Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.1-3.1-14

VERORDENING (EG) Nr. 669/2009 VAN DE COMMISSIE

van 24 juli 2009

ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 2006/504/EG

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (1), en met name op artikel 15, lid 5, en artikel 63, lid 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (2), en met name op artikel 53, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 882/2004 stelt op communautair niveau een geharmoniseerd kader van algemene voorschriften voor de organisatie van officiële controles vast, met inbegrip van officiële controles op het binnenbrengen van levensmiddelen en diervoeders uit derde landen. Bovendien bepaalt die verordening dat een lijst moet worden opgesteld van diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong die op basis van bekende of nieuwe risico’s aan meer uitgebreide officiële controles moeten worden onderworpen op het punt van binnenkomst op de in bijlage I bij die verordening vermelde grondgebieden („de lijst”). Deze meer uitgebreide controles moeten het enerzijds mogelijk maken het bekende of nieuwe risico doeltreffender te bestrijden en anderzijds nauwkeurige monitoringgegevens over het vóórkomen en de prevalentie van ongunstige resultaten van laboratoriumanalyses te verzamelen.

(2)

Voor het opstellen van de lijst moet rekening worden gehouden met bepaalde criteria aan de hand waarvan een bekend of nieuw risico dat verbonden is aan een specifiek diervoeder of levensmiddel van niet-dierlijke oorsprong, kan worden geïdentificeerd.

(3)

In afwachting van de vaststelling van een gestandaardiseerde methode en criteria voor de opstelling van de lijst moet, voor het opstellen en bijwerken van de lijst, rekening worden gehouden met gegevens uit kennisgevingen die zijn ontvangen via het systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders (RASFF), zoals vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 178/2002, met verslagen van het Voedsel- en Veterinair Bureau, met van derde landen ontvangen verslagen, met de tussen de Commissie, de lidstaten en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid uitgewisselde informatie, en met wetenschappelijke evaluaties.

(4)

Verordening (EG) nr. 882/2004 bepaalt dat de lidstaten, voor de organisatie van de meer uitgebreide controles, punten van binnenkomst moeten aanwijzen die toegang hebben tot de passende controlefaciliteiten voor de verschillende soorten diervoeders en levensmiddelen. Het is dan ook passend in deze verordening minimumvoorschriften voor de aangewezen punten van binnenkomst vast te stellen om te zorgen voor een uniform niveau wat de doeltreffendheid van de controles betreft.

(5)

Verordening (EG) nr. 882/2004 bepaalt dat de lidstaten, voor de organisatie van de meer uitgebreide controles, van de exploitanten van diervoeder- en levensmiddelenbedrijven die verantwoordelijk zijn voor zendingen, vooraf kennisgeving moeten eisen van elke aankomende zending en van de aard daarvan. Er moet dan ook, om een uniforme aanpak in de hele Gemeenschap te garanderen, een modelformulier voor een gemeenschappelijk document van binnenkomst (GDB) worden vastgesteld voor de invoer van onder deze verordening vallende diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong. Het GDB moet ter beschikking van de douaneautoriteiten worden gesteld wanneer zendingen worden gedeclareerd om in het vrije verkeer te worden gebracht.

(6)

Om met betrekking tot de meer uitgebreide officiële controles een zekere mate van uniformiteit op communautair niveau te garanderen, is het bovendien dienstig in deze verordening te bepalen dat die controles documenten-, overeenstemmings- en materiële controles moeten omvatten.

(7)

Voor de organisatie van de meer uitgebreide officiële controles moeten passende financiële middelen ter beschikking worden gesteld. Daarom moeten de lidstaten de nodige vergoedingen ter dekking van de aan die controles verbonden kosten innen. Die vergoedingen moeten worden berekend overeenkomstig de criteria van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 882/2004.

(8)

Beschikking 2005/402/EG van de Commissie van 23 mei 2005 inzake noodmaatregelen met betrekking tot Spaanse peper, producten van Spaanse peper, kurkuma en palmolie (3) bepaalt dat alle zendingen van die producten vergezeld moeten gaan van een analyserapport waaruit blijkt dat het product geen van de volgende stoffen bevat: Soedan I (CAS-nummer 842-07-9), Soedan II (CAS-nummer 3118-97-6), Soedan III (CAS-nummer 85-86-9) of Soedan IV (85-83-6). Sinds de vaststelling van die maatregelen is het aantal kennisgevingen aan het RASFF verminderd, wat erop wijst dat de situatie met betrekking tot de aanwezigheid van Soedan-kleurstoffen in de desbetreffende producten aanzienlijk verbeterd is. Daarom is het passend het bij Beschikking 2005/402/EG vastgestelde voorschrift dat voor elke zending ingevoerde producten een analyserapport moet worden overgelegd, niet langer te handhaven en in plaats daarvan uniforme, meer uitgebreide controles op die zendingen op het punt van binnenkomst in de Gemeenschap in te stellen. Beschikking 2005/402/EG moet daarom worden ingetrokken.

(9)

Beschikking 2006/504/EG van de Commissie van 12 juli 2006 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van bepaalde levensmiddelen uit bepaalde derde landen wegens de risico’s van verontreiniging van deze producten met aflatoxinen (4) voorziet in een hogere frequentie van de controles (50 % van alle zendingen) die moeten worden uitgevoerd op de aanwezigheid van aflatoxinen in grondnoten van oorsprong uit Brazilië. Sinds de vaststelling van die maatregelen is het aantal kennisgevingen aan het RASFF met betrekking tot aflatoxinen in grondnoten uit Brazilië verminderd. Daarom is het passend de bij Beschikking 2006/504/EG vastgestelde maatregelen betreffende die goederen niet langer te handhaven en in plaats daarvan die goederen te onderwerpen aan uniforme, meer uitgebreide controles op het punt van binnenkomst in de Gemeenschap. Beschikking 2006/504/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De toepassing van de minimumvoorschriften voor de aangewezen punten van binnenkomst kan voor de lidstaten praktische moeilijkheden opleveren. Daarom moet deze verordening voorzien in een overgangsperiode waarin die minimumvoorschriften geleidelijk kunnen worden toegepast. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten gedurende die overgangsperiode dan ook in staat worden gesteld op andere controlepunten dan het aangewezen punt van binnenkomst de vereiste overeenstemmings- en materiële controles te verrichten. In die gevallen moeten die controlepunten voldoen aan de in deze verordening vastgestelde minimumvoorschriften voor aangewezen punten van binnenkomst.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp

Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld betreffende de meer uitgebreide officiële controles die krachtens artikel 15, lid 5, van Verordening (EG) nr. 882/2004 op de punten van binnenkomst op de in bijlage I bij die verordening vermelde grondgebieden moeten worden uitgevoerd op de invoer van de in bijlage I bij deze verordening vermelde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong.

Artikel 2

Bijwerking van bijlage I

Voor het opstellen en regelmatig wijzigen van de lijst in bijlage I wordt ten minste met de volgende informatiebronnen rekening gehouden:

a)

gegevens uit kennisgevingen die zijn ontvangen via het RASFF;

b)

verslagen en informatie die voortvloeien uit de activiteiten van het Voedsel- en Veterinair Bureau;

c)

van derde landen ontvangen verslagen en informatie;

d)

tussen de Commissie, de lidstaten en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid uitgewisselde informatie;

e)

wetenschappelijke evaluaties, in voorkomend geval.

De lijst in bijlage I wordt regelmatig en ten minste op kwartaalbasis herzien.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„gemeenschappelijk document van binnenkomst (GDB)”: het in artikel 6 bedoelde document dat moet worden ingevuld door de exploitant van het diervoeder- en levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger en door de bevoegde autoriteit die bevestigt dat de officiële controles zijn uitgevoerd, en waarvan een model is opgenomen in bijlage II;

b)

„aangewezen punt van binnenkomst (APB)”: het punt van binnenkomst, als bedoeld in artikel 17, lid 1, eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 882/2004, op een van de in bijlage I daarbij vermelde grondgebieden; indien over zee aankomende zendingen worden gelost om in een ander schip te worden geladen voor verder vervoer naar een haven in een andere lidstaat, is deze haven het aangewezen punt van binnenkomst;

c)

„zending”: een hoeveelheid van de in bijlage I bij deze verordening vermelde diervoeders of levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong van dezelfde klasse of omschrijving die onder hetzelfde document of dezelfde documenten vallen, met hetzelfde vervoermiddel worden vervoerd en uit hetzelfde derde land of deel van dat land afkomstig zijn.

Artikel 4

Minimumvoorschriften voor aangewezen punten van binnenkomst

Onverminderd artikel 19 moeten de aangewezen punten van binnenkomst ten minste beschikken over:

a)

voldoende personeel met de geschikte kwalificatie en ervaring om de voorgeschreven controles op zendingen uit te voeren;

b)

geschikte voorzieningen voor het uitvoeren van de vereiste controles door de bevoegde autoriteit;

c)

gedetailleerde instructies betreffende de monsterneming voor analyse en de verzending van de genomen monsters voor analyse naar een krachtens artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 882/2004 aangewezen laboratorium („het aangewezen laboratorium”);

d)

voorzieningen voor de opslag van zendingen (en zendingen in containers) in geschikte omstandigheden gedurende de periode dat zij, in voorkomend geval, in afwachting van de onder c) bedoelde analyse worden vastgehouden, en voldoende opslagruimten, met inbegrip van koel- en vrieshuizen, voor gevallen waarin gezien de aard van de zending een gecontroleerde temperatuur vereist is;

e)

loshulpmiddelen en geschikte apparatuur voor het nemen van monsters voor analyse;

f)

de mogelijkheid om, waar nodig, in een overdekte ruimte te lossen en te bemonsteren voor analyse;

g)

een aangewezen laboratorium dat de onder c) bedoelde analyse kan uitvoeren en zodanig gelegen is dat de monsters er binnen korte tijd naar kunnen worden vervoerd.

Artikel 5

Lijst van aangewezen punten van binnenkomst

De lidstaten maken op internet voor elk van de in bijlage I vermelde producten een lijst van de aangewezen punten van binnenkomst bekend en werken deze lijsten bij. De lidstaten delen het internetadres van deze lijsten aan de Commissie mee.

De Commissie vermeldt op haar website ter informatie de nationale links naar die lijsten.

Artikel 6

Vooraanmelding van zendingen

De exploitanten van diervoeder- en levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers melden voldoende van tevoren de fysieke aankomst van de zending op het aangewezen punt van binnenkomst, onder opgave van de vermoedelijke datum en tijd alsmede de aard van de zending.

Daartoe vullen zij deel I van het gemeenschappelijke document van binnenkomst in en zenden dat document ten minste één werkdag vóór de fysieke aankomst van de zending naar de bevoegde autoriteit op het aangewezen punt van binnenkomst.

Artikel 7

Taal van gemeenschappelijke documenten van binnenkomst

De gemeenschappelijke documenten van binnenkomst moeten worden opgesteld in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar het aangewezen punt van binnenkomst zich bevindt.

Een lidstaat kan er echter mee instemmen dat gemeenschappelijke documenten van binnenkomst worden opgesteld in een andere officiële taal van de Gemeenschap.

Artikel 8

Meer uitgebreide officiële controles op aangewezen punten van binnenkomst

1.   De bevoegde autoriteit op het aangewezen punt van binnenkomst voert onverwijld de volgende controles uit:

a)

documentencontroles op alle zendingen binnen twee werkdagen vanaf het tijdstip van aankomst op het APB, tenzij zich uitzonderlijke en onvermijdelijke omstandigheden voordoen;

b)

overeenstemmings- en materiële controles, met inbegrip van laboratoriumanalyses, met de in bijlage I aangegeven frequentie en op zodanige wijze dat de exploitanten van diervoeder- en levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers niet kunnen voorspellen of een specifieke zending aan die controles zal worden onderworpen; de resultaten van de materiële controles moeten zo spoedig als technisch mogelijk is beschikbaar zijn.

2.   Na voltooiing van de in lid 1 bedoelde controles:

a)

vult de bevoegde autoriteit het desbetreffende gedeelte van deel II van het gemeenschappelijke document van binnenkomst in en stempelt de verantwoordelijke ambtenaar van de bevoegde autoriteit het origineel van dat document af en ondertekent het;

b)

maakt en bewaart de bevoegde autoriteit een kopie van het ondertekende en afgestempelde gemeenschappelijke document van binnenkomst.

Het origineel van het gemeenschappelijke document van binnenkomst vergezelt de zending tijdens het verdere vervoer ervan totdat deze aankomt op de in het GDB vermelde bestemming.

De bevoegde autoriteit op het APB kan het verdere vervoer van de zending toestaan in afwachting van de resultaten van de materiële controles. Indien toestemming wordt verleend, stelt de bevoegde autoriteit op het APB de bevoegde autoriteit op de plaats van bestemming daarvan in kennis en worden passende regelingen getroffen om te garanderen dat de zending permanent onder controle van de bevoegde autoriteiten blijft en dat in afwachting van de resultaten van de materiële controles op geen enkele wijze met de zending kan worden geknoeid.

Indien de zending wordt vervoerd in afwachting van de resultaten van de materiële controles, wordt daartoe een gewaarmerkte kopie van het originele GDB afgegeven.

Artikel 9

Bijzondere omstandigheden

1.   Op verzoek van de betrokken lidstaat kan de Commissie de bevoegde autoriteiten van bepaalde aangewezen punten van binnenkomst die onder moeilijke specifieke geografische omstandigheden opereren, toestaan materiële controles in de bedrijfsruimten van een exploitant van een diervoeder- en levensmiddelenbedrijf uit te voeren, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de efficiëntie van de op het APB uitgevoerde controles wordt niet negatief beïnvloed;

b)

de bedrijfsruimten voldoen aan de in lid 4, vermelde eisen, voor zover van toepassing, en zijn daarvoor door de lidstaat goedgekeurd;

c)

er zijn passende regelingen getroffen om te garanderen dat de zending vanaf het tijdstip van aankomst op het APB permanent onder controle van de bevoegde autoriteiten van het APB blijft en alle controles kunnen worden uitgevoerd zonder dat op enige wijze met de zending kan worden geknoeid.

2.   In afwijking van artikel 8, lid 1, kan het besluit om een nieuw product in de lijst van bijlage I op te nemen, in uitzonderlijke omstandigheden bepalen dat de bevoegde autoriteit van de in het GDB vermelde plaats van bestemming indien nodig bij de exploitant van het diervoeder- en levensmiddelenbedrijf overeenstemmings- en materiële controles op zendingen van dat product kan uitvoeren als de voorwaarden van lid 1, onder b) en c), vervuld zijn, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de zeer bederfelijke aard van het product of de specifieke kenmerken van de verpakking zijn zodanig dat het nemen van monsters op het APB onvermijdelijk een ernstig risico voor de voedselveiligheid of beschadiging van het product in onaanvaardbare mate tot gevolg zou hebben;

b)

de bevoegde autoriteiten op het APB en de bevoegde autoriteiten die de materiële controles uitvoeren, treffen passende samenwerkingsregelingen om te garanderen dat:

i)

alle controles worden uitgevoerd zonder dat op enige wijze met de zending kan worden geknoeid;

ii)

volledig wordt voldaan aan de rapportagevoorschriften van artikel 15.

Artikel 10

In het vrije verkeer brengen

De zendingen kunnen pas in het vrije verkeer worden gebracht nadat de exploitant van het diervoeder- en levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger een gemeenschappelijk document van binnenkomst of het elektronische equivalent ervan dat door de bevoegde autoriteit wordt ingevuld zodra alle overeenkomstig artikel 8, lid 1, vereiste controles zijn uitgevoerd en gunstige resultaten van de eventueel vereiste materiële controles bekend zijn, aan de douaneautoriteiten heeft overgelegd.

Artikel 11

Verplichtingen voor exploitanten van diervoeder- en levensmiddelenbedrijven

Indien de bijzondere kenmerken van de zending dit rechtvaardigen, geeft de exploitant van het diervoeder- en levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger de bevoegde autoriteit de beschikking over:

a)

voldoende personele en logistieke middelen voor het lossen van de zending om de officiële controles te kunnen laten plaatsvinden;

b)

geschikte apparatuur voor het nemen van monsters voor analyse in verband met speciaal vervoer en/of specifieke verpakkingsvormen, als de monsterneming niet op representatieve wijze kan worden uitgevoerd met standaardbemonsteringsapparatuur.

Artikel 12

Splitsing van zendingen

Zendingen mogen niet worden gesplitst voordat de meer uitgebreide officiële controles zijn uitgevoerd en het gemeenschappelijke document van binnenkomst door de bevoegde autoriteit is ingevuld, zoals bepaald in artikel 8.

Indien de zending naderhand wordt gesplitst, wordt een gewaarmerkte kopie van het gemeenschappelijke document van binnenkomst bij elk deel van de zending gevoegd totdat het in het vrije verkeer wordt gebracht.

Artikel 13

Niet-naleving

Indien uit de officiële controles blijkt dat de desbetreffende voorschriften niet zijn nageleefd, vult de verantwoordelijke ambtenaar van de bevoegde autoriteit deel III van het gemeenschappelijke document van binnenkomst in en worden overeenkomstig de artikelen 19, 20 en 21 van Verordening (EG) nr. 882/2004 maatregelen genomen.

Artikel 14

Vergoedingen

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de vergoedingen waartoe de in deze verordening bedoelde meer uitgebreide officiële controles aanleiding geven, worden geïnd overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 882/2004 en de in bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 882/2004 vastgestelde criteria.

2.   De voor de zending verantwoordelijke exploitanten van diervoeder- en levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers betalen de in lid 1 bedoelde vergoedingen.

Artikel 15

Rapportering aan de Commissie

1.   De lidstaten dienen bij de Commissie een verslag over de zendingen in met het oog op een permanente evaluatie van de in bijlage I vermelde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong.

Dat verslag wordt driemaandelijks ingediend vóór het einde van de maand die volgt op elk kwartaal.

2.   Het verslag moet de volgende informatie bevatten:

a)

de gegevens van elke zending, met inbegrip van:

i)

de grootte, uitgedrukt in nettogewicht, van de zending;

ii)

het land van oorsprong van elke zending;

b)

het aantal zendingen waarvan monsters zijn genomen voor analyse;

c)

de resultaten van de in artikel 8, lid 1, bedoelde controles;

3.   De Commissie bundelt de krachtens lid 2 ontvangen verslagen en stelt ze ter beschikking van de lidstaten.

Artikel 16

Wijziging van Beschikking 2006/504/EG

Beschikking 2006/504/EG wordt als volgt gewijzigd:

1.

In artikel 1, onder a), worden de punten iii), iv) en v) geschrapt.

2.

In artikel 5, lid 2, wordt punt a) vervangen door:

„a)

elke zending levensmiddelen uit Brazilië;”.

3.

In artikel 7 wordt lid 3 geschrapt.

Artikel 17

Intrekking van Beschikking 2005/402/EG

Beschikking 2005/402/EG van de Commissie wordt ingetrokken.

Artikel 18

Toepasselijkheid

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 25 januari 2010.

Artikel 19

Overgangsmaatregelen

1.   Indien een aangewezen punt van binnenkomst niet beschikt over de vereiste voorzieningen om de materiële controles als bedoeld in artikel 8, lid 1, onder b), uit te voeren, mogen die controles gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden uitgevoerd op een ander door de bevoegde autoriteit daartoe gemachtigd controlepunt in dezelfde lidstaat voordat de goederen worden gedeclareerd om in het vrije verkeer te worden gebracht, mits dat controlepunt voldoet aan de minimumvoorschriften van artikel 4.

2.   De lidstaten maken een lijst van de overeenkomstig lid 1 gemachtigde controlepunten op hun website bekend.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 juli 2009.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(2)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(3)  PB L 135 van 28.5.2005, blz. 34.

(4)  PB L 199 van 21.7.2006, blz. 21.


BIJLAGE I

A.   Diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong die aan meer uitgebreide officiële controles op het aangewezen punt van binnenkomst worden onderworpen

Diervoeders en levensmiddelen

(beoogd gebruik)

GN-code

Land van oorsprong

Risico

Frequentie van materiële en overeenstemmingscontroles (2)

(%)

Grondnoten en afgeleide producten (diervoeders en levensmiddelen)

1202 10 90; 1202 20 00; 2008 11;

Argentinië

Aflatoxinen

10

Grondnoten en afgeleide producten (diervoeders en levensmiddelen)

1202 10 90; 1202 20 00; 2008 11;

Brazilië

Aflatoxinen

50

Sporenelementen (diervoeders en levensmiddelen) (3)  (4)

2817 00 00; 2820; 2821; 2825 50 00; 2833 25 00; 2833 29 20; 2833 29 80; 2836 99;

China

Cadmium en lood

50

Grondnoten en afgeleide producten (diervoeders en levensmiddelen), met name pindakaas (levensmiddel)

1202 10; 1202 20 00; 2008 11;

Ghana

Aflatoxinen

50

Specerijen (levensmiddelen):

Capsicum spp. (gedroogde vruchten daarvan, heel of gemalen, met inbegrip van Spaanse peper, chilipoeder, cayennepeper en paprika)

Myristica fragrans (nootmuskaat)

Zingiber officinale (gember)

Curcuma longa (kurkuma)

0904 20; 0908 10 00; 0908 20 00; 0910 10 00; 0910 30 00;

India

Aflatoxinen

50

Grondnoten en afgeleide producten (diervoeders en levensmiddelen)

1202 10 90; 1202 20 00; 2008 11

India

Aflatoxinen

10

Meloenpitten (egusi) en afgeleide producten (5) (levensmiddelen)

ex 1207 99

Nigeria

Aflatoxinen

50

Gedroogde druiven (levensmiddelen)

0806 20

Oezbekistan

Ochratoxine A

50

Spaanse peper, producten van Spaanse peper, kurkuma en palmolie (levensmiddelen)

0904 20 90; 0910 99 60; 0910 30 00; 1511 10 90

Alle derde landen

Soedank-leurstoffen

20

Grondnoten en afgeleide producten (diervoeders en levensmiddelen)

1202 10 90; 1202 20 00; 2008 11

Vietnam

Aflatoxinen

10

Basmatirijst voor rechtstreekse menselijke consumptie (levensmiddel)

ex 1006 30

Pakistan

Aflatoxinen

50

Basmatirijst voor rechtstreekse menselijke consumptie (levensmiddel)

ex 1006 30

India

Aflatoxinen

10

Manga’s, kousenband (Vigna sesquipedalis), bittermeloen (Momordica charantia), lauki (Lagenaria siceraria), paprika’s en aubergines (levensmiddelen)

ex 0804 50 00; 0708 20 00; 0807 11 00; 0707 00; 0709 60; 0709 30 00

Dominicaanse Republiek

Residuen van bestrijdingsmiddelen, zoals gebleken uit analyse met multiresidumethoden op basis van CG-MS en LC-MS (1)

50

Bananen

0803 00 11

Dominicaanse Republiek

Residuen van bestrijdingsmiddelen, zoals gebleken uit analyse met multiresidumethoden op basis van CG-MS en LC-MS (1)

10

Groenten, vers, gekoeld of bevroren (paprika’s, courgettes en tomaten)

0709 60; 0709 90 70; 0702 00 00

Turkije

Bestrijdingsmiddelen: methomyl en oxamyl

10

Peren

0808 20 10

Turkije

Bestrijdingsmiddel: amitraz

10

Groenten, vers, gekoeld of bevroren (levensmiddelen)

kousenband (Vigna sesquipedalis)

aubergines

koolsoorten

0708 20 00; 0709 30 00; 0704;

Thailand

Residuen van organofosforbestrijdingsmiddelen

50

B.   Definities

Voor deze bijlage zijn de volgende definities van toepassing:

a)   „Spaanse peper”: vruchten van het geslacht Capsicum, gedroogd, fijngemaakt of gemalen, van GN-code 0904 20 90, in welke vorm ook, bestemd voor menselijke consumptie;

b)   „producten van Spaanse peper”: kerriepoeder van GN-code 0910 99 60, in welke vorm ook, bestemd voor menselijke consumptie;

c)   „kurkuma”: kurkuma, gedroogd, fijngemaakt of gemalen, van GN-code 0910 30 00, in welke vorm ook, bestemd voor menselijke consumptie;

d)   „palmolie”: palmolie van GN-code 1511 10 90, bestemd voor rechtstreekse menselijke consumptie;

e)   „Soedan-kleurstoffen”: de volgende chemische stoffen:


(1)  Met name residuen van: amitraz, acefaat, aldicarb, benomyl, carbendazim, chloorfenapyr, chloorpyrifos, CS2 (dithiocarbamaten), diafenthiuron, diazinon, dichloorvos, dicofol, dimethoaat, endosulfan, fenamidone, imidacloprid, malathion, methamidofos, methiocarb, methomyl, monocrotofos, omethoaat, oxamyl, profenofos, propiconazool, thiabendazool, thiacloprid.

(2)  Indien slechts bepaalde onder een code vallende producten hoeven te worden onderzocht en in de goederennomenclatuur geen specifieke onderverdeling voor deze code bestaat, is de code aangegeven met „ex” (bijvoorbeeld ex 2007 99 97: omvat alleen producten die hazelnoten bevatten).

(3)  De hier bedoelde sporenelementen zijn de sporenelementen die behoren tot de functionele groep verbindingen van sporenelementen als bedoeld in bijlage I, punt 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29).

(4)  De in bijlage I bij Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10) vastgestelde maximumgehalten aan lood en cadmium in toevoegingsmiddelen die behoren tot de functionele groep verbindingen van sporenelementen, zijn de referentiepunten voor maatregelen. Indien de sporenelementen in de etikettering worden vermeld als voedingssupplementen zoals gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51), zijn de bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 vastgestelde maximumgehalten van toepassing.

(5)  De in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5) vastgestelde maximumgehalten aan aflatoxinen in grondnoten en afgeleide producten zijn de referentiepunten voor maatregelen.


BIJLAGE II

GEMEENSCHAPPELIJK DOCUMENT VAN BINNENKOMST (GDB)

Image

Image

Richtsnoeren voor het gebruik van het GDB

Algemeen

:

Vul het document in in hoofdletters. De richtsnoeren hebben telkens betrekking op het met het nummer aangegeven vak.

Deel I

Dit deel moet worden ingevuld door de exploitant van het diervoerder- en levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger, tenzij anders aangegeven.

Vak I.1.

Verzender: naam en volledig adres van de natuurlijke of rechtspersoon (exploitant van het diervoeder- of levensmiddelenbedrijf) die de zending verzendt. Opgave van telefoon- en faxnummers of e-mailadres wordt aanbevolen.

Vak I.2.

Dit vak moet worden ingevuld door de autoriteiten van het aangewezen punt van binnenkomst (APB) zoals omschreven in artikel 2.

Vak I.3.

Geadresseerde: naam en volledig adres van de natuurlijke of rechtspersoon (exploitant van het diervoeder- of levensmiddelenbedrijf) voor wie de zending bestemd is. Opgave van telefoon- en faxnummers of e-mailadres wordt aanbevolen.

Vak I.4.

Voor de zending verantwoordelijke persoon (ook agent, declarant of exploitant van het diervoeder- of levensmiddelenbedrijf): de persoon die voor de zending verantwoordelijk is op het ogenblik dat zij op het APB wordt aangeboden, en die namens de importeur de nodige declaraties bij de bevoegde autoriteiten doet. Geef de naam en het volledige adres op. Opgave van telefoon- en faxnummers of e-mailadres wordt aanbevolen.

Vak I.5.

Land van oorsprong: het land waarvan de goederen afkomstig zijn, waar zij worden geteeld, geoogst of geproduceerd.

Vak I.6.

Land van verzending: dit is het land waar de zending is geladen in het vervoermiddel waarmee zij uiteindelijk naar de Gemeenschap is gebracht.

Vak I.7.

Importeur: naam en volledig adres. Opgave van telefoon- en faxnummers of e-mailadres wordt aanbevolen.

Vak I.8.

Plaats van bestemming: leveringsadres in de Gemeenschap. Opgave van telefoon- en faxnummers of e-mailadres wordt aanbevolen.

Vak I.9.

Aankomst op het APB: geef de datum aan waarop de zending naar verwachting op het APB zal aankomen.

Vak I.10.

Documenten: vermeld de datum van afgifte en het nummer van de officiële documenten waarvan de zending in voorkomend geval vergezeld gaat.

Vak I.11.

Vermeld alle gegevens betreffende het vervoermiddel van aankomst: voor vliegtuigen het vluchtnummer, voor schepen de naam van het schip, voor wegvoertuigen het registratienummer met eventueel het nummer van de aanhanger, voor spoorwagons de identificatiegegevens van de trein en het wagonnummer. Referenties van documenten: nummer van de luchtvrachtbrief, de zeevrachtbrief of commercieel registratienummer van de trein of het voertuig.

Vak I.12.

Omschrijving van de goederen: geef een gedetailleerde omschrijving van de goederen (met inbegrip van de soort voor diervoeders).

Vak I.13.

Goederen- of GS-code van het geharmoniseerde systeem van de Werelddouaneorganisatie.

Vak I.14.

Brutogewicht: totaalgewicht in kg. Dit wordt omschreven als de totale massa van de producten inclusief de onmiddellijke verpakkingen en alle andere verpakkingen, maar exclusief de transportcontainers en andere transportmiddelen.

Nettogewicht: gewicht van het product zelf in kg, exclusief de verpakking. Dit wordt omschreven als de massa van de producten zelf zonder de onmiddellijke verpakkingen of andere verpakkingen.

Vak I.15.

Aantal colli.

Vak I.16.

Temperatuur: kruis de geschikte vervoer-/opslagtemperatuur aan.

Vak I.17.

Soort colli: vermeld de aard van de verpakking van de producten.

Vak I.18.

Goederen bestemd voor: kruis het passende vakje aan, naargelang de goederen bestemd zijn voor menselijke consumptie zonder voorafgaande sortering of materiële behandeling (kruis in dat geval „Menselijke consumptie” aan), of voor menselijke consumptie na een dergelijke behandeling (kruis in dat geval „Verdere verwerking” aan), of voor gebruik als diervoeder (kruis in dat geval „Diervoeders” aan).

Vak I.19.

Vermeld alle zegelnummers en containernummers voor zover dat relevant is.

Vak I.20.

Overbrenging naar een controlepunt: gedurende de in artikel 17 vermelde overgangsperiode moet het APB dit vakje aankruisen om het verdere vervoer naar een ander controlepunt mogelijk te maken.

Vak I.21.

Niet van toepassing.

Vak I.22.

Voor invoer: dit vakje aankruisen als de zending bestemd is voor invoer (artikel 8).

Vak I.23.

Niet van toepassing.

Vak I.24.

Kruis het passende vervoermiddel aan.

Deel II

Dit deel moet door de bevoegde autoriteit worden ingevuld.

Vak II.1.

Gebruik hetzelfde referentienummer als in vak I.2.

Vak II.2.

Voor gebruik door de douanediensten indien nodig.

Vak II.3.

Documentencontrole: in te vullen voor alle zendingen.

Vak II.4.

De APB-autoriteit geeft aan of de zending wordt geselecteerd voor materiële controles, die gedurende de in artikel 17 vermelde overgangsperiode door een ander controlepunt kunnen worden uitgevoerd.

Vak II.5.

De APB-autoriteit geeft, gedurende de in artikel 17 vermelde overgangsperiode, na een bevredigende documenten-/overeenstemmingscontrole aan naar welk controlepunt de zending voor een materiële controle kan worden vervoerd.

Vak II.6.

Geef duidelijk aan welke maatregelen moeten worden genomen in geval van afwijzing van de zending wegens een onbevredigend resultaat van de documenten- of overeenstemmingscontroles. Het adres van de inrichting van bestemming in geval van „Terugzending”, „Vernietiging”, „Verwerking” en „Gebruik voor ander doel” moet in vak II.7. worden vermeld.

Vak II.7.

Geef, in voorkomend geval, het erkenningsnummer en adres (of de naam van het schip en de haven) op voor alle bestemmingen waar verdere controle van de zending vereist is, bijvoorbeeld voor vak II.6 „Terugzending”, „Vernietiging”, „Verwerking” of „Gebruik voor ander doel”.

Vak II.8.

Breng hier het officiële stempel van de bevoegde autoriteit van het APB aan.

Vak II.9.

Handtekening van de verantwoordelijke ambtenaar van de bevoegde autoriteit van het APB.

Vak II.10.

Niet van toepassing.

Vak II.11.

De autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 17 bedoelde overgangsperiode, de bevoegde autoriteit van het controlepunt, vult hier de resultaten van de overeenstemmingscontroles in.

Vak II.12.

De autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 17 bedoelde overgangsperiode, de bevoegde autoriteit van het controlepunt, vult hier de resultaten van de materiële controles in.

Vak II.13.

De autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 17 bedoelde overgangsperiode, de bevoegde autoriteit van het controlepunt, vult hier de resultaten van de laboratoriumtests in. Vermeld in dit vak de categorie van de stof of de pathogeen waarvoor een laboratoriumtest wordt uitgevoerd.

Vak II.14.

Dit vak moet worden gebruikt voor alle zendingen die in de Gemeenschap in het vrije verkeer worden gebracht.

Vak II.15.

Niet van toepassing.

Vak II.16.

Geef duidelijk aan welke maatregelen moeten worden genomen in geval van afwijzing van de zending wegens een onbevredigend resultaat van de materiële controles. Het adres van de inrichting van bestemming in geval van „Terugzending”, „Vernietiging”, „Verwerking” en „Gebruik voor ander doel” moet in vak II.18 worden vermeld.

Vak II.17.

Reden voor weigering: gebruik dit vak voor zover nodig om relevante informatie toe te voegen. Kruis het passende vakje aan.

Vak II.18.

Geef, in voorkomend geval, het erkenningsnummer en adres (of de naam van het schip en de haven) op voor alle bestemmingen waar verdere controle van de zending vereist is, bijvoorbeeld voor vak II.16 „Terugzending”, „Vernietiging”, „Verwerking” of „Gebruik voor ander doel”.

Vak II.19.

Gebruik dit vak wanneer het originele zegel op een zending vernietigd is bij het openen van de container. Er moet een geconsolideerde lijst van alle in dit verband gebruikte zegels worden bewaard.

Vak II.20.

Breng hier het officiële stempel aan van de autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 17 bedoelde overgangsperiode, van de bevoegde autoriteit van het controlepunt.

Vak II.21.

Handtekening van de verantwoordelijke ambtenaar van de autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 17 bedoelde overgangsperiode, van de bevoegde autoriteit van het controlepunt.

Deel III

Dit deel moet door de bevoegde autoriteit worden ingevuld.

Vak III.1.

Gegevens betreffende de terugzending: de autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 17 bedoelde overgangsperiode, de bevoegde autoriteit van het controlepunt, vermeldt het gebruikte vervoermiddel, de identificatie ervan, het land van bestemming en de datum van terugzending, zodra deze gegevens bekend zijn.

Vak III.2.

Follow-up: vermeld indien nodig de voor het toezicht verantwoordelijke eenheid van de plaatselijke bevoegde autoriteit in geval van „Vernietiging”, „Verwerking” of „Gebruik voor ander doel” van de zending. De bevoegde autoriteit vermeldt hier het resultaat van de aankomst van de zending en de overeenstemming ervan.

Vak III.3.

Handtekening van de verantwoordelijke ambtenaar van de autoriteit van het APB of, gedurende de in artikel 17 bedoelde overgangsperiode, van het controlepunt in geval van „Terugzending”. Handtekening van de verantwoordelijke ambtenaar van de plaatselijke bevoegde autoriteit in geval van „Vernietiging”, „Verwerking” of „Gebruik voor ander doel”.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving