Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.69-2

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 881/2011 VAN DE COMMISSIE

van 2 september 2011

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1137/2007 wat betreft de samenstelling van het toevoegingsmiddel Bacillus subtilis DSM 17299 (vergunninghouder Chr. Hansen A/S) en het gebruik ervan in diervoeding die mierenzuur bevat

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 13, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Voor de bereiding van Bacillus subtilis DSM 17299, die behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen”, is bij Verordening (EG) nr. 1137/2007 van de Commissie (2) een vergunning voor tien jaar voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen verleend.

(2)

Overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 heeft de vergunninghouder voorgesteld de voorwaarden van de vergunning voor Bacillus subtilis DSM 17299 te wijzigen. Het voorstel houdt in dat de samenstelling van het toevoegingsmiddel wordt gewijzigd door de minimumconcentratie ervan te verhogen en dat het gebruik ervan in diervoeding voor mestkippen die mierenzuur bevat, wordt toegelaten. Bij de aanvraag waren ondersteunende gegevens gevoegd. De Commissie heeft de aanvraag naar de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (de EFSA) doorgestuurd.

(3)

De EFSA concludeerde in haar advies van 15 maart 2011 dat de verhoging van de minimumconcentratie van 1,6 × 109 tot 1,6 × 1010 CFU/g waarschijnlijk geen nieuwe risico's zal opleveren en dat de gewijzigde samenstelling compatibel is met mierenzuur. Zij heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(4)

Aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is voldaan.

(5)

Verordening (EG) nr. 1137/2007 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1137/2007 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 september 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  PB L 265 van 2.10.2007, blz. 5.


BIJLAGE

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1137/2007 wordt vervangen door:

„BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: darmflorastabilisatoren.

4b1821

Chr. Hansen A/S

Bacillus subtilis

DSM 17299

 

Samenstelling toevoegingsmiddel

Bereiding van Bacillus subtilis DSM 17299 met ten minste 1,6 × 1010 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Bacillus subtilis DSM 17299 sporenconcentraat

 

Analysemethode  (1)

Telling met spreidplaatmethode onder gebruikmaking van trypton-soja-agar met voorverhittingsbehandeling van voedermonsters

Mestkippen

8 × 108

1,6 × 109

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Het gebruik is toegestaan in diervoeding die een van de volgende coccidiostatica bevat: diclazuril, halofuginone, robenidine, decoquinaat, narasin/nicarbazine, lasalocide-natrium, maduramicin-ammonium, monensin-natrium, narasin, salinomycine-natrium of semduramicin-natrium.

3.

De compatibiliteit van dit toevoegingsmiddel met mierenzuur is aangetoond.

22 oktober 2017


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het referentielaboratorium: http://irmm.jrc.ec.europa.eu/EURLs/EURL_feed_additives/Pages/index.aspx”


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving