Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.5-4.40

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 3 februari 2012

tot wijziging van de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG wat betreft de tolerantieperiode voor sporen van hybride Ms1xRf1 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4)-koolzaad, hybride Ms1xRf2 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ2-5)-koolzaad en Topas 19/2 (ACS-BNØØ7-1)-koolzaad en afgeleide producten daarvan

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 518)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(2012/69/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (1), en met name artikel 8, lid 6, en artikel 20, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Beschikkingen 2007/305/EG (2), 2007/306/EG (3) en 2007/307/EG (4) van de Commissie stellen de voorschriften vast voor het uit de handel nemen van het volgende genetisch gemodificeerde materiaal („gg-materiaal”): hybride Ms1xRf1 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4)-koolzaad, hybride Ms1xRf2 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ2-5)-koolzaad en Topas 19/2 (ACS-BNØØ7-1)-koolzaad en afgeleide producten daarvan. Die beschikkingen zijn vastgesteld nadat de kennisgever van het gg-materiaal de Commissie had laten weten dat hij niet voornemens was om een aanvraag in te dienen tot verlenging van de vergunning voor dat materiaal overeenkomstig artikel 8, lid 4, eerste alinea, artikel 11, artikel 20, lid 4, en artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1829/2003.

(2)

Alle drie beschikkingen voorzien in een overgangsperiode van vijf jaar tijdens welke levensmiddelen en diervoeders die het gg-materiaal bevatten overeenkomstig artikel 4, lid 2, of artikel 16, lid 2, van de verordening in de handel mogen worden gebracht, mits zij aan een aantal voorwaarden voldoen. De beschikkingen schrijven met name voor dat de aanwezigheid van het gg-materiaal in levensmiddelen en diervoeders de drempel van 0,9 % niet mag overschrijden en dat de aanwezigheid van dit gg-materiaal onvoorzien en technisch niet te voorkomen is. De overgangsperiode is bedoeld om rekening te houden met het feit dat minieme sporen van het gg-materiaal in de voedsel- en voederketen aanwezig kunnen zijn enige tijd nadat de kennisgever heeft besloten om te stoppen met de verkoop van zaad dat van het ggo is afgeleid, ook indien de kennisgever alle maatregelen heeft genomen om die aanwezigheid te vermijden.

(3)

De Beschikkingen 2007/305/EG en 2007/306/EG stellen ook een reeks maatregelen vast die de kennisgever moet nemen om ervoor te zorgen dat hybride Ms1xRf1 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4)-koolzaad, hybride Ms1xRf2 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ2-5)-koolzaad en afgeleide producten daarvan daadwerkelijk uit de handel worden genomen. Soortgelijke maatregelen werden niet nodig geacht in Beschikking 2007/307/EG, aangezien de kennisgever was gestopt met de verkoop van zaad van ACS-BNØØ7-1-koolzaad na het plantseizoen 2003 en in het licht van het feit dat de voorraden van producten die zijn afgeleid van ACS-BNØØ7-1-koolzaad vóór 18 april 2007 waren opgebruikt. Aangezien minieme sporen van ACS-BNØØ7-1-koolzaad gedurende enige tijd in levensmiddelen en diervoeders aanwezig kunnen blijven, was het nodig om Beschikking 2007/307/EG vast te stellen.

(4)

Bij gebrek aan ervaring of concrete gegevens over de tijd die nodig is om ervoor te zorgen dat het gg-materiaal volledig uit de handel wordt genomen, werden het getolereerde niveau van de aanwezigheid van dat materiaal en de tijd die nodig is om het volledig uit de voedsel- en voederketen te verwijderen, als bedoeld in de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG, vastgesteld op basis van de toen beschikbare gegevens en de resultaten van door belanghebbenden uitgevoerde tests.

(5)

Overeenkomstig de voorschriften van de Beschikkingen 2007/305/EG en 2007/306/EG heeft de vergunninghouder in oktober 2007 en november 2011 gedetailleerde verslagen ingediend over de uitvoering van de maatregelen om voornoemde gg-koolzaadevents uit de handel te nemen. Deze verslagen beschrijven de vroegere en huidige maatregelen die door de vergunninghouder overeenkomstig voornoemde beschikkingen zijn of worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat dit gg-materiaal uit de handel wordt gehaald. Deze maatregelen omvatten onder meer het nemen van stappen om de commerciële actoren in de EU in kennis te stellen van het feit dat dit gg-materiaal uit de handel wordt genomen, de uitvoering van een reeks maatregelen om te zorgen voor het terugroepen en vernietigen van de resterende commerciële zaadvoorraad, het sluiten van overeenkomsten met alle derde partijen die betrokken zijn bij de commercialisering van dit gg-materiaal om ervoor te zorgen dat het zaad van dit gg-materiaal naar de vergunninghouder wordt teruggestuurd of effectief wordt vernietigd, de ondernomen acties om ervoor te zorgen dat de geregistreerde rassen van het betrokken event uit de nationale zaadcatalogus worden geschrapt en de uitvoering van een op een kwaliteitsborgingsproces gebaseerd intern programma om de aanwezigheid van deze gg-events in de teelt en de zaadproductie te voorkomen.

(6)

Uit recente door belanghebbenden aan de Commissie meegedeelde testresultaten blijkt dat de door de vergunninghouder genomen maatregelen het mogelijk hebben gemaakt om bijna al het gg-materiaal uit de handel te halen. Deze resultaten laten echter ook zien dat minieme sporen (< 0,1 %) van het gg-materiaal aan het einde van de in de Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG vastgestelde overgangsperiode nog in de voedsel- en voederketen aanwezig kunnen zijn. De aanwezigheid van resterende sporen na de in deze beschikkingen vastgestelde overgangstermijn, ondanks de door de kennisgever genomen maatregelen, kan worden verklaard door de biologie van koolzaad dat gedurende lange perioden in een slapende toestand kan blijven alsook door de landbouwpraktijken die zijn toegepast om het zaad te oogsten en de daaruit voortvloeiende accidentele verspreiding, waarvan het niveau moeilijk te schatten was op de datum van vaststelling van de drie bovengenoemde beschikkingen.

(7)

Tegen deze achtergrond is het nodig dat de huidige overgangsperiode met vijf jaar wordt verlengd, d.w.z. tot en met 31 december 2016. Deze langere overgangsperiode moet voldoende tijd bieden om de totale verwijdering van het gg-materiaal uit de voedsel- en de voederketen mogelijk te maken, rekening houdend met bovengenoemde parameters die verband houden met de biologie van koolzaad en de landbouwpraktijken die in het verleden zijn toegepast om de gewassen te oogsten.

(8)

Om verder bij te dragen tot de verwijdering van ACS-BNØØ7-1-koolzaad uit de voedsel- en de voederketen moet in Beschikking 2007/307/EG ook worden bepaald dat de kennisgever een intern programma moet uitvoeren om de aanwezigheid van dit event in het teelt-en zaadproductieproces te voorkomen.

(9)

Uiterlijk 1 januari 2014 moet de kennisgever bij de Commissie een verslag indienen dat informatie verstrekt over de uitvoering tijdens de bij dit besluit toegekende extra periode van de maatregelen die zijn vastgesteld in de bijlage bij de Beschikkingen 2007/305/EG en 2007/306/EG, alsook in artikel 1, lid 1, van Beschikking 2007/307/EG.

(10)

Gezien de zeer lage sporenniveaus waarvan melding is gemaakt, moet het aanwezigheidsniveau van het gg-materiaal dat in levensmiddelen en diervoeders wordt getolereerd, tot 0,1 % worden verlaagd.

(11)

De Beschikkingen 2007/305/EG, 2007/306/EG en 2007/307/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Beschikking 2007/305/EG wordt als volgt gewijzigd:

a)

de tweede alinea van artikel 1 wordt vervangen door:

„Uiterlijk 1 januari 2014 dient de kennisgever een verslag over de uitvoering van de in de bijlage vastgestelde maatregelen bij de Commissie in.”;

b)

artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

Tot en met 31 december 2016 wordt de aanwezigheid van materiaal dat geheel of gedeeltelijk uit ACS-BNØØ4-7-koolzaad, ACS-BNØØ1-4-koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4-koolzaad bestaat of daarmee is geproduceerd, in overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder a), en artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 gemelde levensmiddelen of diervoeders getolereerd mits:

a)

deze aanwezigheid onvoorzien of technisch niet te voorkomen is, en

b)

het gehalte niet meer dan 0,1 % bedraagt.”.

2.   Beschikking 2007/306/EG wordt als volgt gewijzigd:

a)

de tweede alinea van artikel 1 wordt vervangen door:

„Uiterlijk 1 januari 2014 dient de kennisgever een verslag over de uitvoering van de in de bijlage vastgestelde maatregelen bij de Commissie in.”;

b)

artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

Tot en met 31 december 2016 wordt de aanwezigheid van materiaal dat geheel of gedeeltelijk uit ACS-BNØØ4-7-koolzaad, ACS-BNØØ2-5-koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ2-5-koolzaad bestaat of daarmee is geproduceerd, in overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder a), en artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 gemelde levensmiddelen of diervoeders getolereerd:

a)

mits deze aanwezigheid onvoorzien of technisch niet te voorkomen is, en

b)

het gehalte niet meer dan 0,1 % bedraagt.”.

3.   Artikel 1 van Beschikking 2007/307/EG wordt vervangen door:

„Artikel 1

1.   De kennisgever voert een intern programma uit om de aanwezigheid van ACS-BNØØ7-1-koolzaad in de teelt en de zaadproductie te voorkomen en brengt uiterlijk op 1 januari 2014 bij de Commissie verslag uit over de uitvoering van deze maatregel.

3.2.   Tot en met 31 december 2016 wordt de aanwezigheid van materiaal dat geheel of gedeeltelijk uit ACS-BNØØ7-1-koolzaad bestaat in overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder a), en artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 gemelde levensmiddelen of diervoeders getolereerd mits:

a)

deze aanwezigheid onvoorzien of technisch niet te voorkomen is, en

b)

het gehalte niet meer dan 0,1 % bedraagt.”.

Artikel 2

De gegevens betreffende ACS-BNØØ4-7-koolzaad, ACS-BNØØ1-4-koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4-koolzaad, ACS-BNØØ4-7-koolzaad, ACS-BNØØ2-5-koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ2-5-koolzaad en ACS-BNØØ7-1-koolzaad in het communautair register van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, zoals bedoeld in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, worden gewijzigd om rekening te houden met dit besluit.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot Bayer CropScience AG, Alfred-Nobel-Str. 50, 40789 Monheim am Rhein, DUITSLAND.

Gedaan te Brussel, 3 februari 2012.

Voor de Commissie

John DALLI

Lid van de Commissie


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

(2)  PB L 117 van 5.5.2007, blz. 17.

(3)  PB L 117 van 5.5.2007, blz. 20.

(4)  PB L 117 van 5.5.2007, blz. 23.


 

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving