Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.278

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1076/2014 VAN DE COMMISSIE

van 13 oktober 2014

tot verlening van een vergunning voor een preparaat met het rookaroma-extract 2b0001 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor honden en katten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlening van een vergunning voor het gebruik als toevoegingsmiddel van een preparaat met rookaroma-extract, zoals nader omschreven in de bijlage bij diee verordening. Bij die aanvraag waren de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten gevoegd.

(3)

De aanvraag betreft een vergunning voor het gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor honden en katten van het in de bijlage nader omschreven preparaat, dat tot de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „aromatische stoffen” behoort.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 24 mei 2012 (2) geconcludeerd dat het in de bijlage nader omschreven voedingsmiddel onder de voorgestelde voorwaarden voor gebruik in diervoeding geen ongunstige gevolgen heeft voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu. Aangezien dit rookaroma-extract wordt gebruikt als rookaroma in levensmiddelen en de functie ervan in diervoeders in wezen dezelfde is als in levensmiddelen, heeft de EFSA geconcludeerd dat de doeltreffendheid ervan niet verder hoeft te worden aangetoond.

(5)

De EFSA heeft geconcludeerd dat dit toevoegingsmiddel in de eerste plaats wordt bepaald door het productieproces en de houtmix waarvan het is afgeleid. Om ervoor te zorgen dat alleen met de desbetreffende productiemethode geproduceerde rookaroma's op de markt worden gebracht, moeten het productieproces en de houtmix bijgevolg duidelijk in de bijlage worden omschreven.

(6)

De EFSA concludeerde eveneens dat er geen veiligheidsproblemen voor de gebruikers zullen rijzen als de nodige beschermingsmaatregelen worden genomen. Specifieke eisen voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(7)

Uit de beoordeling van het in de bijlage omschreven preparaat blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van preparaten met het rookaroma-extract in kwestie zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage nader omschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „aromatische stoffen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 oktober 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  EFSA Journal 2012; 10(6):2729.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunning-houder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximum-leeftijd

Minimum-gehalte

Maximum-gehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunnings-periode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep aromatische stoffen.

2b0001

Rookaroma

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat met rookaroma-extract

Preciseringen:

water: 0,3-0,9 wt. %,

zuur (uitgedrukt als azijnzuur): 0,06-0,25 meq/g,

pH 1-4,

carbonylverbindingen: 1,2-3,0 wt. %,

fenolen: 8-12 wt. %,

Karakterisering van de werkzame stof

Vloeibaar rookaroma-extract dat de volgende verbindingen bevat:

syringol 12,6-25,2 %,

4-methylsyringol 6,2-9,2 %,

4-propenylsyringol 0,8-3,6 %,

4-methylsyringol 2,7-3,1 %,

4-methylguajacol 2,0-2,6 %,

4-allylsyringol 1,8-2,3 %,

4-ethylguajacol 1,8-2,40 %,

4-propylsyringol 1-2,5 %,

guajacol 1,1-1,6 %,

Honden en katten

40

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en van het voormengsel worden de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden aangegeven.

2.

Voor de veiligheid van de gebruiker moeten tijdens hantering ademhalingsbescherming en een veiligheidsbril worden gedragen.

3.

Bij de etikettering van voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders die het toevoegingsmiddel bevatten, moeten de naam en het identificatienummer van het toevoegingsmiddel worden vermeld.

4.

Het preparaat mag alleen technologische toevoegingsmiddelen en/of andere stoffen of producten bevatten die tot doel hebben de fysisch-chemische kenmerken van de werkzame stof van het preparaat te wijzigen en die worden gebruikt in overeenstemming met hun eigen vergunningsvoorwaarden. Met het oog op het gewenste resultaat moet de fysisch-chemische en biologische verenigbaarheid van de bestanddelen van het preparaat worden gegarandeerd.

3 november 2024

 

 

 

2,4-dimethylfenol 0,9-1,40 %,

eugenol 1-1,40 %,

isoeugenol (trans) 0,9-1,3 %,

4-propenylsyringol (cis) 0,3-1,7 %,

o-cresol 0,7-1,5 %,

fenol 0,5-1,2 %,

p-cresol 0,7-1,1 %,

4-propylguajacol 0,5-1 %,

Chemische formule:

syringol: C8H10O3,

4-methylsyringol: C9H12O3,

4-methylsyringol: C11H14O3,

4-ethylsyringol: C10H14O3,

4-methylguajacol: C8H10O2,

4-allylsyringol: C11H14O3,

4-ethylguajacol: C9H12O2,

4-propylsyringol: C11H16O3,

guajacol: C7H8O2,

2,4-dimethylfenol: C8H10O,

eugenol: C10H12O2,

isoeugenol (trans) C10H12O2,

4-propenylsyringol (cis): C11H14O3,

o-cresol C7H8O,

fenol: C6H6O,

p-cresol: C7H8O,

4-propylguajacol: C10H14O2.

CAS-nummer:

syringol: 91-10-1,

 

 

 

 

5.

Op het etiket of in de begeleidende documenten van het toevoegingsmiddel moet de volgende informatie worden vermeld:

de naam en het identificatienummer van alle technologische toevoegingsmiddelen die het preparaat bevat;

het gehalte van alle technologische toevoegingsmiddelen die het preparaat bevat, indien in de vergunningen voor deze toevoegingsmiddelen maximumgehalten zijn vastgesteld;

de naam van alle stoffen of producten die het preparaat bevat, vermeld in in dalende volgorde van gewicht.

6.

Op het etiket of in de begeleidende documenten van voormengsels die het toevoegingsmiddel bevatten, moet de volgende informatie worden vermeld:

de naam, het identificatienummer en het gehalte van alle technologische toevoegingsmiddelen waarvoor in de overeenstemmende vergunningen maximumgehalten zijn vastgesteld.

 

 

 

 

4-methylsyringol: 6638-05-7,

4-methylsyringol: 20675-95-0,

4-ehylsyringol: 14059-92-8,

4-methylguajacol: 93-51-6,

4-allylsyringol: 6627-88-9,

4-ethylguajacol: 2785-89-9,

4-propylsyringol: 6766-82-1,

guajacol: 90-05-1,

2,4-dimethylfenol: 105-67-9,

eugenol: 97-53-0,

ioeugenol (trans): 97-54-1,

4-propenylsyringol (cis): 26624-13-5,

o-cesol: 95-48-7,

fenol: 108-95-2,

p-cresol: 106-44-5,

4-propylguajacol: 2785-87-7.

Rookaroma in vloeibare vorm, geproduceerd door de extractie van diethylether uit teer dat via pyrolyse uit de volgende houtsoortencombinatie is verkregen: 35 % Amerikaanse eik (Quercus rubra), 35 % witte eik (Quercus alba), 10 % suikeresdoorn (Acer saccharum), 10 % Amerikaanse beuk (Fagus grandifolia) en 10 % witte bitternoot (Carya ovata).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zuiverheidscriteria:

PAK-bestanddelen: benzo[a]pyreen onder 10 ppb en benz[a]anthraceen onder 20 ppb,

resterende diethylether onder 2 ppm.

Analysemethode  (1)

Voor het bepalen van het rookaroma-extract als toevoegingsmiddel in diervoeding:

titratie met natriumhydroxide voor de bepaling van het totale zuurgehalte; kleurreacties met aanvullende spectrofotometrie voor de bepaling van het totale carbonylgehalte (bij 430 nm) en het totale fenolgehalte (bij 610 nm) (FAO JECFA Combined Compendium for Food Additive Specifications „smoke flavourings”, Monograph No.1, 2006);

gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS); gaschromatografie gecombineerd met vlamionisatiedetectie (GC-FID) voor het bepalen van de vluchtige fractie van het product (FAO JECFA Combined Compendium for Food Additive Specifications-Monographs No. 1, Vol. 4).

 

 

 

 

 

 


(1)  http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/authorisation/evaluation_reports/Pages/index.aspx


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving