Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.223

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 159/2013 VAN DE COMMISSIE

van 21 februari 2013

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van natriumbenzoaat, propionzuur en natriumpropionaat als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor varkens, pluimvee, runderen, schapen, geiten, konijnen en paarden en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1876/2006 en (EG) nr. 757/2007

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Het gebruik van een preparaat van natriumbenzoaat, propionzuur en natriumpropionaat als toevoegingsmiddel in diervoeding is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG zonder tijdsbeperking toegestaan voor varkens en melkkoeien bij Verordening (EG) nr. 1876/2006 van de Commissie (3) en voor mestrunderen bij Verordening (EG) nr. 757/2007 van de Commissie (4). Vervolgens is dat preparaat overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 juncto artikel 7 van die verordening is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van dat preparaat van natriumbenzoaat, propionzuur en natriumpropionaat als toevoegingsmiddel in diervoeding voor varkens en melkkoeien en voor mestrunderen en, overeenkomstig artikel 7 van die verordening, voor een nieuwe toepassing voor varkens, pluimvee, runderen, schapen, geiten, konijnen en paarden, waarbij is verzocht om indeling van dat toevoegingsmiddel in de categorie „technologische toevoegingsmiddelen”. Bij die aanvraag waren de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar adviezen van 6 september 2011 (5) en 24 april 2012 (6) geconcludeerd dat het preparaat van natriumbenzoaat, propionzuur en natriumpropionaat, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden, geen nadelig effect heeft op de diergezondheid, op de menselijke gezondheid mits er adequate maatregelen worden genomen om de gebruikers te beschermen, of op het milieu en dat het gebruik daarvan doeltreffend is voor het conserveren van granen en volledig diervoeder. Specifieke eisen voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van het preparaat van natriumbenzoaat, propionzuur en natriumpropionaat blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning wordt voldaan. Het gebruik van het preparaat zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

Als gevolg van de verlening van een nieuwe vergunning uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1831/2003 moeten de Verordeningen (EG) nr. 1876/2006 en (EG) nr. 757/2007 daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van de vergunning

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „conserveringsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 1876/2006

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1876/2006 en bijlage IV bij die verordening worden geschrapt.

Artikel 3

Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 757/2007

Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 757/2007 en bijlage I bij die verordening worden geschrapt.

Artikel 4

Overgangsmaatregelen

Het in de bijlage beschreven preparaat en diervoeders die dat preparaat bevatten die vóór 14 september 2013 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 14 maart 2013 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 februari 2013.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1.

(3)  PB L 360 van 19.12.2006, blz. 126.

(4)  PB L 172 van 30.6.2007, blz. 43.

(5)  EFSA Journal 2011; 9(9):2357.

(6)  EFSA Journal 2012; 10(5):2681.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: conserveringsmiddelen

1a700

Preparaat van natriumbenzoaat, propionzuur en natriumpropionaat

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van:

 

natriumbenzoaat: 140 g/kg

 

propionzuur: 370 g/kg

 

natriumpropionaat: 110 g/kg

 

Water: 380 g/kg

 

Karakterisering van de werkzame stoffen

 

Natriumbenzoaat (C7H5O2Na) ≥ 99 % na twee uur drogen bij 105 °C

 

Propionzuur (C3H6O2) ≥ 99,5 %

 

Natriumpropionaat (C3H5O2Na) ≥ 99 % na vier uur drogen bij 105 °C

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding:

bepaling van benzoaat: reversed-phase chromatografie met UV-detectie (HPLC-UV)

totale hoeveelheid propionaat: ion-exclusie-hogeprestatie- vloeistofchromatografie met brekingsindex (HPLC-RI)

totale hoeveelheid natrium: atoomabsorptiespectrometrie, AAS (EN ISO 6869)

Varkens

Pluimvee

Runderen

Schapen

Geiten

Konijnen

Paarden

10 000

1.

Gelijktijdig gebruik met andere bronnen van de werkzame stoffen mag niet hoger zijn dan het toegestane maximumgehalte.

2.

Minimumgehalte:

granen met een vochtgehalte ≥ 15 % (geen maïskorrels): 3 000 mg/kg graan,

maïskorrels met een vochtgehalte ≥ 15 %: 13 000 mg/kg maïskorrels,

volledige diervoeders met een vochtgehalte ≥ 12 %: 5 000 mg/kg volledig diervoeder.

3.

Maximumgehalte in alle granen: 22 000 mg/kg van alle granen.

4.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalings- en oogbescherming en handschoenen.

14 maart 2023


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving