Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.3-2.346

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/55 VAN DE COMMISSIE

van 14 december 2016

tot verlening van een vergunning voor octaan-2-ol, isopropanol, pentaan-2-ol, octaan-3-ol, heptaan-2-on, pentaan-2-on, 6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on, nonaan-3-on, decaan-2-on en isopropyltetradecanoaat als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Voor octaan-2-ol, isopropanol, pentaan-2-ol, octaan-3-ol, heptaan-2-on, pentaan-2-on, 6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on, nonaan-3-on, decaan-2-on en isopropyltetradecanoaat is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. Vervolgens zijn die producten overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaande producten opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, juncto artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van octaan-2-ol, isopropanol, pentaan-2-ol, octaan-3-ol, heptaan-2-on, pentaan-2-on, 6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on, nonaan-3-on, decaan-2-on en isopropyltetradecanoaat als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten. De aanvrager heeft gevraagd deze toevoegingsmiddelen in de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” in te delen. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten zijn bij de aanvraag verstrekt.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 20 oktober 2015 (3) geconcludeerd dat octaan-2-ol, isopropanol, pentaan-2-ol, octaan-3-ol, heptaan-2-on, pentaan-2-on, 6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on, nonaan-3-on, decaan-2-on en isopropyltetradecanoaat onder de voorgestelde voorwaarden voor gebruik in diervoeding geen ongunstige gevolgen hebben voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu. De EFSA heeft ook geconcludeerd dat de functie van octaan-2-ol, isopropanol, pentaan-2-ol, octaan-3-ol, heptaan-2-on, pentaan-2-on, 6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on, nonaan-3-on, decaan-2-on en isopropyltetradecanoaat in diervoeders vergelijkbaar is met die in levensmiddelen. De EFSA heeft al geconcludeerd dat die stoffen voor levensmiddelen werkzaam zijn doordat zij levensmiddelen geuriger of smakelijker maken. De EFSA kon geen conclusies trekken over de veiligheid van octaan-2-ol, isopropanol, pentaan-2-ol, octaan-3-ol, heptaan-2-on, pentaan-2-on, 6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on, nonaan-3-on, decaan-2-on en isopropyltetradecanoaat gebruikt in drinkwater. Deze stoffen kunnen echter worden gebruikt in mengvoeders, die vervolgens via water worden toegediend.

(5)

Er moeten beperkingen en voorwaarden worden vastgesteld om een betere controle mogelijk te maken. Om praktische redenen en rekening houdend met de herbeoordeling door de EFSA moeten aanbevolen maximumgehalten worden vastgesteld. Indien het aanbevolen gehalte van het toevoegingsmiddel in volledig diervoeder wordt overschreden, moeten het identificatienummer van het toevoegingsmiddel, de naam en de toegevoegde hoeveelheid worden vermeld op het etiket van de voormengsels, mengvoeders en voedermiddelen.

(6)

De EFSA heeft geconcludeerd dat bij gebrek aan gegevens over de veiligheid van de gebruiker octaan-2-ol, isopropanol, pentaan-2-ol, octaan-3-ol, heptaan-2-on, pentaan-2-on, 6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on, nonaan-3-on, decaan-2-on en isopropyltetradecanoaat moeten worden beschouwd als irriterend voor de huid, de ogen en de luchtwegen en als sensibiliserend voor de huid. Derhalve moeten de nodige beschermingsmaatregelen worden genomen. Specifieke voorschriften voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het verslag over de analysemethode voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(7)

Uit de beoordeling van octaan-2-ol, isopropanol, pentaan-2-ol, octaan-3-ol, heptaan-2-on, pentaan-2-on, 6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on, nonaan-3-on, decaan-2-on en isopropyltetradecanoaat blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van deze stoffen zou daarom moeten worden toegestaan zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening.

(8)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor octaan-2-ol, isopropanol, pentaan-2-ol, octaan-3-ol, heptaan-2-on, pentaan-2-on, 6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on, nonaan-3-on, decaan-2-on en isopropyltetradecanoaat vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Vergunningverlening

Voor de in de bijlage beschreven stoffen, die behoren tot de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „aromatische stoffen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddelen voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

1.   De in de bijlage beschreven stoffen en voormengsels die deze stoffen bevatten die vóór 6 augustus 2017 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 6 februari 2017 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

2.   De mengvoeders en voedermiddelen die de in de bijlage beschreven stoffen bevatten die vóór 6 februari 2018 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 6 februari 2017 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor voedselproducerende dieren.

3.   De mengvoeders en voedermiddelen die de in de bijlage beschreven stoffen bevatten die vóór 6 februari 2019 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 6 februari 2017 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor niet-voedselproducerende dieren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 december 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1).

(3)  EFSA Journal 2015;13(11):4268.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(7)

(8)

(9)

Categorie: Sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: Aromatische stoffen.

2b02022

Octaan-2-ol

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Octaan-2-ol

Karakterisering van de werkzame stof

Octaan-2-ol

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 97 %

C8H18O

CAS-nr.: 123-96-6

Flavis-nr.: 02.022

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van octaan-2-ol in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

Gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof is:

voor varkens en pluimvee: 1 mg/kg, en voor andere soorten en categorieën: 1,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het volgende vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %:

1 mg/kg voor varkens en pluimvee;

1,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën.”

5.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders, wanneer het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden:

1 mg/kg voor varkens en pluimvee;

1,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

6 februari 2027

2b02079

Isopropanol

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Isopropanol

Karakterisering van de werkzame stof

Isopropanol

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: minimaal 99,7 %

Chemische formule: C3H8O

CAS-nr.: 67-63-0

Flavis-nr.: 02.079

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van isopropanol in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

Gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof is:

25 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het volgende vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %: 25 mg/kg”

5.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders, wanneer het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden: 25 mg/kg.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

6 februari 2027

2b02088

Pentaan-2-ol

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Pentaan-2-ol

Karakterisering van de werkzame stof

Pentaan-2-ol

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: minimaal 97,9 %

Chemische formule: C5H12O

CAS-nr.: 6032-29-7

Flavis-nr.: 02.088

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van pentaan-2-ol in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

Gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof is:

voor varkens en pluimvee: 1 mg/kg, en voor andere soorten en categorieën: 1,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het volgende vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %:

1 mg/kg voor varkens en pluimvee;

1,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën.”

5.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders, wanneer het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden:

1 mg/kg voor varkens en pluimvee;

1,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

6 februari 2027

2b02098

Octaan-3-ol

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Octaan-3-ol

Karakterisering van de werkzame stof

Octaan-3-ol

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: minimaal 97 %

Chemische formule: C8H18O

CAS-nr.: 589-98-0

Flavis-nr.: 02.098

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van octaan-3-ol in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

Gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof is:

voor varkens en pluimvee: 1 mg/kg, en voor andere soorten en categorieën: 1,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het volgende vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %:

1 mg/kg voor varkens en pluimvee;

1,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën.”

5.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders, wanneer het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden:

1 mg/kg voor varkens en pluimvee;

1,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

6 februari 2027

2b07002

Heptaan-2-on

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Heptaan-2-on

Karakterisering van de werkzame stof

Heptaan-2-on

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: minimaal 95 %

Chemische formule: C7H14O

CAS-nr.: 110-43-0

Flavis-nr.: 07.002

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van heptaan-2-on in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

Gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof is:

voor biggen: 4 mg/kg, voor mestkippen en legkippen: 3 mg/kg, voor katten: 2 mg/kg, en voor andere soorten en categorieën: 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het volgende vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %:

4 mg/kg voor biggen;

3 mg/kg voor mestkippen en legkippen;

2 mg/kg voor katten;

5 mg/kg voor andere soorten en categorieën”

5.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders, wanneer het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden:

4 mg/kg voor biggen;

3 mg/kg voor mestkippen en legkippen;

2 mg/kg voor katten;

5 mg/kg voor andere soorten en categorieën

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

6 februari 2027

2b07054

—-

Pentaan-2-on

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Pentaan-2-on

Karakterisering van de werkzame stof

Pentaan-2-on

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: minimaal 95 %

Chemische formule: C5H10O

CAS-nr.: 107-87-9

Flavis-nr.: 07.054

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van pentaan-2-on in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

Gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof is:

voor biggen: 4 mg/kg, voor mestkippen en legkippen: 3 mg/kg, voor katten: 2 mg/kg, en voor andere soorten en categorieën: 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het volgende vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %:

4 mg/kg voor biggen;

3 mg/kg voor mestkippen en legkippen;

2 mg/kg voor katten;

5 mg/kg voor andere soorten en categorieën”

5.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders, wanneer het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden:

4 mg/kg voor biggen;

3 mg/kg voor mestkippen en legkippen;

2 mg/kg voor katten;

5 mg/kg voor andere soorten en categorieën

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

6 februari 2027

2b07099

6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on

Karakterisering van de werkzame stof

6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: minimaal 96 %

Chemische formule: C8H12O

CAS-nr.: 1604-28-0

Flavis-nr.: 07.099

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van 6-methyl-hepta-3,5-dien-2-on in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

Gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof is:

voor varkens en pluimvee: 0,3 mg/kg, en voor andere soorten en categorieën: 0,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het volgende vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %:

0,3 mg/kg voor varkens en pluimvee;

0,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën”

5.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders, wanneer het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden:

0,3 mg/kg voor varkens en pluimvee;

0,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

6 februari 2027

2b07113

Nonaan-3-on

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Nonaan-3-on

Karakterisering van de werkzame stof

Nonaan-3-on

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: minimaal 95,9 %

Chemische formule: C9H18O

CAS-nr.: 925-78-0

Flavis-nr.: 07.113

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van nonaan-3-on in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

Gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof is:

varkens en pluimvee: 0,3 mg/kg, voor vis: 0,05 mg/kg, en voor andere soorten en categorieën: 0,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het volgende vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %:

0,3 mg/kg voor varkens en pluimvee;

0,05 mg/kg voor vis;

0,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën”

5.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders, wanneer het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden:

0,3 mg/kg voor varkens en pluimvee;

0,05 mg/kg voor vis;

0,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

6 februari 2027

2b07150

Decaan-2-on

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Decaan-2-on

Karakterisering van de werkzame stof

Decaan-2-on

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: minimaal 98 %

Chemische formule: C10H20O

CAS-nr.: 693-54-9

Flavis-nr.: 07.150

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van decaan-2-on in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

Gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof is:

voor varkens en pluimvee: 0,3 mg/kg, en voor andere soorten en categorieën: 0,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het volgende vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %:

0,3 mg/kg voor varkens en pluimvee;

0,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën”

5.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders, wanneer het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden:

0,3 mg/kg voor varkens en pluimvee;

0,5 mg/kg voor andere soorten en categorieën

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

6 februari 2027

2b09105

Isopropyltetradecanoaat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Isopropyltetradecanoaat

Karakterisering van de werkzame stof

Isopropyltetradecanoaat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: minimaal 99 %

Chemische formule: C17H34O2

CAS-nr.: 110-27-0

Flavis-nr.: 09.105

Analysemethoden  (1)

Voor de bepaling van isopropyltetradecanoaat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

Gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof is 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het volgende vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %: 5 mg/kg”

5.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders, wanneer het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden: 5 mg/kg

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

6 februari 2027


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op het volgende adres van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving