Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.9-4.27

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1165 VAN DE COMMISSIE

van 15 juli 2021

betreffende de toelating van bepaalde producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie en de opstelling van de lijsten van die producten en stoffen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (1), en met name artikel 24, lid 9, en artikel 39, lid 2, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2018/848 mogen in de biologische productie alleen de uit hoofde van artikel 24 van die verordening toegelaten producten en stoffen worden gebruikt, mits het gebruik ervan ook is toegelaten in de niet-biologische productie overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie. De Commissie heeft het gebruik van bepaalde producten en stoffen in de biologische productie reeds getoetst aan de doelstellingen en beginselen die zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (2). De geselecteerde producten en stoffen zijn bijgevolg onder specifieke voorwaarden toegelaten bij Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie (3) en zijn in bepaalde bijlagen bij die verordening opgenomen. De in Verordening (EU) 2018/848 vastgestelde doelstellingen en beginselen zijn vergelijkbaar met die van Verordening (EG) nr. 834/2007. Omdat de continuïteit van de biologische productie moet worden gewaarborgd, moeten die producten en stoffen worden opgenomen in de restrictieve lijsten die op grond van Verordening (EU) 2018/848 moeten worden opgesteld.

(2)

Bovendien hebben een aantal lidstaten overeenkomstig artikel 24, lid 7, van Verordening (EU) 2018/848 aan de Commissie en aan de andere lidstaten dossiers over bepaalde producten en stoffen toegezonden met het oog op de toelating en opneming ervan in de krachtens die verordening op te stellen lijsten.

(3)

Onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden, die met name zijn vastgesteld in deel I, punt 1.10.2, van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848, mogen bepaalde toegelaten producten en stoffen worden gebruikt om planten te beschermen. In dat verband moet de Commissie in artikel 24, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2018/848 bedoelde werkzame stoffen die mogen worden gebruikt in gewasbeschermingsmiddelen toelaten en moet zij de lijst van die werkzame stoffen opstellen.

(4)

Onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden, die met name zijn vastgesteld in deel I, punt 1.9.3, deel II, punt 1.9.1.2, b), punt 1.9.2.2, d), punt 1.9.3.2, b), en punt 1.9.5.2, a), en deel III, punt 2.2.2, c), punt 2.3.2 en punt 3.1.5.3, vierde alinea, tweede streepje, van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848, mogen bepaalde meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten worden gebruikt voor plantenvoeding, verbetering en verrijking van strooisel, de algenteelt of de houderijomgeving van aquacultuurdieren. In dat verband moet de Commissie meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten als bedoeld in artikel 24, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2018/848 toelaten en moet zij de lijst van die stoffen opstellen.

(5)

Onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden, die met name zijn vastgesteld in deel II, punt 1.4.1, i), en punt 1.5.2.3, deel III, punt 3.1.3.1, d), en deel V, punt 2.3, van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848, mogen bepaalde van planten, algen, dieren of gist afkomstige niet-biologische voedermiddelen, voedermiddelen van microbiële of minerale oorsprong, diervoederadditieven en technische hulpstoffen worden gebruikt voor diervoeding. In dat verband moet de Commissie van planten, algen, dieren of gist afkomstige niet-biologische voedermiddelen; voedermiddelen van microbiële of minerale oorsprong, diervoederadditieven en technische hulpstoffen als bedoeld in artikel 24, lid 1, punten c) en d), van Verordening (EU) 2018/848 toelaten en moet zij de lijsten van die stoffen opstellen.

(6)

Bovendien zijn sommige niet-biologische voedermiddelen rechtstreeks toegelaten overeenkomstig Verordening (EU) 2018/848. Omwille van de duidelijkheid moeten die voedermiddelen ook worden vermeld, samen met de voedermiddelen die krachtens deze verordening worden toegelaten, met een verwijzing naar de specifieke bepalingen van Verordening (EU) 2018/848.

(7)

Onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden, die met name zijn vastgesteld in deel I, punt 1.11, deel II, punten 1.5.1.6 en 1.5.1.7 en punt 1.9.4.4, c), deel III, punt 3.1.4.1, f), deel IV, punt 2.2.3, deel V, punt 2.4, en deel VII, punt 1.4, van bijlage II en de punten 4.2 en 7.5 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848, mogen enkel bepaalde producten en stoffen worden gebruikt voor reiniging en ontsmetting. In dat verband moet de Commissie producten voor reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 24, lid 1, punten e), f) en g), van Verordening (EU) 2018/848 toelaten en moet zij de lijst van die producten opstellen.

(8)

Bepaalde producten voor de reiniging en ontsmetting van gebouwen en installaties voor de veehouderij, aquacultuurdieren en zeewierproductie zijn geëvalueerd en opgenomen in een lijst in bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 889/2008. Producten voor de reiniging en ontsmetting van gebouwen en installaties voor plantaardige productie en van verwerkings- en opslagfaciliteiten worden tot dusver echter enkel op het niveau van de lidstaten geëvalueerd en toegelaten. Alvorens deze producten in de biologische productie toe te laten, moet op het niveau van de Unie een evaluatie worden uitgevoerd door de Commissie, bijgestaan door de deskundigengroep voor technisch advies inzake de biologische productie. Die evaluatie moet een herziening omvatten van alle bestaande toegelaten producten en stoffen voor reiniging en ontsmetting.

(9)

Om de continuïteit van de biologische productie te waarborgen, moeten de in bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 889/2008 vermelde producten en de op het niveau van de lidstaten toegelaten producten tot en met 31 december 2023 toegelaten blijven om de opstelling mogelijk te maken van de lijsten van reinigings- en ontsmettingsproducten overeenkomstig artikel 24, lid 1, punten e), f) en g), van Verordening (EU) 2018/848. Die producten moeten evenwel voldoen aan de toepasselijke vereisten van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad (4) en Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (5), en aan de biologische criteria van hoofdstuk II en artikel 24, lid 3, punten a) en b), van Verordening (EU) 2018/848.

(10)

Onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden, die met name zijn vastgesteld in deel IV, punt 2.2.1 en punt 2.2.2, a), van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 mogen bepaalde levensmiddelenadditieven, met inbegrip van voedingsenzymen voor gebruik als levensmiddelenadditieven, en bepaalde technische hulpstoffen worden gebruikt bij de productie van verwerkte biologische levensmiddelen. In dat verband moet de Commissie levensmiddelenadditieven en technische hulpstoffen als bedoeld in artikel 24, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2018/848 toelaten en moet zij de lijst van die stoffen opstellen.

(11)

Een lijst van levensmiddelenadditieven en technische hulpstoffen die worden gebruikt bij de productie van verwerkte biologische levensmiddelen, is opgenomen in respectievelijk de delen A, B en C van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 889/2008. Afhankelijk van het gebruik en de functie ervan in het eindproduct kunnen sommige van deze producten echter als additieven en niet als technische hulpstoffen worden ingedeeld. Deze indeling vereist een specifieke en diepgaande analyse van die producten bij de productie van verwerkte biologische levensmiddelen. Een dergelijke analyse moet worden uitgevoerd voor alle producten die in Verordening (EG) nr. 889/2008 als technische hulpstoffen worden vermeld. Die analyse zal tijd vergen en kan niet worden afgerond vóór de datum van toepassing van Verordening (EU) 2018/848. Bijgevolg zullen de producten die momenteel in Verordening (EG) nr. 889/2008 als technische hulpstoffen zijn vermeld, in deze verordening als technische hulpstoffen worden opgenomen totdat een specifieke en diepgaande analyse is uitgevoerd.

(12)

Onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden, die met name zijn vastgesteld in deel IV, punt 2.2.1, van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848, mogen bepaalde niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong worden gebruikt voor de productie van verwerkte biologische levensmiddelen. In dat verband moet de Commissie die niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong als bedoeld in artikel 24, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2018/848 toelaten en moet zij de lijst van die stoffen opstellen. De overeenkomstig artikel 24, lid 7, van Verordening (EU) 2018/848 door de lidstaten toegezonden dossiers over niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong die mogen worden gebruikt voor de productie van verwerkte biologische levensmiddelen, zijn geëvalueerd in het Comité voor biologische productie. De geselecteerde producten en stoffen die voldoen aan de in Verordening (EU) 2018/848 vastgestelde doelstellingen en beginselen, moeten worden opgenomen in de bij deze verordening op te stellen restrictieve lijst, indien nodig onder specifieke voorwaarden.

(13)

Om exploitanten echter voldoende tijd te geven om zich aan te passen aan de nieuwe restrictieve lijst van toegestane niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong en met name om een bron te vinden van ingrediënten van agrarische oorsprong die overeenkomstig Verordening (EU) 2018/848 zijn geproduceerd, is het wenselijk dat de lijst van niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong die bij deze verordening worden toegelaten voor gebruik bij de verwerking van biologische levensmiddelen, van toepassing is met ingang van 1 januari 2024.

(14)

Gezien de samenstelling van bepaalde niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong kunnen sommige vormen van gebruik van die ingrediënten in verwerkte biologische levensmiddelen neerkomen op gebruik als levensmiddelenadditief, technische hulpstof of product of stof als bedoeld in deel IV, punt 2.2.2, van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848. Voor die vormen van gebruik is een specifieke toelating vereist overeenkomstig deel IV, punt 2.2., van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 en die vormen van gebruik mogen niet worden toegestaan via de toelating van niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong.

(15)

Onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden, zoals met name uiteengezet in deel VII, punt 1.3., a), van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 mogen bepaalde technische hulpstoffen worden gebruikt voor de productie van gist en gistproducten. In dat verband moet de Commissie technische hulpstoffen voor de productie van gist en gistproducten als bedoeld in artikel 24, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2018/848 toelaten en moet zij de lijst van die stoffen opstellen.

(16)

Overeenkomstig deel VI, punt 2.2., van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 mogen bij het vervaardigen van in artikel 1, lid 2, punt l), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (6) bedoelde producten van de wijnsector uitsluitend producten en stoffen worden gebruikt die krachtens artikel 24 van die verordening voor gebruik in de biologische productie zijn toegelaten. In dat verband moet de Commissie dergelijke producten en stoffen toelaten en moet zij de lijst van die stoffen opstellen.

(17)

Op grond van artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) 2018/848 is de Commissie bevoegd om specifieke toelatingen te verlenen voor het gebruik van producten en stoffen in derde landen en in de ultraperifere gebieden van de Unie. In artikel 24, lid 7, van die verordening is beschreven hoe de door de lidstaten te volgen procedure ten aanzien van de ultraperifere gebieden van de Unie moet worden ingeleid. De procedure die voor dergelijke toelatingen ten aanzien van derde landen moet worden gevolgd, is echter niet nader omschreven in Verordening (EU) 2018/848. Daarom moet die procedure in deze verordening worden vastgesteld overeenkomstig de procedure die moet worden gevolgd om producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie in de Unie toe te staan, zoals bepaald in artikel 24 van Verordening (EU) 2018/848. Aangezien die specifieke toelatingen kunnen worden verleend voor een hernieuwbare termijn van twee jaar, is het passend een lijst met de desbetreffende producten en stoffen in een specifieke bijlage op te nemen om verwarring met producten en stoffen die zonder tijdsbeperking zijn toegelaten, te vermijden.

(18)

Ter wille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet Verordening (EG) nr. 889/2008 worden ingetrokken. Aangezien de lijsten van reinigings- en ontsmettingsproducten niet vóór 1 januari 2024 zullen worden opgesteld, dient bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 889/2008 echter tot en met 31 december 2023 van toepassing te blijven. In dat verband moet worden gespecificeerd dat in die bijlage opgenomen producten die niet krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012 zijn toegelaten, niet als biociden mogen worden gebruikt. Voorts zal de bij deze verordening vastgestelde lijst van niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong die mogen worden gebruikt bij de productie van verwerkte biologische levensmiddelen, slechts met ingang van 1 januari 2024 van toepassing zijn. Daarom moet worden bepaald dat verwerkte biologische levensmiddelen die vóór 1 januari 2024 zijn geproduceerd met in bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 889/2008 opgenomen niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong, in de handel mogen worden gebracht totdat de voorraden zijn uitgeput.

(19)

Het certificaat dat overeenkomstig artikel 35, lid 1, van Verordening (EU) 2018/848 aan exploitanten wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten of, in voorkomend geval, de controleautoriteiten of controleorganen, kan worden afgegeven met ingang van 1 januari 2022. Op die datum zal het echter niet aan alle betrokken exploitanten worden verstrekt. Om de continuïteit van de biologische productie te waarborgen en in afwijking van artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) 2018/848 moeten de bewijsstukken die de controleautoriteiten of controleorganen overeenkomstig artikel 68 van Verordening (EG) nr. 889/2008 vóór 1 januari 2022 aan exploitanten hebben afgegeven, geldig blijven tot het einde van de geldigheidsperiode. Aangezien exploitanten op grond van artikel 38, lid 3, van Verordening (EU) 2018/848 ten minste eenmaal per jaar moeten worden onderworpen aan een controle op de naleving en de verstrekking van het certificaat overeenkomstig artikel 38, lid 5, van die verordening gebaseerd moet zijn op de resultaten van die controle, mag de geldigheid evenwel niet verder reiken dan 31 december 2022.

(20)

Ter wille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van de datum van toepassing van Verordening (EU) 2018/848. Om de in overweging 18 van deze verordening uiteengezette redenen moeten de bepalingen met betrekking tot de lijsten van reinigings- en ontsmettingsproducten en de lijst van niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong voor gebruik bij de productie van verwerkte biologische levensmiddelen echter met ingang van 1 januari 2024 van toepassing worden.

(21)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor biologische productie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen

Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage I bij deze verordening vermelde werkzame stoffen aanwezig zijn in gewasbeschermingsmiddelen die worden gebruikt in de biologische productie zoals bepaald in die bijlage, mits die gewasbeschermingsmiddelen:

(a)

op grond van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad (7) zijn toegelaten;

(b)

worden gebruikt overeenkomstig de gebruiksvoorwaarden die zijn bepaald in de door de lidstaten verleende toelatingen voor de producten waarin zij aanwezig zijn, en

(c)

worden gebruikt overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgelegd in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (8).

Artikel 2

Meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten

Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage II bij deze verordening vermelde producten en stoffen in de biologische productie als meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten worden gebruikt voor plantenvoeding, verbetering en verrijking van strooisel, de algenteelt of de houderijomgeving van aquacultuurdieren, mits zij voldoen aan de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name aan Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad (9), de desbetreffende toepasselijke artikelen van Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad (10), Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad (11) en Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (12) en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

Artikel 3

Van planten, algen, dieren of gist afkomstig niet-biologisch voedermiddel of voedermiddel van microbiële of minerale oorsprong

Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage III, deel A, bij deze verordening vermelde producten en stoffen in de biologische productie worden gebruikt als van planten, algen, dieren of gist afkomstig niet-biologisch voedermiddel of als voedermiddel van microbiële of minerale oorsprong, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad (13) en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

Artikel 4

Diervoederadditieven en technische hulpstoffen

Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage III, deel B, bij deze verordening vermelde producten en stoffen in de biologische productie worden gebruikt als diervoederadditieven en technische hulpstoffen voor gebruik in diervoeding, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad (14) en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

Artikel 5

Reinigings- en ontsmettingsproducten

1. Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage IV, deel A, bij deze verordening vermelde producten worden gebruikt voor het reinigen en ontsmetten van vijvers, kooien, tanks, doorstroomsystemen, gebouwen of installaties voor dierlijke productie, mits die producten voldoen aan de bepalingen van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 648/2004 en Verordening (EU) nr. 528/2012 en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

2. Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage IV, deel B, bij deze verordening vermelde producten worden gebruikt voor het reinigen en ontsmetten van gebouwen en installaties voor plantaardige productie, waaronder voor opslag in een landbouwbedrijf, mits die producten voldoen aan de bepalingen van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 648/2004 en Verordening (EU) nr. 528/2012 en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

3. Voor de toepassing van artikel 24, lid 1, punt g), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage IV, deel C, bij deze verordening vermelde producten worden gebruikt voor het reinigen en ontsmetten van verwerkings- en opslagfaciliteiten, mits die producten voldoen aan de bepalingen van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 648/2004 en Verordening (EU) nr. 528/2012 en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

4. In afwachting van opneming in bijlage IV, deel A, B, of C, bij deze verordening mogen in artikel 24, lid 1, punten e), f) en g), van Verordening (EU) 2018/848 bedoelde reinigings- en ontsmettingsproducten die krachtens Verordening (EG) nr. 834/2007 of krachtens nationaal recht vóór de datum van toepassing van Verordening (EU) 2018/848 voor gebruik in de biologische productie waren toegelaten, verder worden gebruikt indien zij voldoen aan de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 648/2004 en Verordening (EU) nr. 528/2012 en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

Artikel 6

Levensmiddelenadditieven en technische hulpstoffen

Voor de toepassing van artikel 24, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage V, deel A, bij deze verordening vermelde producten en stoffen worden gebruikt als levensmiddelenadditieven, met inbegrip van voedingsenzymen voor gebruik als levensmiddelenadditieven, en technische hulpstoffen bij de productie van verwerkte biologische levensmiddelen, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad (15) en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

Artikel 7

Niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong die mogen worden gebruikt voor de productie van verwerkte biologische levensmiddelen

Voor de toepassing van artikel 24, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage V, deel B, bij deze verordening vermelde niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong worden gebruikt voor de productie van verwerkte biologische levensmiddelen, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

De eerste alinea laat de in deel IV, afdeling 2, van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 vastgelegde gedetailleerde voorschriften voor de biologische productie van verwerkte levensmiddelen onverlet. De eerste alinea is met name niet van toepassing op niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong die worden gebruikt als levensmiddelenadditieven, technische hulpstoffen of producten en stoffen als bedoeld in deel IV, punt 2.2.2, van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848.

Artikel 8

Technische hulpstoffen voor de productie van gist en gistproducten

Voor de toepassing van artikel 24, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage V, deel C, bij deze verordening vermelde producten en stoffen worden gebruikt als technische hulpstoffen voor de productie van gist en gistproducten voor levensmiddelen en diervoeders, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

Artikel 9

Producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie van wijn

Voor de toepassing van deel VI, punt 2.2., van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 mogen alleen de in bijlage V, deel D, bij deze verordening vermelde producten en stoffen worden gebruikt voor de productie en bewaring van biologische wijnbouwproducten als bedoeld in deel II van bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1308/2013, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name binnen de grenzen en voorwaarden die zijn vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1308/2013 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 van de Commissie (16) en, waar van toepassing, overeenkomstig op het recht van de Unie gebaseerde nationale bepalingen.

Artikel 10

Procedure voor de verlening van specifieke toelatingen voor het gebruik van producten en stoffen in bepaalde gebieden van derde landen

1. Wanneer een krachtens artikel 46, lid 1, van Verordening (EU) 2018/848 erkende controleautoriteit of erkend controleorgaan van mening is dat aan een product of een stof een specifieke toelating voor gebruik in een bepaald gebied buiten de Unie moet worden verleend wegens de in artikel 45, lid 2, van die verordening vermelde specifieke omstandigheden, kan die controleautoriteit of dat controleorgaan de Commissie verzoeken een beoordeling uit te voeren. Daartoe legt die autoriteit of dat orgaan aan de Commissie een dossier over waarin het betrokken product of de betrokken stof wordt beschreven, de redenen voor een dergelijke specifieke toelating worden vermeld en wordt toegelicht waarom de krachtens deze verordening toegelaten producten en stoffen wegens de specifieke omstandigheden in het betrokken gebied niet geschikt zijn om te worden gebruikt. De controleautoriteit of het controleorgaan zorgt ervoor dat het dossier geschikt is om te worden bekendgemaakt, met inachtneming van de wetgeving van de Unie en de nationale wetgeving van de lidstaten inzake gegevensbescherming.

2. De Commissie zendt het in lid 1 bedoelde verzoek naar de lidstaten en publiceert alle dergelijke verzoeken.

3. De Commissie analyseert het in lid 1 bedoelde dossier. De Commissie laat het product of de stof toe in het licht van de in het dossier vermelde specifieke omstandigheden, mits zij op basis van haar analyse in haar geheel tot de conclusie komt dat:

a)

een dergelijke specifieke toelating in het betrokken gebied gerechtvaardigd is;

b)

het product dat of de stof die in het dossier is beschreven, voldoet aan de beginselen van hoofdstuk II, de criteria van artikel 24, lid 3, en de voorwaarde van artikel 24, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848, en

c)

het gebruik van het product of de stof in overeenstemming is met de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, en met name, voor werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen, met Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad (17).

Het toegelaten product of de toegelaten stof wordt opgenomen in bijlage VI bij deze verordening.

4. Wanneer de in artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) 2018/848 bedoelde termijn van twee jaar verstrijkt, wordt de toelating automatisch verlengd met nog eens twee jaar, mits geen nieuwe elementen beschikbaar zijn en geen lidstaten of krachtens artikel 46, lid 1, van Verordening (EU) 2018/848 erkende controleautoriteiten of controleorganen bezwaar hebben gemaakt dat ertoe leidt dat de in lid 3 bedoelde conclusie van de Commissie opnieuw moet worden beoordeeld.

Artikel 11

Intrekking

Verordening (EG) nr. 889/2008 wordt ingetrokken.

De bijlagen VII en IX blijven evenwel van toepassing tot en met 31 december 2023.

Artikel 12

Overgangsbepalingen

1. Voor de toepassing van artikel 5, lid 4, van deze verordening mogen de in bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 889/2008 vermelde reinigings- en ontsmettingsproducten tot en met 31 december 2023 verder worden gebruikt voor het reinigen en ontsmetten van vijvers, kooien, tanks, doorstroomsystemen, gebouwen of installaties voor dierlijke productie, met inachtneming van bijlage IV, deel D, bij deze verordening.

2. Voor de toepassing van artikel 24, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2018/848 mogen de in bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 889/2008 opgenomen niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong tot en met 31 december 2023 verder worden gebruikt voor de productie van verwerkte biologische levensmiddelen. Verwerkte biologische levensmiddelen die vóór 1 januari 2024 zijn geproduceerd met die niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong, mogen in de handel worden gebracht totdat de voorraden zijn uitgeput.

3. De bewijsstukken die overeenkomstig artikel 68 van Verordening (EG) nr. 889/2008 vóór 1 januari 2022 zijn afgegeven, blijven geldig tot het einde van de geldigheidsperiode ervan, maar uiterlijk tot en met 31 december 2022.

Artikel 13

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 5, leden 1, 2 en 3, en artikel 7 zijn echter met ingang van 1 januari 2024 van toepassing.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 juli 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1.

(2) Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1).

(3) Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PB L 250 van 18.9.2008, blz. 1).

(4) Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia (PB L 104 van 8.4.2004, blz. 1).

(5) Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).

(6) Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

(7) Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).

(8) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(9) Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1).

(10) Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003 (PB L 170 van 25.6.2019, blz. 1).

(11) Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).

(12) Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(13) Verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie (PB L 229 van 1.9.2009, blz. 1).

(14) Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29).

(15) Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16).

(16) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de wijnbouwoppervlakten waar het alcoholgehalte mag worden verhoogd, de toegestane oenologische procedés en de beperkingen met betrekking tot de productie en de bewaring van wijnbouwproducten, het minimale alcoholpercentage voor bijproducten en de verwijdering van die producten, en de bekendmaking van OIV-dossiers (PB L 149 van 7.6.2019, blz. 1).

(17) Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).


BIJLAGE I

Werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen die zijn toegelaten voor gebruik in de biologische productie als bedoeld in artikel 24, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2018/848

De in deze bijlage vermelde werkzame stoffen mogen aanwezig zijn in gewasbeschermingsmiddelen die worden gebruikt in de biologische productie zoals bepaald in deze bijlage, mits deze gewasbeschermingsmiddelen op grond van Verordening (EG) nr. 1107/2009 zijn toegelaten. Deze gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 en overeenkomstig de voorwaarden die zijn bepaald in de toelatingen die zijn verleend door de lidstaten waar zij worden gebruikt. Als voor de biologische productie restrictievere voorwaarden gelden, zijn deze in de laatste kolom van elke tabel vermeld.

Overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2018/848 mogen beschermstoffen, synergisten en formuleringshulpstoffen als bestanddeel van gewasbeschermingsmiddelen, en toevoegingsstoffen die met gewasbeschermingsmiddelen moeten worden gemengd, in de biologische productie worden gebruikt, mits zij zijn toegelaten op grond van Verordening (EG) nr. 1107/2009. De stoffen in deze bijlage mogen alleen worden gebruikt voor de bestrijding van plaagorganismen zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 24, van Verordening (EU) 2018/848.

Overeenkomstig bijlage II, deel I, punt 1.10.2, van Verordening (EU) 2018/848 mogen deze stoffen alleen worden gebruikt wanneer planten niet adequaat tegen plaagorganismen kunnen worden beschermd met de in punt 1.10.1. van dat deel I bedoelde maatregelen, met name door het gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen, zoals nuttige insecten, mijten en rondwormen die voldoen aan de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad (1).

Voor de toepassing van deze bijlage worden werkzame stoffen onderverdeeld in de volgende subcategorieën:

1. Basisstoffen

De in deel C van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen basisstoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong die op levensmiddelen, zoals omschreven in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (2), zijn gebaseerd, mogen worden gebruikt voor gewasbescherming in de biologische productie. Die basisstoffen zijn in de onderstaande tabel gemarkeerd met een asterisk. Ze worden gebruikt overeenkomstig de toepassingen, voorwaarden en beperkingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende evaluatieverslagen (3) en rekening houdend met eventuele aanvullende beperkingen die zijn opgenomen in de laatste kolom van de onderstaande tabel.

Andere in deel C van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen basisstoffen mogen alleen voor gewasbescherming in de biologische productie worden gebruikt als zij in de onderstaande tabel zijn opgenomen. Die basisstoffen worden gebruikt overeenkomstig de toepassingen, voorwaarden en beperkingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende evaluatieverslagen3 en rekening houdend met eventuele aanvullende beperkingen die zijn opgenomen in de rechterkolom van de onderstaande tabel.

Basisstoffen mogen niet als herbicide worden gebruikt.

Nummer en deel van de bijlage (4)

CAS-nr.

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

1C

 

Equisetum arvense L.*

 

2C

9012-76-4

Chitosanhydrochloride*

verkregen uit Aspergillus of uit biologische aquacultuur of uit duurzame visserij, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5)

3C

57-50-1

Sacharose*

 

4C

1305-62-0

Calciumhydroxide

 

5C

90132-02-8

Azijn*

 

6C

8002-43-5

Lecithinen*

 

7C

Salix spp. Cortex*

 

8C

57-48-7

Fructose*

 

9C

144-55-8

Natriumwaterstofcarbonaat

 

10C

92129-90-3

Wei*

 

11C

7783-28-0

Diammoniumfosfaat

alleen in vallen

12C

8001-21-6

Zonnebloemolie*

 

14C

84012-40-8

90131-83-2

Urtica spp. (Urtica dioica-extract) (Urtica urens-extract)*

 

15C

7722-84-1

Waterstofperoxide

 

16C

7647-14-5

Natriumchloride

 

17C

8029-31-0

Bier*

 

18C

Mosterdzaadpoeder*

 

20C

8002-72-0

Uienolie*

 

21C

52-89-1

L-cysteïne (E 920)

 

22C

8049-98-7

Koemelk*

 

23C

Extract van uienbollen (Allium cepa L.)

 

 

 

Andere basisstoffen van plantaardige of dierlijke oorsprong en op basis van levensmiddelen*

 

2. Werkzame stoffen met een laag risico

Werkzame stoffen met een laag risico die geen micro-organismen zijn en die zijn opgenomen in deel D van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, mogen worden gebruikt voor gewasbescherming in de biologische productie als zij in de onderstaande tabel of elders in deze bijlage zijn opgenomen. Die werkzame stoffen met een laag risico worden gebruikt overeenkomstig de toepassingen, voorwaarden en beperkingen krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en rekening houdend met eventuele aanvullende beperkingen die zijn opgenomen in de laatste kolom van de onderstaande tabel.

Nummer en deel van de bijlage (6)

CAS-nr.

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

2D

 

COS-OGA

 

3D

 

Cerevisaan en andere producten op basis van fragmenten van cellen van micro-organismen

Niet afkomstig van ggo’s

5D

10045-86-6

IJzerfosfaat (ijzer-III-orthofosfaat)

 

12D

9008-22-4

Laminarine

Kelp moet afkomstig zijn van de biologische aquacultuur of overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 2.4, van Verordening (EU) 2018/848 op duurzame wijze zijn verzameld

3. Micro-organismen

Alle in de delen A, B en D van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen micro-organismen mogen in de biologische productie worden gebruikt mits zij niet afkomstig zijn van ggo’s en worden gebruikt overeenkomstig de toepassingen, voorwaarden en beperkingen die zijn vastgesteld in de desbetreffende evaluatieverslagen3. Micro-organismen, met inbegrip van virussen, zijn biologische bestrijdingsmiddelen die op grond van Verordening (EG) nr. 1107/2009 als werkzame stoffen worden beschouwd.

4. Werkzame stoffen die niet onder een van de bovenstaande categorieën vallen

De werkzame stoffen die krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 zijn goedgekeurd en in de onderstaande tabel zijn opgenomen, mogen alleen als gewasbeschermingsmiddel in de biologische productie worden gebruikt wanneer zij worden gebruikt overeenkomstig de toepassingen, voorwaarden en beperkingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en rekening houdend met eventuele aanvullende beperkingen die zijn opgenomen in de rechterkolom van de onderstaande tabel.

Nummer en deel van de bijlage (7)

CAS-nr.

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

139A

131929-60-7

131929-63-0

Spinosad

 

225A

124-38-9

Koolstofdioxide

 

227A

74-85-1

Ethyleen

enkel bij bananen en aardappelen; mag echter ook bij citrusvruchten worden gebruikt als onderdeel van een strategie ter voorkoming van schade door fruitvliegen

230A

o.a. 67701-09-1

Vetzuren

alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide

231A

8008-99-9

Knoflookextract (Allium sativum)

 

234A

CAS-nr. niet toegewezen

CIPAC-nr. 901

Gehydrolyseerde eiwitten, met uitzondering van gelatine

 

244A

298-14-6

Kaliumwaterstofcarbonaat

 

249A

98999-15-6

Op geur gebaseerde afweermiddelen van dierlijke of van plantaardige oorsprong/schapenvet

 

255A e.a.

 

Feromonen en andere signaalstoffen

alleen in vallen en verstuivers

220A

1332-58-7

Aluminiumsilicaat (kaolien)

 

236A

61790-53-2

Kiezelgoer (diatomeeënaarde)

 

247A

14808-60-7

7637-86-9

Kwartszand

 

343A

11141-17-6

84696-25-3

Azadirachtin (margosa-extract)

geëxtraheerd uit zaden van de neemboom (Azadirachta indica)

240A

8000-29-1

Citronellaolie

alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide

241A

84961-50-2

Kruidnagelolie

alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide

242A

8002-13-9

Raapzaadolie

alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide

243A

8008-79-5

Groenemuntolie

alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide

56A

8028-48-6

5989-27-5

Sinaasappelolie

alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide

228A

68647-73-4

Theeboomolie

alle toepassingen zijn toegestaan, behalve gebruik als herbicide

246A

8003-34-7

Uit planten geëxtraheerde pyrethrinen

 

292A

7704-34-9

Zwavel

 

294A 295A

64742-46-7

72623-86-0

97862-82-3

8042-47-5

Paraffineoliën

 

345A

1344-81-6

Californische pap (calciumpolysulfide)

 

44B

9050-36-6

Maltodextrine

 

45B

97-53-0

Eugenol

 

46B

106-24-1

Geraniol

 

47B

89-83-8

Thymol

 

10E

20427-59-2

Koperhydroxide

overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt enkel gebruik dat aanleiding geeft tot een totale toepassing over een periode van 7 jaar van maximum 28 kg koper per hectare toegelaten

10E

1332-65-6

1332-40-7

Koperoxychloride

10E

1317-39-1

Koperoxide

10E

8011-63-0

Bordeauxse pap

10E

12527-76-3

Tribasisch kopersulfaat

40A

52918-63-5

Deltamethrin

alleen in vallen met specifieke lokstoffen ter bestrijding van Bactrocera oleae en Ceratritis capitata

5E

91465-08-6

Lambda-cyhalothrin

alleen in vallen met specifieke lokstoffen ter bestrijding van Bactrocera oleae en Ceratritis capitata


(1) Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 35).

(2) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

(3) Beschikbaar in de pesticidendatabank: https://ec.europa.eu/food/plant/pesticides/eu-pesticides-database/active-substances/?event=search.as

(4) Lijst overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, waarbij categorie A verwijst naar werkzame stoffen die geacht worden te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009, categorie B naar werkzame stoffen die zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009, categorie C naar basisstoffen, categorie D naar werkzame stoffen met een laag risico en categorie E naar stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen.

(5) Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).

(6) Lijst overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, waarbij deel A verwijst naar werkzame stoffen die geacht worden te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009, deel B naar uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurde werkzame stoffen, deel C naar basisstoffen, deel D naar werkzame stoffen met een laag risico en deel E naar werkzame stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen.

(7) Lijst overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, waarbij deel A verwijst naar werkzame stoffen die geacht worden te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009, deel B naar uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 goedgekeurde werkzame stoffen, deel C naar basisstoffen, deel D naar werkzame stoffen met een laag risico en deel E naar werkzame stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen.


BIJLAGE II

Toegelaten meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten als bedoeld in artikel 24, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2018/848

De in deze bijlage opgenomen meststoffen, bodemverbeteraars en nutriënten (1) mogen in de biologische productie worden gebruikt, mits zij voldoen aan:

de desbetreffende wetgeving van de Unie en van de lidstaten inzake meststoffen, en met name — waar van toepassing — Verordening (EG) nr. 2003/2003 en Verordening (EU) 2019/1009, en

de wetgeving van de Unie inzake dierlijke bijproducten, en met name Verordening (EG) nr. 1069/2009 en Verordening (EU) nr. 142/2011, in het bijzonder de bijlagen V en XI.

Overeenkomstig bijlage II, deel I, punt 1.9.6, van Verordening (EU) 2018/848 mag gebruik worden gemaakt van preparaten op basis van micro-organismen om de algemene bodemgesteldheid of de beschikbaarheid van nutriënten in de bodem of in de gewassen te verbeteren.

Zij mogen alleen worden gebruikt overeenkomstig de specificaties en gebruiksbeperkingen die zijn vastgelegd in bovengenoemde respectieve wetgeving van de Unie en de lidstaten. Als voor de biologische productie restrictievere voorwaarden gelden, zijn deze in de rechterkolom van de tabel vermeld.

Naam

Samengestelde producten of producten die uitsluitend de hieronder genoemde stoffen bevatten

Beschrijving, specifieke voorwaarden en beperkingen

Stalmest

Product dat bestaat uit een mengsel van dierlijke mest en plantaardig materiaal (strooisel en voedermiddelen)

Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij

Gedroogde stalmest en gedehydrateerde pluimveemest

Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij

Gecomposteerde dierlijke mest, met inbegrip van pluimveemest en gecomposteerde stalmest

Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij

Vloeibare dierlijke mest

Mag worden gebruikt na gecontroleerde vergisting en/of adequate verdunning

Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij

Gecomposteerd of vergist mengsel van huishoudelijk afval

Product op basis van aan de bron gescheiden huishoudelijk afval dat is gecomposteerd of anaeroob is vergist voor de productie van biogas

Alleen huishoudelijk afval van plantaardige en van dierlijke oorsprong

Alleen wanneer het is geproduceerd in een door de lidstaat aanvaard gesloten en gecontroleerd verzamelsysteem

Maximumconcentratie in mg/kg droge stof: cadmium: 0,7; koper: 70; nikkel: 25; lood: 45; zink: 200; kwik: 0,4; chroom (totaal): 70; chroom (VI): niet detecteerbaar

Turf

Mag alleen worden gebruikt voor tuinbouw (groenteteelt, sierteelt, boomteelt, boomkwekerij)

Paddenstoelensubstraatafval

Het oorspronkelijke substraat mag alleen producten bevatten die in deze bijlage voorkomen

Wormencompost en substraatmengsel met uitwerpselen van insecten

in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1069/2009 (waar van toepassing)

Guano

 

Gecomposteerd of vergist mengsel van plantaardig materiaal

Product op basis van mengsels van plantaardig materiaal dat is gecomposteerd of anaeroob is vergist voor de productie van biogas

Biogasdigestaat dat dierlijke bijproducten bevat die zijn covergist met materiaal van plantaardige of dierlijke oorsprong als opgenomen in deze bijlage

Dierlijke bijproducten (met inbegrip van bijproducten van wilde dieren) van categorie 3, en de inhoud van het maag-darmkanaal van categorie 2 (categorieën als omschreven in Verordening (EG) nr. 1069/2009)

Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij

De procedés moeten in overeenstemming zijn met Verordening (EU) nr. 142/2011

Niet van toepassing op de eetbare delen van het gewas

De onderstaande producten of bijproducten van dierlijke oorsprong:

 

bloedmeel

 

hoefmeel

 

hoornmeel

 

beendermeel of ontlijmd beendermeel

 

vismeel

 

vleesmeel

 

verenmeel, haarmeel en chiquetmeel

 

wol

 

pels (1)

 

haren

 

zuivelproducten

 

gehydrolyseerde eiwitten (2)

(1)

Maximumconcentratie chroom (VI) in mg/kg droge stof: niet detecteerbaar

(2)

Niet van toepassing op de eetbare delen van het gewas

Producten en bijproducten van plantaardige oorsprong voor bemesting

Bijvoorbeeld: meel van koeken van oliehoudende zaden, cacaodoppen, moutkiemen

Gehydrolyseerde eiwitten van plantaardige oorsprong

 

Algen en algenproducten

Uitsluitend verkregen door:

i)

fysische behandelingen met inbegrip van dehydratatie, bevriezing en vermaling;

ii)

extractie met water of met zure en/of basische waterige oplossingen;

iii)

gisting

Alleen afkomstig van de biologische productie of overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 2.4, van Verordening (EU) 2018/848 op duurzame wijze verzameld

Zaagsel en houtspaanders

Van hout dat na de kap niet chemisch is behandeld

Gecomposteerde boomschors

Van hout dat na de kap niet chemisch is behandeld

Houtas

Van hout dat na de kap niet chemisch is behandeld

Zacht natuurlijk fosfaat

Door vermaling van zachte natuurfosfaten verkregen product dat als hoofdbestanddelen tricalciumfosfaat en calciumcarbonaat bevat

Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten):

 

25 % P2O5

 

Fosfor, uitgedrukt als P2O5, oplosbaar in mineraalzuur, waarvan ten minste 55 % van het aangegeven P2O5-gehalte oplosbaar is in 2 % mierenzuur

Deeltjesgrootte:

een zeef met een maaswijdte van 0,063 mm moet ten minste 90 % massa doorlaten

een zeef met een maaswijdte van 0,125 mm moet ten minste 99 % massa doorlaten

Tot 15 juli 2022: cadmiumgehalte ten hoogste 90 mg/kg P205;

met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing

Aluminiumcalciumfosfaat

Door thermische ontsluiting en vermaling verkregen amorf product dat als hoofdbestanddelen aluminium- en calciumfosfaten bevat

Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten):

 

30 % P2O5

 

Fosfor, uitgedrukt als P2O5, oplosbaar in mineraalzuur, waarvan ten minste 75 % van het aangegeven P2O5-gehalte oplosbaar is in alkalisch ammoniumcitraat (Joulie)

Deeltjesgrootte:

een zeef met een maaswijdte van 0,160 mm moet ten minste 90 % massa doorlaten

een zeef met een maaswijdte van 0,630 mm moet ten minste 98 % massa doorlaten

Tot 15 juli 2022: cadmiumgehalte ten hoogste 90 mg/kg P205;

met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing

Mag alleen worden gebruikt op basische gronden (pH > 7,5)

Fosfaatslakken (thomasfosfaat of thomasslakken)

In staalfabrieken door bewerking van fosforhoudend gietijzer verkregen product dat als hoofdbestanddeel calciumsilicofosfaat bevat

Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten):

 

12 % P2O5

 

Fosfor, uitgedrukt als fosforpentoxide, oplosbaar in mineraalzuur, waarvan ten minste 75 % van het aangegeven gehalte oplosbaar is in 2 % citroenzuur

of

10 % P2O5

Fosfor, uitgedrukt als fosforpentoxide, oplosbaar in 2 % citroenzuur

Deeltjesgrootte:

een zeef met een maaswijdte van 0,160 mm moet ten minste 75 % doorlaten

een zeef met een maaswijdte van 0,630 mm moet ten minste 96 % doorlaten

Met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing

Ruw kalizout

Door vermaling van ruwe kalizouten verkregen product

Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten):

 

9 % K2O

 

Kalium uitgedrukt als in water oplosbaar K2O

 

2 % MgO

 

Magnesium in de vorm van in water oplosbare zouten, uitgedrukt als magnesiumoxide

 

Met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing

Kaliumsulfaat dat mogelijk magnesiumzout bevat

Door een fysisch extractieprocedé uit ruw kalizout verkregen product, dat mogelijk ook magnesiumzouten bevat

Vinasse en vinasse-extracten

Met uitsluiting van ammoniakhoudende vinasse

Calciumcarbonaat, bv.: krijt, mergel, gemalen kalksteen, kalkwier (maerl), fosfaathoudend krijt

Uitsluitend van natuurlijke oorsprong

Schelpafval

Uitsluitend van biologische aquacultuur of van duurzame visserij overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013

Eierschalen

Het product mag niet afkomstig zijn van niet-grondgebonden veehouderij

Calcium- en magnesiumcarbonaat

Uitsluitend van natuurlijke oorsprong

(bv. magnesiumhoudend krijt, gemalen magnesium, kalksteen)

Magnesiumsulfaat (kieseriet)

Uitsluitend van natuurlijke oorsprong

Calciumchlorideoplossing

Uitsluitend voor bladbehandeling bij appelbomen om calciumtekort te voorkomen

Calciumsulfaat (gips)

Natuurlijk product dat in verschillende mate gehydrateerd calciumsulfaat bevat

Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten):

 

25 % CaO

 

35 % SO3

Calcium en zwavel uitgedrukt als het totaal aan CaO + SO3

Korrelgrootte:

een zeef met een maaswijdte van 2 mm moet ten minste 80 % doorlaten

een zeef met een maaswijdte van 10 mm moet ten minste 99 % doorlaten

Met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing

Industriekalk afkomstig van de suikerproductie

Bijproduct van de suikerproductie op basis van suikerbieten en suikerriet

Industriekalk afkomstig van de productie van vacuümzout

Bijproduct van de productie van vacuümzout, verkregen uit pekel uit de bergen

Elementaire zwavel

Tot en met 15 juli 2022: als vermeld overeenkomstig bijlage I, deel D, van Verordening (EG) nr. 2003/2003;

met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing

Anorganische micronutriëntenmeststof

Tot en met 15 juli 2022: als vermeld overeenkomstig bijlage I, deel E, van Verordening (EG) nr. 2003/2003;

met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing

Natriumchloride

 

Steenmeel, klei en kleimineralen

 

Leonardiet (ruw organisch sediment dat rijk is aan humuszuren)

Alleen indien verkregen als bijproduct van mijnactiviteiten

Humus- en fulvinezuren

Alleen indien verkregen uit anorganische zouten/oplossingen met uitzondering van ammoniumzouten; of verkregen uit drinkwaterzuivering

Xyliet

Alleen indien verkregen als bijproduct van mijnactiviteiten (bv. bijproduct van de winning van bruinkool)

Chitine (polysacharide verkregen uit de schaal van schaaldieren)

Verkregen van biologische aquacultuur of van duurzame visserij overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013

Uit zoetwaterlichamen afkomstig organisch (2) rijk sediment dat wordt gevormd in een zuurstofvrije omgeving

(bv. sapropelium)

Alleen organische sedimenten die bijproducten van het beheer van zoetwaterlichamen zijn of zijn geëxtraheerd uit voormalige zoetwatergebieden

Het aquatische systeem dient zo weinig mogelijk gevolgen van de extractie te ondervinden

Alleen sedimenten afkomstig van bronnen die vrij zijn van verontreiniging door pesticiden, persistente organische verontreinigende stoffen en op petroleum lijkende stoffen

Tot en met 15 juli 2022: maximumconcentratie in mg/kg droge stof: cadmium: 0,7; koper: 70; nikkel: 25; lood: 45; zink: 200; kwik: 0,4; chroom (totaal): 70; chroom (VI): niet detecteerbaar

Met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing

Biochar — pyrolyseproduct gemaakt van allerlei organische materialen van plantaardige oorsprong en toegepast als bodemverbeteringsmiddel

Alleen van plantaardige materialen; behandeling na de oogst uitsluitend toegestaan met in bijlage I vermelde producten

Tot en met 15 juli 2022: maximumwaarde van 4 mg polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) per kg droge stof (DS)

Met ingang van 16 juli 2022 zijn de desbetreffende in Verordening (EU) 2019/1009 vastgestelde grenswaarden voor contaminanten van toepassing


(1) Waaronder met name alle productfunctiecategorieën die zijn opgenomen in deel I van bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1009.

(2) “Organisch” is hier gebruikt in de zin van organische scheikunde en verwijst niet naar organische (biologische) landbouw.


BIJLAGE III

Toegelaten producten en stoffen voor gebruik als diervoeder of bij de productie van diervoeders

DEEL A

Toegelaten van planten, algen, dieren of gist afkomstig niet-biologisch voedermiddel of voedermiddel van microbiële of minerale oorsprong, zoals bedoeld in artikel 24, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2018/848

1) VOEDERMIDDELEN VAN MINERALE OORSPRONG

Nummer in de catalogus van voedermiddelen (1)

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

11.1.1

Calciumcarbonaat

 

11.1.2

Kalkhoudende zeeschelpen

 

11.1.4

Maerl (kalkwier)

 

11.1.5

Lithothamne

 

11.1.13

Calciumgluconaat

 

11.2.1

Magnesiumoxide

 

11.2.4

Watervrij magnesiumsulfaat

 

11.2.6

Magnesiumchloride

 

11.2.7

Magnesiumcarbonaat

 

11.3.1

Dicalciumfosfaat

 

11.3.3

Monocalciumfosfaat

 

11.3.5

Calciummagnesiumfosfaat

 

11.3.8

Magnesiumfosfaat

 

11.3.10

Mononatriumfosfaat

 

11.3.16

Calciumnatriumfosfaat

 

11.3.17

Monoammoniumfosfaat (ammoniumdiwaterstoforthofosfaat)

Alleen voor aquacultuur

11.4.1

Natriumchloride

 

11.4.2

Natriumbicarbonaat

 

11.4.4

Natriumcarbonaat

 

11.4.6

Natriumsulfaat

 

11.5.1

Kaliumchloride

 

2) ANDERE VOEDERMIDDELEN

Nummer in de catalogus van voedermiddelen (2)

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

10

Meel, olie en ander voedermateriaal afkomstig van vissen of andere waterdieren

Mits afkomstig van visserijen die als duurzaam zijn gecertificeerd in het kader van een regeling die de bevoegde autoriteit overeenkomstig de beginselen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 heeft erkend

Mits zonder chemisch gesynthetiseerde oplosmiddelen geproduceerd of bereid

Gebruik enkel toegestaan in diervoeders voor niet-herbivoren

Gebruik van eiwithydrolysaat van vis is enkel toegestaan in diervoeders voor jonge niet-herbivoren

10

Meel, olie en ander voedermateriaal, afkomstig van vissen, weekdieren of schaaldieren

Voor carnivore aquacultuurdieren

Afkomstig van visserijen die als duurzaam zijn gecertificeerd in het kader van een regeling die de bevoegde autoriteit overeenkomstig de beginselen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 heeft erkend, overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.1, c), van Verordening (EU) 2018/848

Afkomstig van snijresten van vissen, schaaldieren of weekdieren die reeds voor menselijke consumptie zijn gevangen; overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.3., c), van Verordening (EU) 2018/848 of afkomstig van volledige vissen, schaaldieren of weekdieren die zijn gevangen en niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.3., d), van Verordening (EU) 2018/848

10

Vismeel en visolie

In de opkweekfase voor vis in binnenwateren, peneïdegarnalen, zoetwatergarnalen en tropische zoetwatervis

Afkomstig van visserijen die als duurzaam zijn gecertificeerd in het kader van een regeling die de bevoegde autoriteit overeenkomstig de beginselen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 heeft erkend, overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.1, c), van Verordening (EU) 2018/848

Enkel bij gebrek aan voldoende natuurlijk voeder in vijvers en meren mag het voederrantsoen van peneïdegarnalen en zoetwatergarnalen (Macrobrachium spp.) maximaal uit 25 % vismeel en 10 % visolie bestaan en mag het voederrantsoen van pangasius (Pangasius spp.) maximaal uit 10 % vismeel of visolie bestaan, overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.4, c), i) en ii) van Verordening (EU) 2018/848.

ex 12.1.5

Gist

Afkomstig van Saccharomyces cerevisiae of Saccharomyces carlsbergensis, geïnactiveerd zodat er geen levende micro-organismen meer aanwezig zijn

Indien niet beschikbaar van biologische oorsprong

ex 12.1.12

Gistproducten

Fermentatieproduct afkomstig van Saccharomyces cerevisiae of Saccharomyces carlsbergensis, geïnactiveerd zodat er geen levende micro-organismen meer aanwezig zijn, en gistdeeltjes bevattend

Indien niet beschikbaar van biologische oorsprong

 

Cholesterol

Product verkregen uit wolvet (lanoline) door verzeping, scheiding en kristallisatie, uit schaal- en schelpdieren of uit andere bronnen

Om te voldoen aan de kwantitatieve voedingsbehoeften van peneïdegarnalen en zoetwatergarnalen (Macrobrachium spp.) in de opkweekfase en in eerdere levensstadia in kweek- en broedkamers

Indien niet beschikbaar van biologische oorsprong

 

Kruiden

Overeenkomstig artikel 24, lid 3, punt e), iv), van Verordening (EU) 2018/848, en met name:

Indien niet beschikbaar in biologische vorm

Zonder chemische oplosmiddelen geproduceerd of bereid

Maximaal 1 % van het voederrantsoen

 

Melasse

Overeenkomstig artikel 24, lid 3, punt e), iv), van Verordening (EU) 2018/848, en met name:

Indien niet beschikbaar in biologische vorm

Zonder chemische oplosmiddelen geproduceerd of bereid

Maximaal 1 % van het voederrantsoen

 

Fytoplankton en zoöplankton

Alleen bij de larvenkweek van biologische juvenielen

 

Specifieke eiwitsamenstellingen

Overeenkomstig punt 1.9.3.1, c), en 1.9.4.2, c), van Verordening (EU) 2018/848, en met name

Tot en met 31 december 2026,

Indien niet beschikbaar in biologische vorm;

Zonder chemische oplosmiddelen geproduceerd of bereid

Voor het voederen van biggen tot 35 kg of van jong pluimvee

Maximaal 5 % van de droge stof van diervoeders van agrarische oorsprong per periode van twaalf maanden

 

Specerijen

Overeenkomstig artikel 24, lid 3, punt e), iv), van Verordening (EU) 2018/848, en met name:

Indien niet beschikbaar in biologische vorm

Zonder chemische oplosmiddelen geproduceerd of bereid

Maximaal 1 % van het voederrantsoen

DEEL B

Toegelaten diervoederadditieven en technische hulpstoffen voor diervoeding als bedoeld in artikel 24, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2018/848

De in dit deel opgenomen diervoederadditieven mogen slechts worden gebruikt indien daarvoor een vergunning is verleend op grond van Verordening (EG) nr. 1831/2003.

De hieronder vermelde specifieke voorwaarden moeten worden toegepast naast de voorwaarden van de vergunningen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1831/2003.

1) TECHNOLOGISCHE TOEVOEGINGSMIDDELEN

a) Conserveermiddelen

Code of functionele groep

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

E 200

Sorbinezuur

 

E 236

Mierenzuur

 

E 237

Natriumformiaat

 

E 260

Azijnzuur

 

E 270

Melkzuur

 

E 280

Propionzuur

 

E 330

Citroenzuur

 

b) Antioxidanten

Code of functionele groep

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

1b306(i)

Tocoferolextracten van plantaardige oliën

 

1b306(ii)

Tocoferolrijke extracten van plantaardige oliën (rijk aan delta-tocoferol)

 

c) Emulgatoren, stabilisatoren, verdikkingsmiddelen en geleermiddelen

Code of functionele groep

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

1c322, 1c322i

Lecithinen

Alleen wanneer afkomstig van biologische grondstoffen

Alleen voor gebruik in diervoeders voor aquacultuurdieren

d) Bindmiddelen en antiklontermiddelen

Code of functionele groep

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

E 412

Guargom

 

E 535

Natriumferrocyanide

Maximumgehalte: 20 mg/kg NaCl (berekend als ferrocyanideanion)

E 551b

Coloïdale siliciumdioxide

 

E 551c

Kiezelgoer (diatomeeënaarde, gezuiverd)

 

1m558i

Bentoniet

 

E 559

Kaoliniethoudende klei, vrij van asbest

 

E 560

Natuurlijke mengsels van steatiet en chloriet

 

E 561

Vermiculiet

 

E 562

Sepioliet

 

E 566

Natroliet-fonoliet

 

1g568

Clinoptiloliet van sedimentaire oorsprong

 

E 599

Perliet

 

(e) Toevoegingsmiddelen voor kuilvoer

Code of functionele groep

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

1k

Enzymen, micro-organismen

Enkel toegelaten om toereikende gisting te waarborgen

1k236

Mierenzuur

1k237

Natriumformiaat

1k280

Propionzuur

1k281

Natriumpropionaat

2) SENSORIËLE TOEVOEGINGSMIDDELEN

Code of functionele groep

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

ex2a

Astaxanthine

Alleen indien afkomstig van biologische bronnen, zoals schalen van biologische schaaldieren

Alleen in het voederrantsoen van zalm en forel binnen de grenzen van de fysiologische behoeften van deze dieren

Indien geen astaxanthine van biologische bronnen beschikbaar is, mag astaxanthine van natuurlijke bronnen (zoals astaxanthinerijke Phaffia rhodozyma) worden gebruikt.

ex2b

Aromatische stoffen

Alleen extracten van landbouwproducten, met inbegrip van extract van tamme kastanje (Castanea sativa Mill.)

3) NUTRITIONELE TOEVOEGINGSMIDDELEN

a) Vitaminen, provitaminen en in chemische termen gedefinieerde stoffen met een soortgelijke werking

Code of functionele groep

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

ex3a

Vitaminen en provitaminen

Afgeleid van landbouwproducten

Indien niet beschikbaar van landbouwproducten:

synthetisch afgeleide vitaminen mogen voor niet-herkauwers en aquacultuurdieren slechts worden gebruikt indien zij identiek zijn aan van landbouwproducten afgeleide vitaminen;

synthetisch afgeleide vitaminen A, D en E mogen voor herkauwers slechts worden gebruikt indien zij identiek zijn aan van landbouwproducten afgeleide vitaminen; ze moeten zijn goedgekeurd door de lidstaten op basis van een beoordeling van de capaciteit van biologisch gehouden herkauwers om de nodige hoeveelheid van deze vitaminen uit hun voederrantsoen te halen.

3a920

Watervrije betaïne

Alleen voor niet-herkauwers

Afkomstig van biologische productie; indien niet beschikbaar, van natuurlijke oorsprong

b) Verbindingen van sporenelementen

Code of functionele groep

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

3b101

IJzer(II)carbonaat (sideriet)

 

3b103

IJzer(II)sulfaat-monohydraat

 

3b104

IJzer(II)sulfaat-heptahydraat

 

3b201

Kaliumjodide

 

3b202

Calciumjodaat, watervrij

 

3b203

Gecoate korrels watervrij calciumjodaat

 

3b301

Kobalt(II)acetaat-tetrahydraat

 

3b302

Kobalt(II)carbonaat

 

3b303

Kobalt(II)carbonaathydroxide (2:3)-monohydraat

 

3b304

Gecoate korrels kobalt(II)carbonaat

 

3b305

Kobalt(II)sulfaat-heptahydraat

 

3b402

Koper(II)carbonaatdihydroxide-monohydraat

 

3b404

Koper(II)oxide

 

3b405

Koper(II)sulfaat-pentahydraat

 

3b409

Dikoperchloridetrihydroxide

 

3b502

Mangaan(II)oxide

 

3b503

Mangaansulfaat, monohydraat

 

3b603

Zinkoxide

 

3b604

Zinksulfaat-heptahydraat

 

3b605

Zinksulfaat-monohydraat

 

3b609

Zinkchloridehydroxide-monohydraat

 

3b701

Natriummolybdaatdihydraat

 

3b801

Natriumseleniet

 

3b802

3b803

Gecoate korrels natriumseleniet

Natriumselenaat

 

3b810

Geïnactiveerde geseleniseerde gist, Saccharomyces cerevisiae CNCM I-3060

 

3b811

Geïnactiveerde geseleniseerde gist, Saccharomyces cerevisiae NCYC R397

 

3b812

Geïnactiveerde geseleniseerde gist, Saccharomyces cerevisiae CNCM I-3399

 

3b813

Geïnactiveerde geseleniseerde gist, Saccharomyces cerevisiae NCYC R646

 

3b817

Geïnactiveerde geseleniseerde gist, Saccharomyces cerevisiae NCYC R645

 

c) Aminozuren, de zouten en de analogen daarvan

Code of functionele groep

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

3c3.5.1 en 3c352

L-histidinemonohydrochloride-monohydraat

Via fermentatie verkregen

Mag in het voederrantsoen voor zalmachtigen worden gebruikt wanneer in de in deel II, punt 3.1.3.3., van bijlage II bij Verordening (EU) 2018/848 vermelde voederbronnen onvoldoende histidine aanwezig is om aan de voedingsbehoeften van de vis te voldoen

4) ZOÖTECHNISCHE TOEVOEGINGSMIDDELEN

Code of functionele groep

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

4a, 4b, 4c en 4d

Enzymen en micro-organismen

 


(1) Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 68/2013 van de Commissie van 16 januari 2013 betreffende de catalogus van voedermiddelen (PB L 29 van 30.1.2013, blz. 1).

(2) Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 68/2013.


BIJLAGE IV

Toegelaten producten voor reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 24, lid 1, punten e), f) en g), van Verordening (EU) 2018/848

DEEL A

Producten voor het reinigen en ontsmetten van vijvers, kooien, tanks, doorstroomsystemen, gebouwen of installaties voor dierlijke productie

DEEL B

Producten voor het reinigen en ontsmetten van gebouwen en installaties voor plantaardige productie, waaronder voor opslag in een landbouwbedrijf

DEEL C

Producten voor het reinigen en ontsmetten van verwerkings- en opslagfaciliteiten

DEEL D

In artikel 12, lid 1, van deze verordening bedoelde producten

De volgende producten of producten die de volgende in bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 889/2008 opgenomen actieve stoffen bevatten, mogen niet als biociden worden gebruikt:

bijtende soda,

bijtende potas,

oxaalzuur,

natuurlijke plantenextracten, met uitzondering van lijnzaadolie, lavendelolie en pepermuntolie,

salpeterzuur,

fosforzuur,

natriumcarbonaat,

kopersulfaat,

kaliumpermanganaat,

uit natuurlijk Camelia-zaad vervaardigde theezaadpellets,

humuszuur,

peroxyazijnzuren, met uitzondering van perazijnzuur


BIJLAGE V

Toegelaten producten en stoffen voor gebruik in de productie van verwerkte biologische levensmiddelen en voor de productie van als levensmiddel of diervoeder gebruikte gist

DEEL A

Toegelaten levensmiddelenadditieven en technische hulpstoffen als bedoeld in artikel 24, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2018/848

DEEL A1 — LEVENSMIDDELENADDITIEVEN, INCLUSIEF DRAGERS

Voor de biologische levensmiddelen waaraan levensmiddelenadditieven mogen worden toegevoegd, gelden de in Verordening (EG) nr. 1333/2008 vastgelegde grenswaarden.

De hieronder vermelde specifieke voorwaarden en beperkingen moeten worden toegepast naast de voorwaarden van de vergunningen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1333/2008.

Bij de berekening van de in artikel 30, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 bedoelde percentages worden levensmiddelenadditieven die in de kolom met het codenummer met een asterisk zijn aangemerkt, meegerekend als ingrediënten van agrarische oorsprong.

Code

Naam

Biologische levensmiddelen waaraan de stof mag worden toegevoegd

Specifieke voorwaarden en beperkingen

E 153

Plantaardige koolstof

Eetbare kaaskorsten van met een laagje gemalen houtskool bedekte geitenkaas

“Morbier”-kaas

 

E 160b(i)*

Annatto bixine

“Red Leicester”-kaas

“Double Gloucester”-kaas

Cheddar

“Mimolette”-kaas

 

E 160b(ii)*

Annatto norbixine

“Red Leicester”-kaas

“Double Gloucester”-kaas

cheddarkaas

“Mimolette”-kaas

 

E 170

Calciumcarbonaat

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Mag niet als kleurstof worden gebruikt en mag niet worden gebruikt om producten met calcium te verrijken

E 220

Zwaveldioxide

Vruchtenwijn (wijn die is bereid uit andere vruchten dan druiven, met inbegrip van cider en perenwijn) en honingwijn met of zonder toegevoegde suiker

100 mg/l (maximumgehalte aan de stof uit alle bronnen, uitgedrukt als SO2 in mg/l)

E 223

Natriummetabisulfiet

Schaaldieren

 

E 224

Kaliummetabisulfiet

Vruchtenwijn (wijn die is bereid uit andere vruchten dan druiven, met inbegrip van cider en perenwijn) en honingwijn met of zonder toegevoegde suiker

100 mg/l (maximumgehalte aan de stof uit alle bronnen, uitgedrukt als SO2 in mg/l)

E 250

Natriumnitriet

Vleesproducten

Mag uitsluitend worden gebruikt wanneer ten genoegen van de bevoegde autoriteit is aangetoond dat er geen technologisch alternatief is dat dezelfde garanties biedt en/of de specifieke kenmerken van het product handhaaft

Niet in combinatie met E 252

Toegevoegde hoeveelheid, uitgedrukt als NaNO2: 80 mg/kg, maximaal toegestaan residu, uitgedrukt als NaNO2: 50 mg/kg

E 252

Kaliumnitraat

Vleesproducten

Mag uitsluitend worden gebruikt wanneer ten genoegen van de bevoegde autoriteit is aangetoond dat er geen technologisch alternatief is dat dezelfde garanties biedt en/of de specifieke kenmerken van het product handhaaft

Niet in combinatie met E 250

Toegevoegde hoeveelheid, uitgedrukt als NaNO3: 80 mg/kg, maximaal toegestaan residu, uitgedrukt als NaNO3: 50 mg/kg

E 270

Melkzuur

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

E 290

Koolstofdioxide

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

E 296

Appelzuur

Producten van plantaardige oorsprong

 

E 300

Ascorbinezuur

Producten van plantaardige oorsprong

Vleesproducten

 

E 301

Natriumascorbaat

Vleesproducten

Mag alleen worden gebruikt in verband met nitrieten of nitraten

E 306*

Tocoferolrijk

extract

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Antioxidanten

E 322*

Lecithinen

Producten van plantaardige oorsprong

Zuivelproducten

Uitsluitend van biologische productie

E 325

Natriumlactaat

Producten van plantaardige oorsprong

Producten op basis van melk en vleesproducten

 

E 330

Citroenzuur

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

E 331

Natriumcitraten

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

E 333

Calciumcitraten

Producten van plantaardige oorsprong

 

E 334

Wijnsteenzuur

(L(+)-)

Producten van plantaardige oorsprong

Honingwijn

 

E 335

Natriumtartraten

Producten van plantaardige oorsprong

 

E 336

Kaliumtartraten

Producten van plantaardige oorsprong

 

E 341(i)

Monocalcium-fosfaat

Zelfrijzend bakmeel

Rijsmiddel

E 392*

Extracten van rozemarijn

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Uitsluitend van biologische productie

E 400

Alginezuur

Producten van plantaardige oorsprong

Zuivelproducten

 

E 401

Natriumalginaat

Producten van plantaardige oorsprong

Zuivelproducten

Worst op basis van vlees

 

E 402

Kaliumalginaat

Producten van plantaardige oorsprong

Producten op basis van melk

 

E 406

Agaragar

Producten van plantaardige oorsprong

Producten op basis van melk en vleesproducten

 

E 407

Carrageen

Producten van plantaardige oorsprong

Producten op basis van melk

 

E 410*

Johannesbroodpitmeel

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Uitsluitend van biologische productie

E 412*

Guargom

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Uitsluitend van biologische productie

E 414*

Arabische gom

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Uitsluitend van biologische productie

E 415

Xanthaangom

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

E 417

Taragom

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Verdikkingsmiddel

Uitsluitend van biologische productie

E 418

Gellangom

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Enkel variant met een hoog acylgehalte

Uitsluitend van biologische productie, van toepassing vanaf 1 januari 2023

E 422

Glycerol

Plantenextracten

Aroma’s

Alleen van plantaardige oorsprong

Oplosmiddel en drager in plantenextracten, aroma’s

Bevochtigingsmiddel in gelcapsules

Filmomhulsel van tabletten

Uitsluitend van biologische productie

E 440(i)*

Pectine

Producten van plantaardige oorsprong

Producten op basis van melk

 

E 460

Cellulose

Gelatine

 

E 464

Hydroxypropylmethylcellulose

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Materiaal voor het omhulsel van capsules

E 500

Natriumcarbonaten

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

E 501

Kaliumcarbonaten

Producten van plantaardige oorsprong

 

E 503

Ammoniumcarbonaten

Producten van plantaardige oorsprong

 

E 504

Magnesiumcarbonaten

Producten van plantaardige oorsprong

 

E 509

Calciumchloride

Producten op basis van melk

Coagulatiemiddel

E 516

Calciumsulfaat

Producten van plantaardige oorsprong

Drager

E 524

Natriumhydroxide

“Laugengebäck”

Aroma’s

Oppervlaktebehandeling

Zuurteregelaar

E 551

Siliciumdioxide

Kruiden en specerijen in poedervorm

Aroma’s

Propolis

 

E 553b

Talk

Worst op basis van vlees

Oppervlaktebehandeling

E 901

Bijenwas

Suikergoed

Glansmiddel

Uitsluitend van biologische productie

E 903

Carnaubawas

Suikergoed

Citrusvruchten

Glansmiddel

Verzachtende methode voor verplichte extreme koudebehandeling van fruit als verplichte quarantainemaatregel tegen schadelijke organismen overeenkomstig Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2017/1279 van de Commissie (1)

Uitsluitend van biologische productie

E 938

Argon

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

E 939

Helium

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

E 941

Stikstof

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

E 948

Zuurstof

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

E 968

Erytritol

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Alleen van biologische productie zonder gebruikmaking van ionenuitwisselingtechnologie

DEEL A2 — TECHNISCHE HULPSTOFFEN EN ANDERE PRODUCTEN DIE MOGEN WORDEN GEBRUIKT VOOR DE VERWERKING VAN BIOLOGISCH GEPRODUCEERDE INGREDIËNTEN VAN AGRARISCHE OORSPRONG

De hieronder vermelde specifieke voorwaarden en beperkingen moeten worden toegepast naast de voorwaarden van de vergunningen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1333/2008.

Naam

Alleen toegelaten voor de verwerking van de volgende biologische levensmiddelen

Specifieke voorwaarden en beperkingen

Water

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Drinkwater in de zin van Richtlijn 98/83/EG van de Raad (2)

Calciumchloride

Producten van plantaardige oorsprong

Worst op basis van vlees

Coagulatiemiddel

Calciumcarbonaat

Producten van plantaardige oorsprong

 

Calciumhydroxide

Producten van plantaardige oorsprong

 

Calciumsulfaat

Producten van plantaardige oorsprong

Coagulatiemiddel

Magnesiumchloride (of nigari)

Producten van plantaardige oorsprong

Coagulatiemiddel

Kaliumcarbonaat

Druiven

Droogmiddel

Natriumcarbonaat

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

Melkzuur

Kaas

Voor de regeling van de pH van het pekelbad bij de kaasbereiding

L(+)-melkzuur, via gisting verkregen

Eiwithoudende extracten van planten

 

Citroenzuur

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

Natriumhydroxide

Suiker(s)

Olie van plantaardige oorsprong, met uitzondering van olijfolie

Eiwithoudende extracten van planten

 

Zwavelzuur

Gelatine

Suiker(s)

 

Hopextract

Suiker

Alleen voor antimicrobiële doeleinden

Van biologische productie, indien beschikbaar

Pijnharsextract

Suiker

Alleen voor antimicrobiële doeleinden

Van biologische productie, indien beschikbaar

Zoutzuur

Gelatine

Gouda, edammer, maasdammer, Boerenkaas, Friese en Leidse Nagelkaas

Gelatineproductie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3)

Voor de regeling van de pH van het pekelbad bij de bereiding van kaas

Ammoniumhydroxide

Gelatine

Gelatineproductie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 853/2004

Waterstofperoxide

Gelatine

Gelatineproductie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 853/2004

Koolstofdioxide

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

Stikstof

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

Ethanol

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Oplosmiddel

Looizuur

Producten van plantaardige oorsprong

Hulpstof bij filtreren

Ovoalbumine

Producten van plantaardige oorsprong

 

Caseïne

Producten van plantaardige oorsprong

 

Gelatine

Producten van plantaardige oorsprong

 

Vislijm

Producten van plantaardige oorsprong

 

Plantaardige oliën

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Plaatsmeermiddel, losmiddel of antischuimmiddel; alleen wanneer afkomstig van de biologische productie

Siliciumdioxide (gel of colloïdale oplossing)

Producten van plantaardige oorsprong

 

Actieve kool

(CAS-7440-44-0)

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

 

Talk

Producten van plantaardige oorsprong

In overeenstemming met de bijzondere zuiverheidseisen voor het levensmiddelenadditief E 553b

Bentoniet

Producten van plantaardige oorsprong

Honingwijn

Klaringsmiddel voor honingwijn

Cellulose

Producten van plantaardige oorsprong

Gelatine

 

Diatomeeënaarde

Producten van plantaardige oorsprong

Gelatine

 

Perliet

Producten van plantaardige oorsprong

Gelatine

 

Hazelnootdoppen

Producten van plantaardige oorsprong

 

Rijstmeel

Producten van plantaardige oorsprong

 

Bijenwas

Producten van plantaardige oorsprong

Losmiddel

Uitsluitend van biologische productie

Carnaubawas

Producten van plantaardige oorsprong

Losmiddel

Uitsluitend van biologische productie

Azijnzuur/azijn

Producten van plantaardige oorsprong

Vis

Uitsluitend van biologische productie

Van natuurlijke gisting

Thiaminehydrochloride

Vruchtenwijn, cider, perenwijn en honingwijn

 

Diammoniumfosfaat

Vruchtenwijn, cider, perenwijn en honingwijn

 

Houtvezel

Producten van plantaardige of van dierlijke oorsprong

Alleen wanneer afkomstig van gecertificeerd, duurzaam gekapt hout

Het gebruikte hout mag geen toxische bestanddelen (behandeling na de oogst, van nature voorkomende toxines of toxines uit micro-organismen) bevatten

DEEL B

Toegelaten niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong voor gebruik bij de productie van verwerkte biologische levensmiddelen, als bedoeld in artikel 24, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2018/848

Naam

Specifieke voorwaarden en beperkingen

Alga Arame (Eisenia bicyclis), onbewerkt, alsmede producten in eerste graad van bewerking die met deze algen rechtstreeks verband houden

 

Alga Hijiki (Hizikia fusiforme), onbewerkt, alsmede producten in eerste graad van bewerking die met deze algen rechtstreeks verband houden

 

Schors van de Pau d’arco Handroanthus impetiginosus (“lapacho”)

Enkel voor gebruik in kombucha en theemengsels

Darmen

Van natuurlijke grondstoffen van dierlijke oorsprong of van materialen van plantaardige oorsprong

Gelatine

Niet afkomstig van varkens

Melkmineralen in poeder- of vloeibare vorm

Alleen wanneer het om de sensorische functie ervan wordt gebruikt om natriumchloride geheel of gedeeltelijk te vervangen

Wilde vissen en wilde waterdieren, onverwerkt en via verwerking daarvan afgeleide producten

Alleen afkomstig van visserijen die als duurzaam zijn gecertificeerd in het kader van een regeling die de bevoegde autoriteit overeenkomstig de beginselen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 heeft erkend, overeenkomstig bijlage II, deel III, punt 3.1.3.1, c), van Verordening (EU) 2018/848

Alleen indien niet beschikbaar in de biologische aquacultuur

DEEL C

Toegelaten technische hulpstoffen voor de productie van gist en gistproducten als bedoeld in artikel 24, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2018/848

Naam

Primaire gist

Productie/bereiding/formulering van gist

Specifieke voorwaarden en beperkingen

Calciumchloride

X

 

 

Koolstofdioxide

X

X

 

Citroenzuur

X

 

Voor het regelen van de pH-waarde bij de gistproductie

Melkzuur

X

 

Voor het regelen van de pH-waarde bij de gistproductie

Stikstof

X

X

 

Zuurstof

X

X

 

Aardappelzetmeel

X

X

Voor het filteren

Uitsluitend van biologische productie

Natriumcarbonaat

X

X

Voor het regelen van de pH-waarde

Plantaardige oliën

X

X

Plaatsmeermiddel, losmiddel of antischuimmiddel

Uitsluitend van biologische productie

DEEL D

Producten en stoffen die zijn toegelaten voor de productie en bewaring van wijnbouwproducten als bedoeld in bijlage II, deel VI, punt 2.2., van Verordening (EU) 2018/848

Naam

ID-nummers

Verwijzingen in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/934

Specifieke voorwaarden en beperkingen

Lucht

 

Deel A, tabel 1, punten 1 en 8

 

Gasvormige zuurstof

E 948

CAS 17778- 80-2

Deel A, tabel 1, punt 1

Deel A, tabel 2, punt 8.4

 

Argon

E 938

CAS 7440-37-1

Deel A, tabel 1, punt 4

Deel A, tabel 2, punt 8.1

mag niet worden gebruikt voor doorborrelen

Stikstof

E 941

CAS 7727-37-9

Deel A, tabel 1, punten 4, 7 en 8

Deel A, tabel 2, punt 8.2

 

Koolstofdioxide

E 290

CAS 124-38-9

Deel A, tabel 1, punten 4 en 8

Deel A, tabel 2, punt 8.3

 

Stukjes eikenhout

 

Deel A, tabel 1, punt 11

 

Wijnsteenzuur (L(+)-)

E 334

CAS 87-69-4

Deel A, tabel 2, punt 1.1

 

Melkzuur

E 270

Deel A, tabel 2, punt 1.3

 

Kalium-L(+)-tartraat

E 336 (ii)

CAS 921- 53-9

Deel A, tabel 2, punt 1.4

 

Kaliumbicarbonaat

E 501 (ii)

CAS 298- 14-6

Deel A, tabel 2, punt 1.5

 

Calciumcarbonaat

E 170

CAS 471-34-1

Deel A, tabel 2, punt 1.6

 

Calciumsulfaat

E 516

Deel A, tabel 2, punt 1.8

 

Zwaveldioxide

E 220

CAS 7446-09-5

Deel A, tabel 2, punt 2.1

het maximale zwaveldioxidegehalte mag niet hoger liggen dan 100 milligram per liter voor rode wijn die wordt vermeld in bijlage I, deel B, punt A, 1, a), van Verordening (EU) 2019/934 en die een restsuikergehalte van minder dan 2 gram per liter heeft

het maximale zwaveldioxidegehalte mag niet hoger liggen dan 150 milligram per liter voor witte en roséwijn die wordt vermeld in bijlage I, deel B, punt A, 1, b), van Verordening (EU) 2019/934 en die een restsuikergehalte van minder dan 2 gram per liter heeft

voor alle andere wijnen moet het overeenkomstig bijlage I, deel B bij Verordening (EU) 2019/934 toegepaste maximale zwaveldioxidegehalte worden verminderd met 30 milligram per liter

Kaliumbisulfiet

E 228

CAS 7773-03-7

Deel A, tabel 2, punt 2.2

Kaliummetabisulfiet

E 224

CAS 16731-55-8

Deel A, tabel 2, punt 2.3

L-ascorbinezuur

E 300

Deel A, tabel 2, punt 2.6

 

Kool voor oenologisch gebruik

 

Deel A, tabel 2, punt 3.1

 

Diammoniumhydrogeenorthofosfaat

E 342/CAS 7783-28-0

Deel A, tabel 2, punt 4.2

 

Thiaminehydrochloride

CAS 67-03-8

Deel A, tabel 2, punt 4.5

 

Gistautolysaat

 

Deel A, tabel 2, punt 4.6

 

Gistcelwanden

 

Deel A, tabel 2, punt 4.7

 

Geïnactivateerde gist

 

Deel A, tabel 2, punt 4.8

Deel A, tabel 2, punt 10.5

Deel A, tabel 2, punt 11.5

 

Voedselgelatine

CAS 9000-70-8

Deel A, tabel 2, punt 5.1

afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn

Tarwe-eiwit

 

Deel A, tabel 2, punt 5.2

afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn

Eiwit uit erwten

 

Deel A, tabel 2, punt 5.3

afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn

Eiwit uit aardappelen

 

Deel A, tabel 2, punt 5.4

afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn

Vislijm

 

Deel A, tabel 2, punt 5.5

afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn

Caseïne

CAS 9005-43-0

Deel A, tabel 2, punt 5.6

afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn

Kaliumcaseïnaten

CAS 68131-54-4

Deel A, tabel 2, punt 5.7

 

Ovoalbumine

CAS 9006-59-1

Deel A, tabel 2, punt 5.8

afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn

Bentoniet

E 558

Deel A, tabel 2, punt 5.9

 

Siliciumdioxide (gel of colloïdale oplossing)

E 551

Deel A, tabel 2, punt 5.10

 

Tannine

 

Deel A, tabel 2, punt 5.12

Deel A, tabel 2, punt 6.4

afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn

Chitosan uit Aspergillus niger

CAS 9012-76-4

Deel A, tabel 2, punt 5.13

Deel A, tabel 2, punt 10.3

 

Gisteiwitextracten

 

Deel A, tabel 2, punt 5.15

afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn

Kaliumalginaat

E 402/CAS 9005-36-1

Deel A, tabel 2, punt 5.18

 

Kaliumhydrogeentartraat

E336(i)/CAS 868-14-4

Deel A, tabel 2, punt 6.1

 

Citroenzuur

E 330

Deel A, tabel 2, punt 6.3

 

Metawijnsteenzuur

E 353

Deel A, tabel 2, punt 6.7

 

Arabische gom

E 414/CAS 9000-01-5

Deel A, tabel 2, punt 6.8

afkomstig van biologische grondstoffen indien deze beschikbaar zijn

Mannoproteïnen uit gist

 

Deel A, tabel 2, punt 6.10

 

Pectinelyasen

EC 4.2.2.10

Deel A, tabel 2, punt 7.2

uitsluitend voor oenologisch gebruik bij de klaring

Pectinemethylesterase

EC 3.1.1.11

Deel A, tabel 2, punt 7.3

uitsluitend voor oenologisch gebruik bij de klaring

Plygalacturonase

EC 3.2.1.15

Deel A, tabel 2, punt 7.4

uitsluitend voor oenologisch gebruik bij de klaring

Hemicellulase

EC 3.2.1.78

Deel A, tabel 2, punt 7.5

uitsluitend voor oenologisch gebruik bij de klaring

Cellulase

EC 3.2.1.4

Deel A, tabel 2, punt 7.6

uitsluitend voor oenologisch gebruik bij de klaring

Wijngist

 

Deel A, tabel 2, punt 9.1

voor de afzonderlijke giststammen: biologisch indien beschikbaar

Melkzuurbacteriën

 

Deel A, tabel 2, punt 9.2

 

Kopercitraat

CAS 866-82-0

Deel A, tabel 2, punt 10.2

 

Hars van Aleppo-pijnbomen

 

Deel A, tabel 2, punt 11.1

 

Verse wijnmoer

 

Deel A, tabel 2, punt 11.2

uitsluitend van biologische productie


(1) Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2017/1279 van de Commissie van 14 juli 2017 tot wijziging van de bijlagen I tot en met V bij Richtlijn 2000/29/EG van de Raad betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 184 van 15.7.2017, blz. 33).

(2) Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PB L 330 van 5.12.1998, blz. 32).

(3) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).


BIJLAGE VI

Producten en stoffen die op grond van artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) 2018/848 in bepaalde gebieden van derde landen in de biologische productie mogen worden gebruikt


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving