Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.6-2.7

VERORDENING (EU) 2017/172 VAN DE COMMISSIE

van 1 februari 2017

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft parameters voor de omzetting van dierlijke bijproducten in biogas of compost en voorwaarden voor de invoer van voeder voor gezelschapsdieren en voor de uitvoer van verwerkte mest

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (1), en met name artikel 15, lid 1, onder c), artikel 27, onder g), artikel 41, lid 3, en artikel 43, lid 3, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 142/2011 (2) van de Commissie zijn uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1069/2009 vastgesteld, met inbegrip van parameters voor de omzetting van dierlijke bijproducten in biogas of compost, voorwaarden voor het in de handel brengen van geïmporteerd voeder voor gezelschapsdieren en regels voor de uitvoer van categorie 2-materiaal.

(2)

Bijlage V bij Verordening (EU) nr. 142/2011 bevat normen voor de omzetting van dierlijke bijproducten in biogas en compost. Overeenkomstig bijlage V, hoofdstuk III, afdeling 2, punt 3, onder b), kan de bevoegde autoriteit onder bepaalde voorwaarden andere specifieke vereisten toestaan dan die van hoofdstuk III.

(3)

De gistingsresiduen en de compost mogen in dergelijke gevallen evenwel alleen op de markt worden gebracht in de lidstaat waar de alternatieve omzettingsparameters zijn toegestaan. Om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteit de nodige flexibiliteit heeft in de wijze waarop zij de biogas- en composteerinstallaties die worden vermeld in bijlage V, hoofdstuk III, afdeling 2, punt 3, van Verordening (EU) nr. 142/2011 reguleert, is het wenselijk om gistingsresiduen en compost waarvoor de lidstaat reeds alternatieve omzettingsparameters heeft toegestaan, niet op te nemen in de normen die zijn vastgesteld in hoofdstuk III, afdeling 3, punt 2. Bijlage V bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De lidstaten mogen enkel uit geautoriseerde derde landen de invoer van dierlijke bijproducten en afgeleide producten toestaan. De lidstaten mogen de invoer toestaan van rauw voeder voor gezelschapsdieren afkomstig van bijproducten uit de visserij vanuit niet-EU-landen die geautoriseerd zijn voor de invoer van visserijproducten voor menselijke consumptie in overeenstemming met bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG van de Commissie (3). Dit is niet het geval voor de invoer van verwerkt voeder voor gezelschapsdieren afkomstig van bijproducten uit de visserij. In dat opzicht is de invoer van verwerkt voeder voor gezelschapsdieren afkomstig van bijproducten uit de visserij onderworpen aan striktere voorwaarden dan de invoer van rauw voeder voor gezelschapsdieren afkomstig van bijproducten uit de visserij. Het is passend om de invoer toe te staan van verwerkt voeder voor gezelschapsdieren afkomstig van bijproducten uit de visserij uit alle niet-EU-landen die zijn geautoriseerd voor de invoer van rauw voeder voor gezelschapsdieren afkomstig van bijproducten uit de visserij. Bijlage XIV, hoofdstuk II, afdeling 1, tabel 2, van Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De uitvoer van verwerkte mest bestemd voor verbranding of storting op een stortplaats is verboden. Overeenkomstig artikel 43, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 kan de uitvoer van dat materiaal evenwel voor gebruik in biogas- of composteerinstallaties worden toegestaan, mits het land van bestemming lid is van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Om de uitvoer toe te staan van verwerkte mest en organische meststoffen die uitsluitend verwerkte mest bevatten, is het passend regels vast te stellen voor de uitvoer van die producten voor andere doeleinden dan verbranding, storting, of gebruik in biogas- of composteerinstallaties in landen die geen lid zijn van de OESO. Die voorschriften moeten vereisten bevatten die ten minste gelijkwaardig zijn aan de vereisten voor het in de handel brengen van verwerkte mest en organische meststoffen die uitsluitend verwerkte mest bevatten. Bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan artikel 25 van Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt het volgende lid toegevoegd:

„4. De voorschriften van bijlage XIV, hoofdstuk V, zijn van toepassing op de uitvoer uit de Unie van de daarin genoemde afgeleide producten.”.

Artikel 2

De bijlagen V en XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden gewijzigd overeenkomstig de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 februari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.

(2) Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(3) Beschikking 2006/766/EG van de Commissie van 6 november 2006 tot vaststelling van de lijsten van derde landen en gebieden waaruit tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren, mariene buikpotigen en visserijproducten mogen worden ingevoerd (PB L 320 van 18.11.2006, blz. 53).


BIJLAGE

De bijlagen V en XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage V, hoofdstuk III, afdeling 3, wordt punt 2 vervangen door:

„2.

Andere dan de in afdeling 2, punt 3, onder b), bedoelde gistingsresiduen of compost die niet voldoen aan de in deze afdeling vastgestelde eisen, worden opnieuw omgezet of gecomposteerd en in het geval van salmonella gehanteerd of verwijderd overeenkomstig de instructies van de bevoegde autoriteit.”.

2)

Bijlage XIV wordt als volgt gewijzigd:

a)

in hoofdstuk II, afdeling 1, tabel 2, wordt rij 12 vervangen door:

„12

Voeder voor gezelschapsdieren, met inbegrip van hondenkluiven

a)

Voor verwerkt voeder voor gezelschapsdieren en hondenkluiven: de in artikel 35, onder a), i) en ii), bedoelde materialen;

b)

voor rauw voeder voor gezelschapsdieren: de in artikel 35, onder a), iii), bedoelde materialen

Het voeder voor gezelschapsdieren en de hondenkluiven moeten overeenkomstig bijlage XIII, hoofdstuk II, vervaardigd zijn

a)

Voor rauw voeder voor gezelschapsdieren:

derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage II, deel 1, van Verordening (EU) nr. 206/2010 of in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008, waaruit de lidstaten de invoer van vers vlees van dezelfde diersoorten toestaan en waarvoor alleen vlees met been is toegestaan;

voor materiaal van vis: derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG;

b)

voor hondenkluiven en ander voeder voor gezelschapsdieren dan rauw voeder:

derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage II, deel 1, van Verordening (EU) nr. 206/2010 en de volgende landen:

 

(JP) Japan;

 

(EC) Ecuador;

 

(LK) Sri Lanka;

 

(TW) Taiwan;

voor verwerkt voeder voor gezelschapsdieren uit materiaal van vis: derde landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG

a)

Voor blikvoeder voor gezelschapsdieren: bijlage XV, hoofdstuk 3 (A);

b)

voor ander verwerkt voeder voor gezelschapsdieren dan blikvoeder: bijlage XV, hoofdstuk 3 (B);

c)

voor hondenkluiven: bijlage XV, hoofdstuk 3 (C);

d)

voor rauw voeder voor gezelschapsdieren: bijlage XV, hoofdstuk 3 (D)”

b)

het volgende hoofdstuk V wordt toegevoegd:

„HOOFDSTUK V

REGELS VOOR DE UITVOER VAN BEPAALDE AFGELEIDE PRODUCTEN

Regels die van toepassing zijn op de uitvoer van de hierna genoemde afgeleide producten als bedoeld in artikel 25, lid 4:

 

Afgeleide producten

Voorschriften voor uitvoer

1

Verwerkte mest en organische meststoffen, compost of gistingsresiduen van de omzetting in biogas die geen andere dierlijke bijproducten of afgeleide producten dan verwerkte mest bevatten

Verwerkte mest en organische meststoffen, compost of gistingsresiduen van de omzetting in biogas die geen andere dierlijke bijproducten of afgeleide producten dan verwerkte mest bevatten, moeten ten minste voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in bijlage XI, hoofdstuk I, afdeling 2, onder a), b), d) en e)”


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving