Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.148

VERORDENING (EU) Nr. 1117/2010 VAN DE COMMISSIE

van 2 december 2010

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van citroenzuur, sorbinezuur, thymol en vanilline als toevoegingsmiddel voor diervoeders voor gespeende biggen (vergunninghouder Vetagro SpA)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een vergunning voor het in de bijlage bij deze verordening opgenomen preparaat ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten zijn bij de aanvraag verstrekt.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een preparaat van citroenzuur, sorbinezuur, thymol en vanilline als toevoegingsmiddel voor diervoeders voor gespeende biggen in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen”.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 25 mei 2010 (2) geconcludeerd dat het in de bijlage genoemde preparaat, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden, geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu heeft en dat dit toevoegingsmiddel de groeisnelheid kan vergroten en de voederconversie van de doelsoorten kan verbeteren. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van het preparaat blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „andere zoötechnische toevoegingsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 december 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  EFSA Journal (2010); 8(6):1633.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere vermeldingen

Einde van de vergunningsperiode

mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: andere zoötechnische toevoegingsmiddelen (verbetering van zoötechnische parameters)

4d 3

Vetagro S.p.A.

Bereiding van beschermd citroenzuur, sorbinezuur, thymol en vanilline

 

Samenstelling toevoegingsmiddel

Bereiding van beschermde microparels, bevattende citroenzuur, sorbinezuur, thymol en vanilline met minimaal:

 

citroenzuur: 25 g/100 g

 

thymol: 1,7 g/100 g

 

sorbinezuur: 16,7/100 g

 

vanilline: 1 g/100 g

 

Karakterisering van de werkzame stof

 

citroenzuur C6H8O7 (zuiverheid ≥ 99,5 %)

2-hydroxy-1,2,3-propaantricarboxylzuur, CAS-nummer 77-92-9 watervrij

 

sorbinezuur C6H8O2 (zuiverheid ≥ 99,5 %)

2,4-hexadieenzuur, CAS-nummer 110-44-1

 

thymol (zuiverheid ≥ 98 %)

5-methyl-2-(1-methylethyl)fenol, CAS-nummer 89-83-8)

 

vanilline (zuiverheid ≥ 99,5 %)

4-hydroxy-3-methoxybenzaldehyde, CAS-nummer 121-33-5)

 

Analysemethoden  (1)

Bepaling van sorbinezuur en thymol in diervoeders: reversed-phase hogedrukvloeistofchromatografie met ultraviolet/diode-arraydetectie (RP-HPLC-UV/DAD). Bepaling van citroenzuur in het toevoegingsmiddel en de voormengsels: (RP-HPLC-UV/DAD). Bepaling van citroenzuur in diervoeder: enzymatische bepaling van citroenzuurgehalte— NADH (gereduceerde vorm van nicotinamide-adenine-dinucleotide) spectrometrische methode.

Biggen (gespeend)

1 000

1.

Voor biggen (gespeend) tot 35 kg.

2.

Voor de veiligheid: gebruik van ademhalingsbescherming, bril en handschoenen tijdens hantering.

23 december 2020.


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: www.irmm.jrc.be/crl-feed-additives


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving