Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1489 VAN DE COMMISSIE

4.9.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 231/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1489 VAN DE COMMISSIE

van 3 september 2015

tot verlening van een vergunning voor de preparaten Lactobacillus plantarum NCIMB 30238, en Pediococcus pentosaceus NCIMB 30237 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 in samenhang met artikel 10, leden 1 tot en met 4, van die verordening stelt specifieke bepalingen vast voor de evaluatie van in de Unie als inkuiltoevoegingsmiddelen gebruikte producten.

(2)

Overeenkomstig artikel 10, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 zijn de preparaten van Lactobacillus plantarum MBS-LP-01 (NCIMB 30238) en Pediococcus pentosaceus MBS-PP-01 (NCIMB 30237) in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding opgenomen als bestaande producten, behorende tot de functionele groep inkuiltoevoegingsmiddelen voor alle diersoorten.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 in samenhang met artikel 7 van die verordening zijn twee aanvragen ingediend voor de verlening van een vergunning voor deze preparaten als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht om die toevoegingsmiddelen in te delen in de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en in de functionele groep „inkuiltoevoegingsmiddelen”. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij deze aanvragen gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) concludeerde in haar adviezen van 23 mei 2012 (2) en 11 september 2014 (3) dat de desbetreffende preparaten onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de gezondheid van de mens of het milieu hebben. De EFSA concludeerde tevens dat het mengsel van de preparaten van Pediococcus pentosaceus NCIMB 30237 en Lactobacillus plantarum NCIMB 30238 bij gebruik in een verhouding van 8:2, de conservering van nutriënten in kuilvoer van gemakkelijk, middelmatig moeilijk en moeilijk in te kuilen materiaal kan verbeteren. Specifieke eisen voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethoden voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding gecontroleerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Twee aanvragen werden afzonderlijk beoordeeld voor wat betreft de veiligheid en de werkzaamheid, maar de EFSA heeft geconcludeerd dat de werkzaamheid alleen werd aangetoond bij het mengsel in de precieze verhouding tussen beide. Daarom wordt voorgesteld slechts één preparaat toe te laten. Uit de beoordeling van het preparaat Lactobacillus plantarum NCIMB 30238 en Pediococcus pentosaceus NCIMB 30237) blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor het verlenen van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dit preparaat zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van de vergunning

Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „inkuiltoevoegingsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

Het in de bijlage gespecificeerde preparaat en de diervoeding die dit preparaat bevat, die vóór 24 maart 2016 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 24 september 2015 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt tot de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 3 september 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  EFSA Journal 2012; 10(6):2732 en 2733.

(3)  EFSA Journal 2014; 12(9):3829.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU/kg vers materiaal

Categorie technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: inkuiltoevoegingsmiddelen

1k21008

Lactobacillus plantarum

NCIMB 30238

Pediococcus pentosaceus

NCIMB 30237

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Lactobacillus plantarum NCIMB 30238 met minimaal 2,0 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel en Pediococcus pentosaceus NCIMB 30237 met minimaal 2,6 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel.

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare cellen van Lactobacillus plantarum NCIMB 30238 and Pediococcus pentosaceus NCIMB 30237.

Analysemethode  (1)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding van Lactobacillus plantarum NCIMB 30238: spreidplaatmethode onder gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787).

Identificatie van Lactobacillus plantarum NCIMB 30238: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE)

Kwantificering in het toevoegingsmiddel voor diervoeding van Pediococcus pentosaceus NCIMB 30237: spreidplaatmethode (EN 15786).

Identificatie van Pediococcus pentosaceus NCIMB 30237: pulsed-field-gelelektroforese (PFGE).

Alle diersoorten

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagvoorwaarden aangeven.

2.

Minimumgehalte van Lactobacillus plantarum NCIMB 30238 en Pediococcus pentosaceus NCIMB 30237: 1 × 108 CFU (verhouding 1:4) per kg vers materiaal.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalings- en oogbescherming en handschoenen.

24 september 2025


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende internetadres van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving