Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.2-6.2.1

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 4 november 2013

tot wijziging van Aanbeveling 2006/576/EG wat betreft T-2- en HT-2-toxine in mengvoeders voor katten

(Voor de EER relevante tekst)

(2013/637/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

T-2-toxine en HT-2-toxine zijn mycotoxinen die door diverse Fusarium-soorten worden geproduceerd. T-2-toxine wordt snel gemetaboliseerd in een groot aantal producten, terwijl HT-2-toxine een belangrijke metaboliet is.

(2)

Op verzoek van de Commissie heeft het Wetenschappelijk Panel voor contaminanten in de voedselketen (Contam-panel) van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) advies uitgebracht over de risico’s voor de gezondheid van dieren en mensen van de aanwezigheid van T-2- en HT-2-toxine in levensmiddelen en diervoeders (1).

(3)

Ten aanzien van de risico’s voor de diergezondheid heeft het Contam-panel geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat de huidige geschatte blootstelling van herkauwers, konijnen en vissen aan T-2- en HT-2-toxine een gezondheidsgevaar oplevert. De schattingen van de blootstelling van varkens, pluimvee, paarden en honden aan T-2- en HT-2-toxine wijzen erop dat het risico van gezondheidsschade gering is. Katten behoren tot de meest gevoelige diersoorten. Vanwege de beperkte gegevens en omdat bij lage doseringen ernstige gezondheidsschade optrad, kon geen NOAEL (het niveau waarbij geen schadelijk effect meer wordt waargenomen) of LOAEL (het laagste niveau waarbij een schadelijk effect wordt waargenomen) worden vastgesteld.

(4)

Gezien de conclusies van het wetenschappelijk advies, moet onderzoek worden gedaan naar de factoren waardoor granen en graanproducten relatief veel T-2- en HT-2-toxine kunnen bevatten en naar de effecten van de verwerking van levensmiddelen en diervoeders. Bijgevolg werd Aanbeveling 2013/165/EU (2) van de Commissie vastgesteld, voor het uitvoeren van dit onderzoek.

(5)

Gezien de toxiciteit van T-2- en H-2-toxine voor katten moet er een aanvullende richtwaarde worden vastgesteld voor de hoeveelheid T-2- en HT-2-toxine in kattenvoeder, om de aanvaardbaarheid van kattenvoeder, wat betreft aanwezigheid van T-2- en HT-2-toxine, te beoordelen. Aanbeveling 2006/576/EG van de Commissie (3) moet daarom worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

In de bijlage bij Aanbeveling 2006/576/EG wordt na de vermelding betreffende Fumonisine B1 + B2 de volgende vermelding toegevoegd:

„Mycotoxine

Producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren

Richtwaarde in mg/kg (ppm) voor een diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

T-2- + HT-2-toxine

Mengvoeders voor katten

0,05”

Gedaan te Brussel, 4 november 2013.

Voor de Commissie

Tonio BORG

Lid van de Commissie


(1)  EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen (Contam); Scientific Opinion on risks for animal and public health related to the presence of T-2 and HT-2 toxin in food and feed. EFSA Journal 2011; 9(12):2481. [187 blz.] doi:10.2903/j.efsa.2011.2481. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu/efsajournal

(2)  Aanbeveling van de Commissie van 27 maart 2013 betreffende de aanwezigheid van T-2- en HT-2-toxine in granen en graanproducten (PB L 91 van 3.4.2013, blz. 12).

(3)  Aanbeveling 2006/576/EG van de Commissie van 17 augustus 2006 betreffende de aanwezigheid van deoxynivalenol, zearalenon, ochratoxine A, T-2- en HT-2-toxine en fumonisinen in producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren (PB L 229 van 23.8.2006, blz. 7).


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving