Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.1-8

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/300 VAN DE COMMISSIE

van 19 februari 2019

tot vaststelling van een algemeen plan voor crisismanagement op het gebied van de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name artikel 55,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 55 van Verordening (EG) nr. 178/2002 is bepaald dat de Commissie, in nauwe samenwerking met de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid („EFSA”) en de lidstaten, een algemeen plan opstelt voor crisismanagement op het gebied van de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders (het „algemeen plan”). Dat algemeen plan is derhalve bij Besluit 2004/478/EG van de Commissie (2) vastgesteld.

(2)

Sinds de vaststelling van Besluit 2004/478/EG van de Commissie is verdere ervaring opgedaan op het gebied van coördinatie van crisismanagement op het niveau van de Unie, tijdens een aantal met levensmiddelen en diervoeders verband houdende incidenten.

(3)

Zoals bleek uit de analyse in de Refit-evaluatie van Verordening (EG) nr. 178/2002 (geschiktheidscontrole van de algemene levensmiddelenwetgeving) (3), heeft de in de loop der jaren opgedane ervaring aangetoond dat een nieuwe beoordeling nodig is van het management van met levensmiddelen of diervoeders verband houdende crises op Unie- en nationaal niveau. Uit de bevindingen bleek dat er, naast crisismanagement, meer aandacht besteed moet worden aan crisisparaatheid teneinde de gevolgen van een levensmiddelen- of diervoedercrisis op de volksgezondheid te voorkomen of tot een minimum te beperken. Hierdoor zouden de economische gevolgen (zoals handelsbeperkingen) van een levensmiddelen- of diervoedercrisis aanzienlijk kunnen beperkt worden, wat zou bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van de Commissie met betrekking tot banen, groei en investeringen. Bovendien zou de Commissie een grotere rol moeten spelen van communicatie en algemene coördinatie van de lidstaten op dit vlak. De geschiktheidscontrole van de algemene levensmiddelenwetgeving bevat een aantal aanbevelingen om de efficiëntie van het algemeen plan te versterken.

(4)

De EFSA is verantwoordelijk voor het verstrekken van de adviezen die de wetenschappelijke grondslag vormen voor de vaststelling van maatregelen van de Unie en heeft als taak wetenschappelijke en technische bijstand te verlenen bij met levensmiddelen en diervoeders verband houdende crisismanagementprocedures. De rol van de EFSA in het algemeen plan moet in het licht van de opgedane ervaring worden bijgesteld en versterkt.

(5)

Wanneer input of maatregelen nodig zijn die binnen de grenzen van de respectieve bevoegdheden vallen van andere wetenschappelijke instanties van de Unie zoals het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) en de groep van deskundigen die zijn aangewezen door het Wetenschappelijk en Technisch Comité bedoeld in artikel 31 van het Euratom-Verdrag (4), moet de EFSA een coördinerende rol innemen, met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de andere betrokken instanties. Voorts moet het algemeen plan zorgen voor coördinatie met de systemen voor crisisparaatheid en -respons van het ECDC met betrekking tot menselijke besmettingsgevallen, zodat de gezondheidsinstanties en belanghebbenden worden gewaarschuwd voor een mogelijke levensmiddelen- of diervoedercrisis met mogelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid.

(6)

In Besluit nr. 1082/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad (5) zijn voorschriften vastgesteld voor epidemiologische surveillance, controle, vroegtijdige waarschuwing voor en bestrijding van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid, betreffende met name paraatheids- en reactieplanning die met deze activiteiten verband houden, voor bedreigingen van biologische, chemische, milieu- en onbekende oorsprong, en de inrichting van het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en reactie (Early Warning and Response System, EWRS). Gezien de mogelijke verbanden met crisisparaatheid en -management op het gebied van de voedselketen, moeten de relevante in Besluit nr. 1082/2013/EU vastgestelde regelingen tevens in aanmerking worden genomen in het algemeen plan.

(7)

Het algemeen plan van de Unie zou moeten worden herzien om procedures te bevatten die de coördinatie vergemakkelijken met nationale noodplannen voor levensmiddelen en diervoeders die overeenkomstig artikel 115 van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (6) inzake officiële controles moeten worden opgesteld.

(8)

De voornaamste doelstelling van dit besluit is de bescherming van de volksgezondheid in de Unie. Het algemeen plan moet derhalve worden beperkt tot situaties met een direct of indirect risico voor de volksgezondheid overeenkomstig artikel 55 van Verordening (EG) nr. 178/2002. De risico's voor de volksgezondheid kunnen van biologische, chemische en fysische aard zijn. Allergene en radioactieve gevaren vallen hier ook onder. De aanpak, beginselen en praktische procedures van het algemeen plan zouden echter ook kunnen worden beschouwd als richtsnoeren voor het management van andere met levensmiddelen verband houdende incidenten zonder dergelijke risico's voor de volksgezondheid.

(9)

In 2017 heeft de Commissie een interne audit uitgevoerd van de voedselveiligheidscrisisparaatheid van DG SANTE waarin een aantal zwakke punten werden vastgesteld in het bestaande algemeen plan die moeten worden aangepakt.

(10)

Een aantal conclusies werden getrokken tijdens de ministeriële conferentie van 26 september 2017 over de follow-up van het fipronilincident (7). Hoewel hierbij de nadruk werd gelegd op dit incident en op fraude, zijn een aantal conclusies relevant voor management van levensmiddelen- en diervoedercrises in het algemeen, waaronder de oprichting van een enkel, centraal contactpunt per lidstaat dat belast is met de coördinatie van dergelijk crisismanagement met de relevante nationale administratieve organisaties.

(11)

Het is derhalve nodig Besluit 2004/478/EG in te trekken en door een nieuw besluit te vervangen, waarin een geactualiseerd algemeen plan wordt vastgelegd, om rekening te houden met de ervaring die is opgedaan sinds de vaststelling van Besluit 2004/478/EG van de Commissie, en het plan aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen.

(12)

Dit besluit moet een stapsgewijze aanpak bevatten om te bepalen welke soorten situaties als een crisis moeten worden behandeld, en de criteria daarvoor. Niet alle mogelijk binnen de werkingssfeer van artikel 55 vallende situaties vereisen noodzakelijkerwijs de oprichting van een crisiseenheid overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EG) nr. 178/2002, maar versterkte coördinatie op het niveau van de Unie kan alsnog voordelen hebben. Bij vaststelling van deze criteria moet onder meer rekening worden gehouden met de ernst en omvang van het incident wat betreft de gevolgen voor de volksgezondheid, de relevante perceptie van de consument en politieke gevoeligheid, in het bijzonder wanneer de oorsprong nog onzeker is, of het incident opzettelijk was (bv. bioterrorisme of een neveneffect van fraude) en erop gericht was een crisis uit te lokken (bv. bioterrorisme) en met herhaling van eerdere incidenten die mogelijk te wijten is aan het feit dat er te weinig maatregelen zijn getroffen.

(13)

Coördinatie tussen de verschillende autoriteiten op uniaal en nationaal niveau, de waarschuwings- en informatiesystemen en de laboratoria is nodig om informatie te delen en maatregelen te nemen om een crisis te beheersen. In dat verband zou een onderlinge verbinding tussen het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en reactie en andere systemen voor waarschuwingen en informatie op het niveau van de Unie, zoals het systeem voor snelle waarschuwingen over levensmiddelen en diervoeders, de „één gezondheid”-benadering versterken, die een coördinatie impliceert van de activiteiten van de autoriteiten op het vlak van voedselveiligheid en volksgezondheid met betrekking tot hetzelfde incident door instanties voor voedselveiligheid toegang te verlenen tot door overheidsinstanties verspreide informatie over menselijke besmettingsgevallen.

(14)

Doeltreffend crisismanagement op het gebied van de levensmiddelen- en diervoederketen vereist dat praktische procedures betreffende paraatheid voor een versterkte coördinatie op het niveau van de Unie reeds zijn ingevoerd voordat een incident plaatsvindt.

(15)

De praktische procedures voor de in artikel 55 van Verordening (EG) nr. 178/2002 bedoelde situaties moeten duidelijk worden vastgesteld om een vlotte en snelle respons op dergelijke situaties te waarborgen. De rol, de samenstelling en de wijze waarop de crisiseenheid in de praktijk functioneert, moeten om dezelfde redenen worden vastgesteld.

(16)

Empirisch onderbouwde, real-time communicatie aan het publiek en aan handelspartners is essentieel voor de bescherming van de volksgezondheid door verdere verspreiding van risico's te vermijden en het vertrouwen te herstellen in de veiligheid van de levensmiddelen of diervoeders die niet betrokken zijn bij een incident. De ontwikkeling van transparantiebeginselen en een communicatiestrategie zijn daarom essentiële onderdelen van crisismanagement.

(17)

Over het algemene plan is overleg gevoerd met de EFSA, en het is binnen het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid met de lidstaten besproken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Voorwerp

1. Bij dit besluit wordt het algemeen plan voor crisismanagement op het gebied van de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders vastgelegd overeenkomstig artikel 55 van Verordening (EG) nr. 178/2002.

2. Het plan bestrijkt de volgende twee soorten situaties:

a)

situaties waarin versterkte coördinatie op het niveau van de Unie vereist is, en

b)

situaties waarin de oprichting vereist is van een crisiseenheid waarin de Commissie en de relevante agentschappen van de lidstaten en de Unie worden samengebracht.

3. Het plan legt ook de praktische procedures vast die noodzakelijk zijn voor verhoogde paraatheid en voor het beheren van incidenten op het niveau van de Unie, met inbegrip van een communicatiestrategie in overeenstemming met het transparantiebeginsel.

Artikel 2

Werkingssfeer

Het algemeen plan is van toepassing op situaties waarbij directe of indirecte risico's bestaan voor de volksgezondheid die verband houden met levensmiddelen of diervoeders, in het bijzonder met betrekking tot gevaren van biologische, chemische en fysische aard in levensmiddelen en diervoeders, die waarschijnlijk niet met behulp van de bestaande voorzieningen voorkomen, weggenomen of tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht kunnen worden of die niet door het uitsluitend nemen van noodmaatregelen overeenkomstig de artikelen 53 en 54 van Verordening (EG) nr. 178/2002 op toereikende wijze kunnen worden beheerst.

Artikel 3

Doelstellingen

De doelstellingen van dit besluit zijn het beperken van de omvang en gevolgen van met levensmiddelen en diervoeders verband houdende incidenten op de volksgezondheid, door te zorgen voor een versterkte paraatheid en doeltreffend management.

Artikel 4

Definities

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

1. „incident”: de constatering van een biologisch, chemisch of fysisch gevaar in levensmiddelen, diervoeders of mensen dat zou kunnen leiden tot of wijzen op een mogelijk risico voor de volksgezondheid waarbij meer dan één persoon is blootgesteld aan hetzelfde gevaar, of een situatie waarbij het aantal gevallen van menselijke besmetting of van geconstateerde gevaren hoger is dan verwacht, en verband houden of waarschijnlijk verband houden met levensmiddelen of diervoeders van eenzelfde bron;

2. „uitbraak van een door voedsel overgedragen zoönose”: als gedefinieerd in artikel 2, lid 2, onder d), van Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad (8);

3. „crisiscoördinator”: de persoon (en zijn/haar plaatsvervanger) van de Europese instellingen en organen en van bevoegde autoriteiten van de lidstaten die optreedt als één enkel centraal contactpunt met het oog op een doeltreffende uitwisseling van informatie tussen alle partners die betrokken zijn bij de coördinatie van het algemeen plan, een efficiënte besluitvorming, en voor de uitvoering van maatregelen binnen de bevoegdheid van zijn/haar organisatie.

HOOFDSTUK II

Paraatheidsstructuren en -procedures

Artikel 5

Crisiscoördinatoren

Voor elke lidstaat wijzen de desbetreffende lidstaat, de EFSA en de Commissie één crisiscoördinator en zijn/haar plaatsvervanger aan om de taken van bijlage I uit te voeren. De Commissie houdt de namen en contactgegevens van de aangewezen crisiscoördinatoren en hun plaatsvervangers bij. De crisiscoördinatoren houden regelmatig en minstens één keer per jaar vergaderingen die door de Commissie worden georganiseerd met het doel initiatieven voor te stellen op het niveau van de Unie, nationale noodplannen onderling te delen en te zorgen voor een follow-up en evaluatie van het management van recente crisissen in overeenstemming met artikel 22.

Artikel 6

Systemen voor waarschuwingen en informatie

De Commissie koppelt het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en reactie (EWRS) aan andere systemen voor waarschuwingen en informatie op het niveau van de Unie, waaronder het systeem voor snelle waarschuwingen over levensmiddelen en diervoeders (Rapid Alert System for Food and Feed, RASFF). De indiening van gegevens via de waarschuwingsnetwerken moet verder worden geharmoniseerd.

Artikel 7

Laboratoria

De Commissie en de lidstaten zorgen voor de instandhouding van een netwerk van Europese en nationale referentielaboratoria en andere officiële laboratoria, in overeenstemming met Verordening (EU) 2017/625, die klaar staan om in voorkomend geval snelle en hoogwaardige analytische ondersteuning te bieden voor de meeste belangrijke met levensmiddelen en diervoeders verband houdende gevaren.

Artikel 8

Opleiding, oefeningen en de nieuwste hulpmiddelen

De Commissie biedt in het kader van het programma van de Commissie „Betere opleiding voor veiliger voedsel (BTSF)” (9) gevorderde opleidingsmodules aan over paraatheid voor met levensmiddelen verband houdende crises, het onderzoeken van door voedsel overgedragen uitbraken en het beheer van andere incidenten, en bevordert daarbij de „één gezondheid”-benadering.

De Commissie organiseert regelmatig, samen met de lidstaten, simulatieoefeningen van met levensmiddelen en diervoeders verband houdende incidenten, die met name de communicatieaspecten ervan omvatten en waarbij de nadruk gelegd wordt op paraatheid en het beheren van incidenten. De bevoegde agentschappen van de Unie nemen hieraan deel en de Commissie neemt deel aan vergelijkbare, door de agentschappen in het kader van hun bevoegdheid georganiseerde oefeningen. Wanneer zich een echt ernstig incident voordoet, kan dit een dergelijke simulatieoefening vervangen. De Commissie stelt na elke oefening specifieke conclusies op, en legt deze tijdens de volgende vergadering van de crisiscoördinatoren als bedoeld in artikel 5 voor.

De Commissie zorgt voor een follow-up van de paraatheid in de lidstaten en ziet toe op de instandhouding en controle van de nationale noodplannen met betrekking tot levensmiddelen en diervoeders.

De Commissie bevordert het gebruik van de nieuwste hulpmiddelen op het niveau van de Unie, zoals hulpmiddelen voor het traceren en moleculairetyperinganalyses (met inbegrip van volledige genoomsequencing), en bevordert het uitwisselen van de resultaten daarvan in de EFSA-ECDC-databank voor de moleculaire typering van in mensen, dieren, levensmiddelen, diervoeders en de omgeving van levensmiddelen of diervoeders ontdekte ziekteverwekkers.

Artikel 9

Continue verzameling, monitoring en analyse van informatie

De Commissie verzamelt, monitort en analyseert continu informatie van de in bijlage II genoemde informatiebronnen betreffende directe en indirecte grensoverschrijdende bedreigingen.

HOOFDSTUK III

Versterkte coördinatie op het niveau van de Unie

Artikel 10

Situaties waarin versterkte coördinatie op het niveau van de Unie vereist is

1. De Commissie versterkt de coördinatie van het beheer van een incident op het niveau van de Unie in de in lid 2 bedoelde gevallen, op basis van de in artikel 9 bedoelde informatie en in nauwe coördinatie met de relevante risicobeoordelingsorganen van de Unie.

2. Versterkte coördinatie op het niveau van de Unie op grond van lid 1 is vereist wanneer:

a)

er

i)

een direct of indirect risico voor de volksgezondheid door een in levensmiddelen of diervoeders geconstateerd gevaar is vastgesteld in twee of meer lidstaten en er sprake is van een epidemiologisch verband (bv. menselijke besmettingsgevallen en/of sterfgevallen in verschillende lidstaten, waarbij betrouwbaar analytisch of epidemiologisch bewijs van dit verband bestaat) en/of een traceerbaarheidsverband (bv. distributie van mogelijk besmette levensmiddelen of diervoeders in verschillende lidstaten),

of

ii)

is vastgesteld dat het geconstateerde gevaar ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de werking van de interne markt op het gebied van levensmiddelen en diervoeders,

en

b)

i)

het geconstateerde gevaar ernstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid, of,

ii)

de lidstaten het niet eens zijn over de maatregelen, of,

iii)

de oorsprong van het risico moeilijk te identificeren is.

3. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Europese instellingen kunnen de Commissie verzoeken om haar coördinatie te versterken op basis van de criteria in lid 2, onder a) en b).

Artikel 11

Praktische procedures voor versterkte coördinatie op het niveau van de Unie

De coördinatie van de Commissie van het beheer van een incident door de desbetreffende diensten behelst de procedures van hoofdstuk V.

HOOFDSTUK IV

Oprichting van een crisiseenheid

Artikel 12

Situatie waarin de oprichting van een crisiseenheid vereist is

1. De Commissie richt in de in lid 2 bedoelde situaties een crisiseenheid op overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EG) nr. 178/2002 („de crisiseenheid”).

2. De oprichting van een crisiseenheid is vereist wanneer:

a)

er in twee of meer lidstaten een direct of indirect risico voor de volksgezondheid is geconstateerd dat politiek of qua reputatie of perceptie zeer gevoelig ligt,

en

b)

i)

er een ernstig risico bestaat voor de gezondheid van de mens, met name als het aantal of het te verwachten aantal sterftegevallen groot is,

of

ii)

incidenten die leiden tot een ernstig risico voor de gezondheid van de mens zich herhalen,

of

iii)

er een vermoeden of aanwijzing bestaat van biologisch of chemisch terrorisme of een belangrijke radioactieve besmetting.

Artikel 13

Rol van de crisiseenheid

1. De crisiseenheid is belast met de snelle ontwikkeling, coördinatie en uitvoering van een strategie op het gebied van crisisrespons, met inbegrip van de communicatieaspecten ervan. Nadat de oorsprong van de besmetting is vastgesteld, coördineert de crisiseenheid, met de hulp van de EFSA en andere deskundigen indien nodig, het onderzoek van de traceerbaarheid (in beide richtingen), en volgt zij nauwgezet het uit de handel nemen en terugroepen van de producten indien de betrokken levensmiddelen of diervoeders zijn gedistribueerd over verschillende lidstaten.

2. Elke betrokken lidstaat is verantwoordelijk voor de uitvoering van de onderzoeken van de traceerbaarheid, het uit de handel nemen en terugroepen op zijn grondgebied.

Artikel 14

Praktische procedures voor de crisiseenheid

1. Met het oog op de uitvoering van de in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 178/2002 vastgelegde en in de artikelen 8 tot 10 van dit besluit nader uitgewerkte taken zijn de in hoofdstuk V neergelegde procedures van dit besluit dienovereenkomstig van toepassing.

2. De leden van de crisiseenheid zijn continu beschikbaar tijdens de crisis.

Artikel 15

Samenstelling en werking van de crisiseenheid

1. De crisiseenheid wordt samengesteld uit de leden van het netwerk van crisiscoördinatoren (of hun plaatsvervangers) van de Commissie en de EFSA, van (ten minste) de rechtstreeks betrokken lidstaten en indien nodig uit gespecialiseerde vertegenwoordigers van de Commissie, de EFSA, het ECDC en, indien relevant, andere agentschappen van de Unie en de rechtstreeks betrokken lidsta(a)t(en). Communicatiedeskundigen van de desbetreffende instanties op nationaal niveau en op het niveau van de Unie moeten ook deel uitmaken van de crisiseenheid.

2. De crisiseenheid kan ook overwegen om andere deskundigen of het hele netwerk van crisiscoördinatoren te raadplegen indien dit nodig is voor het crisismanagement en mag ook specifieke deskundigen vragen om steun op permanente of ad-hocbasis.

3. De crisiscoördinator van de Commissie (of zijn/haar plaatsvervanger) zit de crisiseenheid voor. Hij/zij ziet erop toe dat de crisiseenheid efficiënt functioneert en dat de taken onder de leden worden verdeeld, rekening houdend met hun specifieke kennis. Zodra de crisiseenheid is opgericht, nodigt de voorzitter de leden van het netwerk van crisiscoördinatoren uit voor een eerste bijeenkomst.

4. De voorzitter draagt zorg voor de coördinatie tussen de werkzaamheden van de crisiseenheid en het besluitvormingsproces. Hij/zij wordt bijgestaan door de geschikte technische deskundige(n) van de betrokken technische eenhe(i)d(en) van de Commissie.

5. Crisiscoördinatoren van de getroffen lidstaten zien erop toe dat de vergaderingen en audio- en videoconferenties van de crisiseenheid worden bijgewoond door deelnemers die beschikbaar en deskundig zijn en de juiste verantwoordelijkheden bezitten. De EFSA, het ECDC en het betrokken referentielaboratorium van de Europese Unie (EURL) verlenen, voor zover nodig, wetenschappelijke en technische bijstand, binnen hun bevoegdheid.

6. De crisiseenheid is belast met het onderhouden van nauwe contacten tussen en de uitwisseling van informatie met de belanghebbenden.

7. De crisiseenheid is verantwoordelijk voor het opzetten van de gecoördineerde communicatiestrategie ten behoeve van het publiek, en met name van met bewijs onderbouwde berichten in real-time.

8. De Commissie verstrekt voldoende secretariële ondersteuning voor de organisatie van vergaderingen van de crisiseenheid (bv. het opstellen van notulen en andere administratieve behoeften) en voorziet de crisiseenheid van de personele en materiële middelen die zij nodig heeft voor haar goede werking (bv. vergaderruimten, communicatiemiddelen enz.). De crisiseenheid maakt gebruik van de beschikbare technische middelen van de bestaande netwerken voor het doorgeven en verspreiden van waarschuwingen en informatie, met name voor de verspreiding van verzoeken om informatie en om deze informatie te verzamelen.

Artikel 16

Oplossing van de crisis

De procedures van de artikelen 14 en 15 blijven van kracht tot de crisis is opgelost.

Na raadpleging van de crisiseenheid beslist de Commissie of de crisis volledig is opgelost of slechts als een incident beschouwd mag worden, dat alleen maar een versterkte coördinatie op het niveau van de Unie vereist. Indien daartoe wordt besloten, worden alle leden van de crisiseenheid in kennis gesteld van het einde van de crisis.

Naast via het RASFF ingediende informatie over getroffen producten en genomen maatregelen, kan de Commissie de lidstaten verzoeken informatie te verstrekken over nieuwe menselijke besmettingsgevallen met de bedoeling trends te beoordelen en te beslissen over de oplossing van de crisis.

Artikel 17

Beoordeling achteraf van de crisis

De Commissie stelt ten minste na elke situatie waarin de oprichting van een crisiseenheid vereist is een verslag op met een beoordeling achteraf van het incident, met inbegrip van een raadpleging van de betrokkenen en andere relevante belanghebbenden.

In het licht van de beoordeling wordt een vergadering gehouden van alle crisiscoördinatoren om potentiële lessen die werden getrokken, te identificeren en, in voorkomend geval, te wijzen op noodzakelijke verbeteringen met betrekking tot de operationele procedures en instrumenten die zijn gebruikt bij het crisismanagement.

HOOFDSTUK V

Incidentmanagementprocedures

Artikel 18

Belangrijkste praktische procedures

De coördinatie van de Commissie van het beheer van een incident door de betrokken diensten bestaat, in voorkomend geval, uit:

a)

analyse van de gegevens die zijn ingediend via het desbetreffende systeem voor snelle waarschuwingen (RASFF en/of EWRS) om de in de artikelen 10 of 12 bedoelde situaties op te sporen;

b)

in geval van vaststelling van situaties zoals bedoeld in de artikelen 10 of 12: het in kaart brengen van de gegevenslacunes, de lidstaten of belanghebbenden verzoeken aanvullende informatie via het desbetreffende systeem voor snelle waarschuwing in te dienen, en de betroffen levensmiddelen en diervoeders in beide richtingen traceren;

c)

de organisatie van video- of audioconferenties met de betrokken lidstaten, agentschappen van de Unie (de EFSA, en, in voorkomend geval, het ECDC en andere beoordelingsinstanties), relevante Europese referentielaboratoria (EURL), deskundigen, waaronder het netwerk van crisiscoördinatoren bedoeld in artikel 5, indien nodig aangevuld met vertegenwoordigers van instanties op het gebied van voedselveiligheid en volksgezondheid;

d)

de coördinatie van een eerste beoordeling van de gevolgen voor de volksgezondheid met lidstaten en de agentschappen van de Unie;

e)

de coördinatie van communicatielijnen tussen en acties van de Commissie, lidstaten en de EFSA en, in voorkomend geval, andere agentschappen van de Unie, handelspartners en andere relevante belanghebbenden;

f)

het inzetten van missies van deskundigen ter plaatse indien nodig om de onderzoeken te ondersteunen;

g)

afhankelijk van de situatie, het aanwenden van een deel of het geheel van het netwerk van crisiscoördinatoren voor het verzamelen en verspreiden van informatie en de coördinatie van de desbetreffende hierboven vermelde acties.

Artikel 19

Aanvullende praktische procedures

Daarnaast ontwikkelt de Commissie samen met de EFSA en, in voorkomend geval, het ECDC een aantal aanvullende procedures en instrumenten ter ondersteuning van het zo snel mogelijk oplossen van het incident en ter beperking van de gevolgen ervan voor de volksgezondheid. Het kan met name om de volgende procedures gaan:

a)

een snelle karakterisering en identificatie van de bronnen van uitbraken door het bijwerken en gebruiken van een database voor de moleculaire typering van in mensen, dieren, levensmiddelen en diervoeders ontdekte ziekteverwekkers;

b)

in geval van biologische risico's, gezamenlijke snelle beoordelingen van de uitbraak door de EFSA en het ECDC volgens een overeengekomen operationele standaardprocedure;

c)

een kader voor snelle chemische risicobeoordeling door de EFSA;

d)

procedures om toezicht te houden op de gevolgen van de ondernomen acties.

HOOFDSTUK VI

Communicatie

Artikel 20

Transparantie en communicatie

De in artikel 52 van Verordening (EG) nr. 178/2002 bedoelde specifieke geheimhoudingsregels zijn van toepassing op de uitwisseling van informatie in het kader van het RASFF. Wanneer een risico wordt vastgesteld, gaat de communicatie voornamelijk (op proactieve en reactieve wijze) in op vragen van de pers, het publiek of handelspartners over de geconstateerde gevaren, het risico en de genomen maatregelen.

Artikel 21

Communicatiestrategie tijdens incidenten

1. Tijdens elk incident wordt, als onderdeel van de respons, het publiek voorzien van duidelijke, gerichte en doeltreffende informatie over de beoordeling en het management van het risico, inclusief de onzekerheid; dit proces wordt door de Commissie gecoördineerd. De voorlichting van het publiek is tijdig, solide, betrouwbaar en coherent tussen de Unie en haar lidstaten. De Commissie, de EFSA, het ECDC en de lidstaten coördineren hun communicatie op een transparante manier om slecht op elkaar afgestemde berichtgeving en tegenstrijdige informatie te voorkomen.

2. Als onderdeel van de coördinatie stellen de Commissie, de EFSA en — in gevallen waarin de specifieke bekwaamheid van het ECDC is vereist — het ECDC en de lidstaten elkaar vooraf in kennis van geplande aankondigingen die voor hen van belang zijn en die bij de uitbraak betrokken zijn (bv. via audioconferenties). Bovendien brengen de lidstaten de betrokken exploitanten van levensmiddelenbedrijven onmiddellijk op de hoogte wanneer betrouwbare gegevens over de mogelijke oorsprong van een uitbraak zijn verzameld.

3. Ter waarborging van een coherente risicocommunicatie worden de lidstaten via hun crisiscoördinatoren ingelicht. De Commissie houdt het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders en het Gezondheidsbeveiligingscomité op de hoogte van het crisismanagement en van haar communicatiestrategie.

4. Wanneer het desbetreffende gevaar gevolgen heeft voor de handel vanuit of naar derde landen wordt gebruikgemaakt van het internationaal netwerk van instanties voor de voedselveiligheid van de Wereldgezondheidsorganisatie (Infosan), zonder dat dit afbreuk doet aan aanvullende bilaterale uitwisseling van informatie met de handelspartners en de bevoegde autoriteiten in derde landen, indien nodig.

5. De Commissie en de lidstaten verstrekken aanvullende informatie aan betrokken internationale organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO), de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), al naargelang.

6. In bijlage I worden de gedetailleerde taken op het gebied van crisiscommunicatie binnen het netwerk van crisiscoördinatoren vastgelegd.

Artikel 22

Specifieke communicatiestrategie van de crisiseenheid

1. Wanneer een situatie de oprichting van een crisiseenheid vereist, coördineert de crisiseenheid de communicatie en ontwikkelt zij onverwijld een specifieke communicatiestrategie om het publiek op de hoogte te houden van het risico en de getroffen maatregelen. De Commissie stelt een standaardmodel op voor een dergelijke strategie. In de communicatiestrategie worden kernboodschappen voor de voornaamste doelgroepen en de belangrijkste communicatiemiddelen om deze te verspreiden, vastgelegd.

2. Bij de communicatiestrategie, die gericht is op de voorlichting van het publiek en de economische actoren, waaronder de handelspartners op het gebied van levensmiddelen, worden de praktische procedures van hoofdstuk V gevolgd, door middel van:

a)

coherente en gecoördineerde berichtgeving;

b)

doeltreffende communicatie over de risico's;

c)

het benadrukken van de lopende onderzoeken en de voorzorgsmaatregelen wanneer onzeker is wat de oorsprong is;

d)

het verstrekken van betrouwbaar bewijs (analyseresultaten, epidemiologische bewijzen enz.) ter ondersteuning van de ingenomen standpunten en genomen maatregelen;

e)

het wegnemen van onzekerheid omtrent de veiligheid van producten waarvoor de crisis geen gevolgen heeft, onder andere door duidelijke informatie over welke producten al dan niet betrokken zijn;

f)

op betrouwbaar bewijs gebaseerde berichtgeving over de behaalde resultaten en succesvolle maatregelen, zoals de identificatie en het uit de handel nemen van besmette partijen als gevolg van doeltreffend onderzoek.

3. De rechtstreeks door het incident getroffen lidstaten en de leden van de crisiseenheid stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat hun communicatieactiviteiten in overeenstemming zijn met de communicatiestrategie die door de crisiseenheid wordt gehanteerd.

4. De communicatiestrategie omvat het leggen van passende contacten met betrokken derde landen, zodat hun duidelijke, nauwkeurige en samenhangende informatie wordt verstrekt over de ontwikkeling van het management van de desbetreffende crisis.

HOOFDSTUK VII

Slotbepalingen

Artikel 23

Meerjarenplan

De Commissie stelt een vijfjarenplan op voor de uitvoering van het algemeen plan, dat om de vijf jaar wordt bijgewerkt op basis van de geconstateerde behoeften.

Artikel 24

Intrekking

Beschikking 2004/478/EG van de Commissie wordt ingetrokken.

Artikel 25

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 19 februari 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2) Besluit 2004/478/EG van de Commissie van 29 april 2004 betreffende de goedkeuring van een algemeen plan voor crisismanagement op het gebied van levensmiddelen en diervoeders (PB L 160, 30.4.2004, blz. 98).

(3) Commission Staff Working Document — The REFIT evaluation of the General Food Law (Regulation (EC) No 178/2002), SWD(2018)37, van 15.1.2018.

(4) https://ec.europa.eu/energy/en/group-experts

(5) Besluit nr. 1082/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 over ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en houdende intrekking van Beschikking nr. 2119/98/EG (PB L 293 van 5.11.2013, blz. 1).

(6) Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).

(7) https://ec.europa.eu/food/sites/food/files/safety/docs/rasff_fipronil-incident_conclusions_201709.pdf

(8) Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad (PB L 325 van 12.12.2003, blz. 31).

(9) https://ec.europa.eu/food/safety/btsf_en


BIJLAGE I

Taken van de crisiscoördinatoren overeenkomstig artikel 5

Algemene taken

De crisiscoördinator van elke lidstaat treedt op als centraal contactpunt om te zorgen voor:

coördinatie in geval van met levensmiddelen of diervoeders verband houdende incidenten of crisissen op nationaal niveau;

efficiënt gebruik van de netwerken voor waarschuwingen bij een incident of crisissituatie;

presentatie, op verzoek van de Commissie, van zijn/haar nationaal rampenplan in de vergaderingen van de crisiscoördinatoren;

deelname aan en follow-up van audioconferenties georganiseerd door de Commissie tijdens een situatie van versterkte coördinatie of crisis;

geven van feedback aan de vergadering over mogelijke lacunes en gebieden waarop verbetering nodig is wanneer een crisis voorbij is;

creëren van sterke banden tussen de crisiscoördinatoren en opbouwen van vertrouwen tussen de partners door uitwisseling van ervaringen;

deelname aan nationale en Europese simulatieoefeningen, waaronder diegene die worden georganiseerd door de EFSA en de andere Europese instellingen.

Crisiscommunicatie

De crisiscoördinatoren zijn, binnen hun bevoegdheid, ook verantwoordelijk voor de coördinatie van de crisiscommunicatie op nationaal niveau en op het niveau van de Unie, bijvoorbeeld over genomen maatregelen, aanbevelingen met betrekking tot de gezondheid, enz.

De taken die verband houden met communicatie omvatten onder andere:

waarborgen, op nationaal niveau, van de transparantiebeginselen en communicatiestrategie vastgesteld in hoofdstuk VI;

bijdragen aan de vaststelling van een algemene communicatiestrategie voor het beheren van met levensmiddelen of diervoeders verband houdende incidenten of crisissen;

het bieden van deskundigheid en begeleiding op het gebied van crisiscommunicatie aan de beleidsmakers, bijvoorbeeld over de wijze waarop maatregelen op het gebied van de gezondheid aan het publiek kunnen worden gepresenteerd;

opstellen van kernboodschappen/te volgen lijn tussen de partners tijdens een incident of crisis via de specifieke netwerken of audioconferenties;

verspreiding van kernboodschappen via sociale media en andere instrumenten (bijvoorbeeld specifieke webpagina) en, indien nodig, het netwerk van communicatiedeskundigen van de EFSA;

toezicht op reacties van de media en bronnen van de publieke opinie (zoals sociale media) tijdens een incident of crisis en hierover verslag uitbrengen aan het netwerk;

coördinatie van vraaggestuurde communicatiemiddelen (bijv. veelgestelde vragen, telefonische hulpdiensten enz.)

zorgen voor coherentie met de risicobeoordelingen van de EFSA en het ECDC, met onder meer gezamenlijke snelle beoordelingen van een uitbraak, en daarmee samenhangende communicatieactiviteiten;

worden geraadpleegd over de mededelingen van de EFSA en het ECDC tijdens een crisissituatie met betrekking tot wetenschappelijke risicocommunicatie vóór vrijgave.


BIJLAGE II

Bronnen voor het verzamelen van informatie over incidenten, als bedoeld in artikel 9

De Commissie houdt continu toezicht op en verzamelt informatie van:

(1)

het systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders (RASFF), als bedoeld in artikel 50 van Verordening (EG) nr. 178/2002;

(2)

in voorkomend geval, het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en reactie (EWRS), als bedoeld in artikel 8 van Besluit nr. 1082/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad (1);

(3)

de EFSA, met inbegrip van haar wetenschappelijke netwerken (2);

(4)

het ECDC, met inbegrip van het systeem voor epidemiologische informatie (EPIS) (3), een communicatieplatform dat de aangewezen deskundigen op het gebied van volksgezondheid en voedselveiligheid toelaat technische informatie uit te wisselen om te beoordelen of de huidige en opkomende bedreigingen voor de volksgezondheid een potentiële impact hebben in Europa;

(5)

gezamenlijke gegevensverzameling betreffende moleculaire typering van de EFSA en het ECDC;

(6)

het samenvattend verslag van de Unie van de EFSA en het ECDC over trends en bronnen van zoönoses, zoönoseverwekkers en uitbraken van door voedsel overgedragen zoönoses (4);

(7)

het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders (PDLD-comité) (5);

(8)

het netwerk van de Europese (EURL) en nationale referentielaboratoria (NRL) (6);

(9)

het Gezondheidsbeveiligingscomité (HSC) (7);

(10)

het informatiebeheersysteem voor officiële controles (IMSOC), een gepland geïntegreerd computersysteem dat alle relevante bestaande informatiesystemen die door de Commissie worden beheerd overeenkomstig de artikelen 131 tot 136 van Verordening (EU) 2017/625 integreert en voor zover nodig moderniseert;

(11)

de communautaire regelingen voor snelle uitwisseling van informatie in geval van stralingsgevaar (Ecurie);

(12)

rechtstreekse contacten met andere agentschappen van de Unie dan de EFSA (zoals het ECDC, het ECHA, het EMA), de lidstaten en particuliere belanghebbenden;

bevoegde internationale organisaties zoals de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE), de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO), met name via het Internationale netwerk van instanties voor voedselveiligheid (Infosan) (8) en in het kader van de internationale gezondheidsregeling (IGR) (9) en het initiatief voor wereldwijde bescherming van de gezondheid (10).


(1) Besluit nr. 1082/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 over ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en houdende intrekking van Beschikking nr. 2119/98/EG; PB L 293 van 5.11.2013, blz. 1.

(2) http://efsa.europa.eu/en/science/wgs-and-networks

(3) https://ecdc.europa.eu/en/publications-data/epidemic-intelligence-information-system-epis

(4) Laatste versie: http://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/4634

(5) https://ec.europa.eu/food/committees/paff_en

(6) https://ec.europa.eu/food/safety/official_controls/legislation/ref-labs_en

(7) https://ec.europa.eu/health/preparedness_response/risk_management/hsc_en

(8) http://www.who.int/foodsafety/areas_work/infosan/en/

(9) http://www.who.int/topics/international_health_regulations/en/

(10) http://www.ghsi.ca/english/index.asp


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving