Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.9-3.7

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/838 VAN DE COMMISSIE

van 17 mei 2017

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 889/2008 wat betreft voeder voor bepaalde biologische aquacultuurdieren

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (1), en met name artikel 15, lid 2, en artikel 16, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 834/2007 zijn basisvoorschriften vastgesteld voor de biologische productie van aquacultuurdieren, waaronder voorschriften met betrekking tot diervoeders. In Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie (2) zijn bepalingen voor de uitvoering van deze voorschriften opgenomen.

(2)

Krachtens artikel 15, lid 1, onder d), i), van Verordening (EG) nr. 834/2007 moeten vis en schaal- en schelpdieren worden gevoederd met diervoeder dat voldoet aan de voedingsbehoeften van het dier in de verschillende stadia van zijn ontwikkeling.

(3)

Artikel 25 terdecies van Verordening (EG) nr. 889/2008 bevat specifieke voorschriften inzake voeder voor bepaalde in bijlage XIII bis, delen 6, 7 en 9, bedoelde aquacultuurdieren. Volgens die bepalingen moet de voorkeur worden gegeven aan het van nature aanwezige voeder, voor zover beschikbaar.

(4)

Krachtens artikel 25 terdecies, lid 1, van Verordening (EG) nr. 889/2008 moet het voederrantsoen van de betrokken dieren bestaan uit voeder dat van nature in vijvers en meren beschikbaar is. In artikel 25 terdecies, lid 2, van die verordening is bepaald dat bij gebrek aan voldoende van nature beschikbare voedselbronnen gebruik mag worden gemaakt van biologisch voeder van plantaardige oorsprong of van zeewier. In artikel 25 terdecies, lid 3, onder a) en b), van die verordening is vastgesteld hoeveel vismeel of visolie het voederrantsoen van pangasius en garnalen mag bevatten indien het natuurlijke voeder wordt aangevuld.

(5)

Van nature voorkomend voeder is beperkt of onbestaand in de fase in de broedkamer. De lidstaten hebben de Commissie erop gewezen dat de in artikel 25 terdecies, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 889/2008 opgenomen voorschriften inzake het voederen van peneïdegarnalen, en met name grote tijgergarnaal (Penaeus monodon), zouden leiden tot ondervoeding en verhoogde sterfte indien ze worden toegepast in de vroege levensfasen in de broedkamer.

(6)

Krachtens artikel 25 terdecies, lid 1, van Verordening (EG) nr. 889/2008 moet het voederrantsoen van de betrokken dieren bestaan uit voeder dat van nature in vijvers en meren beschikbaar is. Die bepaling zou enkel betrekking mogen hebben op de opkweekfase, wanneer de dieren in vijvers en meren worden gehouden en niet in broedkamers, waar onvoldoende van nature beschikbaar voeder aanwezig is. Dit is met name relevant sinds 31 december 2016, aangezien niet-biologisch gehouden aquacultuurjuvenielen overeenkomstig artikel 25 sexies, lid 3, van Verordening (EG) nr. 889/2008 met ingang van die datum niet langer op een biologisch bedrijf mogen worden binnengebracht. Vóór die datum was het toegestaan een aandeel niet-biologische juvenielen die tijdens de fase in de broedkamer volgens de niet-biologische methode waren beheerd, op een biologisch bedrijf binnen te brengen.

(7)

Daarnaast heeft de bij Besluit 2009/427/EG van de Commissie (3) opgerichte deskundigengroep voor technisch advies inzake de biologische productie (Egtop) bevestigd dat de specifieke voorschriften van artikel 25 terdecies, lid 3, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 889/2008 uitsluitend geschikt zijn voor de opkweekfase (4). Volgens Egtop kan door de in dat artikel opgenomen beperkingen voor vismeel en visolie niet worden voldaan aan de voedingsbehoeften van het dier tijdens de vroege levensstadia in de broedkamer.

(8)

De Commissie heeft geconcludeerd dat de voorschriften inzake voeder voor bepaalde aquacultuurdieren moeten worden gewijzigd, meer bepaald dat moet worden verduidelijkt dat deze voorschriften enkel gelden voor de opkweekfase. Om tot deze conclusie te komen heeft de Commissie rekening gehouden met de vereiste om te voldoen aan de voedingsbehoeften van het dier in de verschillende stadia van zijn ontwikkeling, als bedoeld in artikel 15, lid 1, onder d), i), van Verordening (EG) nr. 834/2007, met de doelstelling van artikel 25 terdecies van Verordening (EG) nr. 889/2008 om prioriteit te geven aan het van nature aanwezige voeder, voor zover beschikbaar, en met het advies van Egtop.

(9)

Verordening (EG) nr. 889/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor biologische productie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 25 terdecies, lid 1, van Verordening (EG) nr. 889/2008 wordt vervangen door:

„1. Tijdens de opkweekfasen bestaat het voederrantsoen van in bijlage XIII bis, delen 6, 7 en 9, bedoelde aquacultuurdieren uit voeder dat van nature in vijvers en meren beschikbaar is.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 mei 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1.

(2) Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PB L 250 van 18.9.2008, blz. 1).

(3) Besluit 2009/427/EG van de Commissie van 3 juni 2009 tot oprichting van een deskundigengroep voor technisch advies inzake de biologische productie (PB L 139 van 5.6.2009, blz. 29).

(4) Eindverslag: http://ec.europa.eu/agriculture/organic/sites/orgfarming/files/final_report_egtop_on_aquaculture_part-c_en.pdf.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving