Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.235-1

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 131/2014 VAN DE COMMISSIE

van 11 februari 2014

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 601/2013 van de Commissie tot verlening van een vergunning voor kobalt(II)acetaat-tetrahydraat, kobalt(II)carbonaat, kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat, kobalt(II)sulfaat-heptahydraat en gecoate korrels van kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat als toevoegingsmiddelen voor diervoeding

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 601/2013 van de Commissie (2) is een vergunning verleend voor kobalt(II)acetaat-tetrahydraat, kobalt(II)carbonaat, kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat, kobalt(II)sulfaat-heptahydraat en gecoate korrels van kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat als toevoegingsmiddelen voor diervoeding die behoren tot de categorie „nutritionele toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „verbindingen van sporenelementen”.

(2)

Om de identificatie van het toevoegingsmiddel kobalt(II)carbonaat te verduidelijken, moet de chemische formule kobalthydroxide uit de werkzame stoffen worden geschrapt.

(3)

Ter wille van meer duidelijkheid en om verwarring met de identificatienummers voor als toevoegingsmiddelen voor diervoeding toegelaten seleenverbindingen te voorkomen, moeten de identificatienummers voor kobaltverbindingen technisch worden gewijzigd.

(4)

In haar adviezen van 12 juni 2012 (3)  (4) en 22 mei 2012 (5) concludeerde de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) dat moet worden voorzien in specifieke maatregelen ter bescherming van eindgebruikers. Het overeenkomstige vereiste dat verbindingen met een hoge kans op stuiven in pelletvorm in de handel moeten worden gebracht, kan tot andere niet-poedervormen worden uitgebreid zonder dat dit het risico voor eindgebruikers vergroot.

(5)

De aanvrager van een vergunning voor gecoate korrels van kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat heeft gegevens verstrekt om aan te tonen dat de gecoate stof kobalt(II)carbonaat is en niet kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat. Na toetsing van het aanvraagdossier, dat de basis vormde voor het bovengenoemde advies van de EFSA (6), lijkt het nodig de vergunningsvoorwaarden van dit product dienovereenkomstig te wijzigen.

(6)

Als gevolg van de verlening van nieuwe vergunningen bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 601/2013 zijn de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1334/2003 van de Commissie (7) betreffende kobalt(II)acetaat-tetrahydraat, kobalthydroxidecarbonaat-monohydraat en kobalt(II)sulfaat-heptahydraat achterhaald en zij moeten derhalve worden geschrapt.

(7)

Als gevolg van deze wijzigingen moet de in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 601/2013 voorziene overgangsperiode worden verlengd, zodat belanghebbende partijen zich kunnen voorbereiden om aan de uit de wijzigingen voortvloeiende voorschriften te voldoen. Wat voor gezelschapsdieren bestemde diervoeders betreft, bestaat de markt uit een zeer groot aantal verschillende producten met een specifiek etiketteringssysteem. Een dergelijke overgangsperiode moet bijgevolg worden verlengd om een vlotte overgang voor de betrokken exploitanten van diervoederbedrijven mogelijk te maken.

(8)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 601/2013 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

Daarnaast moet een overgangsperiode worden vastgesteld voor de exploitanten die de bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 601/2013 hebben toegepast.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 601/2013

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 601/2013 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Het volgende artikel 1 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 1 bis

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1334/2003 van de Commissie (8)

In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1334/2003 worden de vermeldingen „kobalt(II)acetaat-tetrahydraat”, „kobalthydroxidecarbonaat-monohydraat” en „kobalt(II)sulfaat-heptahydraat” onder het element E3 Kobalt - Co geschrapt.

2)

Artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

Overgangsmaatregelen

De in de bijlage beschreven stoffen waarvoor bij Richtlijn 70/524/EEG een vergunning is verleend, alsmede diervoeders die deze stoffen bevatten en die vóór 4 september 2014 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 15 juli 2013 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput. Wat voor gezelschapsdieren bestemde diervoeders betreft, eindigt de periode voor de productie en etikettering, als bedoeld in de eerste zin, op 4 maart 2016.”.

3)

De bijlage wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

De in de bijlage beschreven stoffen waarvoor bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 601/2013 een vergunning is verleend, alsmede diervoeders die deze stoffen bevatten en die vóór 4 september 2014 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 4 maart 2014 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput. Wat voor gezelschapsdieren bestemde diervoeders betreft, eindigt de periode voor de productie en etikettering, als bedoeld in de eerste zin, op 4 maart 2016.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 februari 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 601/2013 van de Commissie van 24 juni 2013 tot verlening van een vergunning voor kobalt(II)acetaat-tetrahydraat, kobalt(II)carbonaat, kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat, kobalt(II)sulfaat-heptahydraat en gecoate korrels van kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat als toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 172 van 25.6.2013, blz. 14).

(3)  EFSA Journal 2012; 10(7):2791.

(4)  EFSA Journal 2012; 10(7):2782.

(5)  EFSA Journal 2012; 10(6):2727.

(6)  EFSA Journal 2012; 10(7):2782.

(7)  Verordening (EG) nr. 1334/2003 van de Commissie van 25 juli 2003 tot wijziging van de toelatingsvoorwaarden voor een aantal toevoegingsmiddelen van de groep sporenelementen in diervoeders (PB L 187 van 26.7.2003, blz. 11).

(8)  PB L 187 van 26.7.2003, blz. 11.”.


BIJLAGE

„BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegings-middel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Element (Co) in mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie nutritionele toevoegingsmiddelen. Functionele groep: verbindingen van sporenelementen

3b301

Kobalt(II)acetaat-tetrahydraat

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

kobalt(II)acetaat-tetrahydraat in kristal- of korrelvorm, met een minimumkobaltgehalte van 23 %

deeltjes < 50 μm: minder dan 1 %

 

Karakterisering van de werkzame stof

Chemische formule: Co(CH3COO)2 × 4H2O

CAS-nummer: 6147-53-1

 

Analysemethoden  (1)

 

voor de identificatie van acetaat in het toevoegingsmiddel:

monografie 01/2008:20301 van de Europese Farmacopee;

 

voor de kristallografische karakterisering van het toevoegingsmiddel:

röntgendiffractie;

 

voor de bepaling van het totaalgehalte aan kobalt in het toevoegingsmiddel, voormengsels, mengvoeders en voedermiddelen:

EN 15510 — optische (atoom)emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES)

of

CEN/TS 15621 — optische (atoom)emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES) na ontsluiting onder druk;

 

voor de deeltjesgroottebepaling:

ISO 13320:2009 — Analyse van de deeltjesgrootteverdeling — Methoden met laserdiffractie.

Herkauwers met een functionele pens, paardachtigen, lagomorfen, knaagdieren, herbivore reptielen en dierentuinzoogdieren

1 (totaal)

1.

Het toevoegingsmiddel moet worden opgenomen in mengvoeder in de vorm van een voormengsel.

2.

Er moeten beschermende maatregelen worden genomen overeenkomstig de nationale regelgeving ter uitvoering van de EU-wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk, waaronder de Richtlijnen 89/391/EEG (2), 89/656/EEG (3), 92/85/EEG (4) en 98/24/EG (5) van de Raad. Bij de hantering moeten geschikte veiligheidshand-schoenen, ademhalings- en oogbescherming overeenkomstig Richtlijn 89/686/EEG van de Raad (6) worden gedragen.

3.

Op de etikettering van het toevoegingsmiddel en het voormengsel moet het volgende worden vermeld:

kobaltgehalte,

„Aanbevolen wordt de suppletie van kobalt te beperken tot 0,3 mg/kg volledig diervoeder. Daarbij moeten het risico op kobaltgebrek als gevolg van de plaatselijke omstandigheden en de specifieke samenstelling van de voeding in aanmerking worden genomen.”.

4.

In de gebruiksaanwijzing voor het mengvoeder moet het volgende worden vermeld:

„Er moeten beschermende maatregelen worden genomen om blootstelling aan kobalt door inademing of via de huid te vermijden.”.

15 juli 2023

3b302

Kobalt(II)carbo-naat

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

kobalt(II)carbonaat in poedervorm, met een minimumkobaltgehalte van 46 %

kobaltcarbonaat: minimaal 75 %

kobalthydroxide: 3 %-15 %

water: maximaal 6 %

deeltjes < 11 μm: minder dan 90 %

 

Karakterisering van de werkzame stoffen

Chemische formule: CoCO3

CAS-nummer: 513-79-1

 

Analysemethoden  (1)

 

voor de identificatie van carbonaat in het toevoegingsmiddel:

monografie 01/2008:20301 van de Europese Farmacopee;

 

voor de kristallografische karakterisering van het toevoegingsmiddel:

röntgendiffractie;

 

voor de bepaling van het totaalgehalte aan kobalt in het toevoegingsmiddel, voormengsels, mengvoeders en voedermiddelen:

EN 15510 — optische (atoom)emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES)

of

CEN/TS 15621 — optische (atoom)emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES) na ontsluiting onder druk;

 

voor de deeltjesgroottebepaling:

ISO 13320:2009 — Analyse van de deeltjesgrootteverdeling — Methoden met laserdiffractie.

Herkauwers met een functionele pens, paardachtigen, lagomorfen, knaagdieren, herbivore reptielen en dierentuinzoogdieren

1 (totaal)

1.

Het toevoegings-middel moet worden opgenomen in mengvoeder in de vorm van een voormengsel. Dat mengvoeder moet in niet-poedervorm in de handel worden gebracht.

2.

Er moeten passende maatregelen worden genomen om de uitstoot van kobalt in de lucht te vermijden en blootstelling door inademing of via de huid te voorkomen. Als dergelijke maatregelen technisch niet haalbaar of ontoereikend zijn, moeten beschermende maatregelen worden genomen overeenkomstig de nationale regelgeving ter uitvoering van de EU-wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk, waaronder de Richtlijnen 89/391/EEG, 89/656/EEG, 92/85/EEG, 98/24/EG en 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad (7). Bij de hantering moeten geschikte veiligheidshandschoenen, ademhalings- en oogbescherming overeenkomstig Richtlijn 89/686/EEG worden gedragen.

3.

Op de etikettering van het toevoegingsmiddel en het voormengsel moet het volgende worden vermeld:

kobaltgehalte,

„Aanbevolen wordt de suppletie van kobalt te beperken tot 0,3 mg/kg volledig diervoeder. Daarbij moeten het risico op kobaltgebrek als gevolg van de plaatselijke omstandigheden en de specifieke samenstelling van de voeding in aanmerking worden genomen.”.

4.

In de gebruiksaanwijzing voor het mengvoeder moet het volgende worden vermeld:

„Er moeten beschermende maatregelen worden genomen om blootstelling aan kobalt door inademing of via de huid te vermijden.”.

15 juli 2023

3b303

Kobalt(II)carbo-naathydroxide (2:3)-monohydraat

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat in poedervorm, met een minimumkobaltgehalte van 50 %

deeltjes < 50 μm: minder dan 98 %

 

Karakterisering van de werkzame stof

Chemische formule: 2CoCO3 × 3Co(OH)2 × H2O

CAS-nummer: 51839-24-8

 

Analysemethoden  (1)

 

voor de identificatie van carbonaat in het toevoegingsmiddel:

monografie 01/2008:20301 van de Europese Farmacopee;

 

voor de kristallografische karakterisering van het toevoegingsmiddel:

röntgendiffractie;

 

voor de bepaling van het totaalgehalte aan kobalt in het toevoegingsmiddel, voormengsels, mengvoeders en voedermiddelen:

EN 15510 — optische (atoom)emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES)

of

CEN/TS 15621 — optische (atoom)emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES) na ontsluiting onder druk;

 

voor de deeltjesgroottebepaling:

ISO 13320:2009 — Analyse van de deeltjesgrootteverdeling — Methoden met laserdiffractie.

Herkauwers met een functionele pens, paardachtigen, lagomorfen, knaagdieren, herbivore reptielen en dierentuin-zoogdieren

1 (totaal)

1.

Het toevoegingsmiddel moet worden opgenomen in mengvoeder in de vorm van een voormengsel. Dat mengvoeder moet in niet-poedervorm in de handel worden gebracht.

2.

Er moeten passende maatregelen worden genomen om de uitstoot van kobalt in de lucht te vermijden en blootstelling door inademing of via de huid te voorkomen. Als dergelijke maatregelen technisch niet haalbaar of ontoereikend zijn, moeten beschermende maatregelen worden genomen overeenkomstig de nationale regelgeving ter uitvoering van de EU-wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk, waaronder de Richtlijnen 89/391/EEG, 89/656/EEG, 92/85/EEG, 98/24/EG en 2004/37/EG. Bij de hantering moeten geschikte veiligheidshand-schoenen, ademhalings- en oogbescherming overeenkomstig Richtlijn 89/686/EEG worden gedragen.

3.

Op de etikettering van het toevoegingsmiddel en het voormengsel moet het volgende worden vermeld:

kobaltgehalte,

„Aanbevolen wordt de suppletie van kobalt te beperken tot 0,3 mg/kg volledig diervoeder. Daarbij moeten het risico op kobaltgebrek als gevolg van de plaatselijke omstandigheden en de specifieke samenstelling van de voeding in aanmerking worden genomen.”.

4.

In de gebruiksaanwijzing voor het mengvoeder moet het volgende worden vermeld:

„Er moeten beschermende maatregelen worden genomen om blootstelling aan kobalt door inademing of via de huid te vermijden.”.

15 juli 2023

3b304

Gecoate korrels kobalt(II)carbonaat

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van gecoate korrels kobalt(II)carbonaat met een kobaltgehalte van 1%-5 %

omhullingsmiddelen (2,3%-3,0 %) en dispergeermiddelen (te kiezen uit polyoxyethyleen, sorbitaanmonolauraat, glycerol-polyethyleenglycolricinoleaat, polyethyleenglycol 300, sorbitol en maltodextrine)

deeltjes < 50 μm: minder dan 1 %

 

Karakterisering van de werkzame stof

Chemische formule: CoCO3

CAS-nummer: 513-79-1

 

Analysemethoden  (1)

 

voor de identificatie van carbonaat in het toevoegingsmiddel:

monografie 01/2008:20301 van de Europese Farmacopee;

 

voor de kristallografische karakterisering van het toevoegingsmiddel:

röntgendiffractie;

 

voor de bepaling van het totaalgehalte aan kobalt in het toevoegingsmiddel, voormengsels, mengvoeders en voedermiddelen:

EN 15510 — optische (atoom)emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES)

of

CEN/TS 15621 — optische (atoom)emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES) na ontsluiting onder druk;

 

voor de deeltjesgroottebepaling:

ISO 13320:2009 — Analyse van de deeltjesgrootteverdeling — Methoden met laserdiffractie.

Herkauwers met een functionele pens, paardachtigen, lagomorfen, knaagdieren, herbivore reptielen en dierentuin-zoogdieren

1 (totaal)

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in diervoeder worden verwerkt.

2.

Er moeten beschermende maatregelen genomen worden overeenkomstig de nationale regelgeving ter uitvoering van de EU-wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk, waaronder de Richtlijnen 89/391/EEG, 89/656/EEG, 92/85/EEG en 98/24/EG. Bij de hantering moeten geschikte veiligheidshandschoenen, ademhalings- en oogbescherming overeenkomstig Richtlijn 89/686/EEG worden gedragen.

3.

Op de etikettering van het toevoegingsmiddel en het voormengsel moet het volgende worden vermeld:

kobaltgehalte,

„Aanbevolen wordt de suppletie van kobalt te beperken tot 0,3 mg/kg volledig diervoeder. Daarbij moeten het risico op kobaltgebrek als gevolg van de plaatselijke omstandigheden en de specifieke samenstelling van de voeding in aanmerking worden genomen.”.

15 juli 2023

3b305

Kobalt(II)sulfaat-heptahydraat

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

kobalt(II)sulfaat-heptahydraat in poedervorm, met een minimumkobaltgehalte van 20 %

deeltjes < 50 μm: minder dan 95 %

 

Karakterisering van de werkzame stof

Chemische formule: CoSO4 × 7H2O

CAS-nummer: 10026-24-1

 

Analysemethoden  (1)

 

voor de identificatie van sulfaat in het toevoegingsmiddel:

monografie 01/2008:20301 van de Europese Farmacopee;

 

voor de kristallografische karakterisering van het toevoegingsmiddel:

röntgendiffractie;

 

voor de bepaling van het totaalgehalte aan kobalt in het toevoegingsmiddel, voormengsels, mengvoeders en voedermiddelen:

EN 15510 — optische (atoom)emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES)

of

CEN/TS 15621 — optische (atoom)emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES) na ontsluiting onder druk;

 

voor de deeltjesgroottebepaling:

ISO 13320:2009 — Analyse van de deeltjesgrootteverdeling — Methoden met laserdiffractie.

Herkauwers met een functionele pens, paardachtigen, lagomorfen, knaagdieren, herbivore reptielen en dierentuin-zoogdieren

1 (totaal)

1.

Het toevoegingsmiddel moet worden opgenomen in mengvoeder in de vorm van een voormengsel. Dat mengvoeder moet in niet-poedervorm in de handel worden gebracht.

2.

Er moeten passende maatregelen worden genomen om de uitstoot van kobalt in de lucht te vermijden en blootstelling door inademing of via de huid te voorkomen. Als dergelijke maatregelen technisch niet haalbaar of ontoereikend zijn, moeten beschermende maatregelen worden genomen overeenkomstig denationale regelgeving ter uitvoering van de EU-wetgeving inzake veiligheid en gezondheid op het werk, waaronder de Richtlijnen 89/391/EEG, 89/656/EEG, 92/85/EEG, 98/24/EG en 2004/37/EG. Bij de hantering moeten geschikte veiligheidshandschoenen, ademhalings- en oogbescherming overeenkomstig Richtlijn 89/686/EEG worden gedragen.

3.

Op de etikettering van het toevoegingsmiddel en het voormengsel moet het volgende worden vermeld:

kobaltgehalte,

„Aanbevolen wordt de suppletie van kobalt te beperken tot 0,3 mg/kg volledig diervoeder. Daarbij moeten het risico op kobaltgebrek als gevolg van de plaatselijke omstandigheden en de specifieke samenstelling van de voeding in aanmerking worden genomen.”.

4.

In de gebruiksaanwijzing voor het mengvoeder moet het volgende worden vermeld:

„Er moeten beschermende maatregelen worden genomen om blootstelling aan kobalt door inademing of via de huid te vermijden.”.

15 juli 2023


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op de website van het referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx

(2)  PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1.

(3)  PB L 393 van 30.12.1989, blz. 18.

(4)  PB L 348 van 28.11.1992, blz. 1.

(5)  PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11.

(6)  PB L 399 van 30.12.1989, blz. 18.

(7)  PB L 158 van 30.4.2004, blz. 50.”.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving