Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.345

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/54 VAN DE COMMISSIE

van 14 december 2016

tot verlening van een vergunning voor 2-methylpropaan-1-ol, isopentanol, 3,7-dimethyloctaan-1-ol, 2-ethylhexaan-1-ol, 2-methylpropanal, 3-methylbutanal, 2-methylbutyraldehyde, 3-methylboterzuur, 2-methylvaleriaanzuur, 2-ethylboterzuur, 2-methylboterzuur, 2-methylheptaanzuur, 4-methylnonaanzuur, 4-methyloctaanzuur, isobutylacetaat, isobutylbutyraat, 3-methylbutyl-hexanoaat, 3-methylbutyl-dodecanoaat, 3-methylbutyl-octanoaat, 3-methylbutyl-propionaat, 3-methylbutyl-formiaat, glyceryltributyraat, isobutylisobutyraat, isopentylisobutyraat, isobutylisovaleraat, isopentyl-2-methylbutyraat, 2-methylbutyl-isovaleraat en 2-methylbutyl-butyraat als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Voor 2-methylpropaan-1-ol, isopentanol, 3,7-dimethyloctaan-1-ol, 2-ethylhexaan-1-ol, 2-methylpropanal, 3-methylbutanal, 2-methylbutyraldehyde, 3-methylboterzuur, 2-methylvaleriaanzuur, 2-ethylboterzuur, 2-methylboterzuur, 2-methylheptaanzuur, 4-methylnonaanzuur, 4-methyloctaanzuur, isobutylacetaat, isobutylbutyraat, 3-methylbutyl-hexanoaat, 3-methylbutyl-dodecanoaat, 3-methylbutyl-octanoaat, 3-methylbutyl-propionaat, 3-methylbutyl-formiaat, glyceryltributyraat, isobutylisobutyraat, isopentylisobutyraat, isobutylisovaleraat, isopentyl-2-methylbutyraat, 2-methylbutyl-isovaleraat en 2-methylbutyl-butyraat, hierna „de betrokken stoffen” genoemd, is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten. Vervolgens zijn die producten overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaande producten opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003, in samenhang met artikel 7 daarvan, werd een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van de betrokken stoffen als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten. De aanvrager heeft gevraagd die toevoegingsmiddelen in de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” in te delen. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten zijn bij de aanvraag gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 17 oktober 2012 (3) geconcludeerd dat de betrokken stoffen onder de voorgestelde voorwaarden voor gebruik in diervoeding geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de gezondheid van de mens, of het milieu hebben. De EFSA heeft tevens geconcludeerd dat die stoffen voor levensmiddelen goedgekeurde aromatische stoffen zijn waarvan de werkzaamheid is bewezen, aangezien de functies van het toevoegingsmiddel zoals toegepast voor gebruik in diervoeding en zoals beschreven voor gebruik in levensmiddelen vergelijkbaar zijn.

(5)

De EFSA concludeerde dat er geen veiligheidsproblemen voor de gebruikers zullen rijzen als de nodige beschermingsmaatregelen worden genomen. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het verslag over de analysemethode voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(6)

Uit de beoordeling van de betrokken stoffen blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning wordt voldaan. Het gebruik van die stoffen moet daarom worden toegestaan zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening. Er moeten aanbevolen maximumgehalten voor die stoffen worden vastgesteld. Die stoffen mogen worden gebruikt in mengvoeder dat vervolgens via water wordt toegediend.

(7)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor de betrokken stoffen vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor de in de bijlage beschreven stoffen, die behoren tot de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „aromatische stoffen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddelen voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

1.   De in de bijlage beschreven stoffen en voormengsels die deze stoffen bevatten die vóór 6 augustus 2017 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 6 februari 2017 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

2.   De mengvoeders en voedermiddelen die de in de bijlage beschreven stoffen bevatten die vóór 6 februari 2018 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 6 februari 2017 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor voedselproducerende dieren.

3.   De mengvoeders en voedermiddelen die de in de bijlage beschreven stoffen bevatten die vóór 6 februari 2019 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 6 februari 2017 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor niet-voedselproducerende dieren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 december 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1).

(3)  EFSA Journal 2012;10(10):2927.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(7)

(8)

(9)

Categorie: sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: aromatische stoffen

2b02001

2-Methylpropaan-1-ol

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

2-Methylpropaan-1-ol

Karakterisering van de werkzame stof

2-Methylpropaan-1-ol

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C4H10O

CAS-nr. 78-83-1

Flavis-nr. 02.001

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 2-methylpropaan-1-ol in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b02003

Isopentanol

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Isopentanol

Karakterisering van de werkzame stof

Isopentanol

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C5H12O

CAS-nr. 123-51-3

Flavis-nr. 02.003

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van isopentanol in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b02026

3,7-Dimethyloctaan-1-ol

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

3,7-Dimethyloctaan-1-ol

Karakterisering van de werkzame stof

3,7-Dimethyloctaan-1-ol

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 90 %

Chemische formule: C10H22O

CAS-nr. 106-21-8

Flavis-nr. 02.026

Analysemethode  (1)

Voor het identificeren van 3,7-dimethyloctaan-1-ol in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt:

voor varkens en pluimvee: 1 mg/kg, en voor alle andere soorten en categorieën: 1,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b02082

2-Ethylhexaan-1-ol

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

2-Ethylhexaan-1-ol

Karakterisering van de werkzame stof

2-Ethylhexaan-1-ol

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 97 %

Chemische formule: C8H18O

CAS-nr. 104-76-7

Flavis-nr. 02.082

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 2-ethylhexaan-1-ol in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b05004

2-Methylpropanal

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

2-Methylpropanal

Karakterisering van de werkzame stof

2-Methylpropanal

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C4H8O

CAS-nr. 78-84-2

Flavis-nr. 05.004

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 2-methylpropanal in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b05006

3-Methylbutanal

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

3-Methylbutanal

Karakterisering van de werkzame stof

3-Methylbutanal

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 95 %

Chemische formule: C5H10O

CAS-nr. 590-86-3

Flavis-nr. 05.006

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 3-methylbutanal in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b05049

2-Methylbutyraldehyde

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

2-Methylbutyraldehyde

Karakterisering van de werkzame stof

2-Methylbutyraldehyde

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 97 %

Chemische formule: C5H10O

CAS-nr. 96-17-3

Flavis-nr. 05.049

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 2-methylbutyraldehyde in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b08008

3-Methylboterzuur

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

3-Methylboterzuur

Karakterisering van de werkzame stof

3-Methylboterzuur

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 99 %

Chemische formule: C5H10O2

CAS-nr. 503-74-2

Flavis-nr. 08.008

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 3-methylboterzuur in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b08031

2-Methylvaleriaanzuur

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

2-Methylvaleriaanzuur

Karakterisering van de werkzame stof

2-Methylvaleriaanzuur

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C6H12O2

CAS-nr. 97-61-0

Flavis-nr. 08.031

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 2-methylvaleriaanzuur in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b08045

2-Ethylboterzuur

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

2-Ethylboterzuur

Karakterisering van de werkzame stof

2-Ethylboterzuur

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C6H12O2

CAS-nr. 88-09-5

Flavis-nr. 08.045

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 2-ethylboterzuur in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b08046

2-Methylboterzuur

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

2-Methylboterzuur

Karakterisering van de werkzame stof

2-Methylboterzuur

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C5H10O2

CAS-nr. 116-53-0

Flavis-nr. 08.046

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 2-methylboterzuur in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b08047

2-Methylheptaanzuur

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

2-Methylheptaanzuur

Karakterisering van de werkzame stof

2-Methylheptaanzuur

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 97 %

Chemische formule: C8H16O2

CAS-nr. 1188-02-9

Flavis-nr. 08.047

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 2-methylheptaanzuur in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b08062

4-Methylnonaanzuur

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

4-Methylnonaanzuur

Karakterisering van de werkzame stof

4-Methylnonaanzuur

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C10H20O2

CAS-nr. 45019-28-1

Flavis-nr. 08.062

Analysemethode  (1)

Voor het identificeren van 4-methylnonaanzuur in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt:

voor varkens en pluimvee: 1 mg/kg, en voor alle andere soorten en categorieën: 1,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b08063

4-Methyloctaanzuur

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

4-Methyloctaanzuur

Karakterisering van de werkzame stof

4-Methyloctaanzuur

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 97 %

Chemische formule: C9H18O2

CAS-nr. 54947-74-9

Flavis-nr. 08.063

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 4-methyloctaanzuur in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09005

Isobutylacetaat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Isobutylacetaat

Karakterisering van de werkzame stof

Isobutylacetaat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 95 %

Chemische formule: C6H12O2

CAS-nr. 110-19-0

Flavis-nr. 09.005

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van isobutylacetaat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09043

Isobutylbutyraat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Isobutylbutyraat

Karakterisering van de werkzame stof

Isobutylbutyraat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C8H16O2

CAS-nr. 539-90-2

Flavis-nr. 09.043

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van isobutylbutyraat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09070

3-Methylbutyl-hexanoaat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

3-Methylbutyl-hexanoaat

Karakterisering van de werkzame stof

3-Methylbutyl-hexanoaat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C11H22O2

CAS-nr. 2198-61-0

Flavis-nr. 09.070

Analysemethode  (1)

Voor het identificeren van 3-methylbutyl-hexanoaat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt:

voor varkens en pluimvee: 1 mg/kg, en voor alle andere soorten en categorieën: 1,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09103

3-Methylbutyl-dodecanoaat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

3-Methylbutyl-dodecanoaat

Karakterisering van de werkzame stof

3-Methylbutyl-dodecanoaat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 97 %

Chemische formule: C17H34O2

CAS-nr. 6309-51-9

Flavis-nr. 09.103

Analysemethode  (1)

Voor het identificeren van 3-methylbutyl-dodecanoaat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt:

voor varkens en pluimvee: 1 mg/kg, en voor alle andere soorten en categorieën: 1,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09120

3-Methylbutyl-octanoaat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

3-Methylbutyl-octanoaat

Karakterisering van de werkzame stof

3-Methylbutyl-octanoaat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C13H26O2

CAS-nr. 2035-99-6

Flavis-nr. 09.120

Analysemethode  (1)

Voor het identificeren van 3-methylbutyl-octanoaat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt:

voor varkens en pluimvee: 1 mg/kg, en voor alle andere soorten en categorieën: 1,5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09136

3-Methylbutyl-propionaat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

3-Methylbutyl-propionaat

Karakterisering van de werkzame stof

3-Methylbutyl-propionaat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C8H16O2

CAS-nr. 105-68-0

Flavis-nr. 09.136

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 3-methylbutyl-propionaat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09162

3-Methylbutyl-formiaat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

3-Methylbutyl-formiaat

Karakterisering van de werkzame stof

3-Methylbutyl-formiaat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 92 %

Chemische formule: C6H12O2

CAS-nr. 110-45-2

Flavis-nr. 09.162

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 3-methylbutyl-formiaat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09211

Glyceryltributyraat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Glyceryltributyraat

Karakterisering van de werkzame stof

Glyceryltributyraat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 99 %

Chemische formule: C15H26O6

CAS-nr. 60-01-5

Flavis-nr. 09.211

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van glyceryltributyraat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09417

Isobutylisobutyraat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Isobutylisobutyraat

Karakterisering van de werkzame stof

Isobutylisobutyraat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C8H16O2

CAS-nr. 97-85-8

Flavis-nr. 09.417

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van isobutylisobutyraat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09419

Isopentylisobutyraat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Isopentylisobutyraat

Karakterisering van de werkzame stof

Isopentylisobutyraat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C9H18O2

CAS-nr. 2050-01-3

Flavis-nr. 09.419

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van isopentylisobutyraat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09472

Isobutylisovaleraat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Isobutylisovaleraat

Karakterisering van de werkzame stof

Isobutylisovaleraat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C9H18O2

CAS-nr. 589-59-3

Flavis-nr. 09.472

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van isobutylisovaleraat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09530

Isopentyl-2-methylbutyraat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Isopentyl-2-methylbutyraat

Karakterisering van de werkzame stof

Isopentyl-2-methylbutyraat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 95 %

Chemische formule: C10H20O2

CAS-nr. 27625-35-0

Flavis-nr. 09.530

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van isopentyl-2-methylbutyraat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09531

2-Methylbutyl-isovaleraat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

2-Methylbutyl-isovaleraat

Karakterisering van de werkzame stof

2-Methylbutyl-isovaleraat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 98 %

Chemische formule: C10H20O2

CAS-nr. 2445-77-4

Flavis-nr. 09.531

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 2-methylbutyl-isovaleraat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027

2b09659

2-Methylbutyl-butyraat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

2-Methylbutyl-butyraat

Karakterisering van de werkzame stof

2-Methylbutyl-butyraat

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheid: min. 95 %

Chemische formule: C9H18O2

CAS-nr. 51115-64-1

Flavis-nr. 09.659

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van 2-methylbutyl-butyraat in het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in aromatische voormengsels voor diervoeders:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL)

Alle diersoorten

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in de diervoeding worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

3.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 5 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

4.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in het volledige diervoeder aangegeven.

5.

Wanneer het maximumgehalte wordt overschreden, worden de naam van de functionele groep, de naam van het toevoegingsmiddel, het identificatienummer en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof aangegeven op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders.

6.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en passende organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met de mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of oogcontact. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels passende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt.

6 februari 2027


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op het volgende adres van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving