Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

Federatie Nederlandse Diervoederketen

2.2-15.6

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1787 VAN DE COMMISSIE

van 24 oktober 2019

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name artikel 53, lid 1, onder b), ii),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 178/2002 voorziet in de mogelijkheid passende EU-noodmaatregelen vast te stellen voor uit een derde land ingevoerde levensmiddelen en diervoeders om de volksgezondheid, de diergezondheid of het milieu te beschermen, wanneer het risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met de door de afzonderlijke lidstaten getroffen maatregelen.

(2)

Na het ongeval in de kerncentrale van Fukushima op 11 maart 2011 werd de Commissie ervan in kennis gesteld dat de radionuclidegehalten in bepaalde levensmiddelen van oorsprong uit Japan de in Japan geldende actiedrempels voor levensmiddelen overschreden. Een dergelijke besmetting kan een bedreiging voor de gezondheid van mens en dier in de Unie vormen en daarom werd Uitvoeringsverordening (EU) nr. 297/2011 van de Commissie (2) vastgesteld. Die verordening werd vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) nr. 961/2011 van de Commissie (3), die vervolgens werd vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) nr. 284/2012 van de Commissie (4). Deze laatste werd vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) nr. 996/2012 van de Commissie (5), die vervolgens werd vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) nr. 322/2014 van de Commissie (6), die op haar beurt is vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 van de Commissie (7).

(3)

Aangezien Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2058 van de Commissie (8), bepaalt dat de in die verordening vervatte maatregelen moeten worden herzien vóór 30 juni 2019 en om rekening te houden met de verdere ontwikkeling van de situatie en de gegevens voor 2017 en 2018 over de aanwezigheid van radioactiviteit in diervoeders en levensmiddelen, is het aangewezen om Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 te wijzigen.

(4)

De bestaande maatregelen zijn herzien op basis van de meer dan 100 000 gegevens over de aanwezigheid van radioactiviteit in andere diervoeders en levensmiddelen dan rundvlees en van de meer dan 534 000 gegevens over de aanwezigheid van radioactiviteit in rundvlees die door de Japanse autoriteiten werden verstrekt in verband met het zevende en het achtste groeiseizoen na het ongeval (januari 2017 tot en met december 2018).

(5)

Uit de door de Japanse autoriteiten verstrekte gegevens betreffende 2017 en 2018 blijkt dat in het achtste groeiseizoen na het ongeval geen overschrijding van de maximaal toelaatbare niveaus van radioactiviteit is geconstateerd in diervoeders en levensmiddelen van oorsprong uit Chiba, Tochigi en Iwate, en dat het derhalve niet langer noodzakelijk is om met het oog op de vaststelling van radioactiviteit vóór uitvoer naar de Unie een bemonstering en analyse te eisen van diervoeders en levensmiddelen die van oorsprong zijn uit de prefecturen Chiba, Tochigi en Iwate.

(6)

Wat diervoeders en levensmiddelen van oorsprong uit de prefectuur Fukushima betreft, is het, gelet op de door de Japanse autoriteiten verstrekte gegevens betreffende 2017 en 2018, passend om de eis van bemonstering en analyse vóór uitvoer naar de Unie op te heffen voor sojabonen, Japans hoefblad, adelaarsvaren, Japanse koningsvaren en struisvaren en afgeleide producten daarvan. Voor de overige diervoeders en levensmiddelen van oorsprong uit die prefectuur is het aangewezen de bestaande eis van bemonstering en analyse vóór uitvoer naar de Unie te handhaven.

(7)

Wat de prefecturen Miyagi, Ibaraki en Gunma betreft, is momenteel bepaald dat paddenstoelen, visserijproducten en bepaalde eetbare wilde planten en afgeleide producten daarvan, vóór uitvoer naar de Unie moeten worden bemonsterd en geanalyseerd. De gegevens over de aanwezigheid van radioactiviteit voor het achtste groeiseizoen wijzen erop dat voor vis en visserijproducten en bepaalde eetbare wilde planten en afgeleide producten daarvan uit de prefecturen Miyagi, Ibaraki en Gunma en voor paddenstoelen uit de prefectuur Ibaraki niet langer hoeft te worden geëist dat zij vóór uitvoer naar de Unie worden bemonsterd en geanalyseerd. Wat eetbare wilde planten en afgeleide producten daarvan betreft, zijn bemonstering en analyse niet langer vereist voor bamboescheuten uit de prefecturen Ibaraki en Gunma, maar moeten deze worden gehandhaafd voor de prefectuur Miyagi; struisvaren en Japanse koningsvaren uit de prefectuur Miyagi hoeven niet langer te worden bemonsterd en geanalyseerd. In het achtste groeiseizoen zijn er daarentegen gevallen van niet-naleving geconstateerd in Aralia spp. uit de prefectuur Gunma en daarom is het aangewezen voor Aralia spp. en afgeleide producten daarvan uit de prefectuur Gunma te eisen dat zij vóór uitvoer naar de Unie worden bemonsterd en geanalyseerd.

(8)

Wat de prefecturen Nagano en Niigata betreft, is momenteel bepaald dat paddenstoelen en bepaalde eetbare wilde planten en de verwerkte en afgeleide producten daarvan vóór uitvoer naar de Unie moeten worden bemonsterd en geanalyseerd. De gegevens over de aanwezigheid van radioactiviteit voor het achtste groeiseizoen wijzen erop dat voor paddenstoelen uit beide prefecturen en voor de eetbare wilde planten struisvaren, Japanse koningsvaren en Aralia spp. en afgeleide producten daarvan uit de prefectuur Nagano niet langer hoeft te worden geëist dat zij vóór uitvoer naar de Unie worden bemonsterd en geanalyseerd.

(9)

De gegevens over de aanwezigheid van radioactiviteit voor het zevende en het achtste groeiseizoen wijzen erop dat de eis dat paddenstoelen en koshiabura en afgeleide producten daarvan van oorsprong uit de prefecturen Shizuoka, Yamanashi en Yamagata vóór uitvoer naar de Unie worden bemonsterd en geanalyseerd, moet worden gehandhaafd.

(10)

Rekening houdend met de gegevens over de aanwezigheid van radioactiviteit voor het zevende en het achtste groeiseizoen, dient Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 aldus te worden gestructureerd dat prefecturen waarvan dezelfde levensmiddelen en diervoeders vóór uitvoer naar de Unie moeten worden bemonsterd en geanalyseerd, worden gegroepeerd.

(11)

Uit de controles bij invoer blijkt dat de bijzondere voorwaarden waarin de EU-wetgeving voorziet, door de Japanse autoriteiten correct worden toegepast en dat niet-naleving al meer dan zeven jaar niet is geconstateerd. Bijgevolg kan de frequentie van de controles bij invoer laag blijven.

(12)

Het is aangewezen Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 te herzien zodra de resultaten van de bemonstering en analyse met het oog op de vaststelling van radioactiviteit in diervoeders en levensmiddelen van het negende en het tiende groeiseizoen na het ongeval (2019 en 2020) beschikbaar zijn, namelijk tegen 30 juni 2021.

(13)

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 5, lid 4, wordt vervangen door:

“4.

In bijlage II genoemde vis en visserijproducten die in de kustwateren van de prefectuur Fukushima zijn gevangen of geoogst, gaan vergezeld van een verklaring zoals bedoeld in lid 1 en van een analyserapport met de resultaten van de bemonstering en analyse, ongeacht waar deze producten aan land zijn gebracht.”.

2)

Artikel 14 wordt vervangen door:

“Artikel 14

Herziening

Deze verordening wordt herzien vóór 30 juni 2021.”.

3)

Bijlage II wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening.

4)

Bijlage III wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Overgangsmaatregel

Binnen het toepassingsgebied van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 vallende zendingen levensmiddelen en diervoeders die Japan vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening hebben verlaten, mogen in de Unie worden ingevoerd overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6, vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 oktober 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 297/2011 van de Commissie van 25 maart 2011 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima (PB L 80 van 26.3.2011, blz. 5).

(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 961/2011 van de Commissie van 27 september 2011 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 297/2011 (PB L 252 van 28.9.2011, blz. 10).

(4) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 284/2012 van de Commissie van 29 maart 2012 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 961/2011 (PB L 92 van 30.3.2012, blz. 16).

(5) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 996/2012 van de Commissie van 26 oktober 2012 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 284/2012 (PB L 299 van 27.10.2012, blz. 31).

(6) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 322/2014 van de Commissie van 28 maart 2014 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima (PB L 95 van 29.3.2014, blz. 1).

(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 van de Commissie van 5 januari 2016 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 322/2014 (PB L 3 van 6.1.2016, blz. 5).

(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2058 van de Commissie van 10 november 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima (PB L 294 van 11.11.2017, blz. 29).


BIJLAGE I

Bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 wordt vervangen door:

“BIJLAGE II

Levensmiddelen en diervoeders waarvoor bemonstering en analyse op de aanwezigheid van cesium-134 en cesium-137 vóór uitvoer naar de Unie vereist zijn

a) producten van oorsprong uit de prefectuur Fukushima:

paddenstoelen en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 51 00, 0709 59, 0710 80 61, 0710 80 69, 0711 51 00, 0711 59 00, 0712 31 00, 0712 32 00, 0712 33 00, ex 0712 39 00, 2003 10, 2003 90 en ex 2005 99 80;

vis en visserijproducten van de GN-codes 0302, 0303, 0304, 0305, 0308, 1504 10, 1504 20, 1604, met uitzondering van:

Japanse geelstaart (Seriola quinqueradiata) en Kaapse geelstaart (Seriola lalandi) van de GN-codes ex 0302 89 90, ex 0303 89 90, ex 0304 49 90, ex 0304 59 90, ex 0304 89 90, ex 0304 99 99, ex 0305 10 00, ex 0305 20 00, ex 0305 39 90, ex 0305 49 80, ex 0305 59 85, ex 0305 69 80, ex 0305 72 00, ex 0305 79 00, ex 1504 10, ex 1504 20, ex 1604 19 91, ex 1604 19 97 en ex 1604 20 90;

grote geelstaart (Seriola dumerili) van de GN-codes ex 0302 89 90, ex 0303 89 90, ex 0304 49 90, ex 0304 59 90, ex 0304 89 90, ex 0304 99 99, ex 0305 10 00, ex 0305 20 00, ex 0305 39 90, ex 0305 49 80, ex 0305 59 85, ex 0305 69 80, ex 0305 72 00, ex 0305 79 00, ex 1504 10, ex 1504 20, ex 1604 19 91, ex 1604 19 97 en ex 1604 20 90;

Japanse zeebrasem (Pagrus major) van de GN-codes 0302 85 90, ex 0303 89 90, ex 0304 49 90, ex 0304 59 90, ex 0304 89 90, ex 0304 99 99, ex 0305 10 00, ex 0305 20 00, ex 0305 39 90, ex 0305 49 80, ex 0305 59 85, ex 0305 69 80, ex 0305 72 00, ex 0305 79 00, ex 1504 10, ex 1504 20, ex 1604 19 91, ex 1604 19 97 en ex 1604 20 90;

Nieuw-Zeelandse horsmakreel (Pseudocaranx dentex) van de GN-codes ex 0302 49 90, ex 0303 89 90, ex 0304 49 90, ex 0304 59 90, ex 0304 89 90, ex 0304 99 99, ex 0305 10 00, ex 0305 20 00, ex 0305 39 90, ex 0305 49 80, ex 0305 59 85, ex 0305 69 80, ex 0305 72 00, ex 0305 79 00, ex 1504 10, ex 1504 20, ex 1604 19 91, ex 1604 19 97 en ex 1604 20 90;

Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis) van de GN-codes ex 0302 35, ex 0303 45, ex 0304 49 90, ex 0304 59 90, ex 0304 89 90, ex 0304 99 99, ex 0305 10 00, ex 0305 20 00, ex 0305 39 90, ex 0305 49 80, ex 0305 59 85, ex 0305 69 80, ex 0305 72 00, ex 0305 79 00, ex 1504 10, ex 1504 20, ex 1604 14 41, ex 1604 14 48 en ex 1604 20 70;

Spaanse makreel (Scomber japonicus) van de GN-codes ex 0302 44 00, ex 0303 54 10, ex 0304 49 90, ex 0304 59 90, ex 0304 89 49, ex 0304 99 99, ex 0305 10 00, ex 0305 20 00, ex 0305 39 90, ex 0305 49 30, ex 0305 54 90, ex 0305 69 80, ex 0305 72 00, ex 0305 79 00, ex 1504 10, ex 1504 20, 1604 15 en ex 1604 20 50;

Aralia spp. en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90 en ex 0712 90;

bamboescheuten (Phyllostacys pubescens) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90, ex 0712 90, ex 2004 90 en 2005 91 00;

koshiabura (scheut van Eleuterococcus sciadophylloides) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90 en ex 0712 90;

(Japanse) kaki (Diospyros sp.) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0810 70 00, ex 0811 90, ex 0812 90 en ex 0813 50;

b) producten van oorsprong uit de prefectuur Miyagi:

paddenstoelen en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 51 00, 0709 59, 0710 80 61, 0710 80 69, 0711 51 00, 0711 59 00, 0712 31 00, 0712 32 00, 0712 33 00, ex 0712 39 00, 2003 10, 2003 90 en ex 2005 99 80;

Aralia spp. en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90 en ex 0712 90;

bamboescheuten (Phyllostacys pubescens) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90, ex 0712 90, ex 2004 90 en 2005 91 00;

adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90 en ex 0712 90;

koshiabura (scheut van Eleuterococcus sciadophylloides) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90 en ex 0712 90;

c) producten van oorsprong uit de prefectuur Gunma:

paddenstoelen en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 51 00, 0709 59, 0710 80 61, 0710 80 69, 0711 51 00, 0711 59 00, 0712 31 00, 0712 32 00, 0712 33 00, ex 0712 39 00, 2003 10, 2003 90 en ex 2005 99 80;

Aralia spp. en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90 en ex 0712 90;

koshiabura (scheut van Eleuterococcus sciadophylloides) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90 en ex 0712 90;

d) producten van oorsprong uit de prefecturen Yamanashi, Yamagata of Shizuoka:

paddenstoelen en afgeleide producten daarvan van de GN-codes 0709 51 00, 0709 59, 0710 80 61, 0710 80 69, 0711 51 00, 0711 59 00, 0712 31 00, 0712 32 00, 0712 33 00, ex 0712 39 00, 2003 10, 2003 90 en ex 2005 99 80;

koshiabura (scheut van Eleuterococcus sciadophylloides) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90 en ex 0712 90;

e) producten van oorsprong uit de prefecturen Ibaraki, Nagano of Niigata:

koshiabura (scheut van Eleuterococcus sciadophylloides) en afgeleide producten daarvan van de GN-codes ex 0709 99, ex 0710 80, ex 0711 90 en ex 0712 90;

f) samengestelde producten die voor meer dan 50 % uit een of meer van de in deze bijlage onder a) tot en met e) bedoelde producten bestaan.


BIJLAGE II

Bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 wordt vervangen door:

“BIJLAGE III

Verklaring inzake de invoer in de Unie van

…(Product en land van oorsprong)

Codenummer van de chargeNummer verklaring

Ingevolge Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 van de Commissie tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima, VERKLAART

(de in artikel 6, lid 2 of 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 bedoelde gemachtigde vertegenwoordiger):

dat de…… (producten als bedoeld in artikel 5, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6) van deze zending bestaande uit: ……(beschrijving van zending, product, aantal en soort verpakkingen, bruto- of nettogewicht) ingeladen te …(plaats van inlading)…op…(datum van inlading) door …(gegevens van de vervoerder) met bestemming…(plaats en land van bestemming) afkomstig van bedrijf… …(naam en adres van het bedrijf)

in overeenstemming is met de geldende wetgeving in Japan met betrekking tot de maximale niveaus voor het totaal van cesium-134 en cesium-137;

dat de zending de volgende producten bevat:

producten bedoeld in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1787, die zijn geoogst en/of verwerkt vóór 11 maart 2011;

producten bedoeld in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1787, die niet van oorsprong zijn uit en niet verzonden zijn vanuit een van de in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1787, opgenomen prefecturen waarvoor bemonstering en analyse van dit product vereist zijn;

producten bedoeld in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1787, die verzonden zijn maar niet van oorsprong zijn uit een van de in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1787, opgenomen prefecturen waarvoor bemonstering en analyse van dit product vereist zijn en die tijdens de doorvoer niet aan radioactiviteit werden blootgesteld;

producten bedoeld in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1787, die van oorsprong zijn uit een van de in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1787, opgenomen prefecturen waarvoor bemonstering en analyse van dit product vereist zijn en die zijn bemonsterd op…(datum), en aan laboratoriumanalysen zijn onderworpen op…(datum) in…(naam van het laboratorium) om het niveau van de radionucliden cesium-134 en cesium-137 te bepalen. Het analyserapport is bijgevoegd;

producten bedoeld in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1787, van onbekende oorsprong, of een afgeleid product daarvan, of een samengesteld diervoeder of levensmiddel dat voor meer dan 50 % dergelijke producten bevat als ingrediënt(en) van onbekende oorsprong, die zijn bemonsterd op… (datum) en aan laboratoriumanalysen zijn onderworpen op… (datum) in… (naam van het laboratorium), om het niveau van de radionucliden cesium-134 en cesium-137 te bepalen. Het analyserapport is bijgevoegd.

Gedaan te…op…

Stempel en handtekening van de in artikel 6, lid 2 of 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/6 bedoelde gemachtigde vertegenwoordiger


Zoeken

Nieuwsbrief

Inschrijven voor onze nieuwsbrief Diervoederwetgeving