Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.1-3.9

VERORDENING (EU) 2018/192 VAN DE COMMISSIE

van 8 februari 2018

tot wijziging van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat de EU-referentielaboratoria op het gebied van contaminanten in diervoeders en levensmiddelen betreft

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (1), en met name artikel 32, leden 5 en 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 882/2004 stelt de algemene taken en voorschriften vast voor de referentielaboratoria van de Europese Unie („EU-referentielaboratoria”) voor diervoeders en levensmiddelen en voor diergezondheid. Op grond van die verordening zijn EU-referentielaboratoria met name belast met het verstrekken van inlichtingen over de analysemethoden aan de nationale referentielaboratoria en met het coördineren van de toepassing van die methoden. De EU-referentielaboratoria voor diervoeders en levensmiddelen zijn opgenomen in de lijst in bijlage VII, deel I, bij die verordening. Wat contaminanten in diervoeders en levensmiddelen betreft, is er een EU-referentielaboratorium voor zware metalen in diervoeders en levensmiddelen, een EU-referentielaboratorium voor mycotoxinen, een EU-referentielaboratorium voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en een EU-referentielaboratorium voor dioxinen en PCB's in diervoeders en levensmiddelen aangewezen.

(2)

Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) van de Europese Commissie waar sinds 2006 het EU-referentielaboratorium voor zware metalen in diervoeders en levensmiddelen, het EU-referentielaboratorium voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en het EU-referentielaboratorium voor mycotoxinen zijn ondergebracht, heeft aan het directoraat-generaal Gezondheid en voedselveiligheid meegedeeld dat het deze EU-referentielaboratoria niet meer zal onderbrengen met ingang van 1 januari 2018.

(3)

In deze vakgebieden is de doeltreffendheid van de officiële controles en andere vormen van controle afhankelijk van de kwaliteit, de uniformiteit en de betrouwbaarheid van de analysemethoden en de analyseresultaten van de officiële laboratoria, en er is nog steeds behoefte aan de bevordering van uniforme praktijken bij het gebruik van analysemethoden. Het is noodzakelijk dat er een EU-referentielaboratorium voor elk van deze vakgebieden blijft bestaan, en dat er daarom nieuwe EU-referentielaboratoria worden aangewezen. Aangezien bovendien sinds 2006 nieuwe prioriteiten zijn vastgesteld voor metalen, stikstofverbindingen, procescontaminanten en plantentoxinen, moet het activiteiten- en takenpakket van de aan te wijzen nieuwe EU-referentielaboratoria worden uitgebreid.

(4)

Het activiteiten- en takenpakket van het huidige EU-referentielaboratorium voor zware metalen in diervoeders en levensmiddelen moet daarom worden uitgebreid tot alle metalen en stikstofverbindingen in diervoeders en levensmiddelen, dat van het huidige EU-referentielaboratorium voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) moet worden uitgebreid tot alle procescontaminanten, en dat van het huidige EU-referentielaboratorium voor mycotoxinen moet worden uitgebreid tot mycotoxinen en plantentoxinen in diervoeders en levensmiddelen.

(5)

Daarom heeft de Commissie op 23 januari 2017 een oproep tot het indienen van kandidaturen bekendgemaakt met het oog op de selectie en aanwijzing van een EU-referentielaboratorium voor de bovengenoemde vakgebieden. Het geselecteerde laboratorium National Food Institute, Technical University of Denmark (Denemarken) moet worden aangewezen als EU-referentielaboratorium voor metalen en stikstofverbindingen in diervoeders en levensmiddelen, het laboratorium National Food Institute, Technical University of Denmark (Denemarken) als EU-referentielaboratorium voor procescontaminanten, en het laboratorium RIKILT (Stichting Wageningen Research) (Nederland) als EU-referentielaboratorium voor mycotoxinen en plantentoxinen in diervoeders en levensmiddelen.

(6)

Gezien de toenemende relevantie van gechloreerde persistente verontreinigende stoffen andere dan PCB's en dioxinen, gebromeerde persistente verontreinigende stoffen en gefluoreerde persistente verontreinigende stoffen voor de veiligheid van diervoeders en levensmiddelen, is het ook passend het takenpakket van het EU-referentielaboratorium voor dioxinen en PCB's in diervoeders en levensmiddelen uit te breiden tot alle gehalogeneerde persistente organische verontreinigende stoffen (POP's) in diervoeders en levensmiddelen. Daarom moet het EU-referentielaboratorium voor dioxinen en PCB's in diervoerders en levensmiddelen worden omgedoopt tot het EU-referentielaboratorium voor gehalogeneerde persistente organische verontreinigende stoffen (POP's) in diervoeders en levensmiddelen om deze uitbreiding van het takenpakket tot uiting te laten komen.

(7)

Deel I van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 882/2004 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Deel I van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 882/2004 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 februari 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.


BIJLAGE

In bijlage VII, deel I, van Verordening (EG) nr. 882/2004 worden de punten 18-21 vervangen door:

„18.

EU-referentielaboratorium voor metalen en stikstofverbindingen in diervoeders en levensmiddelen

National Food Institute, Technical University of Denmark

Kopenhagen

Denemarken;

19.

EU-referentielaboratorium voor mycotoxinen en plantentoxinen in diervoeders en levensmiddelen

RIKILT (Stichting Wageningen Research)

Wageningen

Nederland;

20.

EU-referentielaboratorium voor procescontaminanten

National Food Institute, Technical University of Denmark

Kopenhagen

Denemarken;

21.

EU-referentielaboratorium voor gehalogeneerde persistente organische verontreinigende stoffen (POP's) in diervoeders en levensmiddelen

Chemisches und Veterinäruntersuchungsamt (CVUA) Freiburg

Freiburg

Duitsland;”


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving