Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.138

VERORDENING (EU) Nr. 350/2010 VAN DE COMMISSIE

van 23 april 2010

tot verlening van een vergunning voor mangaanchelaat van het hydroxy-analoog van methionine als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name op artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een vergunning voor het in de bijlage bij deze verordening opgenomen preparaat ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en bescheiden zijn bij de aanvraag verstrekt.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor mangaanchelaat van het hydroxy-analoog van methionine als toevoegingsmiddel in de categorie „nutritionele toevoegingsmiddelen” voor alle diersoorten.

(4)

Uit het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), goedgekeurd op 9 december 2009 (2), in combinatie met de adviezen van 15 september 2009 (3) en 15 april 2008 (4), blijkt dat mangaanchelaat van het hydroxy-analoog van methionine geen ongunstige gevolgen heeft voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu. Overeenkomstig het advies van 15 april 2008 kan het gebruik van dat preparaat als bron van biobeschikbaar mangaan worden beschouwd en voldoet het aan de criteria van een nutritioneel toevoegingsmiddel voor alle diersoorten. De EFSA beveelt aan passende maatregelen te nemen met het oog op de veiligheid van de gebruikers. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van het preparaat blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

Bij Verordening (EU) nr. 103/2010 van de Commissie van 5 februari 2010 tot verlening van een vergunning voor mangaanchelaat van het hydroxy-analoog van methionine als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen (5) was dat preparaat al toegestaan als toevoegingsmiddel in diervoeding voor mestkippen. Die verordening moet worden ingetrokken.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „nutritionele toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „verbindingen van sporenelementen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Verordening (EU) nr. 103/2010 wordt ingetrokken.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 april 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  The EFSA Journal (2010) 8(1): 1424.

(3)  The EFSA Journal (2009) 7(9): 1316.

(4)  The EFSA Journal (2008) 692, 1.

(5)  PB L 35 van 6.2.2010, blz. 1.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Gehalte van het element (Mn) in mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie nutritionele toevoegingsmiddelen. Functionele groep: verbindingen van sporenelementen

3b5.10

Mangaanchelaat van het hydroxy-analoog van methionine

 

Karakterisering van het toevoegingsmiddel:

 

Mangaanchelaat van het hydroxy-analoog van methionine met 15,5-17 % mangaan en 77-78 % (2-hydroxy-4-methylthio)butaanzuur

 

Minerale olie: ≤ 1 %

 

Analysemethode (1):

Atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES) overeenkomstig EN 15510:2007

Alle soorten

Vissen: 100 (totaal)

Andere soorten: 150 (totaal)

1.

Het toevoegingsmiddel wordt in de vorm van een voormengsel in diervoeder verwerkt.

2.

Voor de veiligheid van de gebruiker: bij hantering moeten ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen worden gedragen.

14 mei 2020


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/crl-feed-additives


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving