Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.1-3.8

VERORDENING (EU) 2017/212 VAN DE COMMISSIE

van 7 februari 2017

tot aanwijzing van het EU-referentielaboratorium voor pest bij kleine herkauwers, tot vaststelling van aanvullende verantwoordelijkheden en taken van dat laboratorium en tot wijziging van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (1), en met name artikel 32, leden 5 en 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 882/2004 zijn de algemene taken, verplichtingen en voorschriften vastgesteld voor de referentielaboratoria van de Europese Unie („EU-referentielaboratoria”) voor levensmiddelen en diervoeders en voor diergezondheid. De EU-referentielaboratoria voor diergezondheid en levende dieren staan vermeld in deel II van bijlage VII bij die verordening.

(2)

Er bestaat nog geen EU-referentielaboratorium voor pest bij kleine herkauwers. EU-referentielaboratoria moeten de gebieden van de diergezondheid en van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen beslaan waar precieze analytische en diagnostische resultaten nodig zijn. Bij uitbraken van pest bij kleine herkauwers zijn precieze analytische en diagnostische resultaten nodig.

(3)

Op 30 juni 2016 heeft de Commissie een oproep tot het indienen van kandidaturen gepubliceerd met het oog op de selectie en aanwijzing van een EU-referentielaboratorium voor pest bij kleine herkauwers. Het geselecteerde laboratorium „Centre de coopération internationale en recherche agronomique pour le développement (Cirad)” moet worden aangewezen als het EU-referentielaboratorium voor pest bij kleine herkauwers.

(4)

Naast de algemene bevoegdheden en taken zoals vastgelegd in artikel 32, lid 2, van Verordening (EG) nr. 882/2004 moeten de geselecteerde laboratoria bepaalde aanvullende verantwoordelijkheden en taken krijgen. Deze betreffen met name hun schakelfunctie tussen de nationale referentielaboratoria van de lidstaten om de werkzaamheden ervan te ondersteunen en optimale methoden te verstrekken voor de diagnose van pest bij kleine herkauwers.

(5)

Bijlage VII, deel II, bij Verordening (EG) nr. 882/2004 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het geselecteerde laboratorium Centre de coopération internationale en recherche agronomique pour le développement (Cirad), Montpellier, Frankrijk, wordt aangewezen als het referentielaboratorium van de Europese Unie („EU-referentielaboratorium”) voor pest bij kleine herkauwers.

De aanvullende verantwoordelijkheden en taken voor dat laboratorium zijn vastgesteld in de bijlage.

Artikel 2

In bijlage VII, deel II, bij Verordening (EG) nr. 882/2004 wordt het volgende punt 20 toegevoegd:

„20.

EU-referentielaboratorium voor pest bij kleine herkauwers

Centre de coopération internationale en recherche agronomique pour le développement (Cirad)

TA A-15/G

Campus International de Baillarguet

34398 Montpellier Cedex

FRANKRIJK”.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 februari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.


BIJLAGE

Verantwoordelijkheden en taken van het EU-referentielaboratorium voor pest bij kleine herkauwers

Naast de algemene bevoegdheden en taken van EU-referentielaboratoria in de sector diergezondheid uit hoofde van artikel 32, lid 2, van Verordening (EG) nr. 882/2004 heeft het EU-referentielaboratorium voor pest bij kleine herkauwers de volgende verantwoordelijkheden en taken:

1.

fungeren als schakel tussen de nationale referentielaboratoria van de lidstaten en zorgen voor optimale methoden voor de diagnose van pest bij kleine herkauwers bij vee, met name door:

a)

typering en volledige antigeen- en genoomkarakterisering en fylogenetische analyse (verwantschap met andere stammen van hetzelfde virus) van virussen uit te voeren en stammen van virussen van pest bij kleine herkauwers op te slaan met het oog op de bevordering van diagnostische diensten in de Unie en, wanneer dat relevant en noodzakelijk is, met het oog op bijvoorbeeld epidemiologische follow-ups of verificatie van een diagnose;

b)

een geactualiseerde verzameling stammen en isolaten van pest bij kleine herkauwers en specifieke sera en andere reagentia tegen de ziekte, indien beschikbaar, aan te leggen en te onderhouden;

c)

de diagnose te harmoniseren en ervoor te zorgen dat tests in de Unie deskundig worden verricht door periodieke vergelijkende proeven tussen laboratoria en externe kwaliteitsborgingswerkzaamheden te organiseren en uit te voeren met betrekking tot de diagnose van deze ziekte in de Unie en de resultaten van die proeven periodiek aan de Commissie, de lidstaten en de betrokken nationale referentielaboratoria toe te sturen;

d)

de deskundigheid met betrekking tot deze ziekte op peil te houden met het oog op een snelle differentiële diagnose, in het bijzonder ten aanzien van andere relevante virale ziekten;

e)

onderzoek te verrichten met het oog op de ontwikkeling van betere ziektebestrijdingsmethoden in samenwerking met de nationale referentielaboratoria die voor deze ziekte zijn aangewezen en waarmee de Commissie heeft ingestemd;

f)

de Commissie over wetenschappelijke aspecten die verband houden met pest bij kleine herkauwers en, in het bijzonder, over de selectie en het gebruik van vaccinstammen voor virussen van pest bij kleine herkauwers te adviseren;

2.

de werkzaamheden van de nationale referentielaboratoria van de lidstaten die zijn aangewezen voor de diagnose van pest bij kleine herkauwers ondersteunen, met name door:

a)

standaardsera en andere referentiereagentia, zoals virussen, geïnactiveerde antigenen of cellijnen, op te slaan en aan deze laboratoria te leveren met het oog op de standaardisering van de diagnostische tests en de reagentia die in elke lidstaat worden gebruikt, wanneer het agens moet worden geïdentificeerd en/of serologische tests nodig zijn;

b)

actieve steun te verlenen bij de diagnose van ziekten in verband met het vermoeden en de bevestiging van uitbraken in lidstaten door isolaten van toegezonden virussen van pest bij kleine herkauwers te onderzoeken met het oog op bevestiging van de diagnose, virustypering, en het leveren van een bijdrage tot epidemiologisch onderzoek en epidemiologische studies, en door de resultaten van deze activiteiten onverwijld mee te delen aan de Commissie, de lidstaten en de betrokken nationale referentielaboratoria;

3.

informatie verstrekken en zorgen voor bijscholing, met name door:

a)

opleiding, na- en bijscholing en workshops te bevorderen voor nationale referentielaboratoria die voor de diagnose van pest bij kleine herkauwers zijn aangewezen en voor deskundigen op het gebied van laboratoriumdiagnoses met het oog op de harmonisatie van de diagnosetechnieken voor deze ziekte in de hele Unie;

b)

deel te nemen aan internationale fora, met name wat de standaardisatie van analysemethoden voor deze ziekte en de toepassing daarvan betreft;

c)

samen te werken met de betrokken bevoegde laboratoria in niet-EU-landen waar deze ziekte heerst, met betrekking tot diagnosemethoden voor pest bij kleine herkauwers;

d)

de desbetreffende in de gezondheidscode voor landdieren (Terrestrial Animal Health Code) en het handboek inzake normen voor diagnostische tests en vaccins voor landdieren (Manual of Diagnostic Tests and Vaccines for Terrestrial Animals) van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) vastgestelde aanbevelingen inzake testen te evalueren tijdens de jaarlijkse vergadering van voor de diagnose van pest bij kleine herkauwers aangewezen nationale referentielaboratoria;

e)

de Commissie bij te staan bij het evalueren van de in de gezondheidscode voor landdieren en het handboek inzake normen voor diagnostische tests en vaccins voor landdieren vastgestelde aanbevelingen van de OIE;

f)

de ontwikkelingen inzake de epidemiologie van pest bij kleine herkauwers te volgen.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving