Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.3-2.70

VERORDENING (EG) Nr. 1138/2007 VAN DE COMMISSIE

van 1 oktober 2007

tot verlening van een vergunning voor een nieuwe toepassing van benzoëzuur (VevoVitall) als toevoegingsmiddel voor diervoeding

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name op artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De toelating van toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de toelatingsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een vergunning voor het in de bijlage opgenomen preparaat ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en bescheiden zijn bij de aanvraag verstrekt.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een nieuwe toepassing van het preparaat benzoëzuur (VevoVitall) als toevoegingsmiddel in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” voor mestvarkens.

(4)

Voor het gebruik van het benzoëzuurpreparaat (VevoVitall) werd bij Verordening (EG) nr. 1730/2006 van de Commissie (2) een vergunning verleend voor gespeende biggen.

(5)

Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van een aanvraag van een vergunning voor mestvarkens. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 7 maart 2007 geconcludeerd dat benzoëzuur (VevoVitall) geen ongunstige gevolgen heeft voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu (3). Ook kwam zij tot de conclusie dat aan benzoëzuur (VevoVitall) geen andere risico's verbonden zijn die op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 de verlening van een vergunning in de weg zouden staan. Overeenkomstig dat advies heeft het gebruik van dat preparaat geen ongunstige gevolgen voor dit toegevoegde dier. De EFSA adviseert om passende maatregelen te nemen met het oog op de veiligheid van de gebruiker. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(6)

Uit de beoordeling van het preparaat blijkt dat aan de voorwaarden voor vergunningverlening van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is voldaan. Het gebruik van het preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „andere zoötechnische toevoegingmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 oktober 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).

(2)  PB L 325 van 24.11.2006, blz. 9.

(3)  Opinion of the Scientific Panel on Additives and Products or Substances used in Animal Feed on the safety and efficacy of the product VevoVitall® as a feed additive for pigs for fattening in accordance with Regulation (EC) No 1831/2003. Goedgekeurd op 7 maart 2007. The EFSA Journal (2007) 457, blz. 1-14.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

(handelsnaam)

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: andere zoötechnische toevoegingsmiddelen (daling van de urine-pH)

4d210

DSM Special Products

Benzoëzuur

(VevoVitall)

 

Samenstelling toevoegingsmiddel:

benzoëzuur (≥ 99,9 %)

 

Karakterisering van de werkzame stof:

benzeencarbonzuur, fenylcarbonzuur

C7H6O2

CAS-nummer: 65-85-0

Maximumgehalten in:

ftaalzuur: ≤ 100 mg/kg

bifenyl: ≤ 100 mg/kg

zware metalen: ≤ 10 mg/kg

arseen: ≤ 2 mg/kg

 

Analysemethode (1):

reversed-phase HPLC met Diode Array Detection (DAD)-detectie

Mestvarkens

5 000

10 000

In de gebruiksaanwijzing vermelden:

 

Aanvullende dierenvoeders die benzoëzuur bevatten, mogen niet als zodanig aan mestvarkens worden vervoederd.

 

Aanvullende dierenvoeders voor mestvarkens worden goed vermengd met andere voedermiddelen van het dagrantsoen.

 

Voor de veiligheid van de gebruiker: moeten maatregelen worden genomen om de vorming van inadembaar stof van dit toevoegingsmiddel zo veel mogelijk te beperken. Er is een veiligheidsinformatieblad (VIB) beschikbaar.

22.10.2017


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: www.irmm.jrc.be/crl-feed-additives


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving