Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.1-3.1-11

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 885/2014 VAN DE COMMISSIE

van 13 augustus 2014

tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van okra's en kerrieblad uit India en houdende wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 91/2013

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name artikel 53, lid 1, onder b), ii),

Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (2), en met name artikel 15, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 voorziet in de mogelijkheid van passende EU-noodmaatregelen voor uit een derde land ingevoerde levensmiddelen en diervoeders om de gezondheid van mens of dier of het milieu te beschermen, wanneer het risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met door de betrokken lidstaten getroffen maatregelen.

(2)

Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie (3) voorziet in meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong.

(3)

Onder andere is gedurende meer dan twee jaar de frequentie verhoogd van de officiële controles van de invoer van kerrieblad uit India op residuen van bestrijdingsmiddelen, en gedurende bijna twee jaar van okra's uit India.

(4)

De resultaten van de verhoogde frequentie van de controles wijzen op een voortdurend hoge frequentie van niet-naleving van de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen die in de wetgeving van de Unie zijn vastgesteld, en enkele malen werden zeer hoge concentraties geconstateerd. Uit deze resultaten blijkt dat de invoer van deze levensmiddelen risico's inhoudt voor de menselijke gezondheid. Na deze periode van verhoogde frequentie van de controles aan de grenzen van de Unie kon geen verbetering van de situatie worden geconstateerd. Bovendien werd er van de Indiase autoriteiten geen concreet en bevredigend actieplan ontvangen om de tekortkomingen en gebreken in de productie- en controlesystemen te verhelpen, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van de Europese Commissie.

(5)

Om de menselijke gezondheid in de Unie te beschermen, waren er aanvullende garanties nodig met betrekking tot die levensmiddelen uit India. In Uitvoeringsverordening (EU) nr. 91/2013 (4) was derhalve bepaald dat alle zendingen van kerrieblad en okra's uit India vergezeld moeten gaan van een certificaat waarin wordt verklaard dat de producten zijn bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van residuen van bestrijdingsmiddelen en dat zij aan de wetgeving van de Unie voldoen.

(6)

Voor een efficiënte organisatie en een zekere mate van harmonisatie op Unieniveau van de invoercontroles op de aanwezigheid van aflatoxinen in bepaalde diervoeders en levensmiddelen uit bepaalde derde landen, is het raadzaam om alle levensmiddelen en diervoeders uit derde landen die onderworpen zijn aan specifieke voorwaarden in verband met de aanwezigheid van aflatoxinen, te integreren in één verordening. Derhalve dienen de bepalingen met betrekking tot grondnoten uit India en Ghana en zaden van watermeloenen uit Nigeria te worden geïntegreerd in één verordening met de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1152/2009 van de Commissie (5).

(7)

Voor een efficiënte organisatie en een zekere mate van harmonisatie op Unieniveau van de invoercontroles, is het raadzaam om in deze verordening maatregelen vast te stellen die gelijkwaardig zijn aan de bestaande maatregelen als vastgelegd in Verordening (EG) nr. 669/2009 voor de fysieke controle op residuen van bestrijdingsmiddelen op kerrieblad en okra's uit India.

(8)

De bemonstering en de analyse van zendingen moet worden verricht in overeenstemming met de relevante wetgeving van de Unie. De maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad (6). De bepalingen met betrekking tot de bemonstering voor de officiële controles op bestrijdingsmiddelenresiduen zijn vastgesteld bij Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie (7).

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op zendingen van de volgende levensmiddelen die zijn ingedeeld onder de GN-codes en Taric-classificaties zoals beschreven in bijlage I:

a)

okra's (levensmiddelen, vers en ingevroren) van oorsprong of verzonden uit India;

b)

kerrieblad (levensmiddelen, verse kruiden) van oorsprong of verzonden uit India.

2.   Deze verordening is ook van toepassing op samengestelde levensmiddelen die meer dan 20 % van een van de levensmiddelen zoals genoemd in lid 1 bevatten.

3.   Deze verordening is niet van toepassing op zendingen levensmiddelen als bedoeld in de leden 1 en 2 die bestemd zijn bestemd zijn voor een particulier, uitsluitend voor persoonlijke consumptie of gebruik. Bij twijfel ligt de bewijslast bij de ontvanger van de zending.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening zijn de definities in de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 178/2002, artikel 2 van Verordening (EG) nr. 882/2004 en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 669/2009 van toepassing.

Voor de toepassing van deze verordening komt een zending overeen met een partij als bedoeld in Richtlijn 2002/63/EG.

Artikel 3

Invoer in de Unie

Zendingen levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, leden 1 en 2, mogen alleen in de Unie worden ingevoerd in overeenstemming met de in deze verordening vastgestelde procedures.

Zendingen van dergelijke levensmiddelen mogen alleen de Unie worden binnengebracht via een aangewezen punt van binnenkomst (APB).

Artikel 4

Resultaten van bemonstering en analyse

1.   Zendingen van levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, leden 1 en 2, gaan vergezeld van de resultaten van de bemonstering en analyse, uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong, of van het land van waaruit de zending is verzonden indien dit een ander land dan het land van oorsprong is, om te bevestigen dat is voldaan aan de wetgeving van de Unie inzake de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen voor de levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a) en b), met inbegrip van samengestelde levensmiddelen die meer dan 20 % van deze levensmiddelen bevatten.

2.   De bemonstering als bedoeld in lid 1 moet worden verricht overeenkomstig Richtlijn 2002/63/EG voor residuen van bestrijdingsmiddelen.

Artikel 5

Gezondheidscertificaat

1.   Zendingen gaan ook vergezeld van een gezondheidscertificaat volgens het model in bijlage II.

2.   Het gezondheidscertificaat wordt ingevuld, ondertekend en geverifieerd door een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit van het land van oorsprong, of van het land van waaruit de zending is verzonden indien dit een ander land dan het land van oorsprong is.

3.   Het gezondheidscertificaat wordt opgesteld in de officiële taal, of in één van de officiële talen, van de lidstaat waar het APB is gelegen. Een lidstaat kan er echter mee instemmen dat gezondheidscertificaten worden opgesteld in een andere officiële taal van de Unie.

4.   Het gezondheidscertificaat is slechts geldig gedurende vier maanden vanaf de datum van afgifte.

Artikel 6

Identificatie

Elke zending van de levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, leden 1 en 2, wordt geïdentificeerd met een code die overeenkomt met de code die wordt vermeld in de resultaten van de bemonstering en de analyse als bedoeld in artikel 4, en in het gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 5. Die identificatiecode wordt op elke afzonderlijke zak of andere soort verpakking van de zending aangegeven.

Artikel 7

Voorafgaande kennisgeving van zendingen

1.   Levensmiddelenbedrijven of hun vertegenwoordigers stellen de bevoegde autoriteiten van het APB vooraf in kennis van de verwachte datum en tijd van de fysieke aankomst van een zending van de in artikel 1, leden 1 en 2, bedoelde levensmiddelen, en van de aard van de zending.

2.   Met het oog op de voorafgaande kennisgeving vullen zij deel I van het gemeenschappelijke document van binnenkomst (GDB) in en zenden dat document ten minste één werkdag vóór de fysieke aankomst van de zending naar de bevoegde autoriteit op het APB.

3.   Voor het invullen van het GDB voor de toepassing van deze verordening houden de levensmiddelenbedrijven voor de levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a) en b), van deze verordening, met inbegrip van samengestelde levensmiddelen die meer dan 20 % van dergelijke levensmiddelen bevatten, rekening met de richtsnoeren voor het gebruik van het GDB, vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 669/2009.

Artikel 8

Officiële controles

1.   De bevoegde autoriteit op het APB verricht documentencontroles op alle zendingen van levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, leden 1 en 2, om na te gaan of aan de voorschriften van de artikelen 4 en 5 is voldaan.

2.   De identiteits- en fysieke controles op de levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a) en b), en de daarmee samenhangende samengestelde levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, lid 2, van deze verordening worden uitgevoerd in overeenstemming met de artikelen 8, 9 en 19 van Verordening (EG) nr. 669/2009 met de frequentie die is bepaald in bijlage I bij deze verordening.

3.   Na beëindiging van de controles doen de bevoegde autoriteiten het volgende:

a)

zij vullen de relevante punten van deel II van het GDB in;

b)

zij voegen de resultaten van de overeenkomstig lid 2 van dit artikel verrichte bemonsteringen en analyses bij;

c)

zij vermelden het GDB-referentienummer op het GDB;

d)

zij stempelen en ondertekenen het origineel van het GDB;

e)

zij maken en bewaren een kopie van het ondertekende en afgestempelde GDB.

4.   Het origineel van het GDB en van het gezondheidscertificaat en de bijbehorende resultaten van bemonstering en analyse als bedoeld in artikel 4 vergezellen de zending tijdens het vervoer, totdat deze in het vrije verkeer wordt gebracht. Voor levensmiddelen als bedoeld in artikel 1, leden 1 en 2, wordt in geval van de verlening van een vergunning voor verder vervoer van de zendingen in afwachting van de resultaten van de fysieke controles, te dien einde een gewaarmerkte kopie van het originele GDB afgegeven.

Artikel 9

Splitsing van zendingen

1.   Zendingen mogen niet worden gesplitst voordat alle officiële controles zijn uitgevoerd en het GDB door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 8 volledig is ingevuld.

2.   Indien de zending naderhand wordt gesplitst, gaat tijdens het vervoer elk deel van de zending vergezeld van een gewaarmerkte kopie van het GDB totdat deze in het vrije verkeer wordt gebracht.

Artikel 10

In het vrije verkeer brengen

Het in het vrije verkeer brengen van zendingen is afhankelijk van de overlegging (fysiek of met elektronische middelen) door de exploitant van het levensmiddelenbedrijf of zijn vertegenwoordiger aan de douaneautoriteiten van een GDB dat door de bevoegde autoriteit naar behoren is ingevuld zodra alle officiële controles zijn uitgevoerd. De douaneautoriteiten staan het in het vrije verkeer brengen van de zending pas toe als in vak II.14 van het GDB is vermeld dat de bevoegde autoriteit een positief besluit heeft genomen en in vak II.21 een handtekening is geplaatst.

Artikel 11

Niet-naleving

Indien uit de officiële controles blijkt dat de desbetreffende wetgeving van de Unie niet is nageleefd, vult de bevoegde autoriteit deel III van het GDB in en worden overeenkomstig de artikelen 19, 20 en 21 van Verordening (EG) nr. 882/2004 maatregelen genomen.

Artikel 12

Verslagen

De lidstaten brengen elke drie maanden verslag uit aan de Commissie over alle analyseresultaten van officiële controles van zendingen van levensmiddelen overeenkomstig deze verordening. Dat verslag wordt ingediend in de maand die volgt op het betrokken kwartaal.

Het verslag moet de volgende informatie bevatten:

het aantal ingevoerde zendingen,

het aantal zendingen waarvan monsters zijn genomen voor analyse,

de resultaten van de in artikel 8, lid 2, bedoelde controles.

Artikel 13

Kosten

Alle kosten in verband met de officiële controles, zoals die van bemonstering, analyse, opslag en alle maatregelen die worden genomen wanneer de levensmiddelen niet aan de eisen voldoen, komen voor rekening van de exploitanten van de levensmiddelenbedrijven.

Artikel 14

Intrekking

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 91/2013 wordt ingetrokken.

Artikel 15

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 augustus 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(3)  Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 2006/504/EG (PB L 194 van 25.7.2009, blz. 11).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 91/2013 van de Commissie van 31 januari 2013 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van grondnoten uit Ghana en India, okra's en kerrieblad uit India en zaden van watermeloenen uit Nigeria en houdende wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 669/2009 en (EG) nr. 1152/2009 (PB L 33 van 2.2.2013, blz. 2).

(5)  Verordening (EG) nr. 1152/2009 van de Commissie van 27 november 2009 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van bepaalde levensmiddelen uit bepaalde derde landen in verband met het risico van verontreiniging met aflatoxinen en tot intrekking van Beschikking 2006/504/EG (PB L 313 van 28.11.2009, blz. 40).

(6)  Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).

(7)  Richtlijn 2002/63/EG van de Commissie van 11 juli 2002 houdende vaststelling van communautaire bemonsteringsmethoden voor de officiële controle op residuen van bestrijdingsmiddelen in en op producten van plantaardige en van dierlijke oorsprong en tot intrekking van Richtlijn 79/700/EEG (PB L 187 van 16.7.2002, blz. 30).


BIJLAGE I

Levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong die zijn onderworpen aan de bepalingen van deze verordening:

Diervoeders en levensmiddelen

(beoogd gebruik)

GN-code (1)

Taric-onder-verdeling

Land van oor-sprong

Gevaar

Frequentie van fysieke en identiteits- controles (%) bij invoer

Okra's

(Levensmiddelen — vers en ingevroren)

ex 0709 99 90

20

India (IN)

Residuen van bestrijdings-middelen, zoals gebleken uit analyse met multiresidu-methoden op basis van GC-MS en LC-MS of met single-residu-methoden (2)

20

Kerrieblad (Bergera/Murraya koenigii)

(Levensmiddelen — kruiden — vers, gedroogd en ingevroren)

ex 1211 90 86

10

India (IN)

Residuen van bestrijdings-middelen, zoals gebleken uit analyse met multiresidu-methoden op basis van GC-MS en LC-MS of met single-residu-methoden (3)

20


(1)  Indien slechts bepaalde onder een GN-code vallende producten behoeven te worden onderzocht en in de goederennomenclatuur geen specifieke onderverdeling voor die code bestaat, wordt de GN-code voorafgegaan door „ex”.

(2)  Certificering door het land van oorsprong en de controle bij invoer door de lidstaten om de naleving te verzekeren van Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1), met name residuen van: acefaat, methamidofos, triazofos, endosulfan, monocrotofos, methomyl, thiodicarb, diafenthiuron, thiamethoxam, fipronil, oxamyl, acetamipirid, indoxacarb, mandipropamid.

(3)  Certificering door het land van oorsprong en de controle bij invoer door de lidstaten om de naleving te verzekeren van Verordening (EG) nr. 396/2005, met name residuen van: triazofos, oxydemeton-methyl, chloorpyrifos, acetamiprid, thiamethoxam, clothianidin, methamidofos, acefaat, propargite, monocrotofos.


BIJLAGE II

Image


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving