Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.243

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 787/2013 VAN DE COMMISSIE

van 16 augustus 2013

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Bacillus subtilis (ATCC PTA-6737) als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkalkoenen en fokkalkoenen (vergunninghouder Kemin Europa nv)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een nieuwe toepassing van een preparaat van Bacillus subtilis (ATCC PTA-6737) ingediend. Bij die aanvraag waren de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten gevoegd.

(3)

Deze aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een nieuwe toepassing van Bacillus subtilis (ATCC PTA-6737) als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkalkoenen en fokkalkoenen in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen”.

(4)

Het gebruik van dat preparaat van Bacillus subtilis (ATCC PTA-6737) is voor een periode van tien jaar toegestaan voor mestkippen bij Verordening (EU) nr. 107/2010 van de Commissie (2), voor opfokleghennen, mesteenden, kwartels, fazanten, patrijzen, parelhoenders, duiven, mestganzen en struisvogels bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 885/2011 van de Commissie (3) en voor gespeende biggen en gespeende Suidae, met uitzondering van Sus scrofa domesticus, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 306/2013 van de Commissie (4).

(5)

In haar advies van 13 maart 2013 (5) bevestigde de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) haar eerdere conclusies dat het preparaat van Bacillus subtilis (ATCC PTA-6737) onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden wordt verondersteld veilig te zijn voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid en het milieu. De EFSA heeft tevens geconcludeerd dat het toevoegingsmiddel de zoötechnische prestaties bij mestkalkoenen kan verbeteren en dat deze conclusie kan worden uitgebreid tot fokkalkoenen. Specifieke eisen voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(6)

Uit de beoordeling van het preparaat van Bacillus subtilis (ATCC PTA-6737) blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van het preparaat moet daarom worden toegestaan zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „darmflorastabilisatoren”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 augustus 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  PB L 36 van 9.2.2010, blz. 1.

(3)  PB L 229 van 6.9.2011, blz. 3.

(4)  PB L 91 van 3.4.2013, blz. 5.

(5)  EFSA Journal 2013; 11(4):3176.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: darmflorastabilisatoren

4b1823

Kemin Europa nv

Bacillus subtilis (ATCC PTA-6737)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Bacillus subtilis (ATCC PTA-6737) met ten minste 1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

vast

 

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare sporen van Bacillus subtilis (ATCC PTA-6737)

 

Analysemethode  (1)

Telling: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van trypton-soja-agar met voorverhittingsbehandeling van voedermonsters.

Identificatie: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Mestkalkoenen en fokkalkoenen

1 × 108

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Het gebruik is toegestaan in diervoeding die de volgende toegelaten coccidiostatica bevat: diclazuril, robenidinehydrochloride, lasalocide A natrium, maduramicineammonium, of monensin-natrium, op voorwaarde dat dit coccidiostaticum voor de betreffende soort is toegestaan.

6 september 2023


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op de website van het communautaire referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving