Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.9-3.2

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 505/2012 VAN DE COMMISSIE

van 14 juni 2012

houdende wijziging en rectificatie van Verordening (EG) nr. 889/2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (1), en met name artikel 14, lid 2, artikel 16, lid 1, onder d), artikel 16, lid 3, onder a), artikel 21, lid 2, artikel 22, lid 1, artikel 26, onder a), en artikel 38, onder a) en b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 14, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 834/2007 zijn algemene productievoorschriften vastgesteld met betrekking tot de oorsprong van biologisch diervoeder. Volgens deze benadering vormt op het eigen landbouwbedrijf geproduceerd diervoeder het sluitstuk van de zich volledig op het landbouwbedrijf afspelende biologische productiecyclus. Dankzij de productie van diervoeder op het eigen landbouwbedrijf en/of het gebruik van uit de regio van het landbouwbedrijf afkomstig diervoeder loopt het vervoer terug en gaan milieu en natuur erop vooruit. Om de in Verordening (EG) nr. 834/2007 vastgestelde doelstellingen met betrekking tot de biologische productie beter te verwezenlijken en om rekening te houden met de ervaring, moet worden vastgesteld hoeveel op het eigen landbouwbedrijf geproduceerd diervoeder aan varkens en pluimvee moet worden gevoederd en moet dit minimumaandeel voor herbivoren worden verhoogd.

(2)

De horizontale wetgeving voor voedermiddelen en mengvoeders en daarin aanwezige toevoegingsmiddelen voor diervoeders is herzien bij Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (2). De betrokken artikelen en bijlagen van Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie (3) moeten derhalve worden aangepast.

(3)

Wat de technische voorschriften op EU-niveau voor de biologische productie van jong pluimvee betreft, houden de betrokken partijen er dermate uiteenlopende standpunten op na dat de ontwikkeling van geharmoniseerde voorschriften op dit gebied danig wordt bemoeilijkt. Om meer tijd te creëren voor de ontwikkeling van gedetailleerde voorschriften inzake de productie van biologisch gehouden jonge kippen, moet de periode waarin de uitzonderingsregeling voor het gebruik van niet-biologisch gehouden jonge kippen geldt, worden verlengd.

(4)

De productie van biologische eiwithoudende gewassen blijft achter bij de vraag. Met name is het aanbod van biologisch eiwit op de EU-markt uit kwalitatief en kwantitatief oogpunt ontoereikend om te voldoen aan de voedingsbehoeften van varkens en pluimveedieren die op biologische landbouwbedrijven worden gehouden. Daarom moet bij wijze van uitzondering worden toegestaan dat gedurende een beperkte periode een klein aandeel niet-biologisch eiwitvoer wordt gevoederd.

(5)

Om het gebruik van de term „biologisch” en van het biologisch logo van de EU bij de etikettering van met biologische ingrediënten geproduceerd diervoeder nader te specificeren en te verduidelijken, moeten de betrokken bepalingen van Verordening (EG) nr. 889/2008 anders worden geformuleerd.

(6)

Onder bepaalde voorwaarden mogen bij de productie van biologisch diervoeder toevoegingsmiddelen voor diervoeders worden gebruikt. De lidstaten hebben aanvragen voor een aantal nieuwe stoffen ingediend waarvoor toelating dient te worden verleend op grond van artikel 16, lid 1, van Verordening (EG) nr. 834/2007. Gezien de aanbevelingen van de deskundigengroep voor technisch advies inzake de biologische productie (EGTOP) (4), die heeft geconcludeerd dat de toevoegingsmiddelen voor diervoeders natriumformiaat, natriumferrocyanide, natroliet-fonoliet en clinoptiloliet aan de doelstellingen en beginselen van de biologische productie voldoen, moeten deze stoffen worden opgenomen in bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 889/2008.

(7)

In bijlage VIII, deel A, van Verordening (EG) nr. 889/2008 staat in de bijzondere voorwaarden voor het gebruik van extracten van rozemarijn als biologisch toevoegingsmiddel voor diervoeders een fout en deze moet worden gecorrigeerd.

(8)

Verordening (EG) nr. 889/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

Om de marktdeelnemers in de gelegenheid te stellen om na de datum waarop de uitzonderlijke productievoorschriften inzake niet-biologisch diervoeder en niet-biologisch gehouden jonge kippen verstrijken, toch gebruik te blijven maken van deze voorschriften, moeten de desbetreffende, bij de onderhavige verordening ingevoerde wijzigingen met ingang van 1 januari 2012 van toepassing zijn teneinde te voorkomen dat de biologische productie wordt belemmerd of verstoord.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor biologische productie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingsbepalingen

Verordening (EG) nr. 889/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 19 wordt vervangen door:

„Artikel 19

Diervoeders afkomstig van het eigen bedrijf of van andere bronnen

1.   De diervoeders voor herbivoren moeten, behalve tijdens de jaarlijkse transhumanceperiode van de dieren, waarop artikel 17, lid 4, van toepassing is, voor ten minste 60 % van de eenheid zelf afkomstig zijn of, als dit niet mogelijk is, in samenwerking met andere biologische landbouwbedrijven in de regio van de eenheid worden geproduceerd.

2.   De diervoeders voor varkens en pluimvee moeten voor ten minste 20 % van de eenheid zelf afkomstig zijn of, als dit niet mogelijk is, in samenwerking met andere biologische landbouwbedrijven of diervoederbedrijven in de regio van de eenheid worden geproduceerd.

3.   Na afloop van het productieseizoen moeten in de bijenkasten nog voldoende honing- en stuifmeelvoorraden aanwezig zijn om de bijen in staat te stellen de winter door te komen.

Het voederen van bijenkolonies is slechts toegestaan wanneer het overleven van het bijenvolk vanwege klimatologische omstandigheden in gevaar is. Voor het voederen moet gebruik worden gemaakt van biologische honing, biologische suikerstropen of biologische suiker.”.

2)

Artikel 22 wordt vervangen door:

„Artikel 22

Gebruik van bepaalde producten en stoffen in diervoeders

Voor de toepassing van artikel 14, lid 1, onder d) iv), van Verordening (EG) nr. 834/2007 mogen bij het vervaardigen van biologische diervoeders en het voederen van biologisch gehouden dieren slechts de volgende stoffen worden gebruikt:

a)

niet-biologische voedermiddelen van plantaardige of dierlijke oorsprong, of andere voedermiddelen die zijn opgenomen in bijlage V, deel 2, op voorwaarde dat:

i)

deze zonder chemische oplosmiddelen worden geproduceerd of bereid, en

ii)

de in artikel 43 of artikel 47, onder c), bedoelde beperkingen in acht worden genomen;

b)

niet-biologische specerijen, kruiden en melasse, op voorwaarde dat:

i)

de biologische variant ervan niet beschikbaar is,

ii)

bij productie of de bereiding ervan geen chemische oplosmiddelen worden gebruikt, en

iii)

het aandeel ervan niet meer bedraagt dan 1 % van het voederrantsoen van een bepaalde soort, jaarlijks berekend als percentage van de droge stof van diervoeders van agrarische oorsprong;

c)

biologische voedermiddelen van dierlijke oorsprong;

d)

voedermiddelen van minerale oorsprong die zijn opgenomen in bijlage V, deel 1;

e)

producten van de duurzame visserij, op voorwaarde dat:

i)

deze zonder chemische oplosmiddelen worden geproduceerd of bereid,

ii)

deze slechts worden gebruikt in diervoeders voor niet-herbivoren, en

iii)

van vis afkomstig eiwithydrolysaat slechts gebruikt wordt in diervoeders voor jonge dieren;

f)

zout in de vorm van zeezout en ruw steenzout uit mijnen;

g)

in bijlage VI opgenomen toevoegingsmiddelen voor diervoeders.”.

3)

Artikel 24, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Fytotherapeutische producten, spoorelementen en in bijlage V, deel 1, en bijlage VI, deel 3, opgenomen producten zijn te verkiezen boven chemisch gesynthetiseerde, allopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik of antibiotica, mits hun therapeutisch effect doeltreffend is voor de betrokken diersoort en de aandoening waarop de behandeling is gericht.”.

4)

In artikel 25 duodecies, lid 1, wordt punt d) vervangen door:

„d)

biologische voedermiddelen van plantaardige of dierlijke oorsprong;”.

5)

In artikel 25 quaterdecies wordt lid 1 vervangen door:

„1.   In de biologische aquacultuur mag slechts gebruik worden gemaakt van voedermiddelen van minerale oorsprong die zijn opgenomen in bijlage V, deel 1.”.

6)

In artikel 42, onder b), wordt „31 december 2011” vervangen door „31 december 2014”.

7)

Artikel 43 wordt vervangen door:

„Artikel 43

Gebruik van niet-biologisch eiwitvoer van plantaardige en dierlijke oorsprong voor het voederen van vee

Wanneer de voorwaarden van artikel 22, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 834/2007 van toepassing zijn en wanneer de landbouwer niet aan uitsluitend biologisch geproduceerd eiwitvoer kan komen, mag voor het voederen van varkens en pluimvee een beperkt aandeel niet-biologisch eiwitvoer worden gebruikt.

Het maximumpercentage niet-biologisch eiwitvoer dat per periode van twaalf maanden voor het voederen van deze diersoorten wordt toegestaan, bedraagt 5 % voor de kalenderjaren 2012, 2013 en 2014.

Deze percentages worden jaarlijks berekend als percentage van de droge stof van diervoeders van agrarische oorsprong.

De marktdeelnemers bewaren de bewijsstukken waarin de noodzaak van het gebruik van deze bepaling wordt aangetoond.”.

8)

De artikelen 59 en 60 worden vervangen door:

„Artikel 59

Werkingssfeer en gebruik van handelsmerken en verkoopbenamingen

Diervoeders voor gezelschapsdieren en voor pelsdieren vallen niet onder dit hoofdstuk.

De handelsmerken en verkoopbenamingen die een aanduiding als bedoeld in artikel 23, lid 1, van Verordening (EG) nr. 834/2007 bevatten, mogen slechts worden gebruikt als alle ingrediënten van plantaardige of dierlijke oorsprong biologisch zijn geproduceerd en ten minste 95 % van de droge stof van het product uit dergelijke ingrediënten bestaat.

Artikel 60

Aanduidingen op verwerkte diervoeders

1.   De in artikel 23, lid 1, van Verordening (EG) nr. 834/2007 bedoelde termen en het biologisch logo van de EU mogen slechts onder de volgende voorwaarden op verwerkte diervoeders worden gebruikt:

a)

de verwerkte diervoeders voldoen aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 834/2007, en met name aan artikel 14, lid 1, onder d) iv) en v), met betrekking tot vee of aan artikel 15, lid 1, onder d), met betrekking tot aquacultuurdieren en aan artikel 18;

b)

de verwerkte diervoeders voldoen aan de bepalingen van de onderhavige verordening, en met name aan de artikelen 22 en 26;

c)

alle ingrediënten van plantaardige of dierlijke oorsprong die in de verwerkte diervoeders aanwezig zijn, zijn biologisch geproduceerd;

d)

ten minste 95 % van de droge stof bestaat uit biologische landbouwproducten.

2.   Mits aan de voorschriften van lid 1, onder a) en b), is voldaan, mag de volgende aanduiding worden vermeld op producten bestaande uit variabele hoeveelheden biologisch geproduceerde voedermiddelen en/of voedermiddelen op basis van in de periode van omschakeling naar de biologische landbouw verkregen producten en/of in artikel 22 van de onderhavige verordening bedoelde producten:

„mag in de biologische productie worden gebruikt overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 834/2007 en (EG) nr. 889/2008”.”.

9)

De bijlagen V en VI worden vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Rectificatiebepalingen

In bijlage VIII, deel A, van Verordening (EG) nr. 889/2008 wordt de rij voor het toevoegingsmiddel voor levensmiddelen E 392 vervangen door:

„B

E 392*

Extracten van rozemarijn

X

X

Alleen wanneer afkomstig van de biologische productie”

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De punten 6 en 7 van artikel 1 zijn evenwel van toepassing met ingang van 1 januari 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 juni 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1.

(2)  PB L 229 van 1.9.2009, blz. 1.

(3)  PB L 250 van 18.9.2008, blz. 1.

(4)  Final report on feed (EGTOP/1/2011), http://ec.europa.eu/agriculture/organic/files/eu-policy/expert-recommendations/expert_group/final_report_on_feed_to_be_published_en.pdf


BIJLAGE

BIJLAGE V

Voedermiddelen als bedoeld in artikel 22, onder d), artikel 24, lid 2, en artikel 25 quaterdecies, lid 1

1.   VOEDERMIDDELEN VAN MINERALE OORSPRONG

A

Koolzure zeeschelpen

 

A

Kalkwier [Maerl]

 

A

Lithotam

 

A

Calciumgluconaat

 

A

Calciumcarbonaat

 

A

Magnesiumoxide (watervrije magnesia)

 

A

Magnesiumsulfaat

 

A

Magnesiumchloride

 

A

Magnesiumcarbonaat

 

A

Gedefluoreerd fosfaat

 

A

Calciummagnesiumfosfaat

 

A

Magnesiumfosfaat

 

A

Mononatriumfosfaat

 

A

Calciumnatriumfosfaat

 

A

Natriumchloride

 

A

Natriumbicarbonaat

 

A

Natriumcarbonaat

 

A

Natriumsulfaat

 

A

Kaliumchloride

 

2.   ANDERE VOEDERMIDDELEN

(Bij-)producten van de fermentatie van micro-organismen waarvan de cellen geïnactiveerd of gedood zijn:

A

Saccharomyces cerevisiae

 

A

Saccharomyces carlsbergiensis

 

BIJLAGE VI

Toevoegingsmiddelen voor diervoeders als bedoeld in artikel 22, onder g), artikel 24, lid 2, en artikel 25 quaterdecies, lid 2

De in deze bijlage opgenomen toevoegingsmiddelen voor diervoeders mogen slechts worden gebruikt indien daarvoor een vergunning is verleend op grond van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad (1).

1.   TECHNOLOGISCHE TOEVOEGINGSMIDDELEN

a)   Conserveermiddelen

Vergunning

Code

Stof

Beschrijving, gebruiksvoorwaarden

A

1a

E 200

Sorbinezuur

 

A

1a

E 236

Mierenzuur

 

B

1a

E 237

Natriumformiaat

 

A

1a

E 260

Azijnzuur

 

A

1a

E 270

Melkzuur

 

A

1a

E 280

Propionzuur

 

A

1a

E 330

Citroenzuur

 

 

b)   Antioxidanten

Vergunning

Code

Stof

Beschrijving, gebruiksvoorwaarden

A

1b

E 306

Tocoferolrijke extracten van natuurlijke oorsprong

 

 

c)   Emulgatoren en stabilisatoren, verdikkingsmiddelen en geleermiddelen

Vergunning

Code

Stof

Beschrijving, gebruiksvoorwaarden

A

1

E 322

Lecithine

Alleen wanneer afkomstig van biologische grondstoffen

Alleen voor gebruik in diervoeders voor aquacultuurdieren

 

d)   Bindmiddelen, verdunningsmiddelen en stollingsmiddelen

Vergunning

Code

Stof

Beschrijving, gebruiksvoorwaarden

B

1

E 535

Natriumferrocyanide

Maximum: 20 mg/kg NaCl (berekend als ferrocyanide-ion)

A

1

E 551b

Coloïdale siliciumdioxide

 

A

1

E 551c

Kiezelgoer (diatomeeënaarde, gezuiverd)

 

A

1

E 558

Bentoniet-montmorilloniet

 

A

1

E 559

Kaoliniethoudende klei, vrij van asbest

 

A

1

E 560

Natuurlijke mengsels van stearaten en chloriet

 

A

1

E 561

Vermiculiet

 

A

1

E 562

Sepioliet

 

B

1

E 566

Natroliet-fonoliet

 

B

1

E 568

Clinoptiloliet van sedimentaire oorsprong, [mestvarkens; mestkippen; mestkalkoenen; runderen; zalm]

 

A

1

E 599

Perliet

 

 

e)   Toevoegingsmiddelen voor kuilvoer

Vergunning

Code

Stof

Beschrijving, gebruiksvoorwaarden

A

1k

Enzymen, gisten en bacteriën

Voor de productie van kuilvoer: alleen wanneer de weersomstandigheden een adequate fermentatie belemmeren.

2.   SENSORIËLE TOEVOEGINGSMIDDELEN

Vergunning

Code

Stof

Beschrijving, gebruiksvoorwaarden

A

2b

 

Aromatische stoffen

Uitsluitend extracten van landbouwproducten

3.   NUTRITIONELE TOEVOEGINGSMIDDELEN

a)   Vitamines

Vergunning

Code

Stof

Beschrijving, gebruiksvoorwaarden

A

3a

 

Vitamines en provitamines

Afgeleid van landbouwproducten

Synthetisch afgeleide vitamines mogen voor dieren met één maag en aquacultuurdieren slechts worden gebruikt indien zij identiek zijn aan van landbouwproducten afgeleide vitamines.

Synthetisch afgeleide vitamines A, D en E mogen voor herkauwers slechts worden gebruikt indien zij identiek zijn aan van landbouwproducten afgeleide vitamines en zijn goedgekeurd door de lidstaten op basis van een beoordeling van de capaciteit van biologisch gehouden herkauwers om de nodige hoeveelheid van deze vitamines vitaminen uit hun voederrantsoen te halen.

 

b)   Spoorelementen

Vergunning

Code

Stof

Beschrijving, gebruiksvoorwaarden

A

3b

E1 IJzer

ijzeroxide

ijzercarbonaat

ferrosulfaat, heptahydraat

ferrosulfaat, monohydraat

 

A

3b

E2 Jodium

calciumjodaat, watervrij

 

A

3b

E3 Kobalt

basisch kobaltcarbonaat, monohydraat

kobaltsulfaat, monohydraat en/of heptahydraat

 

A

3b

E4 Koper

basisch kopercarbonaat, monohydraat

koperoxide

kopersulfaat, pentahydraat

 

A

3b

E5 Mangaan

mangaancarbonaat

mangaanoxide

mangaansulfaat, monohydraat

 

A

3b

E6 Zink

zinkoxide

zinksulfaat, monohydraat

zinksulfaat, heptahydraat

 

A

3b

E7 Molybdeen

natriummolybdaat

 

A

3b

E8 Selenium

natriumselenaat

natriumseleniet

 

4.   ZOÖTECHNISCHE TOEVOEGINGSMIDDELEN

Vergunning

Code

Stof

Beschrijving, gebruiksvoorwaarden

A

 

Enzymen en micro-organismen

 


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving