Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.6-2.13

VERORDENING (EU) 2020/762 VAN DE COMMISSIE

van 9 juni 2020

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft de microbiologische normen voor rauw voeder voor gezelschapsdieren, voorschriften voor erkende inrichtingen, technische parameters voor de alternatieve methode brookesvergassing en de hydrolyse van gesmolten vet, en de uitvoer van verwerkte mest, bepaald bloed en bepaalde bloedproducten en tussenproducten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (1), en met name artikel 7, lid 2, artikel 20, lid 11, artikel 21, lid 6, onder d), artikel 27, onder b) en c), artikel 31, lid 2, artikel 40, onder b), d) en e), artikel 41, lid 1, tweede alinea, artikel 41, lid 3, eerste alinea, artikel 42, lid 2, onder a), b) en c), en artikel 43, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (2) zijn volks- en diergezondheidsvoorschriften vastgesteld voor dierlijke bijproducten en afgeleide producten om risico’s voor de volksgezondheid en de diergezondheid als gevolg van die producten te voorkomen of tot een minimum te beperken. Deze voorschriften omvatten ook microbiologische normen voor rauw voeder voor gezelschapsdieren, eisen inzake bepaalde erkende inrichtingen, voorwaarden voor de invoer van horens en producten uit hoorn, hoeven en producten uit hoeven, en de voorschriften voor de uitvoer van verwerkte mest, bepaald bloed en bepaalde bloedproducten en tussenproducten.

(2)

Overeenkomstig artikel 26, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 kunnen planten die overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (3) of overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad (4) zijn erkend of geregistreerd, onder bepaalde omstandigheden ter plaatse verkregen dierlijke bijproducten behandelen, verwerken of opslaan. Daarom is het passend dat erkende slachthuizen bepaalde andere chemische methoden dan die welke in de lijst als standaard of alternatieve verwerkingsmethoden zijn opgenomen, mogen toepassen voor het behoud van bepaald categorie 3-materiaal dat ter plaatse wordt gegenereerd om een vloeistofvolume te verkrijgen dat gemakkelijker opgeslagen en vervoerd kan worden.

(3)

Chemische conservering, anders dan toegelaten als alternatieve verwerkingsmethode, is geen verwerking van grondstoffen tot afgeleide producten. Met het oog op de rechtszekerheid moeten voorschriften worden vastgesteld voor de opslag, het vervoer en de daaropvolgende verwijdering of het gebruik van deze materialen. Artikel 19 van Verordening (EU) nr. 142/2011 en bijlage IX daarbij moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 142/2011 bevat een definitie van groeimedia. Groeimedia worden op grote schaal gebruikt voor de teelt van paddenstoelen. De definitie van groeimedia moet het gebruik van groeimedia voor de paddenstoelenteelt omvatten.

(5)

In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet een definitie van “proceshygiënecriterium” worden opgenomen, om in punt 6 van hoofdstuk II van bijlage XIII bij die verordening de huidige op de telling van Enterobacteriaceae gebaseerde productnorm te vervangen door waarden voor het vereiste aantal monsters en de grenswaarden voor Enterobacteriaceae als criterium voor de aanvaardbare werking van het productieproces.

(6)

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

In het licht van nieuwe wetenschappelijke en technische ontwikkelingen moeten de temperatuurparameters voor brookesvergassing worden afgestemd op de bestaande normen voor de verbranding van dierlijke bijproducten. Bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

Hoofdstuk II van bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 bevat voorschriften voor de identificatie van dierlijke bijproducten, met inbegrip van etikettering. Rauw voeder voor gezelschapsdieren moet dienovereenkomstig worden geëtiketteerd om verontreiniging van levensmiddelen of besmetting van de mens te voorkomen.

(9)

Bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

Bij Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie (5) zijn proceshygiënecriteria ingevoerd om de veiligheid van levensmiddelen op basis van een wetenschappelijke risicobeoordeling te waarborgen. Volgens dezelfde beginselen kan de veiligheid van rauw voeder voor gezelschapsdieren worden gehandhaafd indien de bepalingen over het voldoen aan de bestaande proceshygiënecriteria voor vleesbereidingen, d.w.z. onverwerkt vlees voor menselijke consumptie, die zijn vastgelegd in bijlage I, hoofdstuk 2, punt 2.1.8, bij Verordening (EG) nr. 2073/2005, in de plaats komen van de bestaande microbiologische normen voor Enterobacteriaceae in het product. Hoofdstuk II van bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

Ter bevordering van de wetenschap moet een afwijking worden toegestaan voor bepaalde voorwerpen in natuurhistorische verzamelingen. De voorschriften van hoofdstuk VI van bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 inzake jachttrofeeën en andere preparaten moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

Hoofdstuk XI van bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 bevat specifieke voorschriften voor vetderivaten. Verduidelijkt moet worden dat bij de verwerking ten minste de daarin voorgeschreven temperatuur moet worden bereikt. Hoofdstuk XI van bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet dienovereenkomstig worden gerectificeerd.

(13)

De voorschriften voor de invoer van bepaalde producten die zijn verkregen uit beenderen, horens en hoeven in hoofdstuk II, afdeling 7, punt 2, onder d), van bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 kunnen worden opgevat als cumulatieve voorschriften. Punt 2, onder d), moet worden herzien om te verduidelijken dat deze voorschriften alternatief van toepassing zijn.

(14)

Hoofdstuk V van bijlage XIV bevat voorschriften voor de uitvoer van verwerkte mest. Naar aanleiding van de herziening van de voorschriften voor de uitvoer van organische meststoffen en bodemverbeteraars van categorie 3-materiaal die zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad (6), moeten de voorschriften voor de uitvoer van verwerkte mest worden afgestemd op de bovengenoemde nieuwe voorschriften.

(15)

In artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 wordt bepaald dat voor de uitvoer van bepaald categorie 1- en categorie 2-materiaal alleen geharmoniseerde voorschriften mogen worden toegestaan. In bijlage XII alsmede in de afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk II van bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt bepaald onder welke voorwaarden bepaald bloed en bepaalde bloedproducten en tussenproducten mogen worden ingevoerd voor de vervaardiging van farmaceutische eindproducten of om te worden gebruikt in een specifieke productiestap in de productieketen van farmaceutische producten. De uitvoer van bloed, bloedproducten en tussenproducten die voldoen aan de voorschriften voor de invoer of het in de handel brengen, moet daarom worden toegestaan en de voorschriften voor de uitvoer moeten worden vastgesteld in hoofdstuk V van bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011.

(16)

Hoofdstuk V van bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(17)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan punt b) wordt het volgende punt toegevoegd:

“xi)

faseovergangsprocessen van categorie 3-materiaal, zoals:

thermocoagulering van bloed,

centrifugering van bloed,

insluiting als beschreven in hoofdstuk V van bijlage IX,

hydrolysering van hoeven, varkenshaar, veren en haar

bestemd voor verwerking met verwerkingsmethoden als vastgesteld in deze verordening.”

b)

punt d) wordt vervangen door:

“d)

hoofdstuk V, indien zij dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 24, lid 1, onder h) of i), van die verordening opslaan, op voorwaarde dat de onverwerkte dierlijke bijproducten vervolgens worden verwijderd zoals bedoeld in artikel 4 van die verordening;”;

c)

het volgende punt wordt toegevoegd:

“e)

Indien de in de punten i) tot en met vii) en xi) van punt b) bedoelde behandelingen plaatsvinden op de locatie van het in artikel 26, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde goedgekeurde bedrijf dat die deze materialen genereert, mag de bevoegde autoriteit de exploitatie goedkeuren zonder registratie overeenkomstig artikel 23 of goedkeuring overeenkomstig artikel 24, lid 1, onder h), van die verordening, op voorwaarde dat de dierlijke bijproducten worden opgeslagen, vervoerd en verwijderd of gebruikt als onverwerkte dierlijke bijproducten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009.”.

2)

De bijlagen I, IV, VIII, IX, XIII en XIV worden gewijzigd overeenkomstig de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juni 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1) PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.

(2) Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(3) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).

(4) Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1).

(5) Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (PB L 338 van 22.12.2005, blz. 1).

(6) Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1).


BIJLAGE

De bijlagen I, IV, VIII, IX, XIII en XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I wordt punt 59 vervangen door het volgende, en wordt punt 60 toegevoegd:

“59.

groeimedia”: materialen, met inbegrip van potgrond, anders dan bodem in situ, waarin planten of paddenstoelen worden geteeld en die onafhankelijk van de bodem ter plaatse gebruikt worden;

60.

proceshygiënecriterium”: een criterium dat de aanvaardbare werking van het productieproces weergeeft. Een dergelijk criterium is niet van toepassing op producten die in de handel zijn gebracht. Het geeft een mate van besmetting aan bij overschrijding waarvan corrigerende maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de proceshygiëne in overeenstemming met de algemene voorschriften voor de veiligheid van diervoeders blijft;”.

2)

In bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, punt E.2 wordt punt d) vervangen door het volgende:

“d)

elke proceseenheid beschikt over twee branders en twee secundaire ventilatoren voor het geval een brander of ventilator uitvalt. De secundaire kamer is ontworpen voor een minimale verblijftijd van twee seconden bij een minimumtemperatuur van 850 °C onder alle verbrandingscondities;”.

3)

Bijlage VIII, hoofdstuk II, punt 2 b), wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt vii) wordt vervangen door:

“vii)

voor rauw voeder voor gezelschapsdieren: “Voeder uitsluitend voor gezelschapsdieren. Verwijderd houden van levensmiddelen. Handen wassen en gereedschap, gebruiksvoorwerpen en oppervlakken reinigen na het hanteren van dit product”;”;

ii)

een nieuw punt xxi) wordt toegevoegd:

“xxi)

voor materialen voor zuivering als bedoeld in bijlage VIII, hoofdstuk VII, de woorden “Materialen bestemd voor zuivering. Niet geschikt om in de handel te worden gebracht”.”.

4)

In bijlage IX, hoofdstuk II, wordt punt j) vervangen en een nieuw punt k) toegevoegd:

“j)

zeven;

k)

faseovergangsprocessen van categorie 3-materiaal, zoals thermocoagulering van bloed, centrifugering van bloed, insluiting als beschreven in hoofdstuk V van bijlage IX, hydrolysering van hoeven, varkenshaar, veren en haar, bestemd voor verwerking met verwerkingsmethoden als vastgesteld in deze verordening.”.

5)

Bijlage XIII wordt als volgt gewijzigd:

a)

in hoofdstuk II wordt punt 6 vervangen door het volgende:

“6.

Tijdens de productie en/of de opslag (vóór verzending) moet via aselecte steekproeven van rauw voeder voor gezelschapsdieren worden gecontroleerd of aan de volgende normen is voldaan:

Salmonella: geen in 25 g: n = 5, c = 0, m = 0, M = 0.

Het productieproces van rauw voeder voor gezelschapsdieren moet aan het volgende proceshygiënecriterium voldoen:

Enterobacteriaceae: n = 5, c = 2, m = 500 in 1 g, M = 5 000 in 1 g

waarbij:

n

=

aantal te testen monsters;

m

=

drempelwaarde voor het aantal bacteriën; het resultaat wordt als bevredigend beschouwd als het aantal bacteriën in geen enkel monster groter dan m is;

M

=

maximumwaarde voor het aantal bacteriën; het resultaat wordt als onbevredigend beschouwd als het aantal bacteriën in een of meer monsters gelijk aan of groter dan M is, en

c

=

aantal monsters waarvoor de bacterietelling een resultaat tussen m en M te zien mag geven en waarbij de monsters nog als aanvaardbaar worden beschouwd als het resultaat van de bacterietelling voor de overige monsters niet groter dan m is.

De exploitanten nemen maatregelen, in het kader van hun procedures op grond van een volgens de HACCP-beginselen (hazard analysis and critical control points) opgezet controlesysteem, om na te gaan of de levering, de hantering en de verwerking van door hun beheerde rauwe materialen en rauw voeder voor gezelschapsdieren zodanig gebeuren dat aan de bovengenoemde veiligheidsnormen en aan het proceshygiënecriterium wordt voldaan. Indien niet aan de veiligheidsnormen en aan het proceshygiënecriterium wordt voldaan, neemt de exploitant proportionele corrigerende maatregelen in overeenstemming met de schriftelijke procedure als bedoeld in de aanhef van artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en de procedures volgens de HACCP-beginselen genoemd in artikel 29, lid 2, punten e) en f), van die verordening.

Het niet-voldoen en, indien vastgesteld, de oorzaak ervan, de toegepaste corrigerende maatregelen en de resultaten van de controlemaatregelen worden meegedeeld aan de bevoegde autoriteit. Indien de bevoegde autoriteit er niet van overtuigd is dat de noodzakelijke corrigerende maatregelen zijn genomen, kan zij de exploitant extra maatregelen opleggen, waaronder etikettering voor hantering, en kan zij microbiologisch onderzoek van meer door de exploitant te nemen monsters voorschrijven.”;

b)

in hoofdstuk VI, letter C, punt 1, wordt punt e) vervangen door het volgende:

“e)

het gaat om voorwerpen in natuurhistorische verzamelingen of voor de bevordering van de wetenschap, die

i)

in conserveermiddelen zoals ethanol of formaldehyde worden bewaard, zodat zij kunnen worden tentoongesteld;

ii)

volledig op microscoopglaasjes zijn ingesloten, of

iii)

bestaan uit hele skeletten of delen daarvan, botten of tanden, die uitsluitend worden uitgewisseld tussen musea en onderwijsinstellingen;”;

c)

in hoofdstuk XI wordt punt 1 a) vervangen door het volgende:

“a)

omestering of hydrolyse bij een temperatuur van ten minste 200 °C, onder de corresponderende adequate druk gedurende ten minste 20 minuten (glycerol, vetzuren en esters);”.

6)

Artikel XIV wordt als volgt gewijzigd:

a)

in hoofdstuk II, afdeling 7, wordt punt 2 d) vervangen door het volgende:

“d)

bevestiging dat het product niet bestemd is om op enigerlei wijze in menselijke voeding, voedermiddelen, organische meststoffen of bodemverbeteraars te worden gebruikt, en

i)

afkomstig is van gezonde, in een slachthuis geslachte dieren, en

ii)

hetzij gedurende 42 dagen is gedroogd bij een gemiddelde temperatuur van ten minste 20 °C, en/of

iii)

gedurende 1 uur is verhit tot een kerntemperatuur van ten minste 80 °C, en/of

iv)

gedurende 1 uur is verbrand tot as bij een kerntemperatuur van ten minste 800 °C, en/of

v)

een aanzuringsbehandeling heeft ondergaan, waarbij de pH in de kern gedurende ten minste één uur tot minder dan 6 is verlaagd;”;

b)

in hoofdstuk II, afdeling 9, wordt punt a) i) vervangen door het volgende:

“i)

voor grondstoffen voor de productie van biodiesel, oleochemische producten of voor de productie van hernieuwbare brandstoffen die de behandeling hebben ondergaan als bedoeld in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, onder L: dierlijke bijproducten als bedoeld in de artikelen 8, 9 en 10 van Verordening (EG) nr. 1069/2009;”;

c)

in hoofdstuk V wordt de tabel vervangen door de volgende:

 

“Afgeleide producten

Voorschriften voor uitvoer

1

Verwerkte mest;

organische meststoffen, compost of gistingsresiduen van de omzetting in biogas die geen andere dierlijke bijproducten of afgeleide producten dan verwerkte mest bevatten;

verwerkte dierlijke eiwitten die verwerkte mest als bestanddeel bevatten;

De volgende afgeleide producten moeten ten minste voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in bijlage XI, hoofdstuk I, afdeling 2, punten a), b), d) en e):

Verwerkte mest;

organische meststoffen, compost of gistingsresiduen van de omzetting in biogas die geen andere dierlijke bijproducten of afgeleide producten dan verwerkte mest bevatten;

verwerkte mest als bestanddeel in verwerkte dierlijke eiwitten;

2

Bloedproducten en tussenproducten

Bloed, bloedproducten en tussenproducten die in de EU zijn geproduceerd of ingevoerd in overeenstemming met de gezondheidsvoorschriften in bijlage XII of in hoofdstuk II, afdelingen 2 en 3, van deze bijlage, voor gebruik buiten de voedselketen van landbouwhuisdieren, mits zij voldoen aan de invoervoorschriften van het derde land van bestemming.”


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving