Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.2-6.2

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 17 augustus 2006

betreffende de aanwezigheid van deoxynivalenol, zearalenon, ochratoxine A, T-2- en HT-2-toxine en fumonisinen in producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren

(Voor de EER relevante tekst)

(2006/576/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 211, tweede streepje,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op verzoek van de Commissie heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) op respectievelijk 2 juni 2004, 28 juli 2004, 22 september 2004 en 22 juni 2005 adviezen uitgebracht over de mycotoxinen deoxynivalenol (1), zearalenon (2), ochratoxine A (3) en fumonisinen (4).

(2)

In die adviezen wordt geconcludeerd dat alle vier de mycotoxinen bij verscheidene diersoorten toxische effecten teweegbrengen. Deoxynivalenol, zearalenon en fumonisine B1 en B2 worden slechts in zeer geringe mate van dierenvoeder naar vlees, melk en eieren overgedragen, zodat levensmiddelen van dierlijke oorsprong maar uiterst weinig bijdragen aan de totale blootstelling van de mens aan deze toxinen. Ochratoxine A kan via het dierenvoeder in levensmiddelen van dierlijke oorsprong terechtkomen, maar blootstellingsschattingen duiden erop dat die levensmiddelen nauwelijks bijdragen aan de blootstelling van mensen aan ochratoxine A via de voeding.

(3)

Er zijn op dit moment maar heel weinig gegevens beschikbaar over de aanwezigheid van T-2- en HT-2-toxine in producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren. Ook moet dringend een gevoelige analysemethode ontwikkeld en gevalideerd worden. Wel zijn er aanwijzingen dat de aanwezigheid van T-2- en HT-2-toxine in producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren een probleem zou kunnen zijn. Daarom is het nodig een gevoelige analysemethode te ontwikkelen, meer gegevens te verzamelen over de aanwezigheid van T-2- en HT-2-toxine en nader onderzoek te doen naar de factoren die van invloed zijn op de aanwezigheid van T-2- en HT-2-toxine in granen en graanproducten, en met name in haver en haverproducten.

(4)

Gelet op de conclusies van de in de eerste overweging genoemde wetenschappelijke adviezen en het ontbreken van betrouwbare gegevens over T-2- en HT-2-toxine, alsmede de grote variatie van jaar tot jaar in de aanwezigheid van deze mycotoxinen, moeten er meer gegevens worden verzameld over deze mycotoxinen in de verschillende voedermiddelen en dierenvoeders, naast de gegevens die al zijn voortgekomen uit de gecoördineerde controleprogramma's voor 2002 (5), 2004 (6) en 2005 (7).

(5)

Om de lidstaten een indicatie te geven omtrent de aanvaardbaarheid van granen en graanproducten bestemd voor het voederen van dieren en van mengvoeders, en om te vermijden dat de lidstaten verschillende aanvaardbaarheidsgrenzen zouden hanteren, hetgeen tot concurrentievervalsing kan leiden, moeten er richtwaarden worden aanbevolen.

(6)

De lidstaten dienen de richtwaarden voor fumonisine B1 + B2 pas vanaf 1 oktober 2007 toe te passen, de ingangsdatum van de voorschriften van Verordening (EG) nr. 856/2005 van de Commissie van 6 juni 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 466/2001 wat betreft Fusarium-toxinen (8).

(7)

De in deze aanbeveling beschreven aanpak moet in 2009 worden geëvalueerd om met name na te gaan in hoeverre daarmee aan de bescherming van de dierengezondheid is bijgedragen. De ingevolge deze aanbeveling verkregen monitoringgegevens zullen ook meer inzicht geven in de variatie van jaar tot jaar en de aanwezigheid van deze mycotoxinen in de vele bijproducten die voor dierenvoeders worden gebruikt; dit is van groot belang voor het nemen van eventuele verdere wettelijke maatregelen,

BEVEELT AAN:

1)   dat de lidstaten, met de actieve medewerking van de exploitanten van dierenvoederbedrijven, intensievere monitoring uitvoeren op de aanwezigheid van deoxynivalenol, zearalenon, ochratoxine A, fumonisine B1 + B2 en T-2- en HT-2-toxine in granen en graanproducten bestemd voor het voederen van dieren en in mengvoeders;

2)   dat de lidstaten ervoor zorgen dat de monsters tegelijkertijd worden geanalyseerd op deoxynivalenol, zearalenon, ochratoxine A, fumonisine B1 + B2 en T-2- en HT-2-toxine, zodat kan worden nagegaan in hoeverre deze stoffen samen voorkomen;

3)   dat de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan de aanwezigheid van die mycotoxinen in bij- of nevenproducten van de levensmiddelenproductie die bedoeld zijn voor het voederen van dieren;

4)   dat de lidstaten ervoor zorgen dat de analyseresultaten op gezette tijden aan de Commissie worden doorgegeven zodat zij allemaal in één gegevensbank kunnen worden opgenomen;

5)   dat de lidstaten ervoor zorgen dat de in de bijlage vermelde richtwaarden worden gehanteerd om te beoordelen of mengvoeders en granen en graanproducten bestemd voor het voederen van dieren, aanvaardbaar zijn. Voor fumonisine B1 + B2 zouden de lidstaten deze richtwaarden vanaf 1 oktober 2007 moeten toepassen;

6)   dat de lidstaten er met name voor zorgen dat exploitanten van dierenvoederbedrijven in hun HACCP-systeem (Hazard analysis and critical control points) (9) de in punt 5 bedoelde richtwaarden gebruiken om de kritische grenswaarden voor de kritische controlepunten vast te stellen teneinde te kunnen bepalen wat aanvaardbaar is en wat niet aanvaardbaar is op het vlak van preventie, eliminatie of reductie van een onderkend gevaar.

Bij het toepassen van deze richtwaarden moeten de lidstaten ermee rekening houden dat de richtwaarden voor granen en graanproducten werden vastgesteld voor de ongevoeligste diersoort en bijgevolg als maximale richtwaarden moeten worden beschouwd.

Voor dierenvoeders bestemd voor gevoeligere dieren zouden de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de dierenvoederfabrikant lagere richtwaarden voor granen en graanproducten hanteert, rekening houdend met de gevoeligheid van de diersoort en zodanig dat de richtwaarden voor mengvoeders voor die diersoorten worden gerespecteerd.

Gedaan te Brussel, 17 augustus 2006.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  Op verzoek van de Commissie uitgebracht advies van het wetenschappelijke panel voor contaminanten in de voedselketen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) over deoxynivalenol als ongewenste stof in diervoeder, goedgekeurd op 2 juni 2004:

http://www.efsa.europa.eu/etc/medialib/efsa/science/contam/contam_opinions/478.Par.0005.File.dat/opinion05_contam_ej73_deoxynivalenol_v2_en1.pdf

(2)  Op verzoek van de Commissie uitgebracht advies van het wetenschappelijke panel voor contaminanten in de voedselketen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) over zearalenon als ongewenste stof in diervoeder, goedgekeurd op 28 juli 2004:

http://www.efsa.europa.eu/etc/medialib/efsa/science/contam/contam_opinions/527.Par.0004.File.dat/opinion_contam06_ej89_zearalenone_v3_en1.pdf

(3)  Op verzoek van de Commissie uitgebracht advies van het wetenschappelijke panel voor contaminanten in de voedselketen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) over ochratoxine A als ongewenste stof in diervoeder, goedgekeurd op 22 september 2004:

http://www.efsa.europa.eu/etc/medialib/efsa/science/contam/contam_opinions/645.Par.0001.File.dat/opinion_contam09_ej101_ochratoxina_en1.pdf

(4)  Op verzoek van de Commissie uitgebracht advies van het wetenschappelijke panel voor contaminanten in de voedselketen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) over fumonisinen als ongewenste stof in diervoeder, goedgekeurd op 22 juni 2005:

http://www.efsa.europa.eu/etc/medialib/efsa/science/contam/contam_opinions/1037.Par.0001.File.dat/contam_op_ej235_fumonisins_en1.pdf

(5)  Aanbeveling 2002/214/EG van de Commissie van 12 maart 2002 inzake de gecoördineerde controleprogramma's op het gebied van diervoeding voor het jaar 2002 krachtens Richtlijn 95/53/EG van de Raad (PB L 70 van 13.3.2002, blz. 20).

(6)  Aanbeveling 2004/163/EG van de Commissie van 17 februari 2004 inzake het gecoördineerde controleprogramma op het gebied van diervoeding voor het jaar 2004 krachtens Richtlijn 95/53/EG van de Raad (PB L 52 van 21.2.2004, blz. 70).

(7)  Aanbeveling 2005/187/EG van de Commissie van 2 maart 2005 inzake het gecoördineerde controleprogramma op het gebied van diervoeding voor het jaar 2005 krachtens Richtlijn 95/53/EG van de Raad (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 22).

(8)  PB L 143 van 7.6.2005, blz. 3.

(9)  Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 35 van 8.2.2005, blz. 1).


BIJLAGE

RICHTWAARDEN

Mycotoxine

Producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren

Richtwaarde in mg/kg (ppm) voor een diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Deoxynivalenol

Voedermiddelen (1)

 

granen en graanproducten (2) met uitzondering van maïsbijproducten

8

maïsbijproducten

12

Aanvullende en volledige dierenvoeders, met uitzondering van:

5

aanvullende en volledige dierenvoeders voor varkens

0,9

aanvullende en volledige dierenvoeders voor kalveren (jonger dan vier maanden), lammeren en geitenlammeren

2

Zearalenon

Voedermiddelen (1)

 

granen en graanproducten (2) met uitzondering van maïsbijproducten

2

maïsbijproducten

3

Aanvullende en volledige dierenvoeders:

 

aanvullende en volledige dierenvoeders voor biggen en gelten

0,1

aanvullende en volledige dierenvoeders voor zeugen en mestvarkens

0,25

aanvullende en volledige dierenvoeders voor kalveren, melkkoeien, schapen (ook lammeren) en geiten (ook geitenlammeren)

0,5

Ochratoxine A

Voedermiddelen (1)

 

granen en graanproducten (2)

0,25

Aanvullende en volledige dierenvoeders:

 

aanvullende en volledige dierenvoeders voor varkens

0,05

aanvullende en volledige dierenvoeders voor pluimvee

0,1

Fumonisine B1 + B2

Voedermiddelen (1)

 

maïs en maïsbijproducten (3)

60

Aanvullende en volledige dierenvoeders voor:

 

varkens, paarden (Equidae), konijnen en gezelschapsdieren

5

vissen

10

pluimvee, kalveren (jonger dan vier maanden), lammeren en geitenlammeren

20

volwassen herkauwers (ouder dan vier maanden) en nertsen

50


(1)  Er moet in het bijzonder op worden gelet dat, bij granen en graanproducten die rechtstreeks aan de dieren worden vervoederd, het dagrantsoen niet tot een hogere blootstelling van het dier aan deze mycotoxinen leidt dan de overeenkomstige blootstellingsniveaus in het geval dat alleen volledige dierenvoeders worden gebruikt in een dagrantsoen.

(2)  „Granen en graanproducten” omvat niet alleen de voedermiddelen die worden genoemd in rubriek 1 „Granen en daarvan afgeleide producten en bijproducten” van de niet-exclusieve lijst van de belangrijkste voedermiddelen in deel B van de bijlage bij Richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer en het gebruik van voedermiddelen (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 35), maar ook andere van granen afgeleide voedermiddelen, met name voedergewassen en ruwvoedergewassen van granen.

(3)  „Maïs en maïsproducten” omvat niet alleen de van maïs afgeleide voedermiddelen die worden genoemd in rubriek 1 „Granen en daarvan afgeleide producten en bijproducten” van de niet-exclusieve lijst van de belangrijkste voedermiddelen in deel B van de bijlage bij Richtlijn 96/25/EG, maar ook andere van maïs afgeleide voedermiddelen, met name voedergewassen en ruwvoedergewassen van maïs.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving