Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.3-2.477

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/106 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2020

tot verlening van een vergunning voor natriumformiaat als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor de verlening van een vergunning voor natriumformiaat ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor natriumformiaat als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, in te delen in de categorie “technologische toevoegingsmiddelen”.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) concludeerde in haar adviezen van 30 april 2015 (2) en 26 februari 2019 (3) dat natriumformiaat onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de consumentenveiligheid of het milieu heeft. Zij heeft ook geconcludeerd dat deze stof licht irriterend voor de ogen en een huidallergeen is. Aangezien de blootstelling aan natriumformiaat via inademing wordt beschouwd als een risico voor onbeschermde werknemers die met dit toevoegingsmiddel werken, is het bovendien verstandig om het als irriterend voor de ademhalingswegen te beschouwen. De Commissie is daarom van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid — en met name de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel — te voorkomen. De EFSA heeft ook geconcludeerd dat natriumformiaat in vloeibare vorm doeltreffend kan zijn als hygiënebevorderingsmiddel in diervoeders. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het verslag over de analysemethoden voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van natriumformiaat blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van natriumformiaat moet daarom worden toegestaan zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor de in de bijlage beschreven stof, die behoort tot de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “hygiënebevorderingsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2) EFSA Journal 2015; 13(5):4113.

(3) EFSA Journal 2019; 17(3):5645.


BIJLAGE

Identificatie-nummer van het toevoe-gings-middel

Toevoegings-middel

Chemische formule, beschrijving, analysemethoden

Diersoort of -categorie

Maximum-leeftijd

Minimum-gehalte

Maximum-gehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunnings-periode

mg mierenzuur/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Technologische toevoegingsmiddelen: hygiënebevorderingsmiddelen

1k237

Natriumformiaat

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Vloeibare vorm

≥ 15 % natriumformiaat

≤ 75 % mierenzuur

≤ 25 % water

Alle diersoorten met uitzondering van varkens

10 000

(mierenzuurequivalent)

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en het voormengsel moeten de opslagvoorwaarden worden aangegeven.

2.

Bij het mengen van verschillende bronnen van mierenzuur mag het toegestane maximumgehalte in volledige diervoeders niet worden overschreden.

3.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen om mogelijke risico’s bij gebruik te voorkomen. Indien de risico’s met behulp van dergelijke procedures en maatregelen niet kunnen worden vermeden of tot een minimum beperkt, moeten persoonlijke beschermingsmiddelen bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels worden gebruikt, zoals ademhalingsbescherming, een veiligheidsbril en handschoenen.

13 februari 2030

Karakterisering van de werkzame stof

Natriumformiaat ≥ 15 % (vloeibaar) Mierenzuur ≤ 75 %

Geproduceerd door chemische synthese

Varkens

12 000

(mierenzuurequivalent)

Analysemethode (1)

Determinering van natrium in toevoegingsmiddelen voor diervoeding: EN ISO 6869: atoomabsorptiespectrometrie (AAS) of EN 15510: atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES).

Determinering van het totaalgehalte aan formiaat in toevoegingsmiddelen voor diervoeding: EN 15909 reversed-phase-HPLC met uv-detectie (RP-HPLC-UV).

Determinering van het totaalgehalte aan formiaat in voormengsels en diervoeder: ion-exclusiehogeprestatievloeistof-chromatografie met uv-detectie of brekingsindexdetectie (HPLC-UV/RI) of ionchromatografie met elektrische conductiviteitsdetectie (IC-ECD).


(1) Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op het volgende adres van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving