Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.3-2.422


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/982 VAN DE COMMISSIE

van 11 juli 2018

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van benzoëzuur, calciumformiaat en fumaarzuur als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen en opfokleghennen (vergunninghouder Novus Europe N.A./S.V.)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor de verlening van een vergunning ingediend voor een preparaat van benzoëzuur, calciumformiaat en fumaarzuur als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen, opfokleghennen en voor minder gangbare vogelsoorten gehouden voor mest- of legdoeleinden. Bij de aanvraag waren de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten gevoegd.

(3)

Deze aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een preparaat van benzoëzuur, calciumformiaat en fumaarzuur als toevoegingsmiddel voor diervoeding in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” voor mestkippen, opfokleghennen en voor minder gangbare vogelsoorten gehouden voor mest- of legdoeleinden.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar adviezen van 2 december 2014 (2) en 28 september 2017 (3) geconcludeerd dat het preparaat van benzoëzuur, calciumformiaat en fumaarzuur onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen heeft voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu. De EFSA heeft tevens geconcludeerd dat het preparaat de prestaties bij mestkippen kan verbeteren en dat deze conclusie kan worden uitgebreid naar opfokleghennen. Aangezien echter geen conclusies kunnen worden getrokken betreffende de veiligheidsmarge van het toevoegingsmiddel voor de gangbare doelsoorten, kunnen de conclusies inzake veiligheid niet worden geëxtrapoleerd naar minder gangbare vogelsoorten gehouden voor mest- of legdoeleinden. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van het preparaat van benzoëzuur, calciumformiaat en fumaarzuur blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „andere zoötechnische toevoegingsmiddelen”, wordt onder de in de bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 juli 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2) EFSA Journal 2015;13(5):3794.

(3) EFSA Journal 2017;15(10):5025.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegings-middel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimum-gehalte

Maximum-gehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg toevoegingsmiddel/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: andere zoötechnische toevoegingsmiddelen (verbetering van zoötechnische prestaties)

4d14

Novus Europe N.A./S.V.

Preparaat van benzoëzuur, calciumformiaat en fumaarzuur

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van benzoëzuur, calciumformiaat en fumaarzuur, met een minimumgehalte van:

 

benzoëzuur: 42,5-50 %

 

calciumformiaat: 2,5-3,5 %

 

fumaarzuur: 0,8-1,2 %

Korrelvorm

Karakterisering van de werkzame stof

benzoëzuur: CAS-nr.: 65-85-0 (≥ 99,0 % zuiverheid); C7H6O2

calciumformiaat: CAS-nr.: 544-17-2; C2H2O4Ca;

fumaarzuur (≥ 99,5 % zuiverheid): CAS nr.: 110-17-8;C4H4O4

Analysemethode (1)

Voor de bepaling van benzoëzuur, calciumformiaat en fumaarzuur in het toevoegingsmiddel voor diervoeding:

hogeprestatievloeistofchromatografie met uv-detectie (HPLC-UV)

Voor de bepaling van het totaal aan calcium in het toevoegingsmiddel voor diervoeding:

atoomabsorptiespectrometrie (AAS) — EN ISO 6869, of

atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES) — EN 15510

Voor de bepaling van benzoëzuur in voormengsels en diervoeders:

hogeprestatievloeistofchromatografie met uv-detectie (HPLC-UV)

Voor de bepaling van calciumformiaat en fumaarzuur in voormengsels:

ion-exclusiehogeprestatievloeistofchromatografie met uv- of brekingsindexdetectie (HPLC-UV/RI)

Mestkippen

Opfokleghennen

500

1 000

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden aangegeven.

2.

Het toevoegingsmiddel mag niet samen met andere bronnen van benzoëzuur of benzoaten, calciumformiaat of formiaat en fumaarzuur worden gebruikt.

3.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van dier-voederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het aanpakken van mogelijke risico's betreffende het gebruik ervan. Indien die risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt, waaronder beschermingsmiddelen voor de ademhaling.

1 augustus 2028


(1) Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving