Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.216

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1065/2012 VAN DE COMMISSIE

van 13 november 2012

tot verlening van een vergunning voor preparaten van Lactobacillus plantarum (DSM 23375, CNCM I-3235, DSM 19457, DSM 16565, DSM 16568, LMG 21295, CNCM MA 18/5U, NCIMB 30094, VTT E-78076, ATCC PTSA-6139, DSM 18112, DSM 18113, DSM 18114, ATCC 55943 en ATCC 55944) als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 in samenhang met artikel 10, leden 1 tot en met 4, stelt specifieke bepalingen vast voor de evaluatie van in de Unie als toevoegingsmiddelen voor kuilvoer gebruikte producten op de datum waarop die verordening van toepassing werd.

(2)

Overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 zijn de preparaten van Lactobacillus plantarum DSM 23375, CNCM I-3235, DSM 19457, DSM 16565, DSM 16568, LMG 21295, CNCM MA 18/5U, NCIMB 30094, VTT E-78076, ATCC PTSA-6139, DSM 18112, DSM 18113, DSM 18114, ATCC 55943 en ATCC 55944 in het Communautair repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten opgenomen als bestaande producten, behorend tot de functionele groep van toevoegingsmiddelen voor kuilvoer.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 in samenhang met artikel 7 zijn aanvragen ingediend voor de verlening van een vergunning voor de preparaten van Lactobacillus plantarum DSM 23375, CNCM I-3235, DSM 19457, DSM 16565, DSM 16568, LMG 21295, CNCM MA 18/5U, NCIMB 30094, VTT E-78076, ATCC PTSA-6139, DSM 18112, DSM 18113, DSM 18114, ATCC 55943 en ATCC 55944 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht die toevoegingsmiddelen in te delen in de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en in de functionele groep „toevoegingsmiddelen voor kuilvoer”. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij de aanvragen gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 23 mei 2012 (2) geconcludeerd dat, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden, de preparaten van Lactobacillus plantarum DSM 23375, CNCM I-3235, DSM 19457, DSM 16565, DSM 16568, LMG 21295, CNCM MA 18/5U, NCIMB 30094, VTT E-78076, ATCC PTSA-6139, DSM 18112, DSM 18113, DSM 18114, ATCC 55943 en ATCC 55944 geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu hebben. De preparaten van Lactobacillus plantarum DSM 23375, CNCM I-3235, DSM 19457, DSM 16565, DSM 16568, LMG 21295, CNCM MA 18/5U en NCIMB 30094 kunnen de productie van kuilvoer van alle voedergewassen verbeteren door de conservering van de droge stof te vergroten en de pH te verlagen. Het preparaat van Lactobacillus plantarum VTT E-78076 kan de productie van kuilvoer van gemakkelijk en middelmatig moeilijk in te kuilen materiaal verbeteren door de verlaging van de pH en ammoniakstikstof. De preparaten van Lactobacillus plantarum ATCC PTSA-6139, DSM 18112, DSM 18113, DSM 18114, ATCC 55943 en ATCC 55944 kunnen de productie van kuilvoer van gemakkelijk in te kuilen materiaal verbeteren door het verlagen van de pH en het beperken van het drogestofverlies. Specifieke eisen voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van de preparaten van Lactobacillus plantarum DSM 23375, CNCM I-3235, DSM 19457, DSM 16565, DSM 16568, LMG 21295, CNCM MA 18/5U, NCIMB 30094, VTT E-78076, ATCC PTSA-6139, DSM 18112, DSM 18113, DSM 18114, ATCC 55943 en ATCC 55944 blijkt dat aan de vergunningsvoorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 wordt voldaan. Het gebruik van deze preparaten zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

Aangezien veiligheidsredenen de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden niet vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor de in de bijlage gespecificeerde preparaten, die behoren tot de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „toevoegingmiddelen voor kuilvoer”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

De in de bijlage gespecificeerde preparaten en diervoeders die deze preparaten bevatten, welke vóór 4 juni 2013 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die van toepassing waren vóór 4 december 2012 mogen verder in de handel worden gebracht en gebruikt tot de bestaande voorraden zijn opgebruikt.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 november 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  EFSA Journal 2012; 10(6):2732.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU/kg vers materiaal

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: toevoegingsmiddelen voor kuilvoer

1k20716

Lactobacillus plantarum (DSM 23375)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (DSM 23375) met ten minste 2 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (DSM 23375)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

 

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20717

Lactobacillus plantarum (CNCM I-3235)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (CNCM I-3235) met ten minste 5 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (CNCM I-3235)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

 

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 2 × 107 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20718

Lactobacillus plantarum (DSM 19457)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (DSM 19457) met ten minste 1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (DSM 19457)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

 

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 5 × 107 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20719

Lactobacillus plantarum (DSM 16565)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (DSM 16565) met ten minste 5 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (DSM 16565)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

 

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20720

Lactobacillus plantarum (DSM 16568)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (DSM 16568) met ten minste 5 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (DSM 16568)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

 

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20721

Lactobacillus plantarum (LMG 21295)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (LMG 21295) met ten minste 5 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (LMG 21295)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

 

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20722

Lactobacillus plantarum (CNCM MA 18/5U)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (CNCM MA 18/5U) met ten minste 2 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (CNCM MA 18/5U)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

 

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegings-middel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 1 × 108 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20723

Lactobacillus plantarum (NCIMB 30094)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (NCIMB 30094) met ten minste 5 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (NCIMB 30094)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

 

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 1 × 109 CFU/kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20724

Lactobacillus plantarum (VTT E-78076)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (VTT E-78076) met ten minste 1 × 1011 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (VTT E-78076)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

 

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 1 × 109 CFU/kg vers materiaal.

3.

Het toevoegingsmiddel moet worden gebruikt in gemakkelijk en middelmatig moeilijk in te kuilen materiaal (2).

4.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20725

Lactobacillus plantarum (ATCC PTSA-6139)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (ATCC PTSA-6139) met ten minste 1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (ATCC PTSA-6139)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 2 × 107 CFU/kg vers materiaal.

3.

Het toevoegingsmiddel moet worden gebruikt in gemakkelijk in te kuilen materiaal (3).

4.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20726

Lactobacillus plantarum (DSM 18112)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (DSM 18112) met ten minste 1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (DSM 18112)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 5 × 106 CFU/kg vers materiaal.

3.

Het toevoegingsmiddel moet worden gebruikt in gemakkelijk in te kuilen materiaal (3).

4.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20727

Lactobacillus plantarum (DSM 18113)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (DSM 18113) met ten minste 1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (DSM 18113)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 2 × 107 CFU/kg vers materiaal.

3.

Het toevoegingsmiddel moet worden gebruikt in gemakkelijk in te kuilen materiaal (3).

4.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20728

Lactobacillus plantarum (DSM 18114)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (DSM 18114) met ten minste 1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (DSM 18114)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 2 × 107 CFU/kg vers materiaal.

3.

Het toevoegingsmiddel moet worden gebruikt in gemakkelijk in te kuilen materiaal (3).

4.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20729

Lactobacillus plantarum (ATCC 55943)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (ATCC 55943) met ten minste 1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (ATCC 55943)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 2 × 107 CFU/kg vers materiaal.

3.

Het toevoegingsmiddel moet worden gebruikt in gemakkelijk in te kuilen materiaal (3).

4.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022

1k20730

Lactobacillus plantarum (ATCC 55944)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Bereiding van Lactobacillus plantarum (ATCC 55944) met ten minste 1 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Lactobacillus plantarum (ATCC 55944)

 

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787)

Identificatie in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer: 5 × 106 CFU/kg vers materiaal.

3.

Het toevoegingsmiddel moet worden gebruikt in gemakkelijk in te kuilen materiaal (3).

4.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

4 december 2022


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx

(2)  Gemakkelijk in te kuilen voedergewassen: > 3 % oplosbare koolhydraten in vers materiaal (bv. hele maisplanten, raaigras, dravik en suikerbietenpulp). Middelmatig moeilijk in te kuilen voedergewassen: 1,5-3,0 % oplosbare koolhydraten in vers materiaal (bv. weidegras, zwenkgras of voorgedroogde alfalfa). Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 1).

(3)  Gemakkelijk in te kuilen voedergewassen: > 3 % oplosbare koolhydraten in vers materiaal (bv. hele maisplanten, raaigras, dravik en suikerbietenpulp). Verordening (EG) nr. 429/2008.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving