Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.3-2.217

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1119/2012 VAN DE COMMISSIE

van 29 november 2012

tot verlening van een vergunning voor preparaten van Pediococcus acidilactici CNCM MA 18/5M DSM 11673, Pediococcus pentosaceus DSM 23376, NCIMB 12455 en NCIMB 30168, Lactobacillus plantarum DSM 3676 en DSM 3677 en Lactobacillus buchneri DSM 13573 als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 in samenhang met artikel 10, leden 1 tot en met 4, van die verordening stelt specifieke bepalingen vast voor de evaluatie van in de Unie als inkuiltoevoegingsmiddelen gebruikte producten op de datum waarop die verordening van toepassing werd.

(2)

Overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 zijn preparaten van Pediococcus acidilactici CNCM MA 18/5M DSM 11673, Pediococcus pentosaceus DSM 23376, Pediococcus pentosaceus NCIMB 12455, Pediococcus pentosaceus NCIMB 30168, Lactobacillus plantarum DSM 3676, Lactobacillus plantarum DSM 3677 en Lactobacillus buchneri DSM 13573 in het communautair repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten opgenomen als bestaande producten, behorend tot de functionele groep „inkuiltoevoegingsmiddelen”.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 in samenhang met artikel 7 van die verordening zijn aanvragen ingediend voor de verlening van een vergunning voor deze preparaten als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht om die toevoegingsmiddelen in te delen in de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „inkuiltoevoegingsmiddelen”. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij de aanvragen gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) concludeerde in haar adviezen van 23 mei 2012 (2) en 14 juni 2012 (3) dat de desbetreffende preparaten onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de gezondheid van de mens of het milieu hebben. De EFSA concludeerde tevens dat de betrokken preparaten van Pediococcus acidilactici CNCM MA 18/5M DSM 11673, Pediococcus pentosaceus DSM 23376, Pediococcus pentosaceus NCIMB 12455 en Pediococcus pentosaceus NCIMB 30168 de productie van kuilvoer van alle voedergewassen kunnen verbeteren door de pH te verlagen en de conservering van droge stof en/of eiwit te verbeteren. Ook werd geconcludeerd dat de betrokken preparaten van Lactobacillus plantarum DSM 3676 en Lactobacillus plantarum DSM 3677 de productie van kuilvoer uit gemakkelijke en middelmatig moeilijk in te kuilen materiaal kunnen verbeteren, door het melkzuurgehalte te verhogen, de conservering van droge stof te verbeteren, de pH te verlagen en het verlies van eiwitten te beperken. Voorts werd geconcludeerd dat het betrokken preparaat van Lactobacillus buchneri DSM 13573 de azijnzuurconcentratie van een breed scala van voedergewassen kan verhogen. Specifieke eisen voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van de betrokken preparaten blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning wordt voldaan. Het gebruik van deze preparaten zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening, moet daarom worden toegestaan.

(6)

Aangezien het uit veiligheidsoverwegingen niet noodzakelijk is de gewijzigde voorwaarden van deze vergunning onmiddellijk te doen gelden, is het passend om de betrokken partijen een overgangsperiode te gunnen om zich te kunnen voorbereiden op de naleving van de nieuwe uit deze verordening volgende voorwaarden.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van de vergunning

Voor de in de bijlage gespecificeerde preparaten, die behoren tot de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „inkuiltoevoegingmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

De in de bijlage beschreven preparaten, en diervoeders die deze preparaten bevatten, die vóór 20 juni 2013 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 20 december 2012 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 november 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  EFSA Journal 2012; 10(6):2733.

(3)  EFSA Journal 2012; 10(7):2780.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU/kg vers materiaal

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: inkuiltoevoegingsmiddelen

1k2104

Pediococcus acidilactici CNCM MA 18/5M -DSM 11673

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Pediococcus acidilactici CNCM MA 18/5M -DSM 11673 met ten minste 3 × 109 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Pediococcus acidilactici CNCM MA 18/5M DSM 11673

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode (EN 15786)

Identificatie: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE)

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddel: 3 × 107 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

20 december 2022

1k2105

Pediococcus pentosaceus DSM 23376

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 23376 met ten minste 1 × 1011 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Pediococcus pentosaceus DSM 23376

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode (EN 15786)

Identificatie: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE)

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddel: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

20 december 2022

1k2106

Pediococcus pentosaceus NCIMB 12455

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Pediococcus pentosaceus NCIMB 12455 met ten minste 3 × 109 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Pediococcus pentosaceus NCIMB 12455

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode (EN 15786)

Identificatie: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE)

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddel: 3 × 107 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

20 december 2022

1k2107

Pediococcus pentosaceus NCIMB 30168

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Pediococcus pentosaceus NCIMB 30168 met ten minste 5 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Pediococcus pentosaceus NCIMB 30168

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode (EN 15786)

Identificatie: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE)

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddel: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

20 december 2022

1k20731

Lactobacillus plantarum (DSM 3676)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Lactobacillus plantarum DSM 3676 met ten minste 6 × 1011 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (DSM 3676)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode (EN 15787)

Identificatie: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE)

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddel: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Het toevoegingsmiddel wordt gebruikt in gemakkelijk en middelmatig moeilijk in te kuilen materiaal (2).

4.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

20 december 2022

1k20732

Lactobacillus plantarum (DSM 3677)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Lactobacillus plantarum DSM 3677 met ten minste 4 × 1011 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum DSM 3677

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode (EN 15787)

Identificatie: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE)

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddel: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Het toevoegingsmiddel wordt gebruikt in gemakkelijk en middelmatig moeilijk in te kuilen materiaal (2).

4.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

20 december 2022

1k20733

Lactobacillus buchneri DSM 13573

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Lactobacillus buchneri (DSM 13573) met ten minste 2 × 1011 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus buchneri DSM 13573

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode (EN 15787)

Identificatie: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE)

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddel: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

20 december 2022


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx

(2)  Gemakkelijk in te kuilen voedergewassen: > 3 % oplosbare koolhydraten in het verse materiaal. Middelmatig moeilijk in te kuilen voedergewassen: 1,5-3,0 % oplosbare koolhydraten in het verse materiaal. Verordening (EG) nr. 429/2008 (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 1).


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving