Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.193

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 269/2012 VAN DE COMMISSIE

van 26 maart 2012

tot verlening van een vergunning voor dikoperchloridetrihydroxide als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor de verlening van een vergunning voor dikoperchoridetrihydroxide ingediend. Bij die aanvraag waren de krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten gevoegd.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor dikoperchloridetrihydroxide als toevoegingsmiddel in de categorie „nutritionele toevoegingsmiddelen” voor alle diersoorten.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 6 september 2011 (2) geconcludeerd dat dikoperchloridetrihydroxide onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige effecten voor de diergezondheid, de gezondheid van de mens en het milieu heeft en dat het gebruik ervan als een effectieve bron van koper voor alle diersoorten kan worden beschouwd. Specifieke eisen voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van dikoperchloridetrihydroxide blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dit preparaat zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „nutritionele toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „verbindingen van sporenelementen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 maart 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  EFSA Journal 2011; 9(9):2355.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Gehalte van het element (Cu) in mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie nutritionele toevoegingsmiddelen. Functionele groep: verbindingen van sporenelementen

3b409

Dikoperchloridetrihydroxide

 

Karakterisering van het toevoegingsmiddel:

 

Chemische formule: Cu2(OH)3Cl

 

CAS-nummer: 1332-65-6

 

kristallijn atacamiet/paracatamiet in een verhouding 1:1 tot 1:1,5

 

Zuiverheid: minimaal 90 %

 

alfa-kristal: minimaal 95 % in het kristallijne product

 

Cu-gehalte: minimaal 53 %

 

Deeltjes < 50 μm: minder dan 1 %

 

Analysemethode  (1)

 

Voor de identificatie van de kristallijne vormen atacamiet/paracatamiet van dikoperchloridetrihydroxide in het toevoegingsmiddel: röntgendiffractie (XRD).

 

Voor de bepaling van het totaal gehalte aan koper in het toevoegingsmiddel en voormengsels:

EN 15510: Atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), of

CEN/TS 15621: Atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES) na ontsluiting onder druk.

 

Voor de bepaling van het totaal gehalte aan koper in voedermiddelen en mengvoeders:

atomaireabsorptiespectrometrie (AAS); of

EN 15510 of

CEN/TS 15621.

Alle diersoorten

Runderen

Runderen voordat ze beginnen te herkauwen: 15 (totaal)

Andere runderen: 35 (totaal)

Schapen: 15 (totaal)

Biggen tot twaalf weken: 170 (totaal)

Schaaldieren: 50 (totaal)

Andere dieren: 25 (totaal)

1.

Het toevoegingsmiddel wordt in de vorm van een voormengsel in diervoeder verwerkt.

2.

Voor de veiligheid van de gebruiker: bij hantering moeten ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen worden gedragen.

3.

De volgende informatie moet op het etiket worden vermeld:

voor diervoeder voor schapen als het kopergehalte in het diervoeder meer bedraagt dan 10 mg/kg:

„Het kopergehalte in dit diervoeder kan bij bepaalde schapenrassen tot vergiftiging leiden.”

voor diervoeder voor runderen nadat zij zijn begonnen te herkauwen, als het kopergehalte in het diervoeder minder bedraagt dan 20 mg/kg:

„Het kopergehalte in dit diervoeder kan bij runderen die grazen op weiden met een hoog molybdeen- of zwavelgehalte tot een kopertekort leiden.”

16 april 2022


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving