Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.209

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 870/2012 VAN DE COMMISSIE

van 24 september 2012

tot verlening van een vergunning voor naringine als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend krachtens Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG werd een vergunning zonder tijdslimiet verleend voor naringine als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. Vervolgens is dat toevoegingsmiddel overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het Communautair repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003, juncto artikel 7, is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van naringine als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten met het oog op de indeling van naringine in de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen”. Bij die aanvraag waren de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 12 oktober 2011 (3) geconcludeerd dat naringine onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de volksgezondheid of het milieu heeft en dat het als aroma effectief is. Volgens de EFSA zullen er geen veiligheidsproblemen voor de gebruikers rijzen als de nodige beschermingsmaatregelen worden genomen. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van naringine blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van die stof zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

Aangezien de voorwaarden tot verlening van een vergunning voor naringine zijn gewijzigd en er geen directe gevolgen voor de veiligheid zijn, moet worden voorzien in een redelijke periode vóór de verlening van een vergunning om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich aan te passen aan de nieuwe eisen die uit de verlening van een vergunning voortvloeien. Bovendien moet een overgangsperiode worden voorzien waarin voorraden naringine als toegestaan overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG, en voorraden diervoeding die naringine bevat, kunnen worden opgebruikt.

(7)

Het is voor exploitanten onevenredig complex als zij de etiketten van diervoeding die verschillende toevoegingsmiddelen bevat waarvoor volgens de procedure van artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vergunningen zijn verleend en waarvoor nieuwe etiketteringsvoorschriften gelden, herhaaldelijk en van de ene dag op de andere moeten aanpassen. Om de administratieve lasten voor de exploitanten te verlichten, moet worden voorzien in een tijdsperiode waarin de etiketten probleemloos kunnen worden aangepast.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor de in de bijlage gespecificeerde stof naringine, die behoort tot de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep aromatische stoffen, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Etikettering

Diervoeding die naringine bevat, wordt uiterlijk op 25 mei 2013 in overeenstemming met deze verordening geëtiketteerd.

Diervoeding die naringine bevat en die vóór 25 mei 2013 in overeenstemming met Richtlijn 70/524/EEG is geëtiketteerd, mag echter in de handel worden gebracht tot de voorraden zijn opgebruikt.

Artikel 3

Overgangsmaatregelen

Voorraden naringine en voorraden diervoeding die naringine bevat, mogen bij de inwerkingtreding van deze verordening in de handel worden gebracht en onder de voorwaarden van Richtlijn 70/524/EEG worden gebruikt tot zij zijn opgebruikt.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 25 november 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 september 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1.

(3)  EFSA Journal 2011; 9(11):2416.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: aromatische stoffen

2b16058

Naringine

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Naringine

 

Karakterisering van de werkzame stof

Naringine

Geëxtraheerd uit citrusvruchten

Zuiverheid: minimaal 90 %

(2S)-4H-1-Benzopyran-4-one,7-((2-O-(6-deoxy-alpha-L-mannopyranosyl)-beta-D-glucopyranosyl) oxy)-2,3-dihydro-5- hydroxy-2-(4-hydroxyfenyl)

Chemische formule: C27H32O14

CAS-nr.: 10236-47-2

FLAVIS 16.058

 

Analysemethode  (1)

Voor de determinatie van naringine in het toevoegingsmiddel voor diervoeding:

hogedrukvloeistofchromatografie (HPLC) gekoppeld aan een uv-detector (European Pharmacopea monograph 2.2.29).

Alle diersoorten

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen gebruik: maximaal 5 mg/kg volledig diervoeder.

3.

Voor de veiligheid: gebruik van ademhalings-, oog- en huidbescherming tijdens hantering.

25 november 2022


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving