel E, punt 2, bij Verordening (EG) nr. 999/2001, dat de uitvoer verbiedt van producten die verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers bevatten, moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

In bijlage IV, hoofdstuk V, deel E, punt 3, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 zijn de voorwaarden vastgesteld voor de uitvoer van verwerkte dierlijke eiwitten die uitsluitend afkomstig zijn van niet-herkauwers en van mengvoeders die dergelijke eiwitten bevatten. De voorwaarden voor de uitvoer van biologische meststoffen en bodemverbeteraars die verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van niet-herkauwers bevatten, zijn echter niet vastgesteld. Daarom moet aan bijlage IV, hoofdstuk V, deel E, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 een nieuw punt 5 worden toegevoegd tot vaststelling van dergelijke voorwaarden.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 999/2001 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 juni 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1.

(2) Verordening (EG) nr. 1234/2003 van de Commissie tot wijziging van de bijlagen I, IV en XI bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1326/2001 wat betreft overdraagbare spongiforme encefalopathieën en diervoeding (PB L 173 van 11.7.2003, blz. 6).

(3) EFSA Journal 2018; 16(7):5314.


BIJLAGE

Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 999/2001 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In hoofdstuk V, deel E, wordt punt 2 vervangen door:

"2.

Onverminderd punt 1 is de uitvoer van producten die verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers bevatten, verboden.

In afwijking hiervan is dat verbod niet van toepassing op:

a)

verwerkt voeder voor gezelschapsdieren dat verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers bevat, dat:

i)

in overeenkomstig artikel 24, lid 1, onder e), van Verordening (EG) nr. 1069/2009 erkende inrichtingen of bedrijven is verwerkt, en

ii)

overeenkomstig de wetgeving van de Unie is verpakt en geëtiketteerd;

b)

organische meststoffen of bodemverbeteraars, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 22, van Verordening (EG) nr. 1069/2009, waarvan de samenstelling verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers of een mengsel van verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers en niet-herkauwers bevat, op voorwaarde dat:

i)

zij geen categorie 1-materiaal en daarvan afgeleide producten of categorie 2-materiaal en daarvan afgeleide producten bevatten, met uitzondering van mest zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 20, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 die is verwerkt overeenkomstig de in bijlage XI, hoofdstuk I, afdeling 2, onder a), b), d) en e), bij Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie vastgestelde eisen voor het in de handel brengen van verwerkte mest;

ii)

de verwerkte dierlijke eiwitten in de biologische meststoffen en bodemverbeteraars voldoen aan de specifieke eisen van bijlage X, hoofdstuk II, afdeling 1, bij Verordening (EU) nr. 142/2011;

iii)

de organische meststoffen en bodemverbeteraars ander categorie 3-materiaal kunnen bevatten dat is verwerkt overeenkomstig:

een van de in bijlage IV, hoofdstuk III, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 omschreven verwerkingsmethoden 1 tot en met 7;

de in bijlage V, hoofdstuk III, afdeling 1, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 vastgestelde eisen in het geval van compost of gistingsresiduen van de biogasomzetting van dierlijke bijproducten, of

de specifieke eisen van bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011, indien dit materiaal kan worden gebruikt voor organische meststoffen en bodemverbeteraars overeenkomstig die verordening;

iv)

zij zijn geproduceerd in overeenkomstig artikel 24, lid 1, onder f), van Verordening (EG) nr. 1069/2009 erkende inrichtingen of bedrijven;

v)

zij zijn vermengd met een voldoende hoeveelheid van een door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de biologische meststoffen of bodemverbeteraars worden geproduceerd toegestane stof die het product onaantrekkelijk maakt voor dierlijke consumptie of anderszins doeltreffend uitsluit dat het mengsel verkeerdelijk voor voederdoeleinden wordt gebruikt. Deze stof moet overeenkomstig bijlage XI, hoofdstuk II, afdeling 1, punt 2, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 met de organische meststoffen of bodemverbeteraars worden vermengd in het bedrijf dat ze produceert of in een daartoe geregistreerd bedrijf.

Indien zulks door de bevoegde autoriteit van het derde land van bestemming wordt verlangd, kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de biologische meststoffen of bodemverbeteraars worden vervaardigd, toestaan dat stoffen of methoden, anders dan de stoffen of methoden die in deze lidstaat zijn toegestaan, worden gebruikt om het gebruik van organische meststoffen of bodemverbeteraars als diervoeder te voorkomen, mits deze niet in strijd zijn met de voorschriften van artikel 22, punt 3, en bijlage XI, hoofdstuk II, afdeling 1, punt 3, bij Verordening (EU) nr. 142/2011;

vi)

zij zijn behandeld om te waarborgen dat ziekteverwekkers zijn vernietigd overeenkomstig bijlage XI, hoofdstuk II, afdeling 1, punt 5, bij Verordening (EU) nr. 142/2011;

vii)

zij zijn voorzien van een op de verpakking of het recipiënt aangebracht etiket met de vermelding "Organische meststoffen of bodemverbeteraars — landbouwhuisdieren niet laten grazen en gewassen niet als groenvoer gebruiken binnen 21 dagen na gebruik";

viii)

zij worden uitgevoerd met inachtneming van de volgende voorwaarden:

zij worden rechtstreeks in verzegelde containers vervoerd van het bedrijf dat de organische meststoffen of bodemverbeteraars produceert of van het geregistreerde bedrijf waar de stof die het product onaantrekkelijk maakt voor dierlijke consumptie is toegevoegd naar het punt van uitgang van het grondgebied van de Unie, die een in bijlage I bij Beschikking 2009/821/EG van de Commissie opgenomen grenscontrolepost moet zijn. Vooraleer de verwerkte dierlijke eiwitten het grondgebied van de Unie verlaten, moet de voor het vervoer van de organische meststoffen of bodemverbeteraars verantwoordelijke exploitant de bevoegde autoriteit bij die grenscontrolepost op de hoogte brengen van de aankomst van de zending aan het punt van uitgang;

de zending gaat vergezeld van een naar behoren ingevuld handelsdocument dat overeenkomstig het model in bijlage VIII, hoofdstuk III, punt 6, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 is opgesteld en via het bij Beschikking 2004/292/EG van de Commissie ingevoerde geïntegreerd veterinair computersysteem (Traces) is afgegeven. Op dat handelsdocument moet de grenscontrolepost van het punt van uitgang in vak I.28 worden aangeduid;

wanneer de zending aankomt bij het punt van uitgang controleert de bevoegde autoriteit van de grenscontrolepost op basis van een risicobeoordeling het zegel van de containers die aan de grenscontrolepost worden aangeboden. Indien het zegel wordt gecontroleerd en de controle ervan niet bevredigend is, moet de zending ofwel worden vernietigd ofwel worden teruggezonden naar de in vak I.12 van het handelsdocument vermelde inrichting van oorsprong;

de bevoegde autoriteit van de grenscontrolepost stelt de in vak I.4 van het handelsdocument vermelde bevoegde autoriteit via Traces in kennis van de aankomst van de zending aan het punt van uitgang en, wanneer van toepassing, van het resultaat van de controle van het zegel en van de getroffen corrigerende maatregelen;

de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het productiebedrijf van oorsprong of voor het geregistreerde bedrijf waar de stof die het product onaantrekkelijk maakt voor dierlijke consumptie is toegevoegd, voert op risicobeoordeling gebaseerde officiële controles uit om de naleving van het eerste en het tweede streepje te verifiëren en om na te gaan of voor elke uitgevoerde zending biologische meststoffen en bodemverbeteraars waarvan de samenstelling verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers of een mengsel van verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers en niet-herkauwers bevat, de bevestiging van de aan het punt van uitgang uitgevoerde controle via Traces is ontvangen van de bevoegde autoriteit van de grenscontrolepost.

De voorwaarden van punt 2, onder b), v), vii) en viii) zijn niet van toepassing op organische meststoffen of bodemverbeteraars in kleinhandelsverpakkingen met een gewicht van maximaal 50 kg die bestemd zijn voor gebruik door de eindgebruiker.".

2)

Aan hoofdstuk V, deel E, wordt het volgende punt 5 toegevoegd:

"5.

De uitvoer van organische meststoffen of bodemverbeteraars die verwerkte dierlijke eiwitten die uitsluitend afkomstig zijn van niet-herkauwers bevatten en geen materiaal van herkauwers bevatten, moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

a)

de eisen van punt 2, onder b), i), ii), iii), iv), v), vi) en vii), van dit deel zijn van toepassing. De voorwaarden van punt 2, onder b), v) en vii) zijn niet van toepassing op organische meststoffen of bodemverbeteraars in kleinhandelsverpakkingen met een gewicht van maximaal 50 kg die bestemd zijn voor gebruik door de eindgebruiker;

b)

de verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van niet-herkauwers die deze bevatten, worden geproduceerd in verwerkingsbedrijven die voldoen aan de eisen van hoofdstuk IV, deel D, punt c), en opgenomen zijn in de in hoofdstuk V, deel A, punt 1, onder d), bedoelde lijst;

c)

zij zijn geproduceerd in inrichtingen of bedrijven die zich uitsluitend toeleggen op de verwerking van biologische meststoffen of bodemverbeteraars op basis van materiaal van niet-herkauwers.

In afwijking van deze specifieke voorwaarde mag de bevoegde autoriteit de uitvoer toestaan van de in dit punt bedoelde biologische meststoffen of bodemverbeteraars die worden geproduceerd in inrichtingen of bedrijven die organische meststoffen of bodemverbeteraars verwerken die materiaal van herkauwers bevatten, indien doeltreffende maatregelen worden uitgevoerd ter voorkoming van versleping tussen organische meststoffen of bodemverbeteraars die uitsluitend materiaal van niet-herkauwers bevatten en organische meststoffen of bodemverbeteraars die materiaal van herkauwers bevatten;

d)

zij worden vervoerd naar het punt van uitgang van het grondgebied van de Unie in nieuw verpakkingsmateriaal, of in bulkcontainers die niet worden gebruikt voor het vervoer van materiaal afkomstig van herkauwers of die vooraf zijn gereinigd volgens een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde gedocumenteerde procedure om versleping te voorkomen.

De voorwaarden van punt 5, onder c) en d) zijn niet van toepassing op organische meststoffen of bodemverbeteraars in kleinhandelsverpakkingen met een gewicht van maximaal 50 kg die bestemd zijn voor gebruik door de eindgebruiker.".


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving