Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.3-2.473

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1947 VAN DE COMMISSIE

van 22 november 2019

tot verlening van een vergunning voor cassiagom als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten en honden

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Voor cassiagom is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten en honden (3). Vervolgens is dit toevoegingsmiddel overeenkomstig artikel 10, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 zijn vier aanvragen ingediend voor de herbeoordeling van cassiagom als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten en honden. De aanvragers hebben gevraagd dit toevoegingsmiddel in de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “geleermiddelen” in te delen. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij die aanvragen gevoegd. Later zijn drie van die aanvragen door de respectieve aanvragers van een vergunning ingetrokken.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar adviezen van 29 oktober 2014 (4), 25 januari 2017 (5) en 27 november 2018 (6) geconcludeerd dat alleen gezuiverde (isopropanol-extractie), semi-geraffineerde cassiagom die aan de specificaties van cassiagom als levensmiddelenadditief (7) (< 0,5 mg antrachinonen/kg) voldoet, geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid heeft bij een maximumgehalte van 13 200 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %. Ook werd geconcludeerd dat het toevoegingsmiddel als huid- en inhalatieallergeen en als potentieel irriterend voor de huid en de ogen wordt beschouwd. De Commissie is daarom van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid — en met name de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel — te voorkomen. Voorts werd geconcludeerd dat de mutageniteit van de in de aanvraag beschreven semi-geraffineerde cassiagom in de handel niet kan worden uitgesloten. De EFSA heeft voorts geconcludeerd dat cassiagom als geleermiddel werkzaam kan zijn wanneer het samen met carrageen wordt gebruikt in diervoeders met een vochtgehalte van meer dan 20 %. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethoden voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van cassiagom blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan, mits aan de specificaties als levensmiddelenadditief is voldaan. Er moet daarom een vergunning worden verleend voor het gebruik van dit toevoegingsmiddel zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening.

(6)

Daarom moet cassiagom als bestaand product dat niet aan de specificaties als levensmiddelenadditief voldoet, en diervoeder dat deze stof bevat, uit de handel worden genomen. Om de exploitanten in staat te stellen voorbereidingen te treffen om aan de nieuwe, uit het verlenen van een vergunning voorvloeiende vereisten te voldoen, moet er echter om praktische redenen in een beperkte periode worden voorzien om de bestaande voorraden van het toevoegingsmiddel en het diervoeder dat het toevoegingsmiddel bevat, uit de handel te nemen.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor het in de bijlage gespecificeerde toevoegingsmiddel, dat behoort tot de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “geleermiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

1. Het toevoegingsmiddel voor diervoeding cassiagom dat vóór 16 december 2019 is geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die 16 december 2019 van toepassing waren, mag tot uiterlijk 16 maart 2020 verder in de handel worden gebracht en gebruikt.

2. Voormengsels die het in lid 1 bedoelde toevoegingsmiddel voor diervoeding bevatten en die vóór 16 maart 2020 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 16 december 2019 van toepassing waren, mogen tot uiterlijk 16 juni 2020 verder in de handel worden gebracht en gebruikt.

3. Mengvoeders en voedermiddelen die het in lid 1 bedoelde toevoegingsmiddel voor diervoeding of de in lid 2 bedoelde voormengsels bevatten en die vóór 16 juni 2020 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 16 december 2019 van toepassing waren, mogen tot uiterlijk 16 december 2020 verder in de handel worden gebracht en gebruikt.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 november 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2) Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding

(PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1).

(3) Richtlijn 93/55/EEG van de Commissie van 25 juni 1993 tot wijziging van Richtlijn 70/524/EEG van de Raad betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PB L 206 van 18.8.1993, blz. 11).

(4) EFSA Journal 2014; 12(11):3899, 3900, 3901 en 3902.

(5) EFSA Journal 2017; 15(2):4709 and 4710.

(6) EFSA Journal 2019;17(1):5528.

(7) Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie van 9 maart 2012 tot vaststelling van de specificaties van de in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad opgenomen levensmiddelenadditieven (PB L 83 van 22.3.2012, blz. 1).


BIJLAGE

Identificatienummer van het toe-voegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimum-gehalte

Maximum-gehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg toevoegingsmiddel/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie toevoegingsmiddel: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: geleermiddelen.

1f499

Cassiagom

Samenstelling van het toevoegingsmiddel:

Preparaat van gezuiverd endosperm van Cassia tora, Cassia obtusifolia (Leguminosae) met minder dan 0,05 % Cassia occidentalis.

Antrachinonen (totaal) < 0,5 mg/kg

Poedervorm

Karakterisering van de werkzame stof:

Voornamelijk 1,4-β-D-mannopyranose-eenheden met 1,6-gekoppelde α-D-galactopyranose-eenheden.

Verhouding mannose:galactose is 5:1.

Galactomannanen > 75 %

Analysemethode (1)

Voor de bepaling van cassiagom in toevoegingsmiddelen voor diervoeding:

FAO JECFA Monograph No. 10 (2), zoals bedoeld in Richtlijn 2010/67/EU van de Commissie (3)

Honden

Katten

13 200

1.

Het toevoegingsmiddel mag alleen worden gebruikt in volledige diervoeders met een vochtgehalte van > 20 % in combinatie met carrageen (dat ten minste 25 % van de gebruikte hoeveelheid cassiagom vertegenwoordigt).

2.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen om mogelijke risico’s bij gebruik te voorkomen. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden voorkomen of tot een minimum beperkt, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt, zoals beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de ogen en de huid.

16.12.2029


(1) Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op de website van het referentielaboratorium voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports

(2) FAO JECFA Combined Compendium of Food Additive Specifications, “Cassia Gum” Monograph No. 10 (2010) http://www.fao.org/fileadmin/user_upload/jecfa_additives/docs/monograph10/additive-513-m10.pdf

(3) Richtlijn 2010/67/EU van de Commissie van 20 oktober 2010 tot wijziging van Richtlijn 2008/84/EG tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PB L 277 van 21.10.2010, blz. 17).


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving