Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.3-2.426


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1080 VAN DE COMMISSIE

van 30 juli 2018

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Bacillus subtilis DSM 29784 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden en opgefokt voor legdoeleinden (vergunninghouder Adisseo France SAS)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een vergunning voor een preparaat van Bacillus subtilis DSM 29784 ingediend. Bij de aanvraag waren de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten gevoegd.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een preparaat van Bacillus subtilis DSM 29784 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden en opgefokt voor legdoeleinden in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen”.

(4)

Voor het preparaat van Bacillus subtilis DSM 29784, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen”, is bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/328 van de Commissie (2) een vergunning voor tien jaar voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen en opfokleghennen verleend.

(5)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 21 februari 2018 (3) geconcludeerd dat het preparaat van Bacillus subtilis DSM 29784 onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen heeft voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu. De EFSA heeft ook geconcludeerd dat redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de werkingswijze voor minder gangbare pluimveesoorten gelijk is aan die voor gangbare pluimveesoorten (mestkippen). De conclusie in verband met de werkzaamheid voor mestkippen kan daarom worden geëxtrapoleerd naar minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden en opgefokt voor legdoeleinden. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen heeft de EFSA niet nodig geacht. Zij heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(6)

Uit de beoordeling van het preparaat van Bacillus subtilis DSM 29784 blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „darmflorastabilisatoren”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning verleend voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 juli 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/328 van de Commissie van 5 maart 2018 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Bacillus subtilis DSM 29784 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen en opfokleghennen (vergunninghouder Adisseo France SAS) (PB L 63 van 6.3.2018, blz. 10),

(3) EFSA Journal 2018;16(3):5204.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Kve/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: darmflorastabilisatoren

4b1829

Adisseo France SAS

Bacillus subtilis DSM 29784

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Bacillus subtilis DSM 29784 met ten minste 1 × 1010 kve/g toevoegingsmiddel.

Vaste vorm

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare sporen van Bacillus subtilis DSM 29784

Analysemethode (1)

Voor de telling van Bacillus subtilis DSM 29784 in het toevoegingsmiddel, het voormengsel en de diervoeding:

spreidplaatmethode onder gebruikmaking van trypton-soja-agar EN 15784

Voor de identificatie van Bacillus subtilis DSM 29784: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE)

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden en opgefokt voor legdoeleinden

1 × 108

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden aangegeven.

2.

Het gebruik is toegestaan in diervoeding die de volgende toegelaten coccidiostatica bevat: lasalocide-A-natrium of diclazuril.

3.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het aanpakken van mogelijke risico's bij het gebruik ervan. Indien die risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder beschermingsmiddelen voor de ademhaling, de ogen en de huid.

20.8.2028


(1) Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op het volgende adres van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving