Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-1.3-2

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1761 VAN DE COMMISSIE

van 1 oktober 2015

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 378/2005 wat betreft de verslagen van het communautaire referentielaboratorium, de bijdrage in de kosten en de in bijlage II bij die verordening opgenomen laboratoria

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 7, lid 4, eerste alinea, en artikel 21, derde alinea,

Na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1831/2003 voorziet in de procedure voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen en het gebruik van toevoegingsmiddelen voor diervoeding. Bepaald wordt, dat eenieder die een vergunning voor een toevoegingsmiddel voor diervoeding of voor een nieuwe toepassing van een toevoegingsmiddel voor diervoeding wenst te verkrijgen, een vergunningsaanvraag overeenkomstig die verordening moet indienen.

(2)

Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (2) voorziet in gedetailleerde voorschriften voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 wat betreft aanvragen voor vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding of voor een nieuwe toepassing van een toevoegingsmiddel voor diervoeding en wat betreft de verplichtingen en taken van het communautaire referentielaboratorium („CRL”).

(3)

Bij artikel 5 van Verordening (EG) nr. 378/2005 wordt bepaald dat het CRL voor elke vergunningsaanvraag voor een toevoegingsmiddel voor diervoeding een volledig evaluatieverslag moet indienen bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid („de Autoriteit”). Bij wijze van uitzondering wordt geen evaluatieverslag vereist voor aanvragen voor een nieuwe toepassing van een toevoegingsmiddel voor diervoeding of voor aanvragen tot wijziging van de voorwaarden van een bestaande vergunning, op voorwaarde dat de voorgestelde voorwaarden voor de nieuwe toepassing of voor de wijziging van de voorwaarden van de vergunning onder het toepassingsgebied vallen van de analysemethode die eerder overeenkomstig de voorschriften van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie (3) is ingediend en reeds door het CRL is geëvalueerd. Bovendien wordt in artikel 4 van de verordening bepaald dat het CRL van de aanvrager een bijdrage in de kosten moet vragen voor het indienen van vergunningsaanvragen. Er moet geen bijdrage in de kosten worden betaald indien er geen monster vereist is en het CRL geen verslag moet verstrekken omdat de analysemethode reeds geëvalueerd is. Deze uitzonderingen gelden echter niet voor aanvragen tot verlenging van een vergunning voor een toevoegingsmiddel voor diervoeding.

(4)

De ervaring leert dat de uitzonderingen op de voorschriften betreffende evaluatieverslagen en bijdragen in de kosten ook moeten gelden voor aanvragen tot verlenging van een vergunning voor een toevoegingsmiddel voor diervoeding. Artikel 5 van en bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 378/2005 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 378/2005 bevat een lijst met nationale referentielaboratoria die het CRL bij de uitvoering van zijn verplichtingen en taken bijstaan. Verscheidene lidstaten hebben de Commissie meegedeeld dat hun nationale referentielaboratoria die deel uitmaken van het consortium zijn gewijzigd, omdat andere laboratoria voor dat doel zijn aangewezen of omdat de naam of het adres van de laboratoria is gewijzigd. Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 378/2005 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 378/2005 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 5 wordt lid 4 vervangen door:

„4.   Er wordt geen evaluatieverslag vereist voor:

a)

overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingediende aanvragen voor een nieuwe toepassing van een toevoegingsmiddel voor diervoeding, wanneer de voorgestelde voorwaarden voor het in de handel brengen van het toevoegingsmiddel voor diervoeding voor de nieuwe toepassing onder het toepassingsgebied vallen van de analysemethode die eerder overeenkomstig punt 2.6 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 429/2008 is ingediend en reeds door het CRL is geëvalueerd;

b)

overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingediende aanvragen tot wijziging van de voorwaarden van een bestaande vergunning, wanneer de voorgestelde wijziging of de nieuwe voorwaarden voor het in de handel brengen van het toevoegingsmiddel voor diervoeding onder het toepassingsgebied vallen van de analysemethode die eerder overeenkomstig punt 2.6 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 429/2008 is ingediend en reeds door het CRL is geëvalueerd;

c)

overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingediende aanvragen tot verlenging van een bestaande vergunning, wanneer de voorwaarden voor het in de handel brengen van het toevoegingsmiddel voor diervoeding onder het toepassingsgebied vallen van de analysemethode die eerder overeenkomstig punt 2.6 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 429/2008 is ingediend en reeds door het CRL is geëvalueerd.

Niettegenstaande lid 4 kunnen de Commissie, het CRL of de Autoriteit op grond van rechtmatige factoren die relevant zijn voor de aanvraag oordelen dat een nieuwe evaluatie van de analysemethoden nodig is. De aanvrager wordt hiervan door het CRL in kennis gesteld.”.

2)

Bijlage II wordt vervangen door tekst in de bijlage bij deze verordening.

3)

In bijlage IV, onder de titel „Tarieven volgens het type aanvraag voor de verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1831/2003”, wordt punt 5 vervangen door:

„5.

Verlenging van een vergunning voor een toevoegingsmiddel voor diervoeding (artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1831/2003):

Bijdrage in de kosten = deel 2 = 4 000 EUR

wanneer artikel 5, lid 4, onder c), van toepassing is: Bijdrage in de kosten = 0 EUR”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 oktober 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie van 4 maart 2005 tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de verplichtingen en taken van het communautaire referentielaboratorium betreffende vergunningsaanvragen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).

(3)  Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie van 25 april 2008 tot vaststelling van voorschriften ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opstelling en indiening van aanvragen en de beoordeling van en de verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 1).


BIJLAGE

„BIJLAGE II

Communautair referentielaboratorium en consortium van nationale referentielaboratoria, als bedoeld in artikel 6, lid 2

COMMUNAUTAIR REFERENTIELABORATORIUM

Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Europese Commissie. Instituut voor referentiemateriaal en metingen. Geel, België.

NATIONALE REFERENTIELABORATORIA VAN DE LIDSTATEN

Belgique/België

Federaal Laboratorium voor de Voedselveiligheid Tervuren (FLVVT — FAVV);

Vlaamse instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), Mol;

Centre wallon de Recherches agronomiques (CRA-W), Gembloux.

Česká republika

Ústřední kontrolní a zkušební ústav zemědělský (ÚKZÚZ), Praha.

Danmark

Fødevarestyrelsens Laboratorie Aarhus (kemisk);

Fødevarestyrelsens Laboratorie Ringsted (kemisk og mikrobiologisk).

Deutschland

Sachgebiet Futtermittel des Bayrischen Landesamtes für Gesundheit und Lebensmittelsicherheit (LGL), Oberschleißheim;

Landwirtschaftliche Untersuchungs- und Forschungsanstalt (LUFA), Speyer;

Staatliche Betriebsgesellschaft für Umwelt und Landwirtschaft. Geschäftsbereich 6 — Labore Landwirtschaft, Nossen;

Thüringer Landesanstalt für Landwirtschaft (TLL). Abteilung Untersuchungswesen, Jena.

Eesti

Põllumajandusuuringute Keskus (PMK). Jääkide ja saasteainete labor, Saku, Harjumaa;

Põllumajandusuuringute Keskus (PMK), Taimse materjali labor, Saku, Harjumaa.

España

Laboratorio Arbitral Agroalimentario. Ministerio de Agricultura, Alimentación y Medio Ambiente, Madrid;

Laboratori Agroalimentari, Departament d'Agricultura, Ramaderia, Pesca, Alimentació i Medi Natural. Generalitat de Catalunya, Cabrils.

France

Laboratoire de Rennes (SCL L35), Service Commun des Laboratoires DGCCRF et DGDDI, Rennes.

Éire/Ireland

The State Laboratory, Kildare.

Ελλάδα

Εργαστήριο Ελέγχου Κυκλοφορίας Ζωοτροφών Θεσσαλονίκης.

Italia

Istituto Superiore di Sanità. Dipartimento di Sanità Pubblica Veterinaria e Sicurezza Alimentare, Roma;

Centro di referenza nazionale per la sorveglienza ed il controllo degli alimenti per gli animali (CReAA), Torino.

Kypros

Feedingstuffs Analytical Laboratory, Department of Agriculture, Nicosia.

Latvija

Pārtikas drošības, dzīvnieku veselības un vides zinātniskais institūts BIOR, Rīga.

Lietuva

Nacionalinis maisto ir veterinarijos rizikos vertinimo institutas, Vilnius.

Luxembourg

Laboratoire de Contrôle et d'essais — ASTA, Ettelbruck.

Magyarország

Nemzeti Élelmiszerlánc-biztonsági Hivatal, Élelmiszer- és Takarmánybiztonsági Igazgatóság, Takarmányvizsgáló Nemzeti Referencia Laboratórium, Budapest.

Nederland

RIKILT Wageningen UR, Wageningen.

Österreich

Österreichische Agentur für Gesundheit und Ernährungssicherheit (AGES), Wien.

Polska

Instytut Zootechniki — Państwowy Instytut Badawczy, Krajowe Laboratorium Pasz, Lublin;

Państwowy Instytut Weterynaryjny, Pulawy.

Portugal

Instituto Nacional de Investigação Agrária e Veterinária, I.P. (INIAV,IP), Lisboa.

Slovenija

Univerza v Ljubljani. Veterinarska fakulteta. Nacionalni veterinarski inštitut. Enota za patologijo prehrane in higieno okolja, Ljubljana;

Kmetijski inštitut Slovenije, Ljubljana.

Slovensko

Skúšobné laboratórium analýzy krmív, Ústredný kontrolný a skúšobný ústav poľnohospodársky, Bratislava.

Suomi/Finland

Elintarviketurvallisuusvirasto/Livsmedelssäkerhetsverket (Evira), Helsinki/Helsingfors.

Sverige

Avdelningen för kemi, miljö och fodersäkerhet, Statens Veterinärmedicinska Anstalt (SVA), Uppsala.

United Kingdom

LGC Ltd, Teddington.

NATIONALE REFERENTIELABORATORIA VAN DE EVA-LANDEN

Norge

The National Institute of Nutrition and Seafood Research (NIFES), Bergen.”


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving