Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.7-1.11

VERORDENING (EU) 2019/319 VAN DE COMMISSIE

van 6 februari 2019

tot wijziging van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad en bijlage XV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie wat betreft de gezondheidscertificering bij invoer in de Unie ten aanzien van overdraagbare spongiforme encefalopathieën

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (1), en met name artikel 23, eerste alinea, en artikel 23 bis, inleidende zin en onder m),

Gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (2), en met name artikel 42, lid 2, inleidende zin en onder d) en laatste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 999/2001 zijn voorschriften vastgesteld inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE's) bij runderen, schapen en geiten. Die verordening is van toepassing op de productie en het in de handel brengen van levende dieren en producten van dierlijke oorsprong, en in een aantal specifieke gevallen op de uitvoer daarvan. Zij voorziet ook in een rechtsgrondslag voor de indeling, zoals bepaald in Beschikking 2007/453/EG van de Commissie (3), van de lidstaten en derde landen of gebieden daarvan volgens hun ziektestatus ten aanzien van boviene spongiforme encefalopathie (BSE) in landen of gebieden met een verwaarloosbaar BSE-risico, met een gecontroleerd BSE-risico of met een onbepaald BSE-risico.

(2)

Bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 999/2001 bevat de voorschriften voor de invoer in de Unie van levende dieren, embryo's, eicellen en producten van dierlijke oorsprong. Hoofdstuk B van die bijlage bevat meer bepaald de voorschriften voor de invoer van runderen, rekening houdend met de BSE-status van de derde landen of gebieden. Hoofdstuk D van die bijlage bevat bovendien voorschriften betreffende het verstrekken van een verklaring inzake het TSE-risico in het gezondheidscertificaat dat is vereist voor de invoer in de Unie van bepaalde dierlijke bijproducten en afgeleide producten, waaronder verwerkte dierlijke eiwitten.

(3)

Krachtens bijlage IX, hoofdstuk B, bij Verordening (EG) nr. 999/2001, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2016/1396 van de Commissie (4), mogen levende runderen die in de Unie worden ingevoerd, niet aan BSE-gevallen of hun cohort zijn blootgesteld. Rekening houdend met het feit dat BSE voornamelijk via met het BSE-prion besmet diervoeder wordt overgedragen, moet dat voorschrift worden gewijzigd om te bepalen dat levende runderen die in de Unie worden ingevoerd geen BSE-gevallen of hun cohort mogen zijn. Bijlage IX, hoofdstuk B, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

Bij Verordening (EG) nr. 1069/2009 zijn volks- en diergezondheidsvoorschriften vastgesteld voor dierlijke bijproducten en afgeleide producten om risico's voor de volksgezondheid en de diergezondheid als gevolg van die producten te voorkomen of tot een minimum te beperken. Bij Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (5) zijn uitvoeringsvoorschriften vastgesteld voor de bij Verordening (EG) nr. 1069/2009 vastgestelde volks- en diergezondheidsvoorschriften voor dierlijke bijproducten en afgeleide producten, met inbegrip van bepaalde voorschriften voor de invoer van dierlijke bijproducten en afgeleide producten uit derde landen.

(5)

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 142/2011 bevat bepaalde definities die gelden voor de toepassing van die verordening. Krachtens artikel 31 van Verordening (EU) nr. 142/2011 moeten voor invoer in of doorvoer door de Unie bestemde zendingen dierlijke bijproducten en afgeleide producten vergezeld gaan van gezondheidscertificaten en verklaringen volgens de modellen in bijlage XV bij die verordening.

(6)

In punt 1 van artikel 11.4.13 van de gezondheidscode voor landdieren van de Wereldorganisatie voor diergezondheid („OIE-code”) (6) wordt aangeraden om de internationale handel in vleesbeendermeel en kanen afkomstig van herkauwers, zoals omschreven in de OIE-code, en goederen die dergelijke producten bevatten, die van oorsprong zijn uit landen of zones met een verwaarloosbaar BSE-risico waar zich een inheems geval van BSE heeft voorgedaan, enkel toe te staan als de producten afkomstig zijn van runderen die zijn geboren na de datum met ingang waarvan het verbod op het vervoederen aan herkauwers van vleesbeendermeel en kanen afkomstig van herkauwers, zoals omschreven in de OIE-code, daadwerkelijk wordt uitgevoerd in het land. In punt 2 wordt aangeraden om de internationale handel in vleesbeendermeel en kanen afkomstig van herkauwers, zoals omschreven in de OIE-code, en goederen die dergelijke producten bevatten, niet toe te staan als de producten van oorsprong zijn uit een land of zone met een gecontroleerd of een onbepaald BSE-risico.

(7)

Vleesbeendermeel wordt in de OIE-code gedefinieerd als de vaste eiwitproducten die worden verkregen wanneer dierlijke weefsels in een destructiebedrijf worden verwerkt, met inbegrip van alle eiwithoudende tussenproducten behalve peptiden met een molecuulmassa van minder dan 10 000 Da en aminozuren. Zowel de definitie van vleesbeendermeel in bijlage I, punt 27, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 als de definitie van verwerkte dierlijke eiwitten in punt 5 van die bijlage valt dus onder de definitie van vleesbeendermeel in de OIE-code.

(8)

Krachtens artikel 41, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 1069/2009 mag de invoer in de Unie van vleesbeendermeel, zoals gedefinieerd in de wetgeving van de Unie, slechts plaatsvinden mits er uitvoeringsvoorschriften betreffende de voorwaarden voor die invoer zijn vastgesteld. Aangezien er geen dergelijke uitvoeringsvoorschriften zijn vastgesteld, is de invoer in de Unie van van categorie 1- of categorie 2-materiaal afgeleid vleesbeendermeel momenteel niet toegestaan. De invoer in de Unie van verwerkte dierlijke eiwitten, zoals gedefinieerd in de wetgeving van de Unie, mag echter wel plaatsvinden, op voorwaarde dat de invoervoorwaarden in verband met TSE van bijlage IX, hoofdstuk D, afdeling B, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 alsook de invoervoorwaarden voor verwerkte dierlijke eiwitten van Verordening (EU) nr. 142/2011 worden nageleefd.

(9)

Om de voorwaarden in verband met TSE voor invoer in de Unie van Verordening (EG) nr. 999/2001 in overeenstemming te brengen met de aanbevelingen van het hoofdstuk over BSE in de OIE-code, moet bijlage IX, hoofdstuk D, afdeling B, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 worden gewijzigd, zodat in de in die afdeling vastgestelde voorschriften rekening wordt gehouden met de aanbevelingen van artikel 11.4.13 van de OIE-code. Aangezien verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers in de Unie mogen worden gebruikt voor de vervaardiging van voeder voor gezelschapsdieren en om een ongelijke behandeling van ingevoerde en in de Europese Unie geproduceerde goederen te vermijden, moeten de aanbevelingen van artikel 11.4.13 van de OIE-code echter niet worden gevolgd voor de invoer van voeder voor gezelschapsdieren dat verwerkte dierlijke eiwitten afkomstig van herkauwers bevat, op voorwaarde dat het voeder voor gezelschapsdieren overeenkomstig de wetgeving van de Unie is verwerkt en geëtiketteerd.

(10)

Bijlage IX, hoofdstuk D, afdeling B, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

In voorkomend geval moeten producten van dierlijke oorsprong op grond van de wetgeving van de Unie als dierlijke bijproducten worden aangegeven; zij kunnen ook op initiatief van de verantwoordelijke exploitant als dierlijke bijproducten worden aangegeven. De beslissing van een exploitant om producten van dierlijke oorsprong aan te geven als dierlijke bijproducten is onomkeerbaar. Dergelijke dierlijke bijproducten mogen niet voor menselijke consumptie worden gebruikt. Bepaalde dierlijke bijproducten hebben dezelfde GN (gecombineerde nomenclatuur)-douanecodes, zoals vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (7), als voor menselijke consumptie bestemde dierlijke producten. Voor de indeling in de GN-douanecodes moeten de douaneautoriteiten in de lidstaten een duidelijk onderscheid kunnen maken tussen producten die geschikt zijn voor menselijke consumptie en producten die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie. Om verwarring bij die indeling te vermijden, moet in de gezondheidsgaranties van de invoercertificaten voor onverwerkte dierlijke bijproducten duidelijk worden vermeld dat hoewel de dierlijke bijproducten afkomstig zijn van dierlijke producten die in een vorig stadium geschikt waren voor menselijke consumptie, zij nu zijn ingedeeld en worden behandeld als dierlijke bijproducten die definitief van de voedselketen zijn uitgesloten. De modelgezondheidscertificaten in bijlage XV, hoofdstukken 3 (D), 3 (F) en 8, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

Bovendien moet de TSE-verklaring in de modelcertificaten voor invoer in en doorvoer door de Unie van bepaalde dierlijke bijproducten in bijlage XV, hoofdstukken 1, 1 (A), 2 (A), 2 (B), 3 (A), 3 (B), 3 (C), 3 (D), 3 (E), 3 (F), 4 (B), 4 (C), 4 (D), 6 (B), 8, 10 (A), 10 (B), 11, 12 en 18, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden gewijzigd om rekening te houden met de voorschriften van bijlage IX, hoofdstuk D, bij Verordening (EG) nr. 999/2001, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 630/2013 van de Commissie (8), bij Verordening (EU) 2016/1396 van de Commissie en bij deze verordening.

(13)

Op grond van de invoervoorwaarden voor verwerkte dierlijke eiwitten in het modelgezondheidscertificaat in bijlage XV, hoofdstuk 1, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 mogen uit derde landen ingevoerde verwerkte dierlijke eiwitten geen bloed van herkauwers bevatten. De nieuwe TSE-verklaring in punt II.7 van dat modelgezondheidscertificaat, zoals gewijzigd bij deze verordening, biedt echter voldoende garantie om het TSE-risico van die producten te beperken. De woorden „andere […] dan herkauwers” moeten daarom worden geschrapt uit alle modelgezondheidscertificaten in bijlage XV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 die bij deze verordening worden gewijzigd.

(14)

Bijlage XV, hoofdstukken 1, 1 (A), 2 (A), 2 (B), 3 (A), 3 (B), 3 (C), 3 (D), 3 (E), 3 (F), 4 (B), 4 (C), 4 (D), 6 (B), 8, 10 (A), 10 (B), 11, 12 en 18, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(15)

Bovendien moeten zendingen tussenproducten bestemd voor de vervaardiging van cosmetische en farmaceutische producten vergezeld gaan van een overeenkomstig het model in bijlage XV, hoofdstuk 20, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 ingevulde verklaring wanneer zij voor veterinaire controles bij een grensinspectiepost worden aangeboden. Tussenproducten mogen dierlijke bijproducten bevatten of eruit bestaan. In de bestaande modelverklaring wordt slechts een beperkt aantal toepasselijke GS-codes vermeld die exploitanten moeten gebruiken om producten bij de douaneautoriteiten van de lidstaten aan te melden. Het is niet mogelijk om in de modelverklaring op voorhand een uitputtende lijst GS-codes te vermelden die alle combinaties van dierlijke bijproducten in tussenproducten bestrijkt. De bestaande GS-codes moeten daarom worden vervangen, zodat voor de zending verantwoordelijke personen tussenproducten bij een grensinspectiepost kunnen aangeven met een gepaste GS-code overeenkomstig Beschikking 2007/275/EG van de Commissie (9). Bijlage XV, hoofdstuk 20, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16)

Om verstoring van de handel te vermijden, moet deze verordening voorzien in een overgangsperiode waarin de invoer in en doorvoer door de Unie van goederen waarop de wijzigingen van Verordening (EU) nr. 142/2011 betrekking hebben, toegestaan blijven op voorwaarde dat die goederen voldoen aan de voorschriften van Verordening (EU) nr. 142/2011 voordat die bij deze verordening werden gewijzigd.

(17)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 999/2001 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

Bijlage XV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Gedurende een overgangsperiode die loopt tot en met 30 september 2019 blijven de invoer in en de doorvoer door de Unie van zendingen dierlijke bijproducten en afgeleide producten die vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat dat naar behoren is ingevuld en ondertekend overeenkomstig het toepasselijke modelgezondheidscertificaat in bijlage XV, hoofdstukken 1, 1 (A), 2 (A), 2 (B), 3 (A), 3 (B), 3 (C), 3 (D), 3 (E), 3 (F), 4 (B), 4 (C), 4 (D), 6 (B), 8, 10 (A), 10 (B), 11, 12 en 18, bij Verordening (EU) nr. 142/2011 in de versie die vóór de wijzigingen van artikel 2 van deze verordening van toepassing was, en, in voorkomend geval, van een verklaring die naar behoren is ingevuld en ondertekend overeenkomstig de modelverklaring in hoofdstuk 20 van die bijlage in de versie die vóór de wijzigingen van artikel 2 van deze verordening van toepassing was, toegestaan op voorwaarde dat die gezondheidscertificaten of verklaringen uiterlijk op 31 juli 2019 naar behoren zijn ingevuld en ondertekend.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 6 februari 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1.

(2) PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.

(3) Beschikking 2007/453/EG van de Commissie van 29 juni 2007 tot vaststelling van de BSE-status van lidstaten, derde landen of gebieden daarvan naar gelang van hun BSE-risico (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 84).

(4) Verordening (EU) 2016/1396 van de Commissie van 18 augustus 2016 tot wijziging van bepaalde bijlagen bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PB L 225 van 19.8.2016, blz. 76).

(5) Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(6) http://www.oie.int/international-standard-setting/terrestrial-code/access-online/

(7) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(8) Verordening (EU) nr. 630/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 tot wijziging van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PB L 179 van 29.6.2013, blz. 60).

(9) Beschikking 2007/275/EG van de Commissie van 17 april 2007 betreffende lijsten van dieren en producten die krachtens de Richtlijnen 91/496/EEG en 97/78/EG van de Raad in grensinspectieposten controles moeten ondergaan (PB L 116 van 4.5.2007, blz. 9).


BIJLAGE I

Bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 999/2001 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In hoofdstuk B:

i)

wordt afdeling A, onder b), inleidende zin, vervangen door:

„b)

de dieren zijn geïdentificeerd met een permanent identificatiesysteem waarmee het moederdier en het beslag van oorsprong opgespoord kunnen worden, en niet de volgende runderen zijn:”;

ii)

wordt afdeling B, onder b), inleidende zin, vervangen door:

„b)

de dieren zijn geïdentificeerd met een permanent identificatiesysteem waarmee het moederdier en het beslag van oorsprong opgespoord kunnen worden, en niet de volgende runderen zijn:”;

iii)

wordt afdeling C, onder c), inleidende zin, vervangen door:

„c)

de dieren zijn geïdentificeerd met een permanent identificatiesysteem waarmee het moederdier en het beslag van oorsprong opgespoord kunnen worden, en niet de volgende runderen zijn:”.

2)

In hoofdstuk D wordt afdeling B vervangen door:

„AFDELING B

Gezondheidscertificering

1.

Voor de invoer van de in afdeling A genoemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten van runderen, schapen en geiten is een diergezondheidscertificaat vereist waarin het volgende wordt verklaard:

a)

het dierlijke bijproduct of afgeleide product:

i)

bevat geen gespecificeerd risicomateriaal zoals omschreven in bijlage V, punt 1, en is daar niet van afgeleid, en

ii)

bevat geen separatorvlees van beenderen van runderen, schapen en geiten en is daar niet van afgeleid, tenzij de dieren waarvan het dierlijke bijproduct of afgeleide product is afgeleid, zijn geboren, ononderbroken gehouden en geslacht in een overeenkomstig Beschikking 2007/453/EG als land respectievelijk gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico ingedeeld land of gebied waar zich geen inheemse gevallen van BSE hebben voorgedaan, en

iii)

is afgeleid van dieren die niet zijn gedood door vernietiging van het weefsel van het centrale zenuwstelsel, na bedwelming, door middel van een lang, staafvormig instrument dat in de schedelholte wordt ingebracht, of door middel van injectie van gas in de schedelholte, met uitzondering van dieren die zijn geboren, ononderbroken gehouden en geslacht in een land of gebied dat overeenkomstig Beschikking 2007/453/EG is ingedeeld als land of gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico,

of

b)

het dierlijke bijproduct of afgeleide product bevat geen materiaal van runderen, schapen of geiten en is daar niet van afgeleid, met uitzondering van materiaal dat afgeleid is van dieren die geboren, ononderbroken gehouden en geslacht zijn in een land of gebied dat overeenkomstig Beschikking 2007/453/EG is ingedeeld als land of gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico.

2.

Naast de vereisten van punt 1 van deze afdeling is voor de invoer van de in afdeling A, onder d) en f), genoemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten een diergezondheidscertificaat vereist waarin het volgende wordt verklaard:

a)

het dierlijke bijproduct of afgeleide product is afkomstig van een overeenkomstig Beschikking 2007/453/EG als land respectievelijk gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico ingedeeld land of gebied waar zich geen inheemse gevallen van BSE hebben voorgedaan,

of

b)

het dierlijke bijproduct of afgeleide product is afkomstig van een overeenkomstig Beschikking 2007/453/EG als land respectievelijk gebied met een verwaarloosbaar BSE-risico ingedeeld land of gebied waar zich een inheems geval van BSE heeft voorgedaan, en het dierlijke bijproduct of afgeleide product is afgeleid van dieren die zijn geboren na de datum met ingang waarvan het verbod op het vervoederen aan herkauwers van vleesbeendermeel en kanen afkomstig van herkauwers, zoals omschreven in de gezondheidscode voor landdieren (Terrestrial Animal Health Code) van de OIE, daadwerkelijk wordt toegepast in dat land of gebied.

In afwijking van het voorgaande lid is de verklaring van de punten a) en b) niet vereist voor de invoer van verwerkt voeder voor gezelschapsdieren dat overeenkomstig de wetgeving van de Unie is verpakt en geëtiketteerd.

3.

Naast de vereisten van de punten 1 en 2 van deze afdeling is voor de invoer van de in afdeling A genoemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten die melk of melkproducten van schapen of geiten bevatten en bedoeld zijn voor vervoedering, een diergezondheidscertificaat vereist waarin het volgende wordt verklaard:

a)

de schapen en geiten waarvan die dierlijke bijproducten of afgeleide producten zijn afgeleid, zijn sinds de geboorte ononderbroken gehouden in een land dat aan de volgende voorwaarden voldoet:

i)

er geldt een aangifteplicht voor klassieke scrapie;

ii)

er is een systeem van bewustmaking, bewaking en toezicht;

iii)

er gelden officiële beperkingen voor bedrijven met schapen of geiten in het geval van een verdenking op een TSE of een bevestiging van klassieke scrapie;

iv)

schapen en geiten met klassieke scrapie worden gedood en volledig vernietigd;

v)

in het hele land is het vervoederen van vleesbeendermeel en kanen afkomstig van herkauwers, zoals omschreven in de gezondheidscode voor landdieren (Terrestrial Animal Health Code) van de OIE, aan schapen en geiten al ten minste gedurende de voorafgaande zeven jaar verboden en dat verbod wordt ook daadwerkelijk toegepast;

b)

de melk en melkproducten van schapen en geiten zijn afkomstig van bedrijven waarvoor geen officiële beperkingen gelden in verband met een verdenking op een TSE;

c)

de melk en melkproducten van schapen en geiten zijn afkomstig van bedrijven waar gedurende ten minste de voorafgaande zeven jaar geen geval van klassieke scrapie is gediagnosticeerd, of waar, indien een geval van klassieke scrapie bevestigd is:

i)

alle schapen en geiten op het bedrijf zijn gedood en vernietigd of geslacht, met uitzondering van fokrammen met genotype ARR/ARR, fokooien met ten minste één ARR-allel en geen VRQ-allel en alle andere schapen met ten minste één ARR-allel,

of

ii)

alle dieren waarbij klassieke scrapie is bevestigd, zijn gedood en vernietigd, en op het bedrijf is gedurende ten minste twee jaar na de datum van bevestiging van het laatste geval van klassieke scrapie verscherpt toezicht op de aanwezigheid van TSE's uitgeoefend, waarbij alle volgende dieren die ouder zijn dan 18 maanden, met uitzondering van schapen met genotype ARR/ARR, met negatief resultaat op de aanwezigheid van een TSE zijn getest overeenkomstig de in bijlage X, hoofdstuk C, punt 3.2, vastgestelde laboratoriumtechnieken:

dieren die voor menselijke consumptie geslacht zijn, en

dieren die op het bedrijf gestorven of gedood zijn, maar niet in het kader van een dierziekte-uitroeiingscampagne zijn gedood.”.


BIJLAGE II

Bijlage XV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De hoofdstukken 1 tot en met 3 (F) worden vervangen door:

„HOOFDSTUK 1

Gezondheidscertificaat

Voor niet voor menselijke consumptie bestemde verwerkte dierlijke eiwitten (met uitzondering van diegene afkomstig van gekweekte insecten) met inbegrip van mengsels en producten (met uitzondering van voeder voor gezelschapsdieren) die dergelijke eiwitten bevatten, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 1 Tekst van het beeld Image 2 Tekst van het beeld Image 3 Tekst van het beeld Image 4 Tekst van het beeld Image 5 Tekst van het beeld Image 6 Tekst van het beeld Image 7 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 1 (A)

Gezondheidscertificaat

Voor niet voor menselijke consumptie bestemde van gekweekte insecten afkomstige verwerkte dierlijke eiwitten, met inbegrip van mengsels en producten (met uitzondering van voeder voor gezelschapsdieren) die dergelijke eiwitten bevatten, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 8 Tekst van het beeld Image 9 Tekst van het beeld Image 10 Tekst van het beeld Image 11 Tekst van het beeld Image 12 Tekst van het beeld Image 13 Tekst van het beeld Image 14 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 2 (A)

Gezondheidscertificaat

Voor niet voor menselijke consumptie bestemde melk, melkproducten en melkderivaten voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 15 Tekst van het beeld Image 16 Tekst van het beeld Image 17 Tekst van het beeld Image 18 Tekst van het beeld Image 19 Tekst van het beeld Image 20 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 2 (B)

Gezondheidscertificaat

Voor niet voor menselijke consumptie bestemde biest en biestproducten van runderen voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 21 Tekst van het beeld Image 22 Tekst van het beeld Image 23 Tekst van het beeld Image 24 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 3 (A)

Gezondheidscertificaat

Voor blikvoeder voor gezelschapsdieren bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 25 Tekst van het beeld Image 26 Tekst van het beeld Image 27 Tekst van het beeld Image 28 Tekst van het beeld Image 29 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 3 (B)

Gezondheidscertificaat

Voor verwerkt voeder voor gezelschapsdieren, met uitzondering van blikvoeder voor gezelschapsdieren, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 30 Tekst van het beeld Image 31 Tekst van het beeld Image 32 Tekst van het beeld Image 33 Tekst van het beeld Image 34 Tekst van het beeld Image 35 Tekst van het beeld Image 36 Tekst van het beeld Image 37 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 3 (C)

Gezondheidscertificaat

Voor hondenkluiven bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 38 Tekst van het beeld Image 39 Tekst van het beeld Image 40 Tekst van het beeld Image 41 Tekst van het beeld Image 42 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 3 (D)

Gezondheidscertificaat

Voor rauw voeder voor gezelschapsdieren voor rechtstreekse verkoop of dierlijke bijproducten die als voeder voor pelsdieren worden gebruikt, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 43 Tekst van het beeld Image 44 Tekst van het beeld Image 45 Tekst van het beeld Image 46 Tekst van het beeld Image 47 Tekst van het beeld Image 48 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 3 (E)

Gezondheidscertificaat

Voor smaakgevende ingewanden die worden gebruikt bij de vervaardiging van voeder voor gezelschapsdieren, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 49 Tekst van het beeld Image 50 Tekst van het beeld Image 51 Tekst van het beeld Image 52 Tekst van het beeld Image 53 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 3 (F)

Gezondheidscertificaat

Voor dierlijke bijproducten (3) voor de vervaardiging van voeder voor gezelschapsdieren bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 54 Tekst van het beeld Image 55 Tekst van het beeld Image 56 Tekst van het beeld Image 57 Tekst van het beeld Image 58 Tekst van het beeld Image 59 Tekst van het beeld Image 60 Tekst van het beeld ”.

2)

De hoofdstukken 4 (B) tot en met 4 (D) worden vervangen door:

„HOOFDSTUK 4 (B)

Gezondheidscertificaat

Voor niet voor menselijke consumptie bestemde bloedproducten die als voedermiddel kunnen worden gebruikt, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 61 Tekst van het beeld Image 62 Tekst van het beeld Image 63 Tekst van het beeld Image 64 Tekst van het beeld Image 65 Tekst van het beeld Image 66 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 4 (C)

Gezondheidscertificaat

Voor onbehandelde bloedproducten, met uitzondering van die van paardachtigen, voor de vervaardiging van afgeleide producten voor doeleinden buiten de voederketen van landbouwhuisdieren, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 67 Tekst van het beeld Image 68 Tekst van het beeld Image 69 Tekst van het beeld Image 70 Tekst van het beeld Image 71 Tekst van het beeld Image 72 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 4 (D)

Gezondheidscertificaat

Voor behandelde bloedproducten, met uitzondering van die van paardachtigen, voor de vervaardiging van afgeleide producten voor doeleinden buiten de voederketen van landbouwhuisdieren, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 73 Tekst van het beeld Image 74 Tekst van het beeld Image 75 Tekst van het beeld Image 76 Tekst van het beeld Image 77 Tekst van het beeld ”.

3)

Hoofdstuk 6 (B) wordt vervangen door:

„HOOFDSTUK 6 (B)

Gezondheidscertificaat

Voor jachttrofeeën of andere preparaten van vogels en hoefdieren die uit onbehandelde volledige anatomische delen bestaan, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 78 Tekst van het beeld Image 79 Tekst van het beeld Image 80 Tekst van het beeld Image 81 Tekst van het beeld Image 82 Tekst van het beeld ”.

4)

Hoofdstuk 8 wordt vervangen door:

„HOOFDSTUK 8

Gezondheidscertificaat

Voor dierlijke bijproducten voor doeleinden buiten de voederketen of voor handelsmonsters (2), bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 83 Tekst van het beeld Image 84 Tekst van het beeld Image 85 Tekst van het beeld Image 86 Tekst van het beeld Image 87 Tekst van het beeld Image 88 Tekst van het beeld Image 89 Tekst van het beeld Image 90 Tekst van het beeld ”.

5)

De hoofdstukken 10 (A), 10 (B), 11 en 12 worden vervangen door:

„HOOFDSTUK 10 (A)

Gezondheidscertificaat

Voor niet voor menselijke consumptie bestemd gesmolten vet voor gebruik als voedermiddel, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 91 Tekst van het beeld Image 92 Tekst van het beeld Image 93 Tekst van het beeld Image 94 Tekst van het beeld Image 95 Tekst van het beeld Image 96 Tekst van het beeld Image 97 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 10 (B)

Gezondheidscertificaat

Voor niet voor menselijke consumptie bestemd gesmolten vet voor bepaalde doeleinden buiten de voederketen, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 98 Tekst van het beeld Image 99 Tekst van het beeld Image 100 Tekst van het beeld Image 101 Tekst van het beeld Image 102 Tekst van het beeld Image 103 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 11

Gezondheidscertificaat

Voor niet voor menselijke consumptie bestemde gelatine en collageen die als voedermiddel of voor doeleinden buiten de voederketen kunnen worden gebruikt, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 104 Tekst van het beeld Image 105 Tekst van het beeld Image 106 Tekst van het beeld Image 107 Tekst van het beeld Image 108 Tekst van het beeld Image 109 Tekst van het beeld

HOOFDSTUK 12

Gezondheidscertificaat

Voor niet voor menselijke consumptie bestemde gehydrolyseerde eiwitten, dicalciumfosfaat en tricalciumfosfaat die als voedermiddel of voor toepassingen buiten de voederketen kunnen worden gebruikt, bestemd voor verzending naar of doorvoer door (2) de Europese Unie

Image 110 Tekst van het beeld Image 111 Tekst van het beeld Image 112 Tekst van het beeld Image 113 Tekst van het beeld Image 114 Tekst van het beeld Image 115 Tekst van het beeld Image 116 Tekst van het beeld ”.

6)

Hoofdstuk 18 wordt vervangen door:

„HOOFDSTUK 18

Gezondheidscertificaat

Voor horens en producten uit hoorn, met uitzondering van hoornmeel, en hoeven en producten uit hoeven, met uitzondering van meel van hoeven, voor de productie van organische meststoffen of bodemverbeteraars, bestemd voor verzending naar of doorvoer (2) door de Europese Unie

Image 117 Tekst van het beeld Image 118 Tekst van het beeld Image 119 Tekst van het beeld Image 120 Tekst van het beeld ”.

7)

Hoofdstuk 20 wordt vervangen door:

„HOOFDSTUK 20

Modelverklaring

Verklaring voor de invoer uit derde landen en voor de doorvoer door (2) de Europese Unie van tussenproducten voor de vervaardiging van geneesmiddelen, geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, medische hulpmiddelen voor medische en veterinaire doeleinden, actieve implanteerbare medische hulpmiddelen, medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek voor medische en veterinaire doeleinden, laboratoriumreagentia en cosmetische producten

Image 121 Tekst van het beeld Image 122 Tekst van het beeld Image 123 Tekst van het beeld Image 124 Tekst van het beeld Image 125 Tekst van het beeld ”.

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving