Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Arrow
Arrow
Slider

2.1-11

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1873 VAN DE COMMISSIE

van 7 november 2019

betreffende de procedures voor een gecoördineerde uitvoering, door de bevoegde autoriteiten, van verscherpte officiële controles aan grenscontroleposten van producten van dierlijke oorsprong, levende producten, dierlijke bijproducten en samengestelde producten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (1), en met name artikel 65, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Verordening (EU) 2017/625 moeten bepaalde categorieën dieren en goederen vóór binnenkomst in de Unie aan grenscontroleposten aan systematische controles worden onderworpen.

(2)

Uit artikel 65, lid 4, van Verordening (EU) 2017/625 volgt dat in geval van een vermoeden van frauduleuze of bedrieglijke praktijken door een exploitant of van ernstige of herhaalde inbreuken op de in artikel 1, lid 2, van die verordening bedoelde regels, de officiële controles van zendingen met dezelfde oorsprong of toepassing die door de bevoegde autoriteiten aan de grenscontroleposten worden uitgevoerd, moeten worden verscherpt. Krachtens artikel 65, lid 5, van Verordening (EU) 2017/625 moeten de bevoegde autoriteiten de Commissie en de lidstaten via het in artikel 131 van die verordening bedoelde informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc) in kennis stellen van hun besluit om de officiële controles te verscherpen.

(3)

Om te zorgen voor een geharmoniseerde aanpak van de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles van bepaalde goederen die de Unie binnenkomen, moeten gedetailleerde procedures voor de gecoördineerde uitvoering van die controles worden vastgesteld, met inbegrip van voorschriften met betrekking tot de rol van het Imsoc in dit verband. Om praktische redenen moet de gecoördineerde uitvoering van verscherpte controles aan de grenzen worden beperkt tot de categorieën zendingen waarvoor er een identificeerbare, in een lijst opgenomen inrichting van oorsprong is, d.w.z. zendingen producten van dierlijke oorsprong, levende producten, dierlijke bijproducten en samengestelde producten.

(4)

Wanneer de Commissie overeenkomstig artikel 65, lid 5, van Verordening (EU) 2017/625 kennisgevingen van de bevoegde autoriteiten ontvangt, moet zij met name beoordelen of de niet-naleving is gebaseerd op vermoedelijke frauduleuze of bedrieglijke praktijken of op een potentieel ernstige of herhaalde inbreuk op de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde regels, bijvoorbeeld het in de handel brengen van producten van dierlijke oorsprong die contaminanten bevatten of residuen van diergeneesmiddelen die de maximumwaarde voor residuen overschrijden, of van producten die niet aan Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie (2) voldoen.

(5)

Om het risico op frauduleuze of bedrieglijke praktijken door het bij officiële controles aanbieden van kleine zendingen te beperken, moet het totale gewicht van conforme zendingen dat nodig is om de gecoördineerde uitvoering van de verscherpte officiële controles te beëindigen, ten minste tien keer zo groot zijn als het gewicht van de zending die aanvankelijk aanleiding heeft gegeven tot de maatregel. Om onaanvaardbare administratieve en financiële lasten voor de bevoegde autoriteiten en exploitanten te vermijden, moet er echter voor dat totaalgewicht van conforme zendingen dat nodig is om de gecoördineerde uitvoering van de verscherpte officiële controles te beëindigen een maximumwaarde worden vastgesteld.

(6)

Indien er tijdens de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles bij drie zendingen die de Unie binnenkomen sprake is van dezelfde soort inbreuk als in de kennisgeving overeenkomstig artikel 65, lid 5, van Verordening (EU) 2017/625 is vermeld, moet de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles worden gehandhaafd totdat de resultaten en acties van de bevoegde autoriteiten van de betrokken derde landen bevredigend zijn. In dat geval moet de Commissie de bevoegde autoriteiten van de derde landen verzoeken de nodige onderzoeken en maatregelen te verrichten om de situatie in de inrichting van oorsprong te verhelpen en daarover bij de Commissie verslag uit te brengen.

(7)

Met het oog op de efficiëntie van het controlesysteem moet het voor de lidstaten mogelijk zijn om bepaalde zendingen (namelijk zendingen waaraan om andere redenen dan de inbreuk waarvoor de gecoördineerde verscherpte officiële controles worden uitgevoerd, de toegang tot de Unie moet worden geweigerd) uit te sluiten van de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles.

(8)

Aangezien Verordening (EU) 2017/625 van toepassing wordt op 14 december 2019, moet de onderhavige verordening met ingang van dezelfde datum worden toegepast.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Bij deze verordening worden regels vastgesteld met betrekking tot de procedures voor een gecoördineerde uitvoering, door de bevoegde autoriteiten, van verscherpte officiële controles aan grenscontroleposten van producten van dierlijke oorsprong, levende producten, dierlijke bijproducten en samengestelde producten die de Unie binnenkomen om in de handel te worden gebracht.

Artikel 2

Definitie

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “inrichting van oorsprong”: inrichtingen van oorsprong in derde landen, met inbegrip van vaartuigen van derde landen, die worden vermeld in lijsten die overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Unie zijn opgesteld met betrekking tot de uitvoer van producten van dierlijke oorsprong, levende producten, dierlijke bijproducten en samengestelde producten.

Artikel 3

Aanleiding voor de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles

1.   Wanneer de bevoegde autoriteiten de Commissie en de andere lidstaten via het Imsoc in kennis stellen van hun besluit overeenkomstig artikel 65, lid 5, van Verordening (EU) 2017/625, vermelden zij de inrichting van oorsprong, de categorie goederen, met inbegrip van de beschrijving en de code van de in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (3) opgenomen gecombineerde nomenclatuur, en de inbreuk naar aanleiding waarvan een gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles moet worden uitgevoerd.

2.   Na ontvangst van de in lid 1 bedoelde kennisgeving beoordeelt de Commissie of:

a)

de kennisgeving is gebaseerd op vermoedelijke frauduleuze of bedrieglijke praktijken of op een potentieel ernstige of herhaalde inbreuk op de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde regels;

b)

de kennisgeving verband houdt met een handeling of een nagelaten handeling waarvoor de inrichting van oorsprong van de betrokken zending verantwoordelijk is;

c)

de betrokken zending niet al onderworpen is aan de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles overeenkomstig deze verordening, en

d)

de betrokken zending niet voor dezelfde inbreuk als die welke is vermeld in de in lid 1 bedoelde kennisgeving onderworpen is aan overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (4) of artikel 261 van Verordening (EU) 2016/429 (5) vastgestelde noodmaatregelen of aan overeenkomstig artikel 128 van Verordening (EU) 2017/625 vastgestelde bijzondere maatregelen.

3.   De Commissie legt de uitkomst van haar in lid 2 bedoelde beoordeling in het Imsoc vast.

4.   Wanneer uit de in lid 2 bedoelde beoordeling blijkt dat aan de vereiste voorwaarden is voldaan, voeren de bevoegde autoriteiten in alle lidstaten gecoördineerde verscherpte officiële controles aan de grenscontroleposten uit.

Artikel 4

Procedures voor de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles

1.   De bevoegde autoriteiten aan de grenscontroleposten in alle lidstaten voeren de in artikel 49 van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde overeenstemmingscontroles en materiële controles uit op elke zending die afkomstig is van dezelfde inrichting van oorsprong en dezelfde categorie goederen bevat, en voor dezelfde soort inbreuk, zoals opgegeven in het Imsoc overeenkomstig artikel 3, lid 1.

2.   Voor de in lid 1 bedoelde controles worden de zendingen geselecteerd op basis van de in het Imsoc aangegeven codes van de gecombineerde nomenclatuur, overeenkomstig artikel 3, lid 1.

3.   Indien deze codes niet specifiek genoeg zijn om de categorie goederen nauwkeurig te identificeren, onderwerpen de bevoegde autoriteiten aan de grenscontroleposten enkel zendingen die op basis van deze codes zijn geselecteerd aan de gecoördineerde uitvoering van de verscherpte officiële controles indien zij overeenstemmen met de in artikel 3, lid 1, bedoelde omschrijving van de goederen.

4.   Als een bepaalde zending overeenkomstig lid 3 niet aan de gecoördineerde uitvoering van de verscherpte officiële controles wordt onderworpen, leggen de bevoegde autoriteiten de redenen daarvoor in het Imsoc vast.

Artikel 5

Opgelegde controles

1.   Indien tijdens de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles bij drie zendingen die de Unie binnenkomen sprake is van dezelfde soort inbreuk als in de kennisgeving overeenkomstig artikel 3, lid 1, is vermeld, wordt de bevoegde autoriteit van het derde land waar de inrichting van oorsprong van de niet-conforme zendingen is gevestigd door de Commissie verzocht om:

a)

het nodige onderzoek te verrichten om de redenen van de inbreuken vast te stellen (“opgelegde controles”);

b)

met betrekking tot de inrichting van herkomst een actieplan vast te stellen om de situatie op doeltreffende wijze te verhelpen, en

c)

verslag uit te brengen over de onder a) en b) bedoelde acties, met inbegrip van de resultaten van het actieplan.

2.   De Commissie houdt nauwlettend toezicht op de resultaten van de opgelegde controles en het actieplan en neemt verdere actie, met inbegrip van maatregelen overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 127, lid 4, van Verordening (EU) 2017/625, wanneer:

a)

de bevoegde autoriteit van het derde land geen passende actie neemt om de situatie op doeltreffende wijze te verhelpen, of

b)

de bevoegde autoriteiten van de lidstaten niet-conforme resultaten van de gecoördineerde uitvoering van de verscherpte officiële controles blijven melden.

Artikel 6

Beëindiging van de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles

1.   De gecoördineerde uitvoering van de verscherpte officiële controles eindigt:

a)

wanneer een bevoegde autoriteit besluit haar in artikel 3, lid 1, bedoelde kennisgeving in te trekken en de Commissie en de andere lidstaten daarvan via het Imsoc in kennis stelt, met vermelding van de redenen voor haar besluit, of

b)

wanneer:

i)

er naar aanleiding van de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles door de bevoegde autoriteiten van de grenscontroleposten van de lidstaten, een ononderbroken reeks van ten minste tien bevredigende resultaten in het Imsoc is opgetekend, en

ii)

de onder i) bedoelde zendingen in totaal ten minste tien keer zoveel wegen als de zending waarop de in artikel 3, lid 1, bedoelde kennisgeving betrekking heeft, of, als dat minder is, 300 ton netto.

2.   Wanneer de Commissie echter om opgelegde controles zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), heeft verzocht, eindigt de gecoördineerde uitvoering van de verscherpte officiële controles wanneer:

a)

er in het Imsoc, in verband met de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles door de bevoegde autoriteiten van de grenscontroleposten van de lidstaten, een ononderbroken reeks van ten minste dertig bevredigende resultaten is opgetekend, en

b)

de bevoegde autoriteit van het derde land een bevredigend actieplan heeft vastgesteld zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b).

Artikel 7

Kosten van de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles

De kosten van de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles zijn voor rekening van de exploitant die verantwoordelijk is voor de zendingen waarop die controles betrekking hebben.

Artikel 8

Zendingen die zijn uitgesloten van de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles

1.   De bevoegde autoriteiten mogen zendingen waaraan overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 de toegang tot de Unie moet worden geweigerd om andere redenen dan de inbreuk waarvoor de gecoördineerde, verscherpte officiële controles worden uitgevoerd, uitsluiten van de gecoördineerde uitvoering van verscherpte officiële controles.

2.   Als een bepaalde zending wordt uitgesloten van de gecoördineerde uitvoering van de verscherpte officiële controles overeenkomstig lid 1, leggen de bevoegde autoriteiten de redenen daarvoor in het Imsoc vast.

Artikel 9

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 14 december 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 november 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen (PB L 338 van 22.12.2005, blz. 1).

(3)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1).

Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving