Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.170

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 868/2011 VAN DE COMMISSIE

van 31 augustus 2011

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Lactobacillus plantarum (DSM 21762) en een preparaat van Lactobacillus buchneri (DSM 22963) als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 zijn aanvragen ingediend voor een vergunning voor een preparaat van Lactobacillus plantarum (DSM 21762) en een preparaat van Lactobacillus buchneri (DSM 22963). De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij de aanvragen gevoegd.

(3)

De aanvragen betreffen de verlening van een vergunning voor een preparaat van Lactobacillus plantarum (DSM 21762) en een preparaat van Lactobacillus buchneri (DSM 22963) als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten in de categorie „technologische toevoegingsmiddelen”.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 15 maart 2011 (2) geconcludeerd dat Lactobacillus plantarum (DSM 21762) geen ongunstige effecten voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid en het milieu heeft en dat dit preparaat de productie van kuilvoer van alle voedergewassen kan verbeteren door de pH te verlagen en de bewaring van droge stof te verbeteren. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(5)

De EFSA heeft in haar advies van 7 april 2011 (3) geconcludeerd dat Lactobacillus buchneri (DSM 22963) geen ongunstige effecten voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid en het milieu heeft en dat dit preparaat de productie van kuilvoer kan verbeteren door de productie van azijnzuur te verhogen. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(6)

Uit de beoordeling van het preparaat van Lactobacillus plantarum (DSM 21762) en het preparaat van Lactobacillus buchneri (DSM 22963) blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van deze preparaten zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de in de bijlage gespecificeerde preparaten, die behoren tot de categorie „technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „toevoegingmiddelen voor kuilvoer”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 augustus 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  EFSA Journal 2011; 9(3):2113.

(3)  EFSA Journal 2011; 9(4):2138.


BIJLAGE

Identificatie-nummer van het toevoegings-middel

Naam van de vergunning-houder

Toevoegings-middel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximum-leeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergun-nings-periode

CFU/kg organisch materiaal

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: toevoegingsmiddelen voor kuilvoer.

1k2071

Lactobacillus plantarum (DSM 21762)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel:

Preparaat van Lactobacillus plantarum (DSM 21762) met ten minste 5 × 1011 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof:

Lactobacillus plantarum (DSM 21762)

 

Analysemethode  (1):

 

Telling: gietplaatmethode: EN 15787

 

Identificatie: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle dier-soorten

1 × 108

1.

In de gebruiksaan-wijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

De minimumdosis van het toevoegings-middel mag worden aangepast bij gebruik in combinatie met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

21 september 2021

1k2072

Lactobacillus buchneri (DSM 22963)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel:

Preparaat van Lactobacillus buchneri (DSM 22963) met ten minste 5 × 1011 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof:

Lactobacillus buchneri (DSM 22963)

 

Analysemethode  (1):

 

Telling:

 

gietplaatmethode: EN 15787

 

Identificatie: pulsed-field gelelektroforese (PFGE).

Alle dier-soorten

1 × 108

1.

In de gebruiks-aanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur en de houdbaarheid vermelden.

2.

De minimumdosis van het toevoegingsmiddel mag worden aangepast bij gebruik in combinatie met andere micro-organismen als toevoegingsmiddel voor kuilvoer.

3.

Voor de veiligheid: er wordt aanbevolen om tijdens de hantering gebruik te maken van ademhalingsbescherming en handschoenen.

21 september 2021


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving