Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.1-3.3

VERORDENING (EU) Nr. 563/2012 VAN DE COMMISSIE

van 27 juni 2012

tot wijziging van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van EU-referentielaboratoria betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (1), en met name artikel 32, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 882/2004 worden de algemene taken, verplichtingen en voorschriften vastgesteld voor de Europese Unie (EU)-referentielaboratoria voor levensmiddelen en diervoeders en voor diergezondheid en levende dieren. De EU-referentielaboratoria voor levensmiddelen en diervoeders zijn opgenomen in deel I van bijlage VII bij die verordening.

(2)

Bij Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (2) worden de controlemaatregelen vastgesteld met betrekking tot de in bijlage I daarbij bedoelde stoffen en groepen residuen.

(3)

Na een reorganisatie van de laboratoriumactiviteiten in Nederland gingen alle functies, met inbegrip van de gehele infrastructuur en het voltallige personeel, van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), dat momenteel is geregistreerd als het EU-referentielaboratorium voor residuen van diergeneesmiddelen en contaminanten in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, voor de in groep A, punten 1, 2, 3 en 4, en groep B, punt 2, onder d), en punt 3, onder d), van bijlage I bij Richtlijn 96/23/EG bedoelde residuen over op het RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid. De door het RIVM uitgevoerde taken werden op grond van een raamovereenkomst die op 31 december 2011 eindigde, toegewezen aan het RIKILT.

(4)

Aangezien de overeenkomst met het RIVM afliep, werd een oproep gepubliceerd voor de selectie van een EU-referentielaboratorium dat in de plaats daarvan moet komen. De keuze viel op het RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid, op grond dat het aan alle voorgeschreven criteria voldoet; het RIKILT moet derhalve als EU-referentielaboratorium worden aangewezen.

(5)

Gezien het belang van de stoffen van groep A, punten 1 tot en met 4, van bijlage I bij Richtlijn 96/23/EG en het feit dat de keuze is gevallen op het RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid, op grond dat het aan alle voorgeschreven criteria voldoet, moet het RIKILT met ingang van 1 januari 2012 voor de in groep A, punten 1, 2, 3 en 4, en groep B, punt 2, onder d), en punt 3, onder d), van bijlage I bij Richtlijn 96/23/EG bedoelde residuen worden aangewezen als het bevoegde EU-referentielaboratorium voor residuen van diergeneesmiddelen en contaminanten in levensmiddelen van dierlijke oorsprong. Deze verordening dient met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2012 te worden toegepast.

(6)

Deel I van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 882/2004 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In deel I van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 882/2004 wordt punt 12, onder a), vervangen door:

„a)

Voor de residuen genoemd in bijlage I, groep A, punten 1, 2, 3 en 4, groep B, punt 2, onder d), en groep B, punt 3, onder d), van Richtlijn 96/23/EG:

RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid, onderdeel van Wageningen UR

Wageningen

Nederland”

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 juni 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(2)  PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving