Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.1-3.1-26

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/186 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2017

tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor het binnenbrengen in de Unie van zendingen uit bepaalde derde landen wegens microbiologische besmetting en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 669/2009

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name artikel 53, lid 1, onder b), ii),

Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (2), en met name artikel 15, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 voorziet in de mogelijkheid van passende EU-noodmaatregelen betreffende uit een derde land ingevoerde levensmiddelen om de gezondheid van mens of dier of het milieu te beschermen, wanneer blijkt dat er een ernstig risico is dat niet op afdoende wijze kan worden beheerst met door de betrokken lidstaten afzonderlijk getroffen maatregelen.

(2)

In artikel 11 van Verordening (EG) nr. 178/2002 wordt bepaald dat levensmiddelen die in de Unie worden ingevoerd om er in de handel te worden gebracht, moeten voldoen aan de toepasselijke voorschriften van de levensmiddelenwetgeving dan wel aan de voorschriften die door de Unie als ten minste gelijkwaardig daaraan zijn aangemerkt, of, ingeval er een specifieke overeenkomst tussen de Unie en het land van uitvoer bestaat, aan de voorschriften daarvan.

(3)

In Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3) zijn de algemene hygiënevoorschriften op het gebied van levensmiddelen voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven vastgesteld.

(4)

In artikel 11 van Verordening (EG) nr. 882/2004 zijn voorschriften voor de bemonsterings- en analysemethoden in de context van officiële controles vastgelegd.

(5)

In artikel 14 van Verordening (EG) nr. 178/2002 is vastgelegd dat onveilige levensmiddelen niet in de handel mogen worden gebracht. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004 moeten de bevoegde autoriteiten nagaan of de exploitanten van levensmiddelenbedrijven de wetgeving van de Unie naleven.

(6)

In Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie (4) zijn voorschriften vastgesteld betreffende de meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde in bijlage I bij die verordening vermelde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong.

(7)

Al vele jaren is er sprake van een voortdurend hoge frequentie van niet-naleving betreffende de microbiologische veiligheid van sesamzaad (Sesamum) en betelbladeren (Piper betle L.) uit India. In 2014 is derhalve de frequentie van de officiële controles op de invoer van die levensmiddelen wat betreft de aanwezigheid van Salmonella spp., verhoogd. Deze versterkte controles bevestigden desalniettemin de hoge frequentie van niet-naleving van die levensmiddelen wat betreft microbiologische veiligheid, als gevolg van Salmonella spp. De invoer van die levensmiddelen vormt derhalve een ernstig risico voor de volksgezondheid in de Unie en daarom moeten EU-noodmaatregelen worden vastgesteld.

(8)

Om de volksgezondheid in de Unie te beschermen, zijn waarborgen van de bevoegde autoriteiten van de landen van uitvoer noodzakelijk dat die levensmiddelen overeenkomstig de hygiënevoorschriften van Verordening (EG) nr. 852/2004 zijn geproduceerd. Om de geharmoniseerde handhaving van invoercontroles in de gehele Unie te waarborgen, moeten alle zendingen van die levensmiddelen vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat dat door de bevoegde autoriteiten van de landen van uitvoer is ondertekend, en van de resultaten van analytische tests die garanderen dat deze zendingen zijn bemonsterd en geanalyseerd waarbij de resultaten betreffende de aanwezigheid van microbiologische pathogenen bevredigend waren.

(9)

In artikel 6 van Verordening (EG) nr. 669/2009 wordt van exploitanten van levensmiddelenbedrijven, die voor de zendingen verantwoordelijk zijn, verlangd dat zij van tevoren de aankomst en de aard van die zendingen op het aangewezen punt van binnenkomst (APB) aanmelden.

(10)

In artikel 8 van Verordening (EG) nr. 669/2009 wordt, wat de meer uitgebreide officiële controles betreft, vereist dat dergelijke controles documentencontroles en overeenstemmings- en materiële controles omvatten. Van alle zendingen moeten onverwijld binnen twee werkdagen vanaf het tijdstip van aankomst op het APB documentencontroles worden uitgevoerd en overeenstemmings- en materiële controles, met inbegrip van laboratoriumanalyses, met de in bijlage I bij die verordening aangegeven frequentie.

(11)

Om een doeltreffende organisatie en geharmoniseerde invoercontroles op het niveau van de Unie betreffende de aanwezigheid van microbiologische pathogenen in bepaalde levensmiddelen uit bepaalde derde landen te waarborgen, moeten bijzondere invoervoorwaarden voor die levensmiddelen worden vastgelegd. Omwille van de rechtszekerheid verdient het aanbeveling om alle levensmiddelen uit derde landen waarvoor wegens microbiologische risico's bijzondere voorwaarden gelden, in één verordening bijeen te brengen. Daarom moeten de bepalingen betreffende betelbladeren uit India van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/166 van de Commissie (5) in deze verordening worden opgenomen en moet Verordening (EG) nr. 669/2009 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

Wegens microbiologische besmetting moet Uitvoeringsverordening (EU) 2016/166 worden ingetrokken en tegelijkertijd worden vervangen door een meer algemene verordening tot vaststelling van de bepalingen betreffende de invoer van bepaalde levensmiddelen uit derde landen.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op het binnenbrengen van de in bijlage I vermelde levensmiddelen.

Artikel 2

Definities

In deze verordening zijn de definities in de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 178/2002, artikel 2 van Verordening (EG) nr. 882/2004 en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 669/2009 van toepassing.

Artikel 3

Binnenbrengen in de Unie

De exploitant van een levensmiddelenbedrijf waarborgt dat:

a)

zendingen van de in bijlage I vermelde levensmiddelen („levensmiddelen”) alleen in de Unie worden binnengebracht in overeenstemming met de in deze verordening vastgestelde procedures;

b)

levensmiddelenzendingen alleen in de Unie worden binnengebracht via het aangewezen punt van binnenkomst („APB”).

Artikel 4

Bij de zending gevoegde resultaten van bemonstering en analyse

1. Elke levensmiddelenzending gaat vergezeld van de resultaten van de door de bevoegde autoriteit van het derde land van verzending verrichte bemonstering en analyse waarbij op de afwezigheid van het in bijlage I vermelde risico is gecontroleerd.

2. De in lid 1 bedoelde bemonstering en analyse worden verricht overeenkomstig titel II, hoofdstuk III „Bemonstering en analyse”, van Verordening (EG) nr. 882/2004. De bemonstering wordt in het bijzonder verricht overeenkomstig de desbetreffende normen van de ISO (Internationale Organisatie voor normalisatie) en de als referentie gebruikte richtsnoeren van de Codex Alimentarius, en de analyse betreffende de aanwezigheid van salmonella wordt verricht overeenkomstig referentiemethode EN/ISO 6579 (de meest recente versie van de detectiemethode) of een ten opzichte van die methode gevalideerde methode in overeenstemming met het protocol van EN/ISO 16140 of andere internationaal aanvaarde gelijkaardige protocollen.

Artikel 5

Gezondheidscertificaat

1. De zendingen van in bijlage I vermelde levensmiddelen gaan vergezeld van een gezondheidscertificaat overeenkomstig het model in bijlage III.

2. Het gezondheidscertificaat wordt ondertekend en van een stempel voorzien door een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit van het derde land van verzending.

3. Het gezondheidscertificaat en de bijlagen daarbij worden opgesteld in de officiële taal, of in een van de officiële talen, van de lidstaat waar het APB zich bevindt. De lidstaat van het APB kan er echter mee instemmen dat gezondheidscertificaten in een andere officiële taal van de Unie worden opgesteld.

4. Het gezondheidscertificaat is vier maanden geldig vanaf de datum van afgifte, maar niet langer dan zes maanden vanaf de datum van de laatste microbiologische analyse in een laboratorium.

Artikel 6

Identificatie

Elke levensmiddelenzending wordt geïdentificeerd met een identificatiecode (code van de zending) die overeenkomt met de identificatiecode die wordt vermeld in de in artikel 4 bedoelde resultaten van de bemonstering en analyse, en in het in artikel 5 bedoelde gezondheidscertificaat. Die identificatiecode wordt op elke afzonderlijke zak of andere soort verpakking van de zending aangegeven.

Artikel 7

Voorafgaande kennisgeving van zendingen

1. Exploitanten van levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers stellen de bevoegde autoriteiten van het APB vooraf in kennis van de verwachte datum en tijdstip van de fysieke aankomst van levensmiddelenzendingen en van de aard van de zending.

2. Met het oog op de voorafgaande kennisgeving vullen exploitanten van levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers deel I van het gemeenschappelijke document van binnenkomst (GDB) in en zenden dat document ten minste één werkdag vóór de fysieke aankomst van de zending naar de bevoegde autoriteit van het APB.

3. Voor het invullen van het GDB houden de exploitanten van levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers rekening met de richtsnoeren voor het gebruik van het GDB, vastgelegd in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 669/2009.

4. GDB's worden opgesteld in de officiële taal, of een van de officiële talen, van de lidstaat waar het APB zich bevindt. De lidstaat van het APB kan er echter mee instemmen dat GDB's in een andere officiële taal van de Unie worden opgesteld.

Artikel 8

Officiële controles

1. De bevoegde autoriteit op het APB verricht documentencontroles van alle levensmiddelenzendingen om na te gaan of aan de voorschriften van de artikelen 4 en 5 is voldaan.

2. De overeenstemmings- en materiële controles van levensmiddelen worden uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 8, 9 en 19 van Verordening (EG) nr. 669/2009 met de frequentie die is bepaald in bijlage II bij deze verordening.

3. Indien een levensmiddelenzending niet vergezeld gaat van de in artikel 4 bedoelde resultaten van bemonstering en analyse en het in artikel 5 bedoelde gezondheidscertificaat of indien die resultaten of dat gezondheidscertificaat niet aan de voorschriften van deze verordening voldoen, wordt de zending niet in de Unie ingevoerd, maar naar het derde land van oorsprong teruggestuurd of vernietigd.

4. Na beëindiging van de overeenstemmings- en materiële controles doen de bevoegde autoriteiten het volgende:

a)

zij vullen de relevante punten van deel II van het GDB in;

b)

zij voegen de resultaten van de overeenkomstig lid 2 van dit artikel verrichte bemonsteringen en analyses bij;

c)

zij vermelden het GDB-referentienummer op het GDB;

d)

zij stempelen en ondertekenen het origineel van het GDB;

e)

zij maken en bewaren een kopie van het ondertekende en afgestempelde GDB.

5. De originelen van het GDB en het in artikel 5 bedoelde gezondheidscertificaat met de in artikel 4 bedoelde resultaten van bemonstering en analyse vergezellen de zending tijdens het vervoer, totdat deze in het vrije verkeer wordt gebracht. Indien toestemming wordt verleend voor verder vervoer van de zendingen in afwachting van de resultaten van de materiële controles, wordt een gewaarmerkte kopie van het originele GDB afgegeven. Indien toestemming wordt verleend, stelt de bevoegde autoriteit van het APB de bevoegde autoriteit op de plaats van bestemming daarvan in kennis en worden passende regelingen getroffen om te garanderen dat de zending permanent onder controle van de bevoegde autoriteiten blijft en dat in afwachting van de resultaten van de materiële controles op geen enkele wijze met de zending kan worden geknoeid.

Artikel 9

Splitsing van zendingen

1. Zendingen mogen niet worden gesplitst voordat alle controles zijn uitgevoerd en het GDB door de bevoegde autoriteit van het APB overeenkomstig artikel 8 is ingevuld.

2. Indien de zending naderhand wordt gesplitst, gaat tijdens het vervoer elk deel van de zending vergezeld van een gewaarmerkte kopie van het GDB totdat het in het vrije verkeer wordt gebracht.

Artikel 10

In het vrije verkeer brengen

Zendingen van in bijlage I vermelde levensmiddelen kunnen pas in het vrije verkeer worden gebracht als alle officiële controles zijn uitgevoerd, de bevredigende resultaten van de eventueel vereiste materiële controles bekend zijn, de bevoegde autoriteit van het APB een GDB heeft ingevuld en de exploitant van het levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger (fysiek of elektronisch) dat GDB aan de douaneautoriteiten heeft overgelegd. De douaneautoriteiten staan het in het vrije verkeer brengen van de zending alleen toe als in vak II.14 van het GDB is vermeld dat de bevoegde autoriteit een positief besluit heeft genomen, en in vak II.21 een handtekening is geplaatst.

Artikel 11

Niet-naleving

Indien uit de officiële controles blijkt dat de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 852/2004 niet zijn nageleefd, vult de bevoegde autoriteit van het APB deel III van het GDB in en worden overeenkomstig de artikelen 19, 20 en 21 van Verordening (EG) nr. 882/2004 maatregelen genomen.

Artikel 12

Verslagen

De lidstaten brengen verslag uit aan de Commissie over alle analyseresultaten van levensmiddelenzendingen overeenkomstig artikel 8 van deze verordening.

Dat verslag heeft betrekking op een periode van zes maanden en wordt twee keer per jaar vóór het einde van de maand die volgt op het einde van elk halfjaar, ingediend.

Het verslag moet de volgende informatie bevatten:

a)

het aantal binnengebrachte zendingen, onder vermelding van de grootte, uitgedrukt in nettogewicht, en het land van oorsprong van elke zending;

b)

het aantal zendingen waarvan monsters zijn genomen voor analyse;

c)

de resultaten van de in artikel 8, lid 2, bedoelde overeenstemmings- en materiële controles.

Artikel 13

Kosten

Alle kosten in verband met de in artikel 8 bedoelde officiële controles, waaronder die van bemonstering, analyse, opslag en alle maatregelen die worden genomen wanneer de levensmiddelen niet aan de eisen voldoen, zoals bedoeld in artikel 11, komen voor rekening van de exploitanten van de levensmiddelenbedrijven.

Artikel 14

Overgangsmaatregelen

De lidstaten staan het binnenbrengen van levensmiddelenzendingen die het derde land van oorsprong hebben verlaten voor de inwerkingtreding van onderhavige verordening en die niet vergezeld gaan van een in artikel 5 bedoeld gezondheidscertificaat en van in artikel 4 bedoelde resultaten van bemonstering en analyse, toe.

Artikel 15

Intrekking

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/166 wordt ingetrokken.

Artikel 16

Wijziging van Verordening (EG) nr. 669/2009

Verordening (EG) nr. 669/2009 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening.

Artikel 17

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2) PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(3) Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1).

(4) Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 2006/504/EG (PB L 194 van 25.7.2009, blz. 11).

(5) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/166 van de Commissie van 8 februari 2016 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer uit India van levensmiddelen die betelbladeren (Piper betle) bevatten of die daaruit bestaan en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 669/2009 (PB L 32 van 9.2.2016, blz. 143).


BIJLAGE I

Lijst van in artikel 1 genoemde levensmiddelen

Levensmiddelen

(beoogd gebruik)

GN-code (1)

Taric-onderverdeling

Land van oorsprong

Risico

Sesamzaad (Sesamum)

(Levensmiddelen — vers of gekoeld)

1207 40 90

 

India (IN)

Salmonella

Betelbladeren (Piper betle L.)

(Levensmiddelen)

ex 1404 90 00

10

India (IN)

Salmonella


(1) Indien slechts bepaalde onder een GN-code vallende producten behoeven te worden onderzocht en geen specifieke onderverdeling voor die code bestaat, wordt de GN-code voorafgegaan door „ex”.


BIJLAGE II

Frequentie van overeenstemmings- en materiële controles voor de in artikel 1 genoemde levensmiddelen op het aangewezen punt van binnenkomst (APB) overeenkomstig artikel 8, lid 2

Levensmiddelen

(beoogd gebruik)

GN-code (1)

Taric-onderverdeling

Land van oorsprong

Risico

Frequentie van materiële en overeenstemmingscontroles (%)

Sesamzaad (Sesamum)

(Levensmiddelen — vers of gekoeld)

1207 40 90

 

India (IN)

Salmonella (2)

20

Betelbladeren (Piper betle L.)

(Levensmiddelen)

ex 1404 90 00

10

India (IN)

Salmonella (2)

10


(1) Indien slechts bepaalde onder een GN-code vallende producten behoeven te worden onderzocht en geen specifieke onderverdeling voor die code bestaat, wordt de GN-code voorafgegaan door „ex”.

(2) Referentiemethode EN/ISO 6579 (de meest recente versie van de detectiemethode) of een ten opzichte van die methode gevalideerde methode in overeenstemming met het protocol van EN/ISO 16140 of andere internationaal aanvaarde gelijkaardige protocollen.


BIJLAGE III

Gezondheidscertificaat voor het binnenbrengen van betelbladeren en sesamzaad uit India naar de Europese Unie

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

Image

Tekst van het beeld

BIJLAGE IV

In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 669/2009 wordt de volgende vermelding geschrapt:

„Sesamzaad

(Levensmiddelen — vers of gekoeld)

1207 40 90

 

India (IN)

Salmonella (12)

20”


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving