Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.3-2.91

VERORDENING (EG) Nr. 721/2008 VAN DE COMMISSIE

van 25 juli 2008

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van de bacterie Paracoccus carotinifaciens, rijk aan rode carotenoïden, als toevoegingsmiddel voor diervoeding

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name op artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De toelating van toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de toelatingsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een vergunning voor het in de bijlage opgenomen preparaat ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 831/2003 vereiste gegevens en bescheiden zijn bij de aanvraag verstrekt.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een preparaat van gedroogde gedode cellen van de bacterie Paracoccus carotinifaciens, rijk aan rode carotenoïden, (NITE SD 00017) als toevoegingsmiddel voor diervoeding in de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” voor zalm en forel.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 18 september 2007 geconcludeerd dat het preparaat van gedroogde gedode cellen van de bacterie Paracoccus carotinifaciens, rijk aan rode carotenoïden, (NITE SD 00017) geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu heeft en dat het de kenmerken van dierlijke producten gunstig beïnvloedt (2). Zij heeft verder geconcludeerd dat aan dat preparaat geen andere risico’s verbonden zijn die op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 de verlening van een vergunning in de weg zouden staan. De EFSA heeft een aanbeveling over de maximumgehalten aan residuen gedaan. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen heeft de EFSA niet nodig geacht. Zij heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van het preparaat blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „a ii). Kleurstoffen; stoffen die bij toediening aan dieren aan een levensmiddel van dierlijke oorsprong kleur geven”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juli 2008.

Voor de Commissie

Androulla VASSILIOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).

(2)  Scientific Opinion of the Panel on Additives and Products or Substances used in Animal Feed (FEEDAP) on a request from the European Commission on safety and efficacy of Panaferd-AX (red carotenoid-rich bacterium Paracoccus carotinifaciens) as feed additive for salmon and trout. The EFSA Journal (2007) 546, blz. 1-30.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Maximumgehalte aan residuen in de desbetreffende levensmiddelen van dierlijke oorsprong

Einde van de vergunningsperiode

mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: kleurstoffen; stoffen die bij toediening aan dieren aan een levensmiddel van dierlijke oorsprong kleur geven

2a(ii) 167

Paracoccus carotinifaciens, rijk aan rode carotenoïden

 

Werkzame stoffen:

 

Astaxanthine (C40H52O4, CAS: 472-61-7)

 

Adonirubine (C40H52O3, 3-hydroxy-bèta,bètacaroteen-4,4′-dione CAS: 511-23801)

 

Canthaxanthine (C40H52O2, CAS: 514-78-3)

 

Samenstelling van het toevoegingsmiddel:

Preparaat van gedroogde gedode cellen van Paracoccus carotinifaciens (NITE SD 00017), bevattende:

20-23 g/kg astaxanthine

10-15 g/kg adonirubine

3-5 g/kg canthaxanthine

 

Analysemethoden

Normale fase hogeprestatie-vloeistofchromatografie (HPLC), gekoppeld aan uv/zichtbaar lichtdetectie voor de bepaling van astaxanthine, adonirubine en canthaxanthine in diervoeders en visweefsel (1)

Zalm, forel

100

1.

Het maximumgehalte wordt uitgedrukt als de som van astaxanthine, adonirubine en canthaxanthine.

2.

Gebruik toegestaan vanaf de leeftijd van zes maanden of vanaf een gewicht van 50 g.

3.

Het mengen van het toevoegings-middel met astaxanthine of canthaxanthine is toegestaan mits de totale concentratie van de som van astaxanthine, adonirubine en cantaxanthine uit andere bronnen niet meer bedraagt dan 100 mg/kg in volledig diervoeder.

Voor zalm: 10 mg/kg voor de som van adonirubine en canthaxanthine/kg vlees (nat weefsel).

Voor forel: 8 mg/kg voor de som van adonirubine en canthaxanthine /kg vlees (nat weefsel).

15.8.2018


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: www.irmm.jrc.be/crl-feed-additives


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving