Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.3-2.69-1

VERORDENING (EU) Nr. 515/2010 VAN DE COMMISSIE

van 15 juni 2010

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1137/2007 wat betreft het gebruik van het toevoegingsmiddel Bacillus subtilis (O35) in diervoeding die lasalocide-natrium, maduramicin-ammonium, monensin-natrium, narasin, salinomycine-natrium en semduramicin-natrium bevat

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name op artikel 13, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Verordening (EG) nr. 1831/2003 biedt de mogelijkheid om de vergunning voor een toevoegingsmiddel te wijzigen ingevolge een verzoek van de vergunninghouder en een advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA).

(3)

Voor het gebruik van het preparaat van microorganismen Bacillus subtilis DSM 17299 is bij Verordening (EG) nr. 1137/2007 van de Commissie van 1 oktober 2007 tot verlening van een vergunning voor Bacillus subtilis als toevoegingsmiddel voor diervoeding (2) voor een periode van tien jaar een vergunning verleend voor mestkippen.

(4)

De houder van de vergunning heeft een aanvraag ingediend om wijziging van de vergunning voor dit toevoegingsmiddel om het gebruik daarvan toe te staan in diervoeding voor mestkippen die de coccidiostatica lasalocide-natrium, maduramicin-ammonium, monensinnatrium, narasin, salinomycine-natrium en semduramicin-natrium bevat. De houder van de vergunning heeft de relevante gegevens ter staving van zijn aanvraag ingediend.

(5)

De EFSA heeft in haar advies van 10 maart 2010 geconcludeerd dat het toevoegingsmiddel Bacillus subtilis DSM 17299 compatibel is met lasalocide-natrium, maduramicin-ammonium, monensin-natrium, narasin, salinomycine-natrium en semduramicin-natrium (3).

(6)

Aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is voldaan.

(7)

Verordening (EG) nr. 1137/2007 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1137/2007 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 juni 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  PB L 256 van 2.10.2007, blz. 5.

(3)  The EFSA Journal 2010; 8(3):1552. [7 blz.].


BIJLAGE

„BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimum

Maximum

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

CFU/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: darmflorastabilisatoren

4b1821

Chr. Hansen A/S

Bacillus subtilis DSM 17299

 

Samenstelling toevoegingsmiddel

Bereiding van Bacillus subtilis DSM 17299 met minimaal 1,6 × 109 CFU/g toevoegingsmiddel

 

Karakterisering van de werkzame stof

Bacillus subtilis DSM 17299 sporenconcentraat

 

Analysemethode (1)

Telling met spreidplaatmethode onder gebruikmaking van trypton-soja-agar met voorverhittingsbehandeling van voedermonsters

Mestkippen

8 × 108

1,6 × 109

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Het gebruik is toegestaan in diervoeding die de volgende toegelaten coccidiostatica bevat: diclazuril, halofuginone, robenidine, decoquinaat, narasin/nicarbazine, lasalocide-natrium, maduramicin-ammonium, monensin-natrium, narasin, salinomycine-natrium of semduramicin-natrium

22.10.2017


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: www.irmm.jrc.be/crl-feed-additives”.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving