Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.2-6.1

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 23 augustus 2011

inzake de reductie van de aanwezigheid van dioxinen, furanen en pcb’s in diervoeders en levensmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/516/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Er zijn verscheidene maatregelen genomen als onderdeel van een algemene strategie om de aanwezigheid van dioxinen, furanen en pcb’s in het milieu en in levensmiddelen en diervoeders te verminderen.

(2)

Er zijn maximumgehalten voor dioxinen, de som van dioxinen en dioxineachtige pcb’s vastgesteld voor diervoeders bij Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (1) en voor levensmiddelen bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (2).

(3)

Er zijn actiedrempels voor dioxinen en dioxineachtige pcb’s in levensmiddelen bij Aanbeveling 2006/88/EG van de Commissie van 6 februari 2006 inzake de reductie van de aanwezigheid van dioxinen, furanen en pcb’s in diervoeders en levensmiddelen (3) vastgesteld ter stimulering van een proactieve aanpak om de aanwezigheid van dioxinen en dioxineachtige pcb’s in levensmiddelen te verminderen. Deze actiedrempels zijn voor de bevoegde autoriteiten en de exploitanten een instrument om te bepalen in welke gevallen het wenselijk is een bron van verontreiniging op te sporen en maatregelen te nemen om deze te reduceren of te elimineren. Aangezien de bronnen van dioxinen en dioxineachtige pcb’s verschillend zijn, moeten afzonderlijke actiedrempels worden vastgesteld voor dioxinen enerzijds en dioxineachtige pcb’s anderzijds.

(4)

Actiedrempels voor dioxinen en dioxineachtige pcb’s in diervoeders zijn bij Richtlijn 2002/32/EG vastgesteld.

(5)

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft op 28 tot en met 30 juni 2005 een workshop voor deskundigen gehouden met betrekking tot de re-evaluatie van de waarden van de toxische-equivalentiefactoren (TEF’s) die door de WHO in 1998 zijn vastgesteld. Een aantal TEF-waarden werd veranderd, met name voor pcb’s, octagechloreerde congeneren en pentagechloreerde furanen. De gegevens over het effect van de nieuwe TEF-waarden en het recente vóórkomen zijn gebundeld in het wetenschappelijke verslag „Results of the monitoring of dioxin levels in food and feed” (4) van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). Daarom moeten de actiedrempels opnieuw worden bekeken, rekening houdend met de nieuwe TEF-waarden.

(6)

Uit de ervaring is gebleken dat het voor sommige levensmiddelen niet nodig is om onderzoeken uit te voeren wanneer de actiedrempels worden overschreden. In deze gevallen houdt de overschrijding van de actiedrempel geen verband met een specifieke bron van verontreiniging die kan worden gereduceerd of geëlimineerd, maar met de algemene vervuiling van het milieu. Daarom is het dienstig dat geen actiedrempels voor deze levensmiddelen worden vastgesteld.

(7)

Onder deze omstandigheden moet Aanbeveling 2006/88/EG door deze aanbeveling worden vervangen,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

1.   De lidstaten dienen, in verhouding tot de productie, het gebruik en de consumptie van diervoeders en levensmiddelen, een aselecte monitoring van de aanwezigheid van dioxinen, dioxineachtige pcb’s en niet-dioxineachtige pcb’s in diervoeders en levensmiddelen uit te voeren.

2.   In gevallen waarin de bepalingen van Richtlijn 2002/32/EG en Verordening (EG) nr. 1881/2006 niet worden nageleefd, en in gevallen waarin gehalten aan dioxinen en/of dioxineachtige pcb’s worden aangetroffen die de actiedrempels overschrijden die zijn vastgesteld in de bijlage bij deze aanbeveling ten aanzien van levensmiddelen en in bijlage II bij Richtlijn 2002/32/EG ten aanzien van diervoeders, dienen de lidstaten in samenwerking met de exploitanten,

a)

onderzoeken in te stellen naar de bron van de verontreiniging,

b)

maatregelen te nemen om de bron van verontreiniging te reduceren of te elimineren.

3.   De lidstaten informeren de Commissie en de andere lidstaten over hun bevindingen, de resultaten van hun onderzoeken en de genomen maatregelen om de bron van verontreiniging te reduceren of te elimineren.

Aanbeveling 2006/88/EG wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2012.

Gedaan te Brussel, 23 augustus 2011.

Voor de Commissie

John DALLI

Lid van de Commissie


(1)  PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10.

(2)  PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5.

(3)  PB L 42 van 14.2.2006, blz. 26.

(4)  EFSA Journal 2010; 8(3):1385, http://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/doc/1385.pdf


BIJLAGE

Dioxinen (som van polychloordibenzo-para-dioxinen (pcdd’s) en polychloordibenzofuranen (pcdf’s), uitgedrukt als toxiciteitsequivalenten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), onder gebruikmaking van de door de WHO vastgestelde toxiciteitsequivalentiefactoren (WHO-TEF’s)) en dioxineachtige polychloorbifenylen (pcb’s), uitgedrukt als toxiciteitsequivalenten van de WHO, onder gebruikmaking van de WHO-TEF’s). De WHO-TEF’s voor menselijke risicobeoordeling zijn gebaseerd op de conclusies van de vergadering van deskundigen van de World Health Organization (WHO) — International Programme on Chemical Safety (IPCS), die in juni 2005 in Genève is gehouden (Martin van den Berg et al., The 2005 World Health Organization Re-evaluation of Human and Mammalian Toxic Equivalency Factors for Dioxins and Dioxin-like Compounds. Toxicological Sciences 93(2), 223-241 (2006))

Levensmiddelen

Actiedrempel voor dioxinen + furanen (WHO-TEQ) (1)

Actiedrempel voor dioxineachtige pcb’s (WHO-TEQ) (1)

Vlees en vleesproducten (met uitzondering van eetbaar slachtafval) (2) van de volgende dieren:

 

 

runderen en schapen

1,75 pg/g vet (3)

1,75 pg/g vet (3)

pluimvee

1,25 pg/g vet (3)

0,75 pg/g vet (3)

varkens

0,75 pg/g vet (3)

0,5 pg/g vet (3)

Gemengde vetten

1,00 pg/g vet (3)

0,75 pg/g vet (3)

Spiervlees van gekweekte vis en producten van gekweekte vis

1,5 pg/g vers gewicht

2,5 pg/g vers gewicht

Rauwe melk (2) en melkproducten (2), inclusief botervet

1,75 pg/g vet (3)

2,0 pg/g vet (3)

Kippeneieren en eiproducten (2)

1,75 pg/g vet (3)

1,75 pg/g vet (3)

Fruit, groenten en granen

0,3 pg/g product

0,1 pg/g product


(1)  Bovengrensconcentraties: bij de berekening van bovengrensconcentraties moet worden aangenomen dat de onder de bepaalbaarheidsgrens liggende waarden van de verschillende congeneren gelijk zijn aan de bepaalbaarheidsgrens.

(2)  In deze categorie opgenomen levensmiddelen zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).

(3)  De actiedrempels zijn niet van toepassing op levensmiddelen die minder dan 2 % vet bevatten.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving