Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.132

VERORDENING (EU) Nr. 277/2010 VAN DE COMMISSIE

van 31 maart 2010

tot verlening van een vergunning voor 6-fytase als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mest- en fokpluimvee, met uitzondering van mestkalkoenen, voor legpluimvee en voor varkens, met uitzondering van zeugen (vergunninghouder Roal Oy)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name op artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een vergunning voor het in de bijlage bij deze verordening opgenomen preparaat ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten zijn bij de aanvraag verstrekt.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor het enzym 6-fytase (EC 3.1.3.26), geproduceerd door Trichoderma reesei (CBS 122001), als toevoegingsmiddel in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” voor mest- en fokpluimvee, met uitzondering van mestkalkoenen, voor legpluimvee en voor varkens, met uitzondering van zeugen.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 11 november 2009 (2) geconcludeerd dat 6-fytase (EC 3.1.3.26), geproduceerd door Trichoderma reesei (CBS 122001), geen nadelige effecten voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid en het milieu heeft en dat het gebruik van dat preparaat de prestaties van de dieren kan verbeteren. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van het preparaat blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „verteringsbevorderaars”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 maart 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  The EFSA Journal 2009; 7(11):1380.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimum

Maximum

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Activiteitseenheden/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: Verteringsbevorderaars

4a12

Roal Oy

6-fytase

EC 3.1.3.26

 

Samenstelling toevoegingsmiddel:

 

Bereiding van 6-fytase (EC 3.1.3.26), geproduceerd door Trichoderma reesei

 

(CBS 122001), met een minimale activiteit van:

 

40 000 PPU (1)/g in vaste vorm

 

10 000 PPU/g in vloeibare vorm

 

Karakterisering van de werkzame stof:

6-fytase (EC 3.1.3.26), geproduceerd door Trichoderma reesei (CBS 122001)

 

Analysemethode (2):

Colorimetrische methode voor de kwantificering van de activiteit van 6-fytase door het meten van het uit natriumfytaat vrijgekomen anorganische fosfaat door analyse van de kleur die ontstaat door reductie van een fosfomolybdaatcomplex

Mest- en fokpluimvee, met uitzondering van mestkalkoenen

250 PPU

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Aanbevolen maximumdosis per kilogram volledig diervoeder voor alle soorten waarvoor een vergunning is verleend: 1 000 PPU

3.

Voor gebruik in diervoeder dat meer dan 0,23 % aan fytine gebonden fosfor bevat.

4.

Voor de veiligheid: gebruik van ademhalingsbescherming, bril en handschoenen tijdens hantering.

21.4.2020

Legpluimvee

125 PPU

Varkens met uitzondering van zeugen

250 PPU


(1)  1 PPU is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 37 °C 1 micromol anorganisch fosfaat per minuut vrijmaakt uit natriumfytaat.

(2)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: www.irmm.jrc.be/crl-feed-additives


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving